|
|
|
||||
|
|
CúChulainn CúChulainn is dé held van de Ierse mythologie. Er zijn veel verschillende verhalen over hem bewaard gebleven, waaruit het mogelijk is zijn levensloop vast te stellen. Hier zijn verschillende versies van, omdat er verschillende recensies van sommige verhalen zijn. Wanneer de versies erg van elkaar verschillen, zullen beide worden weergegeven. Compert Con Culaind (de geboorte van CúChulainn), recensie 1 Koning Conchobar, zijn strijders en
zijn zus Dechtire gingen op vogeljacht. Voor de nacht konden ze in een
klein huisje
Nadat ze de baby had beweend dronk Dechtire een beker leeg. Er zat een beestje in haar beker, die in haar mond sprong en die ze doorslikte. In haar slaap verscheen Lug Lamfada aan haar. Hij vertelde dat zij zwanger van hem was en dat hun zoon Sétanta (de stralende) moest heten. Toen Conchobar hoorde van haar zwangerschap, huwelijkte hij haar uit aan Sualtaim mac Róig. Vlak voordat het huwelijk zou plaatsvinden, verdween Dechtire’s zwangerschap (ze had het kind waarschijnlijk geaborteerd). Dechtire werd nogmaals zwanger, ditmaal van Sualtaim. Haar zoon werd Sétanta genoemd. De twee veulens uit het woud zouden later de paarden voor zijn strijdwagen worden. Compert Con Culaind (de geboorte van CúChulainn), recensie 2 Dechtire of Deichtine was de dochter van Cathbad de druïde. Op de dag van haar bruiloft met Sualtaim dronk ze sterke mede, waardoor ze in slaap viel. Ze werd op bed gelegd en verdween die nacht met vijftig van haar dienaressen. Drie jaar later streek een zwerm vogels neer op de velden voor Emain Macha en de strijders van Ulster besloten onder leiding van koning Conchobar op vogeljacht te gaan. ’s Nachts ontsnappen de dieren. De mannen kregen het aanbod om in een klein huisje te slapen, maar Bricriu trok erop uit en vond een groter huis. Hij werd verwelkomd door de heer en zijn dame. De gastheer vertelde dat zijn vrouw Dechtire was en haar dienaressen zich ook in het huis bevonden. Bricriu haalde zijn kameraden en ze verbleven in het huis. Die nacht beviel Dechtire van een jongetje, Sétanta. De Ulsterkrijgers besloten dat alle Ulstermannen hem samen zouden opvoeden. De jeugddaden van CúChulainn (als onderdeel van de Táin Bó Cúailnge) Sétanta vertrok op eigen houtje naar Emain Macha en ging naar het speelveld van de jongens van Ulster. Hij wist niet dat hij eerst hun bescherming moest vragen voor hij mocht meespelen, dus hij rende gewoon het speelveld op en pakte de bal. Hierop vielen de andere jongens hem aan, maar hij pareerde de aanvallen. Daarna dwong hij hen om zich onder zijn eigen bescherming te plaatsen. Op die manier won hij de bewondering van Conchobar.
Nadat CúChulainn naar Emain Macha was teruggekeerd, hoorde hij eens Cathbad de druïde spreken dat degene die op die dag zijn wapens opnam, kort zou leven, maar dat hij voor altijd herinnerd zou worden. CúChulainn rende naar Conchobar toe en verklaarde onmiddellijk dat hij de wapens op wilde nemen. Hij testte de wapens en strijdwagens die de koning klaar had staan voor de jongens, maar deze braken alle. Alleen de wapenrusting en strijdwagen van de koning zelf waren goed genoeg voor hem. CúChulainn reed met zijn nieuwe wagenmenner Lóeg erop uit, versloeg drie mannen achter elkaar, temde een paar herten en nam wilde zwanen met zich mee op de terugweg. Hij bevond zich toen voor het eerst in zijn ríastrad of krijgerswoede en wist van geen ophouden. Daarom gingen vijftig maagden naar hem toe en ontblootten hun borsten voor hem, zodat de jongen verlegen zijn gezicht verstopte. Hierna werd hij in drie vaten water gestopt, het eerste barstte, het tweede kookte over en in het derde koelde hij voldoende af. Tochmarc Emire (de vrijage van Emer) Toen CúChulainn ouder werd, werden de oudere mannen van Ulster bang dat hij hun vrouwen zou afpakken, omdat een derde van de vrouwen van Ulster verliefd op hem werd. Ze besloten om naar een geschikte partner te zoeken. Hij wilde alleen met Emer, dochter van Forgall Manach, trouwen. Ze spraken met elkaar en Emer gaf hem opdrachten mee om uit te voeren, voordat ze met hem wilde trouwen. Toen Forgall dit hoorde, ging hij in vermomming naar Emain Macha en vertelde CúChulainn dat zijn kunde groter zou worden als hij met Domnall Mildemon in Alba zou trainen. CúChulainn, Conchobar, Conall Cernach en Lóegaire gingen toen naar Alba en oefenden onder Domnalls leiding. Intussen werd Domnalls dochter, Dornolla, verliefd op CúChulainn, maar omdat ze zo lelijk was weigerde hij haar. Ze zwoer wraak. Toen Domnall de strijders doorverwees naar Scathach om meer te leren, scheidde Dornolla de jongen van zijn kameraden, die gedwongen werden naar Ierland terug te keren.
