Gebedenboekopstand

In het grootste deel van de 15de en 16de eeuw was het onrustig in Cornwall. Hoewel de Saksische en Normandische invasie vele eeuwen geleden was, waren de Cornishmen nog steeds een relatief apart volk. Ze spraken nog steeds hun eigen taal en hun land bestond door de Stannary wetten als een zo goed als onafhankelijk naast Engeland. In ruil voor een belastingsysteem kon het zogenaamde Stannary parlement ongewenste wetten in Cornwall en een groot deel van het tegenwoordig Devon ongedaan maken.

In 1497 legde Henry de 7de in zijn hele rijk extra belastingen op, zodat hij James de 4de van Schotland kon bevechten. Het gevolg hiervan was in Cornwall de Cornishe rebellie van 1497. Veel mensen werden hierna geëxecuteerd en hun land werd in beslag genomen. Anderen kregen nog eens extra boetes naast de al opgelegde belastingverhoging.

Na de reformatie van Henry de 8ste, werden tussen 1536 en 1548 in Engeland, Wales, Ierland en Cornwall vele kloosters vernietigd. Het nieuwe anglicisme was echter vrijwel gelijk aan het rooms-katholicisme gebleven.

In 1547 stierf Henry met zijn 9-jarige zoon Edward de 6de als erfgenaam. Zijn oom, Edward Seymour, werd zijn beschermer.  De schatkist was leeg, de prijzen daalden in het land, terwijl de werkloosheid toe was genomen doordat veel kloosters in beslag waren genomen. Seymour probeerde de Schotten nog over te halen met Engeland samen te gaan, wat niet lukte, en viel daarna Schotland binnen, waarbij hij ze versloeg bij de slag bij Pinkie en de Schotse koning James de 5de doodde. Op religieus gebied voerde Seymour de protestantse reformatie met gematigdheid door en herriep de wetten van ketterij van Henry de 8ste in, zodat het geen verraad meer was als iemand de leiderschap van de koning over de kerk in twijfel trok.

Er bestond echter onrust in Cornwall vanwege het nieuwe anglicisme. Vooral de Cornishsprekende Kelten in het westen waren erg gehecht aan de rooms-katholieke kerk en waren dus tegen een of ander geloof dat hun van bovenaf opgelegd werd. Nadat eerst de kloosters waren verdwenen, waren nu de Rooms-katholieke kapellen, instituten en kerken aan de beurt. De relikwiekist met St. Petrocs overblijfselen moest hierom worden overgeplaatst naar een veiligere plek. Duizenden instellingen werden verbeurd verklaard, alle kostbaarheden werden weg geroofd en de gebouwen werden verkocht. Waarschijnlijk zou dit nog wel geaccepteerd worden, als de doorvoeringen met enige tact werden gebracht, maar dit was niet het geval. De commissarissen van de koning liepen met de buit van hun rooftochten open en bloot rond en lieten delen van het zilverservies voor de communie omsmelten tot eigen gebruik. Kandelaren, as, palmtakken en andere rooms-katholieke spullen mochten niet meer gebruikt worden, alle beeltenissen moesten worden weggehaald en het brood en water mocht niet meer worden ingezegend voor de communie en de wassing.

Op 5 april 1548 werd sir William Body, aartsdeken van Cornwall, in Helston opgewacht door een menigte Cornishmen die mogelijk drieduizend man groot was. De groep parochianen uit St Keverne werd geleid door hun priester. Body vluchtte een huis in, maar werd achtervolgd en doodgestoken.Op 28 mei werden negen mensen opgehangen, verdronken en gevierendeeld voor deze moord.

In 1549 voerde het parlement de Akte van Uniformiteit door, waarin werd bepaald dat het Boek van Gemeenschappelijk Gebed de richtlijn van de nieuwe kerk werd en in geheel Brittannië gebruikt moest worden. Op Pinksteren was de eerste dag dat deze versimpelde versie van de mis inging, maar in Stanford Courtney, Devon, wilde de gemeente dat de priester zijn oude gewaad weer aandeed en hun de mis opdroeg. Deze beweging breidde zich uit naar de rest van Devon en Cornwall en binnen enkele dagen vroegen vrijwel alle Cornishmen om een rooms-katholieke kerkdienst.

In Bodmin breidde het protest zich uit tot een opstand onder leiding van de burgermeester, Henry Bray, en twee katholieke landeigenaren, sir Humprey Arundell of Helland en John Winslade van Tregarrick. Zij groepeerden een vrijwillig leger en marcheerden daarmee oostwaarts, ondertussen de kastelen overvallend waar de lagere adel zich in had verscholen. De vrouwen werden ontdaan van hun rijkdommen, de mannen werden gevangen genomen. In juli 1549 was het leger enkele duizend gewapende boeren groot en bevond het zich voor de poorten van Exeter.

