Henry Benedictus Stewart

Henry Benedictus Maria Clement Thomas Francis Xavier Stewart werd op 6 maart 1725 geboren in het Palazzo Muti – het hedendaagse Palazzo Balestra – in Rome. Hij was de jongste zoon van James Stewart, de rechtmatige koning van Groot-Brittannië, en zijn vrouw, Maria Clementina Sobieska, dochter van de kroonprins van Polen. Door zijn geboorte droeg hij de titels van prins van Engeland, Schotland, Frankrijk en Ierland. Vlak hierna trad hij toe tot de hoge adel van Engeland met de titel hertog van York.

Op de dag van zijn geboorte werd Henry in het Palazzo Muti gedoopt door paus Benedictus XIII zelf. Tijdens zijn jeugd verbleef hij in zijn vaders verblijven in Rome, Albano en Bologna. Hij was net als zijn broer Charles Edward een intelligente jongen en er wordt gezegd dat hij beter kon schrijven en spellen dan hij. Van zijn moeder erfde hij de devotie aan de katholieke kerk. Rond zijn zeventiende plande hij zijn tijd al zorgvuldig, zodat geen minuut verspild was. Henry was een redelijk knappe jongeman met dezelfde ogen, maar zonder dezelfde lengte als zijn broer. Hij had een introvert, voorzichtig karakter dat minder enthousiast was dan dat van Charles.

In oktober 1745 reisde hij af naar Parijs om Franse steun voor de campagne van zijn broer Charles in Groot-Brittannië te krijgen. Henry kreeg Franse troepen, artillerie en schepen toegezegd. Er ontstond echter veel vertraging en noch Henry, noch de Franse troepen arriveerde in Schotland om de opstand te steunen, die bedoeld was om Henry’s vader de kroon van Groot-Brittannië terug te geven.

In mei en juni 1746 vond Henry’s enige militaire ervaring plaats tijdens de belegering van Antwerpen. Ergens in oktober verliet hij de belegering en ging naar Clichy, bij Parijs. Hij was aanwezig toen zijn broer weer aan land kwam van de mislukte opstand en omhelsde hem. Samen gingen ze hierna in Clichy wonen. Hoewel op het eerste gezicht leek dat zij hun goede verstandhouding voortzetten, bleken ze al snel niet veel meer gemeen te hebben. Charles verweet Henry dat hij niet genoeg zijn best had gedaan voor de opstand en Henry was hierdoor gekwetst, omdat hij vond dat hij er niets aan kon doen aangezien hij geen gezag bij de Franse vloot had bezeten.

Het volgende jaar reisde Henry af naar Rome, om zijn carrière in de katholieke kerk na te streven. Dit deed de relatie tussen de broers verergeren, omdat Charles dacht dat dit zijn positie bij de protestantse Engelsen zou aantasten. Henry kreeg op 30 juni echter het tonsuur. In diezelfde maand had paus Benedictus XIV verklaard dat hij hem als lid van het college van kardinalen wilde hebben. Op 3 juli werd hij tot kardinaal-diaken benoemd en zes dagen later tot kardinaal van de Santa Maria in Portico te Rome. Vanaf die dag noemde hij zichzelf kardinaal hertog van York.

Hij werd op 27 augustus 1747 tot subdiaken en op 18 augustus 1748 tot diaken gemaakt. Op 1 september dat jaar werd hij officieel tot priester benoemd. Hierna werden veel kerkelijke taken aan hem toegewezen. In 1751 werd hij aartspriester van de Vaticaanse basiliek. Op 18 december 1752 werd hij tot kardinaal-priester van de basiliek van Santi Apostoli in Rome benoemd. Op 13 maart 1758 gaf Benedictus XIV hem de titel van camerlengo, vanwege deze titel kreeg hij na de dood van de paus op 3 mei dat jaar de leiding over de katholieke kerk totdat de nieuwe paus, Clemens XIII, was aangewezen.

Op 2 oktober 1758 benoemde Clemens XIII Henry tot aartsbisschop van Corinthe en op 19 november tot de bisschop van de Basiliek Dei Santi XIII Apostoli, waar hij eerst kardinaal-priester was hij geweest. Op 12 februari 1759 verplaatste Henry zijn zetel van de Santi Apostoli naar de basiliek van Santa Maria in Trastevere, eveneens in Rome gelegen. Henry kreeg de titel van kardinaal-bisschop van Frascati op 13 juli 1761. Op 24 januari 1763 werd hij vice-kanselier van de heilige rooms-katholieke kerk, een benoeming die hij tot zijn dood hield.