Scathach had oorlog met een andere vrouwelijke krijger, Aife. Omdat Scathach niet wilde dat CúChulainn gewond zou raken tijdens haar veldslag met Aife, gaf ze hem een slaapdrank. In plaats van dat hij 24 uur werkte, werkte hij maar één uur en CúChulainn. De jongen kwam haar achterna en vocht een tweegevecht met Aife. Voordat het gevecht begon, vroeg hij Scathach wat Aife’s dierbaarste bezit was. Dat waren haar strijdwagen, haar paarden en haar wagenmenner. Tijdens het duel riep CúChulainn uit: ‘Kijk, Aife’s strijdwagen, paarden en wagenmenner zijn in het ravijn gevallen!’ Aife raakte afgeleid en werd zo door CúChulainn verslagen. Hij sliep met haar en gaf haar een ring. Wanneer hun zoon de ring zou passen, moest hij op zoek gaan naar zijn vader. Daarna keerde hij terug naar Ierland. Hij trouwde met Emer, nadat hij haar vader had gedood. Fled Bricrenn (het feestgelag van Bricriu)Bricriu was de eigenaar van één van de gasthuizen van Ierland, maar hield ervan om twist te zaaien. Daarom kwamen de Ulstermannen alleen naar een feest van hem nadat hij had gedreigd met satire. Eenmaal bij het feestmaal aangekomen, ontstond er door Bricriu een twist tussen CúChulainn, Conall Cernach en Lóegaire Búadach over wie de grootste held was en dus het grootste portie mocht krijgen. Deze ruzie liep zo hoog op, dat Conchobar adviseerde om naar CúRoi te gaan om de twist te beslechten. Toen ze op weg waren, kwamen ze in dichte mist een reus tegen. De helden worstelden met hem en CúChulainn bleek de sterkste. Zijn tegenstanders claimden echter dat hij werd geholpen door vrienden uit de Andere wereld en de strijd bleef onbeslists. Daarna gingen ze naar Medb en
Ailill van Connacht om de grootste held aan te wijzen. Terwijl de helden
aan het avondmaal zaten, werden ze elk door een kat aangevallen. Conall
en Lóegaire vluchtten van de beesten, maar CúChulainn bevocht de zijne,
waardoor hij niet kon slapen of eten. Medb en Ailill wezen aan elk het
heldendeel toe, waarbij ze Lóegaire een bronzen kop gaven, Conall een
witbronzen kop en CúChulainn een roodgouden kop. De drie helden lieten
elk hun kop aan de Ulstermannen zien en aangezien CúChulainns kop het
duurste was, claimde hij het heldendeel. Conall en Lóegaire beweerden
echter dat hij de kop had gekocht en de strijd daarom nog niet besloten
was. Op een avond waren alle Ulstermannen verzameld in Emain Macha, toen er een man met een bijl binnenkwam. Hij stelde voor dat een held die avond zijn hoofd mocht afhakken en dat hij de volgende avond het hoofd van de held mocht afhakken. Lóegaire stemde toe. Hij hakte het hoofd van de man af, maar deze zette het hoofd weer op zijn schouders en liep weg. De volgende avond was Lóegaire er niet zoals afgesproken. Met Conall Cernach gebeurde hetzelfde, ook hij vluchtte. Alleen CúChulainn durfde op de man te wachten en daarom spaarde hij hem. Daarom werd aan hem het heldendeel gegeven. Longes mac nUislenn (de verbanning van de zonen van Uisnech) Fedlimid hield een feest voor de Ulstermannen en zijn vrouw was hoogzwanger. Toen de gasten wilden gaan slapen, slaakte het kind in de buik van de vrouw een kreet die door merg en been ging. De druïde Cathbad vertelde dat de baby de mooiste vrouw van Ierland zou worden, maar dat ze grote problemen voor Ulster zou veroorzaken. Conchobar verklaarde dat hij het meisje zelf zou trouwen. Het