De Gundestrup ketel

De Gundestrup ketel is een religieuze kom die in 1891 werd gevonden in een moeras in Himmerland, Denemarken. Hij bestaat uit vijf lange en zeven korte platen en een ronde plaat. Vroeger waren er acht korte platen die de buitenkant vormden, de lange platen zaten aan de binnenkant en de ronde was de ondergrond. Hij dateert waarschijnlijk uit de late La Tène periode. De ketel toont verschillende motieven van dieren, planten en Keltische godheden. Omdat hij in verschillende delen is gevonden, is het mogelijk dat dit een offer is, aangezien de Kelten gewoonlijk hun offergaven in stukken braken. Een andere reden om aan te nemen dat hij nooit voor gebruik bedoeld is geweest, is dat hij net gesmeed was voordat hij in het moeras werd geworpen.

Hoewel de ketel verschillende Keltische motieven toont, bestaan er nog discussies over of hij wel door de Kelten is gemaakt, aangezien de zilversmeedtechniek die is gebruikt, nog niet in de Keltische landen was doorgedrongen. Verschillende afbeeldingen die op de ketel te zien zijn, zijn beïnvloed door Mediterrane kunst zoals dolfijnen en zoomorphics, figuren die uit verschillende dieren zijn samengesteld. Veel van de getoonde taferelen zijn van Keltische beeldspraak, met goden en godinnen met torques (traditionele, metalen nekringen) en militaire vertoningen. De afbeeldingen zijn tweedimensionaal en plat, omdat de figuren allemaal van voor of van opzij worden getoond. De grootte en de schaal zijn onrealistisch, waarschijnlijk door de gebruikte symboliek, waarin de goden groter zijn afgebeeld.

De platen zijn door Ole Klindt-Jensen gecategoriseerd. De binnenste platen hebben de letters A t/m E gekregen en de buitenste a t/m g.

De bodemplaat.

Op de bodemplaat staat de afbeelding van een stier centraal. Op zijn rug staat een man met een speer, waarmee hij de stier aanvalt. Boven en beneden de stier lopen twee honden.

De binnenste platen.

-       Plaat A toont een centraal, de natuurgod Cernunnos die wordt door omringd door dieren. De benen van Cernunnos zijn gevouwen en hij draagt een torque rond zijn nek. In zijn rechterhand houdt hij een tweede torque en in zijn linkerhand ligt een gehoornde slang. Aan zijn rechterhand bevindt zich een reebok met een stier op zijn rug. Deze stier wordt ook op de linkerbovenhoek van de plaat afgebeeld, hier wordt hij gevolgd door een dolfijn met zijn berijder en een leeuw. Aan de linkerkant van de centrale figuur staat een hond afgebeeld.

-        

 

 

 

 

Op plaat B is een godin afgebeeld met twee wielen van zes spaken aan haar zij. Hoewel het niet helemaal duidelijk is, wordt over het algemeen aangenomen dat ze op een strijdwagen zit. Ze vertoont veel overeenkomsten met de godinnen op de platen e en g. De godin wordt geflankeerd door twee olifanten die elkaar aankijken. Onder hen staan twee griffioenen, met tussen hen in een hond.

 

 

 

 

 

Op plaat C is de buste van een bebaarde god te zien met een half wiel aan zijn rechterkant, dat wordt vast gehouden door een andere, knielende god. Onder dit figuur ligt een gehoornde slang. De bebaarde god is bijna identiek aan de kleine buste bij de rechterschouder van de godin op plaat e, de knielende god vertoont qua grootte en kleding veel overeenkomsten met de goden op de platen A en E. Hij draagt strakke kleren met korte mouwen en een gehoornde helm. Rond de twee godheden zijn meer dieren geplaatst: in het bovenste deel van de plaat zijn twee dezelfde beesten afgebeeld met hun kop naar de linkerkant van de plaat. Onder de twee goden worden drie griffioenen getoond met hun kop naar de rechterkant van de plaat. De ruimte tussen de hoge en de lage groep dieren is gevuld met plantenmotieven.

