|
|
|
||||
|
|
Slag bij Dupplin Moor
Toen koning Robert the Bruce in 1329 stierf, werd hij opgevolgd door zijn vier jaar oude zoon David de 2de. Meteen werd zijn recht op de troon in twijfel getrokken door Edward Balliol, de zoon van John Balliol, John de 1ste van Schotland, een van de onterfden die de Engelse zijde op Bannockburn had gesteund. In de winter van 1331 vertrok Edward Balliol vanuit Frankrijk naar Engeland om Henry Beaumont, leider van de onterfden, te ontmoeten. Toen Balliol in Yorkshire was aangekomen, ging Beaumont op audiëntie bij koning Edward de 3de van Engeland om toestemming te vragen via land Schotland in te vallen. In het verdrag van Northampton was echter overeengekomen dat er geen Engels leger over de rivier de Tweed mocht trekken, dus Beaumonts verzoek werd afgewezen. Hij mocht echter wel over zee een invasie doen, omdat dit niet vermeld stond in het verdrag.
Het leger van de onterfden voer op 31 juli, elf dagen na het bericht van Randolphs dood, uit Yorkshire naar Kinghorn in Fife, waar ze op 6 augustus landden. Vanuit Kinghorn marcheerden ze via Dunfermline – waar ze voorraden verzamelden – tot aan Perth. Op 10 augustus sloegen ze kamp op bij Forteviot, ten zuiden van de rivier de Earn. Het leger was slechts een paar mijl van haar doelwit – het leger van de earl van Mar - verwijderd. De nieuwe regent, Donald, earl van Mar, kwam hen echter al tegemoet met zijn troepenmacht en stelde zich ten noorden van de Earn op bij Dapplin Moor. Hij bezette met zijn mannen de brug over de rivier en was zich volkomen bewust van de Engelse positie. Het leger van Patrick, earl van March en Dunbar, naderde de onterfden daarnaast met grote snelheid. Door deze benauwende situatie zonk het moreel van Balliols soldaten tot een dieptepunt, de lords beschuldigden Henry Beaumont zelfs van verraad omdat hij hun valse beloften zou hebben gedaan.
Mar was zo zeker van zijn overwinning dat hij die nacht geen wachtposten had gepositioneerd. Sir Alexander Mowbray stak als eerste de rivier over via een doorwaadbare plaats en viel meteen aan, omdat hij dacht dat hij Mars bodyguards aanviel. Toen het licht werd zag hij dat hij zich had vergist, maar door zijn charge had de rest van het leger zich kunnen opstellen, nadat ze de andere oever veilig hadden bereikt. De Schotten waren woedend geworden omdat zo’n vijandelijke manoeuvre vlak voor ze had kunnen plaatsvinden. Lord Robert Bruce, een bastaardzoon van koning Robert the Bruce maakte er geen geheim van dat Mars onkunde hier de oorzaak van was, hij had wachtposten moeten plaatsen en het leger minder rust moeten gunnen. Mar negeerde deze beschuldiging en samen marcheerden ze op het slagveld af. Het Schotse leger bestond uit twee of drie divisies, maar het is niet duidelijk hoeveel man erin dienden. De aantallen die primaire bronnen noemen, variëren van 4.000 tot 24.000. De Engelsen hadden zich achter een vrij nauwe doorgang opgesteld om hun zware minderheid te verzachten. Waarschijnlijk stonden ze drie rijen dik met de boogschutters in de flank. Het centrum bestond uit vier rijen met soldaten in de voorste drie en speermannen in de achterste linie. De cavalerie werd gevormd door ongeveer 40 Duitse huurlingen.
De Engelsen vielen nu de Schotten aan, terwijl de boogschutters door bleven schieten. Hierdoor moest de earl van Mar de hoofdeenheid steun geven, maar er was te weinig ruimte zodat zijn aanval eerder nadelig op zijn eigen leger werkte. Door de combinatie van Engelse pijlen en Schotse reserves zat Bruce’s bataljon klem en brak de Schotse formatie. Sommige bronnen zeggen dat de slag bij Dupplin Moor een groot deel van de dag duurden, maar dit is hoogst uitzonderlijk aangezien de meeste veldslagen niet langer dan drie uur duurden. De Schotse verliezen waren zwaar. Het grootste verlies was echter dat veel veteranen van de overwinningen van Robert the Bruce tijdens de slag gedood waren. Zowel Mar als Bruce werden gedood. Naast deze personen stierven op het slagveld ook Murdoch, de 3de earl van Menteith, Alexander Fraser, opperkamerheer, Thomas Randolphs zoon, Thomas Randolph de 2de en sir Robert Keith die de Engelse boogschutters op Bannockburn had verpletterd. Het precieze aantal doden is onbekend. Geschat wordt dat de Engelsen een paar ridders en ongeveer 30 soldaten verloren.
Dunbar viel het vermoeide, kleine leger van Balliol niet aan, maar liet ze terugtrekken. Op 24 september 1332 werd Edward Balliol in Scone tot koning van Schotland gekroond, hij had echter geen volgelingen en zat gevaarlijk geïsoleerd, beschermd door een klein legertje. Hij trok zich naar het zuiden, omdat hij nog een beetje steun kon verwachten in Galloway. In december van hetzelfde jaar werd hij echter overrompeld door het leger van de earl van Moray bij Annan. Het verrassingseffect van deze aanval was zo groot dat Balliol half aangekleed terug de Engelse grens moest over vluchten. In Engeland kreeg hij hierna steun van Edward de 3de. Zie ook:
Robert the Bruce
|
|
|||
|
Gesponsord door Celtic Webmerchant:
|
|||||
|
copyright © 2011 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden. Sitemap Contact |
|||||