meisje Deirdre werd geboren en werd afgezonderd opgebracht. Alleen haar pleegouders en de vrouwelijke satirist Leborcham konden bij haar komen. Toen haar pleegvader eens een kalf in de sneeuw slachtte, dronk een raaf van het bloed en Deirdre verzuchtte dat ze een man met die kleuren wilde hebben: sneeuwwit, bloedrood en ravenzwart. Leborcham antwoordde dat de man die deze kleuren in zich had, Naoise, zoon van Uisnech, was. Deirdre ontsnapte uit huis en ging naar Naoise toe. Met een geis dwong ze hem haar overal te volgen. Zijn twee broers kwamen met hen mee. Eerst trokken ze rond in Ierland, maar Conchobar kwam hem overal achterna, omdat hij zijn vrouw wilde hebben.
Omdat de Ulstermannen hun drie sterkste krijgers misten, eisten ze van Conchobar dat hij hun zou vergeven. Conchobar stemde toe. Hij zond een boodschapper naar Naoise en nodigde hem uit om terug te komen. Naoise eiste Fergus mac Roig, Cormac Connloinges en Dubthach Dóeltenga als getuigen en beschermers zouden optreden. Deirdre was bang voor verraad, maar ging toch met haar geliefde mee terug. Eenmaal in Ulster aangekomen, werden de drie beschermers gevraagd voor een feestmaal bij een onderkoning. Vanwege een geis kon Fergus geen feestmaal weigeren, dus hij zond zijn zoon Fiacha mee met het reisgezelschap. Toen de broers en Deirdre aankwamen op Emain Macha, wachtte Eogan mac Durthacht hen op met een leger, in opdracht van Conchobar. Hij plantte zijn speer in Naoises lichaam. Fiacha probeerde diens dood nog te voorkomen door zich voor hem te werpen, maar de beide helden stierven. Ook Naoises broers werden afgeslacht. Deirdre werd gebonden en naar Conchobar gebracht als echtgenote. Toen Fergus, Cormac en Dubthach hoorden van het verraad, ontstaken ze in woede en vielen ze Emain Macha aan. Ze slachtten veel krijgers af, brandden Emain Macha plat en Dubthach vermoordde alle maagden van Ulster. Hierna vertrokken ze met 3.000 andere krijgers naar Connacht, waar ze hun diensten aanboden aan Ailill en Medb. De profetie van Cathbad was in vervulling gegaan. Deirdre leefde een jaar lang met Conchobar als zijn vrouw, maar ze at en sliep weinig en glimlachte niet meer. Toen Conchobar haar vroeg wie op de wereld het meest gehaat door haar waren, antwoordde zij dat hij en Eogan mac Durthacht dat waren. Daarom gaf Conchobar haar voor een jaar aan Eogan als vrouw. Toen ze met haar twee echtgenoten in een strijdwagen reed, sprong ze uit de strijdwagen zodat haar schedel brak en ze stierf. Aided Chloinne hUisneach (de dood van de kinderen van Uisnech) De Ulstermannen drongen er bij Conchobar op aan dat hij vrede zou sluiten met Naoise en zijn broers. Conchobar stemde toe en stuurde Fergus mac Roig op weg als boodschapper, die hem geschikter dan Conall Cernach en CúChulainn leek. Fergus nam de broers en de vrouw mee terug naar Ulster, maar werd door een onderkoning gevraagd voor een feestmaal. Hij kon vanwege zijn geis niet weigeren en stuurde zijn zoons Buinne en Illann mee als beschermers. Deirdre zag in een visioen dat de zonen van Uisnech en Illann hoofdloos zouden zijn en dat Buinne hen zou verraden, wanneer ze niet in Conchobars eigen huis gehuisvest zouden worden. Naoise negeerde haar en ging naar Emain Macha. Daar werden ze ondergebracht in het huis van de helden. Deirdre en Naoise brachten hun tijd door met fidchell spelen.
