Robert Burns

Robert Burns werd op 25 januari 1759 geboren in Alloway, vlakbij Ayr. Zijn vader, William Burness, was in 1721 geboren en was net als zijn vader tuinman. Nadat deze een tijd in Edinburgh had doorgebracht, kwam hij in 1757 in Alloway terecht, waar hij een huis bouwde (vandaag de dag het Burns Cottage Museum) en trouwde met Agnes Brown. Robert was de oudste zoon van zeven kinderen.

In zijn kindertijd leerde hij het vak van zijn vader, maar ging ook naar school. Door zijn vader leerde hij Engels, Frans, wiskunde en Latijn. Tussen 1765 en 1768 werden hij en zijn broer Gilbert onderwezen door John Murdoch, totdat deze Alloway verliet. Nadat de familie Burns een tijd in Alloway had gewoond, verhuisde ze in 1766 naar Mount Oliphant farm, vlakbij. Na een paar jaar van thuisonderwijs werd Robert in de zomer van 1772 naar de Dalrymple Parish School gezonden en keerde in de oogsttijd weer terug naar het land tot het jaar daarna, toen hij drie weken bij zijn oude leraar Murdoch verbleef om grammatica, Frans en Latijn te leren.

Op 15-jarige leeftijd was Robert de belangrijkste werker in de boerderij van zijn vader. Tijdens de oogst van 1774 werd hij bijgestaan door Nelly Kilpatrick, die hem inspireerde tot zijn eerste gedicht, O, once I lov’d a bonnie lass. In de zomer van het volgende jaar werd hij naar Kirkoswald gestuurd om daar zijn scholing af te maken. Hier ontmoette hij Peggy Thomson, voor wie hij Now westlin’ winds en I dream’d I lay schreef.

Op Pinksteren van 1777 verhuisde William Burness zijn gezin van het ongunstige Mount Oliphant naar een boerderij in Lochlea, bij Tarbolton. Ondanks zijn vaders afkeuring werd Robert in 1779 lid van een dansschool en vormde met Gilbert de Tarbolton Bachelor’s Club in het daaropvolgende jaar.

In 1781 werd hij vrijmetselaar bij de St David’s Lodge in Tarbolton, hierdoor kreeg hij in latere tijden veel steun uit die hoek. Deels hierdoor, maar ook door zijn latere houding ten opzichte van vrouwen, kwam hij constant in conflict met de kerk, met name door zijn kritiek op de hoger geplaatsten. Zijn vroegste overgebleven brieven komen uit deze periode, toen hij Alison Begbie probeerde te verleiden. Zij wees hem af, ondanks vier liedjes en een half huwelijksaanzoek.

Robert ging in december 1781 naar een vlaswerkersbedrijf in Irvine, een dorpje vlakbij. Hier vond hij niet alleen een gebrekkige opleiding van een oude zeeman, maar ook zijn eerste amoureuze contacten. Tijdens Hogmanay (nieuwjaar) van 1781-1782 vatte het vlasbedrijf vlam en was zodanig beschadigd dat hij terug naar Lochlea farm ging.

Hij bleef gedichten schrijven en begon een plakboek met allerhande fragmenten in 1783, terwijl zijn vader een geschil had met de landheer. De zaak werd doorgespeeld naar het hooggerechtshof en Burness werd in januari 1784 in zijn gelijk gesteld. Twee weken later stierf hij.

Robert en Gilbert probeerden de boerderij draaiende te houden, maar slaagden hier niet in en verhuisden naar een boerderij in Mossgiel, vlakbij Mauchline, in maart dat jaar. Tijdens de zomer van 1784 ontmoette hij Jean Armour, de dochter van een metselaar. Intussen bleek de dienstmeid van zijn moeder, Elizabeth Paton, zwanger van hem te zijn en zij baarde een dochter, Elizabeth Paton Burns, op 22 mei 1785. Robert kreeg een onregelmatige relatie met Jean Armour en ook zij werd zwanger.

Toen Jean dit haar vader vertelde, viel hij flauw. Robert bood onmiddellijk aan Jean te trouwen, maar dit verhinderde haar vader. Hij liet haar naar Paisley verhuizen om een schandaal te voorkomen, maar op 10 juni 1786 werd ze door de kerk teruggeroepen om toe te geven dat ze ongetrouwd zwanger was geraakt. Iets meer dan twee weken later moest ook Robert daar verschijnen.