De voorstelling op plaat D wordt over het algemeen geïnterpreteerd als de stierenslachtscène. Drie stieren zijn op een lijn afgebeeld, met hun kop dezelfde kant op. Ze hebben grote staartstukken en grote, dikke nekken. Lager dan de stieren zijn drie mannen afgebeeld die op het punt staan de stier aan te vallen. Aan de zijde van elke man rent een hond naar links, terwijl op de rug van elke stier een katachtige in dezelfde richting loopt.

Plaat E wordt gedomineerd door een staande god aan de linkerkant die een soort varkensstaart of lint lijkt te dragen. Hij houdt een kleine man ondersteboven boven een soort ketel. Voor de god  en onder de ketel is een hond in springhouding afgebeeld. De rest van de scène wordt gevuld met twee rijen strijders die worden gescheiden door een boomstam. De bovenste strijders berijden paarden, de onderste zijn te voet en dragen speren en schilden. De laatste drie strijders van de onderste rij blazen op een instrumenten, carnyxen. In de rechterhoek boven de carnyxen is een slang met het hoofd van een ram afgebeeld, lijkend op die van plaat A.

De buitenste platen.

-         Op plaat a houdt een bebaarde god een kleine man in elke hand boven zijn schouders. Net als de god op plaat d draagt hij geen torque. De mannen die door hem worden vastgehouden, raken met hun hand een everzwijn aan. Onder de rechterman is een hond afgebeeld en onder de linker een gevleugeld paard.

-         Plaat b toont een mannelijke godheid die twee zeepaarden of draken vasthouden. Deze twee dieren zijn een kruising tussen een paard en een draak: ze hebben een lang, slangachtig lichaam en een paardachtig hoofd met twee voorbenen. Onder de god is een tweehoofdig monster afgebeeld dat kleine, gevallen mannen aanvalt.

-         Op plaat c is een god te zien met zijn handen opgeheven als de andere mannelijke godheden op de buitenste platen. Maar in tegenstelling met de andere goden zijn zijn handen leeg. Aan zijn linkerkant staat een boksende man, aan zijn rechterkant bevindt zich een figuur dat op het punt staat te springen, met onder zich een kleinere ruiter. De springende figuur lijkt gelijk te zijn aan die op de bodemplaat en op plaat g.

-         Op plaat d houdt een bebaarde god twee reebokken in zijn handen.

-         Op plaat e is de buste van een godin afgebeeld, met twee kleinere bustes van mannelijke godheden bij haar schouders. De godin draagt een torque en heeft een maskerachtig gezicht. De buste bij haar rechterschouder is bijna identiek aan die van de centrale god op plaat C.

-         De centrale godin op plaat f houdt een kleine vogel in haar opgeheven rechterhand, haar linkerarm is gekruist over haar borst. Over deze arm ligt een man en aan de andere kant van de man ligt een hond ondersteboven. De godin heeft een roofvogel, wellicht een adelaar of een raaf, aan beide kanten van haar hoofd. Op haar rechterschouder zit een klein vrouwenfiguur over wiens hoofd een leeuwachtig dier rent. Aan de linkerkant is een ander klein figuur afgebeeld die het haar van de godin vasthoudt, alsof het het haar wilt vlechten.

-         Op plaat g kruist de centrale godin haar armen over haar borst. Op haar rechterschouder strijdt een man met een leeuw en aan de linkerkant bevindt zich een figuur dat op het punt staat te springen en vrijwel identiek is aan de figuren op plaat c en de bodemplaat.

Zie ook:
Keltische kunststijlen
Goden van Wales
Goden van Ierland
Keltische muziekinstrumenten (de carnyx)

 

 

 

Gesponsord door Celtic Webmerchant:

                 
Keltische torque € 25,-                      Keltisch sieraad € 12,50            Keltische helm € 295,-
 

copyright © 2011 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden.           Sitemap  Contact