|








|
De Kelten en de
Engelsen
Na Hastings
De Saksische heerschappij in Engeland was voorbij en De Normandische
stond op het punt te beginnen. Willem de Veroveraar werd in december
gekroond tot Willem de 1e van Engeland. Dit stuitte op grote weerzin bij
de Denen en de mensen van Cornwall, die vrijwel meteen de oorlog tegen
hem begonnen. Willem voerde in Engeland het feodale stelsel, zodat de
edelen eigenlijk alleenheerschappij in hun gebied hadden, waarmee hij
hun loyaliteit won. Hij liet door heel Engeland kathedralen en kerken
bouwen, waardoor ook de Paus tevreden was gesteld.
Malcolm Canmore
De Schot Malcolm Canmore die was opgegroeid aan het hof van Harold de
Saks, vond deze veranderingen in Engeland onacceptabel en viel
Noord-Engeland binnen. Dit was de eerste keer dat Normandiërs tegenover
de Kelten kwamen te staan.
De Schotse koningen probeerden voor zeer lange tijd Northumberland aan
Schotland toe te voegen, omdat de daar de grens lag tijdens de Romeinse
overheersing. Dit is echter nooit gelukt.
Cornwall bleef lange tijd opstanden organiseren tot het totaal werd
ingelijfd, van zijn cultuur is dan ook niet veel over gebleven.
Tot in het jaar 1175 leefden de Keltische volkeren en de Engelsen in
relatieve vrede naast elkaar. Er waren af en toe kleinschalige gevechten
en plunderingen aan de grens, maar serieuze campagnes bleven uit.
De Engelse invasie in Ierland
De Ieren hadden in tegenstelling tot de Cornish, Welshmen en Schotten
nog nooit oorlog gehad met de Engelsen toen Paus Anastasius IV Henry de
2e het recht op Ierland gaf. Zijn lords stonden te springen om nieuw
land en in 1175 werd er een grootscheepse invasie naar Ierland
ondernomen. Het lukte de Engelsen niet geheel Ierland te bezetten en de
Engelsen bezetting bestond dan ook uit hun kastelen die ze er bouwden en
hun nederzettingen. De Engelsen minachtten de Ieren en zagen ze als
wilden, daarom verwachten ze dan ook geen weerstand van hun.
De Engelsen en de Schotten
Na 1124 braken er oorlogen uit tussen de Schotten onder David de 1e, en
Engeland. Dit was vaak het geval omdat Schotland Northumbira terug
wilden van de Engelsen. In 1157 ontmoette Henry de 2e Malcolm de 4e van
Schotland in Chester Malcolm werd omringd door edelen die zowel land in
Schotland als in Engeland bezaten, en ze adviseerden hem om al het land
dat zijn grootvader David de 1e had gewonnen van de Engelsen terug te
geven aan de Engelsen. In ruil kreeg hij het lordschap Huntingdon terug.
Dit deed hij, zodat er vrede tussen Engeland en Schotland kwam.
In 1165 stierf Malcolm en werd hij opgevolgd door Willem de Leeuw.
In de eerste instantie had Willem een zeer goede band met Koning Henry,
hij steunde hem bij zijn veldtochten in Frankrijk en won daarmee zijn
respect. In 1174 eiste Willem echter heel Northumberland op en viel met
zijn leger Engeland binnen.
Zijn leger maakte veel terreinwinst. De Engelsen hadden in juli van dat
jaar een leger bijeen gebracht en versloegen Willem en namen hem
gevangen. Willem werd vrijgelaten in ruil voor zijn kastelen in Berwick,
Jetburgh, Roxburgh, Edinburgh en Stirling. Hier werden Engelse troepen
geplaatst en Schotland verloor een deel van zijn onafhankelijkheid.
Dit duurde voort tot 1189 toen Richard de 1e (Richard Leeuwhart) van
Engeland aan de macht kwam, hij verkocht de kastelen en gebieden terug
aan de Schotten voor een zeer hoog bedrag. Dit geld heeft hij gebruikt
om zijn kruistocht te bekostigen.