Terwijl de Engelsen probeerden een leger op de been te brengen, zonden ze sir Peter en Gawen Carrew om de rebellen in Devonshire rustig te houden. Maar zij waren juist het soort waar de mensen tegen in opstand waren gekomen, die de oude katholieke religie verbanden om plaats te maken voor de protestantse reformatie. De twee broers werden weggejaagd en de Devoners namen gevangen wie ze konden pakken. Hierna verschansten ze zich achter de rivier de Clyst, vier mijl ten oosten van Exeter.

Tegen het einde van juni arriveerden de Cornishmen daar en de beide strijdkrachten trokken ze op naar Exeter, waarbij ze hoopten dat de stedelingen zich bij hen zouden aansluiten. De burgermeester liet echter de deuren sluiten en een beleg van vijf weken begon. Nu stelden de opstandelingen hun eisen duidelijk op en stuurden ze naar het parlement. Ze vroegen om de herinvoering van de katholieke mis, inclusief haar rituelen en spreektaal, het Latijn, en om de opheffing van extra belasting. Daarnaast wilden ze dat de helft van de kloostergrond door de lagere adel teruggegeven zou worden.

Lord John Russell en zijn zoon Francis waren echter aan het begin van de maand juli in Honiton gearriveerd en bleken niet van plan met de eisen van de opstandelingen in te stemmen. Ze hadden een klein leger, maar wachtten op Italiaanse en Duitse musketiers – een vernedering voor elk zichzelf respecterend land, het gebruik van huursoldaten tegen landgenoten.

Exeter kon niet langer uithouden en stond op het punt zich over te geven, maar ook de rebellen zaten in een benarde positie aangezien ze niet konden wachten totdat de huurlingen zich bij de Engelsen hadden aangesloten. Ze staakten het beleg en trokken naar Fenny Bridges, drie kilometer van de kampplaats van Russell, om hem aan te vallen. Russell was hen echter te slim af en viel ze onverwacht aan in de drassige weidegronden. Een andere groep Cornishmen redde het leger, de beide troepen werden desondanks teruggedreven.

Een paar dagen later arriveerden de huursoldaten en Russell ging over tot de aanval. Hij verliet Honiton op 3 augustus en kwam de volgende dag bij de rivier bij Clyst St Mary. Nadat er alarm was geslagen, beval hij dat alle 900 ongewapende gevangenen geëxecuteerd moesten worden. Dit was in 10 minuten gebeurd.

Op 5 augustus waren de rebellen omsingeld en konden ze geen kant meer op. Russell viel aan en het gevecht was bloederig en wreed. De Devoners trokken noordwaarts naar de vallei van de Exe, waar ze in de pan werden gehakt door sir Gawen Carew. De lichamen van de lijken hing hij op in een route van Duntser tot Bath.

Russell bleef nog tien dagen in Exeter om zijn overwinning te vieren en maakte de leiders van de rebellie af. Een daarvan was Robert Welsh, een priester, die aan de toren van zijn eigen kerk werd gehangen. Hij was het juist die de opstandelingen ertoe over had gehaald de onschuldige bewoners van Exeter te sparen en de stad niet in brand te zetten.

Hierna bereikte Russell het bericht dat de rebellen zich opnieuw hadden verzameld bij Arundell en dat ze bij Sampford Courtenay lagen. Russell trok er snel naar toe, met zijn troepen en nieuwe versterkingen Welshmen. Na een gevecht op de avond van 17 augustus werden de rebellen definitief verslagen. Arundell, de burgermeester, en Winslade, de landeigenaar, vluchtten, maar werden beide gevangen genomen en naar Londen gebracht.

Circa 4.000 Cornishmen werden gedood tijdens de Gebedenboekopstand en nog eens 1.000 werden hierna opgehangen, wat de bevolking naar schatting 1/10 kleiner maakte. Veel van de doden spraken Cornish en vormden de kern van de Cornishsprekende gemeenschap.

Pader agan Arloedh
Agan Tas ni, usi y'n nev.
Bennigys re bo dha Hanow,

Re dheffo dha Wlaskor, dha vodh re bo gwrys,
y'n nor kepar hag y'n nev.
Ro dhyn ni hedhyw agan bara pub dydh oll;
ha gav dhyn agan kammweyth, kepar dell avyn nyni
dhe'n re na usi ow kammwul er agan pynn ni.
Ha na wra agan gorra yn temptyans,
Mes deliver ni a-dhiworth drog.
Rag dhiso jy yw an wlaskor,
ha'n galloes, ha'n gordhyans, bys vykken ha bynari..
Andelna ra bo
 

     

 

copyright © 2008 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden.           Sitemap  Contact