Gallowglasses

 

Aan de Schotse westkust liggen ontelbaar veel eilanden. Deze eilanden zijn van oudsher het gebied van de Heer van de eilanden, die afstamden van Somerled, een Noors-Keltische krijgsheer. Somerled versloeg Goraidh van het eiland Man en nam zo de eilanden aan de noord-westkust van Groot-Brittannië in.

De eerste vermelding van deze krijgers is rond 1259, toen 160 van hen als bruidschat werden meegegeven met de dochter van Dubhghall MacRuairi, koning van de Hebriden, die trouwde met Aedh O‛Connor, zoon van de koning van Connacht. De Ieren noemden deze krijgers gall oglaich, buitenlandse strijder. In Engeland stonden ze beter bekend als galloglass of gallowglass. Deze soldaten wapenden zichzelf als Vikingen en vochten met de tactieken van de Kelten. Ierse legers zagen pas goed wat de gallowglass kon, toen Edward Bruce in 1318 met een leger vanuit Schotland naar Ierland kwam. Een groot deel van het leger werd gevormd door gallowglasses. De soldaten van de eilanden vormden ook een grote eenheid tijdens de campagnes van Robert the Bruce en tijdens de slag bij Bannockburn in 1314. De gallowglasses kregen al snel de reputatie van dapperheid op het slagveld, aangezien ze zich liever doodvochten dan terugtrokken. Ierse graven en prinsen begonnen de soldaten te rekruteren vanaf de Schotse eilanden.

Wapenuitrusting

De gallowglasses waren zwaar bewapend en vrijwel over het hele lichaam beschermd door maliën. Ze vormden een professioneel leger dat al getraind was voordat het werd gehuurd. Dit gaf de Ieren de mogelijkheid serieuze oorlogen te voeren tegen de Engelse binnendringers. Door de eeuwen heen maakten de Ieren dan ook dankbaar gebruik van deze mogelijkheid.
In het begin werd de gallowglass betaald in vee, wat vrij normaal was voor die tijd. De gehele economie draaide tenslotte om het houden van vee, dat voedsel en kleding verschafte. In eerdere perioden verdiende een gallowglass twee stuks veel per seizoen naast maaltijden met boter en varkensvlees. In latere tijden betaalden sommigen de gallowglass uit in landerijen. Hierdoor vestigden de gallowglasses zich langzamerhand in Ierland. Dit stelde de lokale graaf of koning in staat altijd een beroep te doen op deze soldaten. De bekendste gallowglassfamilies waren MacSuibhne (MacSweeney), MacDomhnaill (MacDonnell), MacSiothaigh (MacSheehy), MacDubhgaill (MacDougall), MacCaba (MacCabe) en MacRuari (MacRory). In Ierland was het een wet dat een aanval op een gallowglass een aanval op de lord zelf betekende. Dit toont aan hoeveel waarde de Ierse samenleving aan de gallowglass hechtte.


Organisatie en tactiek
“The galloglaich are picked and select men of great and mighty bodies. The greatest force of the battle consisteth in them, choosing rather to die than to yield, so that when it cometh to bandy blows, they are quickly slain or win the field.” De gallowglass stond niet alleen hoog in het aanzien bij de Ieren, ook de Engelse geleerden schreven over hen. Sommige gingen daarin zover dat ze de gallowglass verant¬woordelijk zagen voor “a castle of bones” op het slagveld.
Een spion van koningin Elizabeth de 1ste schreef: “a battle of galloglaich be 60 or 80 men harnessed on foot with sparrs, every one where of hath his knave to bear his harness, where of some have spears, some have bows” Een gallowglass die eigen land had, werd meestal vergezeld door twee kerns of een kern en een paardenjongen. De kern droeg de bepantsering en de paardenjongen zorgde voor zijn maaltijd en het kampement. Op het slagveld maakte de kern gebruik van werpsperen en stokwapens. Paardenjongens waren gewapend met een Ierse boog of eveneens met een serie werpsperen. Het trio vocht als één eenheid, die sparr werd genoemd. De naam sparr is te danken aan de bijl die de gallowglasses vaak gebruikten. De gepantserde gallowglass vocht aan de voorkant en werd ondersteund door de kern met zijn stokwapen, terwijl de paardenjongen de vijand onder vuur nam. Hierdoor werd het de vijand onmogelijk gemaakt een gat te vormen in de Ierse linie.
Op het slagveld waren de gallowglasses geformeerd in eenheden die de corrughabh werden genoemd. Deze formatie bestond uit 60 tot 100 gallowglass plus hun kerns en paardenjongens aan warden toegevoegd. Zo kon een corrughabh bestaan uit 300 man. In praktijk was dit zelden het geval, vaak waren het ongeveer 80 Gallowglass en zoveel mogelijk kerns en paardenjongens. Aan het hoofd van een corrughabh stond de consapal of aanvoerder, vaak was deze persoon zelf ook een gallowglass. De consapel verdiende jaarlijks wel 36 stuks vee en veel wapentuig en paarden die hij buitmaakte. Een consapal kon een gevolg van 13 personen hebben. Deze leger. Hier keek de huurder de consapal ook op aan en mocht hij niet genoeg soldaten bij elkaar kunnen brengen, moest hij daarvoor betalen. In 1512 vermeldde een Engelse spion dat er ongeveer 59 corrughadh in Ierland aanwezig zouden waren, alle onder het bevel van een chieftain of graaf. In de Ierse oorlogvoering werden gallowglasses op het open veld samen met andere Ierse legers ingezet. Toen de bepantsering van de Engelse toepen echter zwaarder werd, gebruikten de Ierse bevelhebbers de gallowglasses als stoottroepen om hinderlagen op te zetten. De kerns en paardenjongens werden ingezet om vanuit de bossen het Engelse leger met pijlen en speren te bestoken. Nadat de vijand voldoende in verwarring was gebracht, werden de gallowglasses ingezet voor een charge. Deze tactiek werkte keer op keer en de Engelse bevelhebbers vreesden voor de gallowglass.