Het eiland Man
In het jaar 1079 was het eiland Man ingenomen door Godred Crovan uit
Scandinavië. Hierdoor werd Man een onderdeel van het Vikingrijk en
gebruikten de Vikingen het als de uitvalsbasis naar de rest van de
Britse eilanden.
In 1261 stopte Alexander de 3e van Schotland de onderhandelingen met
Noorwegen omdat zijn diplomaten gevangen waren genomen door de koning
Haakon van de Noren. Hij nam de eilanden in die nog koloniën van de
Vikingen waren, en versloeg de Vikingen zowel op land als ter zee. Die
winter stierf Koning Haakon. Alexander versloeg Magnus die door de Noren
koning van Man werd genoemd, en hij verkocht het eiland aan Schotland
tegen een bedrag van 4000 mark. En hiermee kwam Man weer in Keltische
handen.

Wales tot 1286
Tot in 1286 brak er zeer weinig oorlog uit tegen de Engelsen.
Wales had bijna nooit een serieuze oorlog met Engeland gehad, wel waren
Engeland en Wales eerder elkaars vijanden als elkaars vrienden. De
Engelsen voelden zich superieur tegenover hun en de Welshmen zagen de
Engelsen terecht als binnendringers. In deze tijd had Wales de tijd om
uit te groeien van een soort verbanningsoord wat de Saksen ervan hadden
gemaakt, tot een stabiel koningrijk.
In dezelfde tijd verwelkomde Ierland een nieuwe High king uit het
O'Neill geslacht, Brian Catha an Duin. Hij versloeg in Ierland zijn
rivaal Mahon in 176 en regeerde over een bijna onafhankelijk Ierland tot
in 1260.
In deze tijd beleefde Schotland onder Alexander de 2e en 3e zijn gouden
eeuw.
Edward de 1e
Koning Henry de 3e van Engeland werd opgevolgd door Edward de 1e (de
Stelt).
Deze koning was de meedogenlooste die Engeland na Wilem de Veroveraar
had gekend. Op jonge leeftijd versloeg hij zijn rivaal Simon de Montfort.
Hij had de ambitie om heel Groot-Brittannië in te nemen en dit bleek dan
ook in 1276, toen Edward zijn eerste veldtocht in Wales hield. De
Welshmen boden verzet, maar werden door de Engelsen opgejaagd en
verslagen. De Welshmen zouden, net als de Ieren hun wapens nooit neer
leggen.
Nadat Edward Wales had onderdrukt liet hij er kastelen bouwen. De
Engelse schatkist raakte leeg en zijn regering eiste een oplossing dus
Edward moordde de Joden in Londen uit en nam hun bezittingen in beslag.
Dit was de eerste keer dat er genocide op de Joodse bevolking plaats
vond.
Nadat Alexander in mei 1286 door een ongeluk om het leven kwam had
Schotland op Margaret of Norway na geen troonopvolger. Op weg naar
Schotland stierf Margaret echter, en er ontstond een twist in over het
recht op de kroon. In totaal kwamen er tien mensen in aanmerking voor
het koningschap, onder andere Robert Bruce en John Balliol. De Schotten
riepen de hulp van Edward in, om te beslissen wie de troonopvolger zou
worden. Deze gebruikte een leger van ambtenaren om te zoeken naar een
document, dat bewees dat Schotland rechtmatig van Engeland zou horen te
zijn. Ze vonden niets en Edward wees Balliol aan als troonopvolger.
Enkele jaren lang 'regeerde' Balliol onder leiding van Edward, tot deze
in 1296 verzet bood tegen Edwards wil. Ook sloot hij de Auld alliantie
met Frankrijk. Hier zou vaak in de geschiedenis op worden terug gekomen.
Edward verzamelde het leger en viel Schotland binnen. Hij moordde de
gehele bevolking in Berwick uit en in enkele weken was heel Schotland
ingenomen door het Engelse leger. Edward liet troepen in de kastelen
huisvesten om verzet van de bevolking de kop in te drukken.