De volgende veertig jaar leefde Henry grotendeels in Frascatti, ongeveer vijftien kilometer ten zuiden van Rome. Hij was een zeer actieve bisschop en wordt ook vandaag de dag nog in deze stad herdacht om zijn werken van liefdadigheid. Hij heeft onder andere een seminarie (priesteropleiding) met een zeer uitgebreide bibliotheek gesticht. Naast zijn woning in Frascatti had hij ook een verblijf in Rome in de Palazzo della Cancelleria.

Toen in 1765 duidelijk was dat zijn vader, de verbannen James de 3de en 8ste, stervende was, stuurde Henry een brief aan Clemens XIII, waarin hij zonder succes probeerde pauselijke erkenning voor zijn broer als Charles de 3de van Groot-Brittannië te krijgen. Hij ging naar het Palazzo Muti en verzoende zich met zijn broer, hoewel ze het op bepaalde punten nooit eens zouden worden. Henry protesteerde tegen Charles’ onwettige dochter Charlotte en met name tegen het feit dat haar vader haar Her Royal Highness noemde. Later ontwikkelde hij echter een goede relatie met zijn nicht en grotendeels dankzij haar konden de broers beter met elkaar opschieten.

In januari 1784 leek het erop dat ook Charles snel zou sterven en Henry publiceerde een aankondiging waarin hij zijn recht van opvolging uitlegde. Toen Charles op 31 januari 1788 inderdaad stierf, claimde Henry al zijn rechten. Vanaf dat moment werd hij door de Jacobites erkend als koning Henry de 9de. Hij begon de titel ‘kardinaal die hertog van York wordt genoemd’ te gebruiken, om aan te geven dat dit niet meer zijn werkelijke titel was. Daarnaast liet hij zijn wapenschild veranderen van dat van een tweede zoon in dat van een koning. De leden van zijn huishouden noemden hem voortaan zijne majesteit. Intussen waren in Schotland de Highland Clearances in volle gang en werd de Schotse bevolking naar alle uithoeken van de wereld gedeporteerd.

Henry’s financiële situatie veranderde drastisch in de late jaren ’90 van de 18de eeuw. Het grootste gedeelte van zijn leven was hij zeer rijk geweest, doordat hij veel geld en juwelen van zijn Poolse grootvader, de koning, had geërfd en verschillende giften van de kerk had ontvangen. Zijn kas werd echter in 1798 grotendeels geleegd toen hij meebetaalde aan de afkoopsom voor het Napoleontische leger, zodat dat Rome niet zou plunderen. Door de revolutie in de rest van Europa kreeg de kardinaal daarnaast geen inkomen meer uit Frankrijk en Spanje. Hij moest naar Napels vluchten voor de revolutionairen, waardoor hij veel van zijn bezittingen verloor, en zag zich genoodzaakt door geldgebrek een aantal juwelen van zijn grootvader te verkopen.

Vele jaren lang hadden de Jacobites geprobeerd de bruidsschat van Henry’s grootmoeder Maria van Modena, vrouw van de afgezette koning James de 2de en 7de, terug te krijgen. Het Britse parlement had meerdere malen toegezegd deze schuld aan de Stewarts terug te betalen, maar had dit nooit gedaan. In 1799 zegde George de 3de, de onrechtmatige koning van Groot-Brittannië, toe Henry £4.000 per jaar te betalen. Hoewel hij dit zelf presenteerde als liefdadigheid, vond Henry dit eerder een begin van de afbetaling van de erfschuld van de Hanovers en betekende dit niet dat hij zijn claim op de Britse troon zou herroepen of de Hanovers zou erkennen.

Op 26 september 1803 werd Henry benoemd tot kardinaal-bisschop van Ostia en Velletri, hij bleef echter in het kerkelijk paleis van Frascati wonen. Hier stierf hij ook op 13 juli 1807, als afstammeling van koning Robert the Bruce en werd bij zijn ouders en broer in de Sint Pieter in het Vaticaan begraven. George de 4de betaalde vijftig pond voor de oprichting van een grafmonument van de familie, dat werd gemaakt door Canova. Henry werd officieel opgevolgd door de prins van Sardinië. In zijn testament liet hij Angelo Cesarini zijn bezittingen verdelen. Hoewel er vaak wordt gezegd dat hij de kroonjuwelen overmaakte aan de Hanovers, is dit niet correct, wel erfden zij enkele van zijn persoonlijke juwelen, waaronder het juweel dat naar verluidt door Charles de 1ste tijdens diens onthoofding werd gedragen.

 Zie ook:

James Francis Stewart
Charles Edward Stewart
Jacobites
Testament Henry koning van Engeland, Ierland en Schotland

Celtic Webmerchant:

c         Schots
Tweehandig zwaard
  € 98,10        Basket hilted broadsword € 65,40       Schotse targe € 83,05

 

copyright © 2008 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden.           Sitemap  Contact