Hierdoor en door de problemen die hij had met de boerderij, maakte Robert plannen om met Mary Campbell, een van zijn geliefden en naar verluid zwanger van hem, te emigreren naar Jamaica, waar hij boekhouder wilde worden. Aan Mary zijn onder andere de gedichten ‘The Highland lassie o’, ‘Highland Mary’ en ‘To Mary in Heaven’ opgedragen. Om de emigratie te bekostigen, publiceerde hij op aanraden van een lokale advocaat zijn eerste gedichtenbundel, de Kilmarnock volume.

Intussen moest hij onderduiken, omdat James Armour een arrestatiebevel had laten uitbrengen. Die zomer stierf Mary Campbell plotseling aan griep. Jean Armour baarde een tweeling Robert en Jean op 3 september 1786. De Kilmarnock volume werd in juli 1786 door John Wilson van Kilmarnock gedrukt. Het boek kostte drie shilling en de eerste druk, met een oplage van 612 stuks, was binnen een maand uitverkocht. Dit deed zijn emigratieplannen herzien.

In december 1786 werd Robert uitgenodigd om naar Edinburgh te komen om een herziene editie van zijn gedichten voor te bereiden. Op 17 april 1787 kwam zijn publicatie uit, de Edinburgh volume, waarvan hij het copyright aan zijn uitgever William Creech verkocht. Het geld wat hij met deze uitgave verdiende, stuurde hij naar zijn broer Gilbert, die nog steeds in Mossgiel woonde. De 18 maanden van zijn verblijf was hij een graag geziene literaire gast.

Hij begaf zich in literaire kringen en werd ook gezien door de 16-jarige Walter Scott. Een van de contacten die hij opbouwde was met Agnes McLehose, waarmee hij een hechte vriendschap ontwikkelde. Toen hij merkte dat Agnes niet zo snel werd verleid tot een fysieke relatie, bleef hij met haar in contact maar richtte zich intussen op Jenny Clow, Agnes’ dienstmeid. Zij kregen een zoon, Robert Burns Clow, in 1788. De briefwisseling tussen Agnes en Robert, onder de pseudoniemen Clarinda en Sylvander zijn bekend, maar bekender is het gedicht Ae Fond Kiss, die hij naar haar stuurde na hun laatste ontmoeting in december 1791, vlak voordat Agnes naar Jamaica ging om haar echtgenoot, die van haar was vervreemd, te ontmoeten.

Hoewel hij veel in Edinburgh verbleef, ging hij regelmatig terug naar Mauchline, waar zijn broer natuurlijk ook woonde. Hij bleef Jean Armour ontmoeten.

Vanaf 1787 raakte Robert betrokken bij een project van de muziekverkoper James Johnson uit Edinburgh, die probeerde teksten van Schotse liedjes te verzamelen en te publiceren. De eerste verzameling van de Scots Musical Museum werd gepubliceerd in 1787, hierna ging Robert meewerken en dankzij hem groeide het project uit tot zes delen van alle 100 liedjes. Robert werkte ook samen met George Thomson om ‘klassieke’ arrangementen van Schotse folkliedjes te publiceren. Het eerste deel van A Select Collection of Original Scottish Airs werd in 1793 uitgebracht.

Op 23 februari 1788 kocht hij een boerderij in Ellisland, Dumfriesshire. Jean was inmiddels opnieuw zwanger van hem geworden en ze was uit huis gezet. Daarom nam Robert haar in huis en een maand later baarde ze nog een tweeling, twee meisjes, die het beide niet overleefden.

Jean en Robert trouwden op 5 augustus 1788, deels omdat hij nu een gevestigd dichter was. In Ellisland probeerde hij zich tot landbouw te zetten, maar dit lukte niet. In 1789 ging Robert bij een  accijnsbureau werken en twee jaar later gaf hij zijn boerderij op en verhuisde hij naar Dumfries. In die twee jaar was hem een baan als medewerker van het Londense Star Newspaper en als hoogleraar van de zetel voor landbouw van de universiteit van Edinburgh aangeboden, die hij beide afwees. Hoewel hij zijn taken bij het accijnsbureau goed vervulde, werden er beschuldigingen van politieke trouweloosheid. Intussen verviel hij in zijn oude losbandigheid en begon zijn gezondheid te verslechteren. Hij probeerde dit tegen te gaan met zeebaden, maar zijn literaire en muzikale inspiratie stokte.

