|








|
Ierse Elfen
Een
gebochelde rust uit aan de rand van een rath. Als hij bijna in slaap
valt, hoort hij de elfen plotseling zingen: ‘Da Luan, da Marta(Maandag,
Dinsdag)! En dat opnieuw en opnieuw. De gebochelde vindt het monotoon
worden en voegt aan het gezang toe: ‘Agus da Cadin (en woensdag)! De
elfen zijn daar zo blij over dat ze hem de rath mee in nemen en zijn
bochel afnemen. Als een andere gebochelde dit hoort, gaat hij een week
later op dezelfde plek zitten en ook hij hoort de elfen zingen: ‘Da
Luan, da Mart agus da Cadin! Zonder op het ritme of de pauzes van de
elfen te letten, schreeuwt hij er doorheen: ‘Agus da Hena! (en
vrijdag). De elfen stoppen hun gezang, slepen hem mee de rath in en
zetten de bochel van zijn voorganger op de bochel die hij al had, als
straf voor het verstoren van hun lied.
Ierse
elfen zijn er in verschillende soorten en maten. Meestal zijn ze klein
en leven ze in raths, burchten waarvan door de boeren werd gedacht dat
ze door de Denen waren gemaakt. Ze houden van muziek, maar daar hoort
bijna niemand wat van. Hoewel elfen kinderen stelen, mensen verlammen en
vee ziek maken, zijn ze over het algemeen vriendelijk tegen de mensen
die ze aardig vinden en helpen ze hen ook in tijden van nood.
Er
wordt geloofd dat de elfen gevallen engelen zijn die naar de aarde zijn
verbannen, omdat ze niet zo slecht waren als degenen die naar de hel
werden verdreven. Hierdoor zijn ze vaak ook bang voor geestelijken en
wachten ze met angst het laatste oordeel af. Hieronder volgt een
beschrijving van de verschillende Ierse elfen.
Banshees
De
bean-sidhe, vrouw van de elf, is een voorvaderlijke geest die enkele
oude Ierse families waarschuwen wanneer ze gaan sterven. Dit zijn alleen
de families O'Neil, O'Brien, O'Connor, O'Grady en Kavanagh, maar door
onderlinge huwelijken zijn er andere families bijgekomen. Ook bij de
koningen van Ierland en Schotland komt de banshee op bezoek, meestal als
echt mens in de vorm van een profetes. De banshee komt voor in de drie
gedaanten van de Morrighan, een jonge maagd, een moeder en een oude
vrouw. Ze draagt of een grijze mantel met kap, een lijkwade of een
rouwgewaad. Ze komt ook wel voor als een wasvrouw die het bloed van de
kleren van de
stervende wast. Ook wordt ze gezien als een kraai, een
hermelijn, een wezel of een haas. Hoewel ze niet altijd wordt gezien,
wordt de banshee wel gehoord. Haar geluid verschilt per regio, het is
een laag, plezierig gezang, het geluid van twee planken die over elkaar
worden geschoven of een ijl,
krijsend geluid dat het midden heeft tussen een vrouw en een uil.
Dullahans
De
dullahan is een wilde, donkergeklede ruiter die vooral 's nachts op het
platteland te zien is. Hij draagt zijn hoofd niet op zijn nek, maar
onder zijn
arm of op zijn zadelboog. Het hoofd is grijs en rimpelloos
met een verschrikkelijke
grijnslach van oor tot oor en kleine, zwarte ogen die
telkens heen en weer kijken. Het hoofd zelf lijkt licht uit te stralen
en wordt dan ook vaak door de dullahans als lantaarn gebruikt. Het paard
van de dullahan is zwart en wordt
aangespoord met een menselijke ruggengraat. Hij briest
vlammen en vonken als hij rent. In een deel van Ierland
bestuurt de dullahan echter een koets met zes zwarte paarden. Deze
rennen zo snel dat bosjes in brand vliegen als ze passeren en elke poort
vliegt open om hen door te laten, zodat niemand echt veilig is voor deze
elf. Wanneer de
dullahan zijn hoofd omhoog houdt, kan hij tot ver kijken en als hij het
huis van een stervend persoon ziet, rijdt hij daar naartoe en stopt voor
het huis. Dan roept hij de naam van de stervende op het moment dat deze
overlijdt. De mensen die de dullahan zien als hij voorbij rijdt, krijgen
een emmer bloed in hun gezicht gegooid of worden aan een oog blind.