Toen Schotland ingenomen was, had Edward heel Groot-Brittannië inclusief
Man, dadelijk onder zijn regime geplaatst. Hij liet soldaten van Wales
rekruteren en vreemd genoeg waren er inderdaad Welshe soldaten die in
het leger van Edward de 1e wilden dienen. De Keltische longbow werd al
eeuwen gebruikt door de Welsh. Edward nam dit wapen over en voor eeuwen
werd dit het wapen van de Engelsen genoemd.

Verzet
Edwards 2e man in Schotland werd Robert the Bruce, hij had trouw
gezworen aan Edward, maar dit was eerder een diplomatieke list als een
werkelijke alliantie.
In werkelijkheid had Robert the Bruce zijn eigen ambities en die lagen
ver van die van Edward. Na jaren onderdrukking wakkerde het vuur van het
verzet aan in Eldersley. In de zomer van 1297 werd William Wallaces
vrouw vermoord, als wraak verjaagde deze de Engelsen uit zijn dorp.
Onmiddellijk daaropvolgend trokken de clans samen en accepteerden
Wallace als hun leider. Op 11 september van dat jaar stond het Schotse
republikeinse leger tegenover een 60.000 man sterk Engels leger.
De gevolgen waren wereldschokkend, de Schotten hakten de Engelsen in de
pan en er waren weinig overlevenden bij. Wallace werd guardian of
Schotland en maakte opnieuw de handelswegen die in de gouden eeuw
tijdens Alexander waren gemaakt.
Nadat Schotland gestabiliseerd was, trokken Wallace en zijn leger naar
Engeland. Hij viel York binnen en heel Noord-Engeland stond op
instorten.
Edward stuurde een leger naar het noorden en de Schotten trokken terug
tot in Falkirk, waar op 22 juli een veldslag werd geleverd. Dit was een
ramp voor de Schotten, William Wallace wist echter te ontsnappen en
begon een guerrilla oorlog tegen de Engelsen, tot hij in 1305 werd
verraden en geëxecuteerd door de Engelsen.
Vrijheid
Edward dacht dat de Schotse opstanden na Wallace dood zouden ophouden.
Dit gebeurde echter niet. De clans verzamelden zich onder Robert the
Bruce. Deze had niet alleen de ambitie om Schotland te bevrijden, hij
wilde de hele Keltische cultuur weer onafhankelijk maken. Hij sloot een
alliantie met de Welshmen die nog altijd vanuit Snowdonia opstanden
tegen de Engelsen organiseerden, en versloeg de Engelsen op
verschillende plaatsen in Schotland.
Zijn grootste overwinning was de slag bij Bannockburn in 1314, waar hij
het leger van Edwards zoon, Edward de 2e, versloeg. Dit was destijds het
beste leger van Europa. De Engelsen zouden deze slag voor lange tijd
niet meer te boven komen en Schotland was vrij. Op Bannockburn vochten
de clans voor een doel, zoals in de declaratie naar paus Johannes de 22e
staat beschreven: It is in truth not for glory, nor riches, nor honours
that we fighting for, but for freedom.
Robert the Bruce
Met het losgeld dat Robert wist te innen met de op Bannockburn gevangen
edelen en de ingenomen bagagekaravaan, kon elke stad in Schotland aardig
worden herbouwd. Schotland begon weer een economie te krijgen, doordat
de handelsroutes werden heropend, waarbij Frankrijk een belangrijke rol
speelde.
Het zou echter nog 14 jaar duren tot de koning van Engeland Schotland
als een onafhankelijke natie zou erkennen. Dit wreekten de Schotten door
Noord-Engeland dat nu weerloos open lag, leeg te plunderen. Robert
maakte de wet dat, wanneer hij zou sterven zonder troonopvolger, dat
zijn troon dan naar zijn broer, Edward Bruce, zou gaan.
Roberts plannen waren niet alleen om Schotland van de Engelsen te
bevrijden, daarom verzamelde hij 1314 nogmaals zijn leger. Dit keer viel
hij het eiland Man binnen dat nog steeds in Engelse handen was. Na de
belegering van Castle Rushen die vijf weken duurde, versloeg Robert de
Engelsen. Tot aan 1346 zou Man in Schotse handen blijven, toen de
Engelsen het heroverden.