Conchobar verzamelde zijn leger met de smoes dat Naoise zijn dienaar had verminkt. Buinne stond op wacht en doodde 100 strijders, maar verliet de zonen van Uisnech toen Conchobar hem land aanbood – dat land veranderde onmiddellijk in wildernis toen hij het betrad. Illann weigerde zijn vrienden en zijn vader te verlaten en doodde 300 mannen, terwijl Naoise en Deirdre fidchell bleven spelen. Conchobar stuurde zijn zoon Fiacha op Illann af met zijn eigen schild, dat schreeuwde wanneer de drager werd aangevallen. Toen Illann Fiacha versloeg, schreeuwde het schild dus en Conall Cernach kwam erop af. Hij verwondde Illann, maar toen hij doorkreeg dat Conchobar verraad had gepleegd, doodde hij Fiacha ook. Conchobar beval het huis nogmaals te bestormen en nu kwamen de zonen van Uisnech in actie. De koning haalde de druïde Cathbad over om de broers te verlammen en te ontwapenen. Ze konden worden vastgebonden, maar niemand durfde ze te doden. Uiteindelijk doodde Maine, zoon van de koning van Noorwegen, hen met één slag van het zwaard, omdat de broers alle drie als eerst wilden sterven. Deirdre slaakte een kreet, waarop CúChulainn naar haar toe kwam. Toen hij merkte wat er aan de hand was, onthoofde hij Maine als wraak voor de dood van zijn vrienden. Er werden drie graven gegraven en Deirdre sprong in het graf bij Naoise, waarop haar hart brak en ze stierf. Aided Óenfir Aife (de dood van Aife’s enige zoon) Inmiddels paste de zoon van CúChulainn en Aife, Connla, de ring die CúChulainn hem had nagelaten. CúChulainn had zijn zoon al voor de geboorte gessa meegegeven, namelijk dat hij zijn naam niet bekend zou maken en dat hij geen enkele man uit de weg zou gaan in het gevecht. Connla ging naar Ulster en versloeg vele helden, die hij vastbond, verwondde of doodde. Zelfs Conall Cernach versloeg hij. Uiteindelijk ging CúChulainn naar hem toe. Hij was door zijn vrouw Emer gewaarschuwd dat het zijn zoon was, maar zei haar dat hij altijd de eer van Ulster zou beschermen. CúChulainn en Connla vochten en waren even sterk. Uiteindelijk wierp CúChulainn de gae bolga en verwondde zijn zoon dodelijk. Deze zei dat Scathach hém nooit het omgaan met de gae bolga had geleerd. Connla stierf en werd de begrafenis van een held gegeven. Táin Bó Cúailnge (de runderroof van Cooley) Ailill en Medb hadden samen een gesprek over hun bezittingen. Ailill beweerde dat hij meer bezittingen in het huwelijk in had gebracht, terwijl Medb beweerde dat zij dat had gedaan. Ze lieten al hun bezittingen in hun slaapkamer gebracht worden en ze bleken van gelijke waarde te zijn. Alleen had Ailill een prachtige stier, Finnbhennach, die zijn gelijke niet had tussen de stieren van Medb. De enige stier die gelijk aan hem was, was de Donn Cúailnge, in het bezit van Dáire mac Fiachna. Medb stuurde boodschappers naar Dáire om de stier te lenen. In eerste instantie stond Dáire hier welwillend tegenover, maar toen hij geruchten hoorde dat Medb de stier anders met geweld zou nemen, weigerde hij het verzoek. Medb verzamelde hierna een groot leger, waarvan Fergus mac Roig, Cormac Connloinges en Dubthach Dóeltenga ook deel uitmaakten.