Om
een dullahan af te schrikken, kan goud worden gebruikt, dit is het enige
waar dullahans bang voor zijn. de
mensen die ze vertrouwen. Dit vertrouwen kan zelfs zo sterk zijn, dat ze
die mensen helpen planten en oogsten of andere klusjes doen, zonder loon
behalve een kan room. Net als veel andere elfen heeft de grogoch grote
angst voor geestelijkheid en hij komt geen huizen in waar een priester
of misdienaar zich bevindt.
Leprechauns
De
bekendste Ierse elf is de leprechaun. De naam is mogelijk afgeleid van
het Ierse leath bhrogan – schoenmaker – of lucharma'n – pigmee.
Leprechauns zijn kleine, oud uitziende mannen die vaak beschonken worden
aangetroffen door
zelfgebrouwde likeur. Ze zijn echter nooit zo dronken dat ze hun
schoenmakerswerk niet kunnen doorzetten.
Leprechauns zijn naast schoenmakers de bewakers van de oude schatten die
door de Denen in Ierland zijn
achtergelaten. Deze schatten worden door hen begraven in grote potten.
Hierom vermijden ze dan ook contact met mensen, die ze dom en gierig
vonden. Mensen vinden hem meestal door het geluid van zijn hamerslagen
op de schoenen die hij maakt. Wanneer een leprechaun dan wordt gevangen,
belooft hij hem grote rijkdom als hij vrij wordt gelaten. Daarna geeft
hij de mens een zilvere shilling die als hij weg is meteen weer in zijn
beurs terecht komt, of in nijpende situaties een gouden munt die
meestal tot as of bladeren vergaat. Als een mens zo dom is om van de
leprechaun weg te kijken, verdwijnt hij meestal onmiddellijk. De
ondeugende versie van de leprechaun is de cluricaun. Deze komt vooral 's
nachts tevoorschijn en haalt kattenkwaad uit, steelt of leent dingen
ongevraagd, rooft wijnkelders en voorraadkasten leeg of gaat uit rijden
met een van de dieren van een boerderij.
Meermensen
Ierse
meerminnen zijn betoverend mooi en verleidelijk en verschillen van de
mensen omdat hun voeten platter zijn en ze zwemvliezen tussen hun
vingers hebben. Meermannen zijn juist lelijk en geschubd, met
varkensachtige trekken en lange, puntige tanden. Meermannen komen
nauwelijks voor in Ierse mythen. Als
bewoners van Tir fo Thoinn, het land onder de golven, hebben ze een
aangeboren hekel aan mensen en in sommige delen van Ierland worden ze
gezien als boodschappers van dood en ongeluk. Er zijn echter wel veel
verhalen waarin een mensenman een verbintenis met een meermin aangaat en
verschillende beroemde families claimen af te stammen van zo‛n huwelijk.
Meermensen hebben speciale kleding om door het water te reizen. In het
zuiden dragen ze een cohullen druith, een kleine rode hoed van veren. In
het noorden lijken ze erg op selkies, terwijl ze zich kleden met een
mantel van zeehondenhuid en in de gedaante van zeehonden rondzwemmen.
Als meermensen op het land komen, doen ze hun kleding af en als een mens
hun hoed of mantel vinden, heeft hij of zij de macht over de meermin,
omdat ze de zee niet meer in kan. Zo kan een visser
een
meermin dwingen met hem te trouwen, maar uiteindelijk zal ze haar
kleding terugvinden en haar man en kinderen verlaten.