Kleding & wapenrusting
“Armed in a long shirt of mayle down to the calfe of the leg, with a long broad axe in his hand.. .yet sure they are valiant and hardie, for the most part great endurers of cold, labour, and all hardnesse, very active and strong of hand, very swift of foot, very diligent and circumspect in their enterprises” Dit citaat geeft duidelijk de wapenuitrusting van een gallowglass tussen 1350 en 1450 weer. Hun basiskledij bestond uit verschillende delen, maar de wapens van de gallowglasses verschilt. De léine werd over het algemeen door de rijkere Kelten in Ierland en Schotland gedragen. Het ontwerp heeft veel weg van een Romeinse tuniek. Veel léines waren in aardkleuren geverfd, van gebroken wit tot aardebruin. Léines konden zowel korte als lange mouwen hebben, maar de lengte was altijd tot net iets onder de knie. Om hun middel droegen gallowglasses een leren riem. Waarschijnlijk droegen ze ook een brat, mantel, hoewel er geen enkele gallowglass met een mantel is afgebeeld. Mantels boden de soldaten warmte en een deken om in te slapen, wat juist in Schotland en Ierland nodig is. Er zijn daarnaast ook geen afbeeldingen van schoenen van gallowglasses gevonden. Gezien het klimaat in Ierland en Schotland, is het het meest logisch dat ze wel schoenen droegen. Bij de gallowglasses die in Engelse dienst vochten, is het opvallend dat zij een broek of beenlingen droegen. Waarschijnlijk komt dit doordat de rest van het Engelse leger ook gebruik maakte van deze kleding,
waardoor het makkelijker beschikbaar was. Op het slagveld maakte de gallowglass vaak gebruik van een sparth of gallowglass axe van ongeveer 186 cm lang. Het is niet duidelijk welke vorm de bijlkop had, aangezien deze op afbeeldingen verschillende malen anders wordt weergegeven. Er zijn een paar afbeeldingen teruggevonden waarbij de gallowglass gebruik maakt van een speer. De meesten maakten daarnaast gebruik van een eenhandig zwaard in combinatie met een schild, die afgewisseld konden worden door de bijl. Ook zijn er afbeeldingen van gallowglasses met tweehandige zwaarden. In latere periodes maakte de gallowglass mogelijk ook gebruik van de Schotse claymores, maar deze wapens worden gewoonlijk geassocieerd met de Schotse Redshanks die als huursoldaten naar Ierland kwamen. Aan de wapenrusting was een gallowglassmes of dolk toegevoegd als secundair wapen op het slagveld. Deze dolk had waarschijnlijk relatief veel weg van de Schotse scian. Veel gallowglasses waren uitgerust met een helm, het meest voorkomende soort helm was de bascinet, een helmtype dat vanaf halverwege de 14de tot in de vroege 17de eeuw werd gebruikt. Daarnaast waren ook allerlei Engelse en Ierse helmen in omloop. Een wambuis of cotún van zwaar linnen beschermde de krijgers tegen verwondingen op het slagveld, hier overheen werd regelmatig een maliënkolder gedragen. Maliënkolders waren echter erg duur waardoor alleen de rijksten er een konden veroorloven. Gallowglasses in gedichten De gallowglass krijgers speelde een cruciale rol in de Ierse geschiedenis. Deze rol is vastgelegd in verschillende
gedichten van de Ierse barden en van sommige chieftains uit de hooglanden. Uit deze dichtkunst kan de (symbolische) macht van de gallowglass worden opgemaakt. Gedichten waren van groot belang in de Keltische cultuur. Een gedicht kon dan ook zelfs meer waarden hebben dan een veestapel. Het is mogelijk dat enkele van deze gedichten over de Gallowglass zijn geschonken als betaling voor hun daden. Andere gedichten gingen juist over het onrecht dat een chief of lord was aangedaan door de Gallowglass of een gallowglass familie. Opvallend is dat de gedichten allemaal gaan over de machtige krijgsdaden, campagnes of rooftochten van de Gallowglass, hierbij komt vaak de machtige vloot van de Gallowglass clans bij kijken. Blijkbaar was deze opvallend groot en kwamen de Gallowglasses dan ook in grotere getalen.


Zie ook:

Keltische schepen op de Ierse zee
MacSoreley
Finlaggan

Celtic Webmerchant:

        
     Galloglass helm 140,-                    Galloglass wambuis 100,-                      Iona cross 14,75

 

copyright © 2008 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden.           Sitemap  Contact