Uiteindelijk spraken CúChulainn en de Connachtmen af dat ze duels zouden uit gaan vechten. Tijdens het duel mocht het leger van Connacht marcheren, maar als CúChulainn won, mocht het leger de volgende dag niet optrekken. Er werden verschillende tweegevechten uitgevochten, die CúChulainn alle won. Uiteindelijk lukte het de Connachtmen toch om de stier te vinden en mee te nemen. Op hun terugweg gingen de tweegevechten door. CúChulainn raakte gewond en moest door zijn vader, Lug, genezen worden. Intussen namen 150 jongens uit Emain Macha het op tegen het vijandelijk leger, maar werden alle afgeslacht. De duels gingen door, en de strijders van Connacht moesten met grote geschenken overgehaald worden om het gevecht met CúChulainn aan te gaan. Hij doodde onder andere de druïde Calatin en zijn 27 zonen en ook zijn pleegbroer Fer Diad. De strijders van Ulster kwamen weer bij van hun zwakte. Ze verzamelden zich in een leger en marcheerden naar het leger van Connacht. Er werd een hevige veldslag uitgevochten. Doordat CúChulainn bezig was met de veldslag, wisten de mannen van Connacht de Donn stiekem mee te nemen naar Connacht. Toen de Finnbhennach en de Donn elkaar zagen, raakten ze met elkaar in gevecht en doodden ze elkaar. De beide stieren waren namelijk aartsvijanden van elkaar, een vijandschap die was begonnen toen ze nog twee herders waren. Deze herders veranderden tijdens hun ruzie in verschillende vormen en uiteindelijk in twee wormen, die elk door een koe werden opgegeten, zodat de twee stieren geboren werden. Aided Con Roí (de dood van Cú Roí) Op een keer waren de Ulstermannen op plundertocht in Inis Fer Falga. Ook Cú Roí ging, vermomd, mee. Toen hem gevraagd werd welk deel van de buit hij wilde hebben, eiste hij Bláthnat op, de dochter van de koning van Inis Fer Falga, die van CúChulainn hield. CúChulainn probeerde hem te stoppen, maar Cú Roí zette hem tot in zijn oksels in het zand en schoor zijn haar af, voordat hij er met Bláthnat vandoor ging.
In de tweede recensie werd Bláthnat gevangen gehouden in een fort. Op afspraak goot ze melk in de rivier toen er geen krijgers in het fort waren. CúChulainn bestormde het, doodde Cú Roí en nam Bláthnat mee. Serglige Con Culaind (het ziekbed van CúChulainn) Toen de mannen en vrouwen van Ulster bijeen waren voor het vieren van Samain, landden er op een meer dichtbij prachtige vogels. CúChulainn ving deze en gaf aan elke vrouw twee van hen, één voor elke schouder. Toen de vogels waren uitgedeeld, bleek dat alleen Ethne Inguba, CúChulainns vrouw, nog geen vogels had. Hij beloofde dat hij het eerste paar geschikte vogels dat hij zag, voor zou vangen. Niet lang daarna landden twee vogels op het meer, verbonden met een roodgouden ketting. CúChulainn wierp stenen naar hen, maar miste. Daarna wierp hij een speer. De speer doorboorde één van de vleugels, maar de vogels verdwenen onder water. CúChulainn viel in slaap bij een staande steen. Hij droomde dat er twee vrouwen naar hem toe kwamen. In zijn droom sloegen ze hem halfdood met rijzwepen. Toen CúChulainn wakker werd, kon hij niets zeggen wat er was gebeurd. Hij werd naar één van zijn kastelen gedragen en bleef daar in ziekte. Na een jaar verscheen er een man in zijn slaapkamer. Hij vertelde dat hij was gestuurd door Lí Ban en dat diens zuster Fand, die verlaten was door Manannan mac Lir, hem liefhad. Nadat hij was verdwenen, kon CúChulainn alles vertellen wat er was gebeurd. Hij en zijn wagenmenner Lóeg reden naar de staande steen. Daar ontmoetten ze één van de vrouwen, die herhaalden wat CúChulainns bezoeker had gezegd. Ze nam Lóeg mee naar de Andere Wereld. Hij keerde terug en vertelde van zijn belevenissen en van de schoonheid van Fand. (op dit punt worden de twee versies van het verhaal met elkaar verbonden door het verhaal hoe Lóegaire hoge koning van Ierland werd. CúChulainn vertelt wat de plichten van een koning zijn. Het verhaal gaat verder op het punt dat CúChulainn weer kan praten. Ethne heeft plaatsgemaakt voor Emer) CúChulainn liet Emer naar hem toe halen. Toen CúChulainn op haar aandringen opstond en naar buiten ging, ontmoette hij Li Bán. Hij stuurde Lóeg met haar mee. Nadat Lóeg was teruggekeerd uit de Andere wereld, ging ook CúChulainn zelf. Hij verbleef enige tijd met Fand maar ging terug naar Ulster, nadat hij een ontmoetingsplaats met Fand had afgesproken. Toen de tijd van de ontmoeting daar was, wapende de jaloerse Emer vijftig maagden met scherpe messen en ging zij ook naar de plek van de afspraak. Omdat Fand zag dat Emer echt van hem hield en Manannan haar weer mee wilde nemen, verliet ze CúChulainn. Ze zouden elkaar nooit meer zien. Aided Con Culaind (de dood van CúChulainn) Na deze en andere avonturen had CúChulainn vele vijanden gemaakt, die samen een complot tegen hem smeedden. Zijn belangrijkste vijanden waren Medb van Connacht, Lugaid mac Cú Roí en de drie dochters van Calatin, die CúChulainn bij de runderroof had gedood.