Pooka's
De
meest gevreesde Ierse elf is de pooka. Hij verschijnt
altijd na zonsondergang, meestal in de vorm van een donker paard met
wilde manen en
gele ogen. Hij zwerft over het
platteland en vernielt daar hekken en oogsten en jaagt het vee op de
vlucht. De pooka kan er daarnaast ook uitzien als een kleine, verwrongen
kabouter, een boeman, een grote adelaar en een zwarte geit. Alleen al
het zien van een pooka kan kippen doen stoppen met eieren leggen of
koeien met melk geven. De pooka heeft een menselijke stem en daarom kan
hij in Down een aandeel in de oogst opeisen en in de rest van
Ierland boeren roepen om hem te vergezellen op zijn
nachtelijke plundertochten. Wanneer een boer weigert, zal het zijn land
zijn dat wordt vernield. De pooka is echter in sommige gevallen niet zo
gevaarlijk, wanneer hij met respect wordt behandeld. Dan is hij zelfs
behulpzaam en kan hij profetieën en waarschuwingen geven. Er is maar een
iemand geweest die op een pooka heeft gereden, en dat is Brian Boru, de
hoge koning van Ierland. Met een speciale teugel waarin drie pookaharen
waren verwerkt, wist hij op de pookarug te blijven zitten totdat die
uitgeput toegaf. De koning liet hem beloven nooit meer christenen en
Ieren aan te vallen, behalve als ze dronken of kwaadwillig waren.
Wisselingen
Een
wisseling is een elf die met een mens is verwisseld. Dit gebeurt meestal
met kinderen, maar het komt ook voor met volwassenen.
Wanneer een kind
wordt verwisseld, is dat
meestal met een elfenkind, maar ook wel eens met een seniele elf
die als kind is vermomd of een levenloos iets dat door magie het
uiterlijk van een kind heeft gekregen. Veel
elfenkinderen sterven voor hun geboorte en degenen die in leven blijven
zijn vaak misvormd en verminkt. Hierom willen de ouders hun kind niet
houden en proberen ze de kinderen om te
wisselen met gezonde mensenkinderen. Als dat is gelukt, hebben deze
wisselkinderen slechte invloed op het huis waar ze in geplaatst worden.
Ze huilen en schreeuwen de hele dag door en zijn alleen maar blij als er
een ongeluk is gebeurd. Het enige voordeel dat een wisselkind kan
brengen is zijn talent voor muziek. Hij speelt vaak viool of Irish pipes
en doet dat met zo‛n vaardigheid dat iedereen blijft luisteren.
Wisselkinderen hebben gele, perkamentachtige huid en donkere ogen die
een wijsheid tonen, veel ouder dan de schijnbare leeftijd. Hun benen
zijn dun en hun armen zijn gebogen en bedekt met licht haar. Ook zijn
wisselkinderen vaak mismaakt met bijvoorbeeld een bochel of een lamme
hand. Twee weken na de verwisseling hebben ze al tanden en daarom
drinken ze ook geen moedermelk, maar eten alles wat hun wordt voorgezet.
Volwassen wisselingen lijken precies op de weggenomen persoon, maar zijn
afstandelijk, ruzieachtig en ongeďnteresseerd in vrienden of familie.
Een wisselkind leeft vaak niet lang in de sterfelijke wereld, meestal
maar een paar jaar. Wanneer hij wordt begraven, verandert hij in een
stuk hout. Om een kind te beschermen tegen verwisseling moet men de baby
snel dopen, niet al te veel bewonderen en beschermen met kruisen,
ijzeren voorwerpen en kleding van de vader. Er zijn daarnaast
verschillende manieren om
wisselingen weg te jagen. Je kan hem bijvoorbeeld uit het huis jagen,
waarna het echte kind of de volwassene ongedeerd
terugkeert. Ook het noemen van de ware leeftijd van de
wisseling doet hem wegrennen en wanneer hij gedwongen wordt thee van
vingerhoedskruid vlucht hij terug naar het elfenrijk. Over het algemeen
zijn wisselingen bang voor vuur en hitte.
Zie ook:
Koning Arthur
Het Welsh
Kelten, Saksen en Vikingen
|







|
|
|