Hierna kwam er een tijd dat de Engelsen en Schotten door oorlog ongeveer
om en om regeerde.
Na
het eiland Man te hebben ingenomen formeerde Robert een leger onder de
banier van zijn broer, Edward Bruce en viel Ierland binnen.
Het hoofddoel van de Ierse invasie was om een tweede front te openen
tegen de Engelsen. De Englesen riepen de loyale Ieren te wapen en Edward
Bruce deed een beroep op de koning van Tír Eógain, Domnall mac Brian Ó
Néill, die al vaak gevechten had gehad met Anglo-Ieren in Ulster. In
ruil voor dit land verzamelden twaalf van zijn vazallen zich om voor de
Schotten te vechten. Edward Bruce werd tot koning van Ierland gekroond,
terwijl zijn broer Robert koning van Schotland en Man was. Het plan was
om, wanneer Ierland bevrijd was van de Engelsen, Wales ook te bevrijden
van Edwards heerschappij. Zo zou er een grote Keltische natie ontstaan
onder één gezag, de Keltische cultuur en het geloof zouden getolereerd
worden en weer kunnen uitgroeien tot een van de machtigste culturen van
Europa. Hier was de Paus echter op tegen, omdat hij verwachtte dat de
Kelten het Keltische christendom weer zouden gaan belijden. In zowel
Man, Schotland Ierland en Wales waren de grootste delen van de
oorspronkelijke bevolking voor dit plan.
Ó Néill zou voor de bevoorrading van de helft van zijn troepen zorgen en
Edward voor de andere helft.
Toen Roger Mortimer, 1e Earl of March bericht kreeg, dat er een invasie
op handen was, vertrok hij meteen naar Ierland. Hij had eerder tegen
Bruce gevochten op Bannockburn en was daar gevangen genomen, maar vrij
gekocht. Het Schotse leger ontmoette hem bij Avr op 26 april 1315 toen
ze net waren geland. Hier werd hij verslagen door de Earl of Moray
(bekend door Bannockburn) maar wist te ontsnappen.
In het begin won de Iers-Schotse alliantie veldslag na veldslag. In
minder dan een jaar hadden ze het grootste gedeelte van Ierland
ingenomen, maar in 1317 brak er een hongersnood in Ierland uit en het
was moeilijk om het verdeelde land te bevoorraden met voedsel van
buitenaf. Deze hongersnood zorgde ervoor, dat de soldaten niet op
veldtocht konden gaan en er werd dan ook niet meer gevochten.
In 1318 marcheerde John van Birmingham met zijn leger tegen Edward
Bruce, op 24 oktober werd Edwards leger verslagen en Edward sneuvelde op
het slagveld. Zijn hoofd werd naar Edward de 2e gestuurd en zijn
lichaamsdelen werden verspreid door heel Ierland. Edward heeft echter
bewezen dat, indien de Kelten zich verenigen, er geen cultuur en geen
leger is dat hun kan weerstaan.
David de 2e
Na de dood van Robert the Bruce werd zijn zoon David de 2e koning van
Schotland. Hij zette een uitgebreid netwerk van grenswachters op om de
voortdurende bedreiging van Engeland de kop in te drukken. Tussen 1321
en 1371 braken er nog zeer vaak oorlogen uit tussen de Schotten en de
Engelsen, vaak werden deze in de grensgebieden uitgevochten.
Na 1317 was Schotland de enige vrije Keltische natie, maar Wales Man en
Ierland bleven zich tegen de Engelsen verzetten.
Zie ook:
De Ierse kwestie
Engelsen op Man
Schotse onafhankelijkheidsoorlog
Llywelyn Fawr
Celtic Webmerchant:

Schots zwaard
€ 70,30
Basket hilted
broadsword€ 65,40
Enkelhandig Vikingzwaard
€ 63,35 |








|