Dit leidde tot een vroege dood op 21 juli 1796. Er werd gezegd dat dit kwam door een zwak hart, maar waarschijnlijk kwam het door endocarditis, een ontsteking aan het hart als gevolg van een uitgetrokken tand, versterkt door de hongersnood van dat jaar. Op de dag van zijn begrafenis beviel zijn vrouw van zijn jongste zoon Maxwell.Er werd een postume uitgave van Roberts gedichten gemaakt om geld te verzamelen voor zijn vrouw en kinderen en hier werd overvloedig gehoor aan gegeven.

Op 25 januari, de dag van Roberts geboorte, werd vanaf zijn dood het Burns supper gehouden. Dit wordt vandaag de dag niet alleen in Schotland, maar ook bijvoorbeeld in Noord-Amerika gevierd. Dit bestaat hoofdzakelijk uit het opdienen en het toespreken van een haggis met Roberts Address to a haggis, terwijl de haggis wordt opengesneden en daarna wordt gegeten.

 

Poëzie

Robert Burns’ poëzie is in twee delen te verdelen: Engels en Schots. De Engelse gedichten zijn over het algemeen strakke, conventionele verzen. Zijn Schotse gedichten echter hebben het Schotse dialect opnieuw op de kaart gezet, nadat de kronen van Engeland en Schotland bijeen waren gebracht onder James de 6de en 1ste. Hij heeft verschillende thema’s als jacobitisme, atheïsme, landleven en Schotse cultuur.

Roberts eerste gedichten waren satirisch. Met zijn gedichten toonde hij sympathie met de ‘New Light’ partij, die tegen het extreme calvinisme en de intolerantie van de ‘Auld Lichts’ ageerde. Dat hij conflicten had met de kerk droeg waarschijnlijk bij aan zijn venijn, maar de gedichten zijn niet alleen persoonlijk. De soms grove taal toont het proces theologische bevrijding van Schotland in Burns’ tijd.

De Kilmarnock volume bestond naast satirische gedichten ook gedichten die het boerenleven levendig beschrijven, waarmee Robert was opgegroeid, zoals ‘The Twa Dogs’. Een deel van deze gedichten toont een aantrekkelijke kant van Roberts persoonlijkheid, als hij vertelt over de behandeling van dieren.

Hoe mooi de gedichten ook zijn, Burns is met name bekend geworden met zijn liedteksten. Door puriteinse invloeden na de reformatie werd in Schotland wereldlijke muziek steeds minder gecomponeerd. Hierdoor waren Schotse liedjes niet alleen door hun netheid, maar ook in hun literaire kwaliteit afgenomen. Van zijn jeugd af aan was Robert geïnteresseerd geweest in het verzamelen van de fragmenten die hij had horen zingen of in boeken had gevonden en hij zag dit verzamelen als een soort roeping. Zijn liedjes waren bijna altijd gebaseerd op zijn eigen ervaringen en emoties en geplaatst op al bestaande melodieën. Terwijl hij in Edinburgh onderzoek deed voor de Scots Musical Museum te schrijven, vond hij veel traditionele liedjes die niet in de verzameling zouden passen. Daarom vond hij het nodig om veel te herschrijven, soms behield hij twee coupletten, soms alleen een regel of het refrein, soms alleen de titel. De laatste acht of negen jaar van zijn leven wijdde hij geheel aan het samenstellen van folkliedjes voor het Scots Musical Museum en A Select Collection of Original Scottish Airs for the Voice.

Ondanks het feit dat Robert vrijwel altijd financiële moeilijkheden had, weigerde hij vergoedingen voor zijn werk aan te nemen, omdat hij het liever zag als dienst voor zijn vaderland. En het was inderdaad een taak die nog niemand behalve hij succesvol heeft volbracht.

Zie ook:

Koning Arthur

Het Welsh

Kelten, Saksen en Vikingen

 

 

 

Gesponsord door Celtic Webmerchant:

                  
Romeins masker € 54,90                 Keltisch sieraad € 12,50            Vikingschil Lillbjars €
11,18

copyright © 2011 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden.           Sitemap  Contact