De slag bij Falkirk

Koning Edward de 1ste ontving het nieuws van de Engelse nederlaag bij Stirling tijdens zijn campagne in Frankrijk en Vlaanderen. Nadat hij een wapenstilstand met Philips de Schone had gesloten, formeerde hij meteen een leger om tegen Wallace op te trekken. Uit voorzorg verplaatste hij zijn regering en hof naar York, waardoor hij nieuws uit het noorden sneller zou horen. In april presenteerde Edward zijn strategie aan de Engelse regering. De personen die het plan zouden afwijzen werden meteen verraad ten laste gelegd.
Na goedkeuring van het parlement verzamelde Edward op 25 juni zijn totale leger in Roxburgh. Het leger bestond uit 2.000 man cavalerie, 14.800 Engelse en 10.900 Welshe infanterie. Een groot gedeelte van de Welshe infanterie waren gewapend met een longbow, waarmee ze tot een halve kilometer ver konden schieten.
In het begin van juli begon het leger met zijn opmars naar het noorden. William Wallace, die op dat moment Guardian of Scotland was, beval de bewoners van de borders hun landerijen in brand te zetten en zich terug te trekken. Hierdoor kwam het Engelse leger zonder voedsel te zitten en moest het verder het vijandelijke gebied intrekken. Edwards enige bevoorradingsvloot was vertraagd door slecht weer en toen het leger in centraal Schotland aankwam, waren de eerste soldaten gestorven door honger, vooral de Welshe infanterie had hieronder te lijden. Het leger had zijn kamp opgeslagen bij Temple Liston, in de buurt van Edinburgh, toen er een incident plaatsvond. Een deel van de Welshe infanterie liep over naar de Schotten en viel de onvoorbereide Engelse cavalerie aan. Deze actie had succes, hoewel er 80 Welshmen stierven, was het moreel van de Engelsen flink gezakt. Het leger was verzwakt door honger en desertie, maar Edward kreeg de discipline weer in zijn ijzeren hand.
Hij stond op het punt Edinburgh plat te branden, toen hij bericht kreeg dat William Wallace en zijn leger in de Callendar woods, die bij Falkirk liggen, zijn positie in had genomen. Wallace’ tactiek was goed doordacht, de bossen waren groot genoeg om een oorlog in te voeren en door de bomen kon het Engelse leger zowel zijn cavalerie als zijn boogschutters niet gebruiken. Toen Edward het nieuws vernam sprak hij de woorden God lives... they need not pursue me, for I will meet them this day. Vervolgens trok hij naar Wallace’ gebied.
Het Schotse leger bestond zoals bij Stirling Bridge voornamelijk uit speren. Wallace had de schiltromformatie ontwikkeld, waarbij de speren in een cirkelvormige positie stonden. Doordat de afstand tussen de mannen klein was, beschermde de ene man zijn wapenbroeder naast hem met zijn schild. Vooral cavalerie was niet goed bestand tegen deze formatie. De gaten tussen de schiltrom eenheden werden gevuld met longbowmen. De Schotten namen net als de Engelsen de longbow over van de Welshmen waardoor beide partijen er mee gewapend waren.
Op 22 juli zag de Engelse cavalerie de locatie van de Schotten. Meteen zette de earl van Norfolk de aanval in met de linkerflank Engelse cavalerie. De ruimte die de cavalerie had om snelheid te maken was klein en de eenheid liep tegen de speren op. De Schotse cavalerie die niet in het gevecht betrokken was, verliet het veld, voor de veldslag waren hun leiders omgekocht door koning Edward. De Schotse boogschutters die onder bevel stonden van sir John Stewart en zijn jongere broer de High Stewart bleven tijdens de Engelse charge staan en werden al snel verslagen. De schiltroms hielden daarentegen heldhaftig stand, ze vingen de klap die de Engelse cavalerie aanrichtte op met hun schilden.
Koning Edward arriveerde precies op tijd om de situatie te beoordelen. Hij beval zijn cavalerie terug
 te trekken en besloot dezelfde tactiek te gebruiken als hij eerder tegen de speren van Wales had gedaan op Maes Madog, hij zette zijn infanterie in. Nu hadden de 6.000 Schotten het op te nemen tegen de 25.700 man sterke infanterie. De Schotten kregen daarbij de overhand. De Welshmen waren nog geschrokken van de slachting die de vorige dag plaats had gevonden en de Schotten hadden het terrein mee.

Toen de slag in volle gang was liet koning Edward zijn boogschutters schieten op de vechtende massa. De schiltroms waren hier totaal niet op voorbereid, mede omdat de de Engelsen nu ook zijn eigen soldaten beschoten. De schiltroms konden zich niet onder hun schilden verbergen en zaten vast in hun positie. De slag was verloren voor de Schotten. Edward liet zijn cavalerie uitrijden om de vluchtelingen af te slachten. Een derde van Wallace’ leger sneuvelde, een derde deserteerde en de rest bleef William Wallace volgen, die via de bossen wist te ontsnappen. De Engelse cavalerie durfde het niet te riskeren deze te betreden.
Aan beide zijden stond het dodental ongeveer op 2.000 man. De Engelsen hadden de schiltromformaties stand zien houden en hadden hier hun leer uit moeten trekken. Dit deden ze echter niet en hun verlies op Bannockburn was daar het gevolg van.

Voor Engeland was Falkirk een overwinning, deze was ze bijna ontglipt door de arrogantie van de edelen die meteen op de vijand afstormden. De manier van oorlogsvoering veranderde, de Schotten wisten dit en speelden hier slim op in. De slag bij Falkirk was minder beslissend dan die eerder bij Dunbar had plaatsgevonden. Schotland kon na de slag niet veroverd worden, voornamelijk door de tactiek van de verbrande aarde. Edward was genoodzaakt terug te trekken naar Engeland om daar verse troepen te halen, onderweg deserteerden veel soldaten en het nieuwe leger kon niet meer worden geformeerd. Edward probeerde verdere desertie tegen te houden door de soldaten Schotse landerijen te beloven, maar zelf zou hij Schotland nooit meer veroveren.

Zie ook:

William Wallace
De slag bij Stirling Bridge
De slag bij Bannockburn

Celtic Webmerchant:

c         Schotse
Schotse claymore
  € 77,15               Kroningszwaard  € 87,25              Claymore  € 92,05      

 

copyright © 2008 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden.           Sitemap  Contact