Op weg naar het leger (dacht hij), kwam hij drie lelijke vrouwen tegen – de dochters van Calatin – die een hond aan het koken waren en hem hiervan te eten aanboden. Het waren echter gessa van hem om een maal te eten dat aan de rand van de weg was bereid en om hond te eten. Omdat ze hem dreigden met satire, nam hij de hond wel aan, maar hij plaatste het stuk vlees onder zijn linkerzij. Onmiddellijk raakte de linkerhelft van zijn lichaam verlamd. In een vallei waren de Connachtmen verdeeld in drie groepen, elk met een satirist. De eerste vroeg CúChulainn om zijn speer te geven, omdat hij anders satire over hem zou maken. CúChulainn wierp zijn speer door het hoofd van de satirist en doodde negen anderen. Lugaid, die de speer oppakte, vroeg aan de dochters van Calatin: ‘Wie zal met deze speer sterven?’ ‘Een koning,’ antwoordden zij. Hij gooide de speer en doorboorde Lóeg, waardoor zijn ingewanden het kussen van de strijdwagen bevlekten. Lóeg stierf en CúChulainn ging alleen verder. De tweede satirist vroeg om CúChulainns speer, omdat hij anders Ulster zou bespotten. CúChulainn wierp zijn speer door het hoofd van de satirist en doodde negen anderen. Degene die de speer oppakte, vroeg aan de dochters van Calatin: ‘Wie zal met deze speer sterven?’ ‘Een koning,’ antwoordden zij. ‘De vorige keer was dit ook jullie antwoord.’ ‘Dat klopt, want Lóeg mac Riangabra was de koning van de wagenmenners.’ Hij wierp de speer en doorboorde Liath Macha, één van de paarden van CúChulainn. CúChulainn maakte het juk los, waarop het gewonde paard wegliep. De derde satirist vroeg om CúChulainns speer en dreigde met satire van zijn familie. CúChulainn wierp de speer, doodde de satirist en negen anderen. Opnieuw vroeg Lugaid wie de speer zou doden met de volgende worp. ‘Een koning,’ was het antwoord. ‘Daarnet is ook al een koning gevallen, namelijk Liath Macha, de koning van de paarden.’ Lugaid gooide de speer en doorboorde CúChulainn, waardoor zijn ingewanden uit zijn lichaam kwamen. Zijn tweede paard, Dub Sainglend, vluchtte. CúChulainn vroeg of hij weg kon gaan om wat te drinken bij een nabijgelegen loch. Dat mocht, als hij terug zou komen. Wanneer hij niet kon terugkomen, zei hij, mochten ze hem zelf komen halen. Hij ging naar het meer en dronk en een otter kwam naar hem toe en likte zijn wonden. De held doodde de otter en wist toen dat zijn eind nabij was. Volgens een voorspelling zou een hond namelijk het eerste en het laatste dier zijn dat hij doodde, en in het Iers is een otter een doburchú, een waterhond. Bij het meer vond hij een stenen pilaar. Hij bond zich eraan vast, zodat hij staand zou sterven. Zijn paard, Liath Macha, kwam naar hem toe en verdedigde hem tegen de aankomende vijanden, ook al was hij zelf ook gewond. Uiteindelijk doofde het heldenlicht dat om CúChulainn heen scheen en kwamen er drie vogels op de pilaar zitten, Morríghan en haar twee zussen. Toen wisten de Connachtmen dat CúChulainn was gestorven. Lugaid ging naar voren en onthoofde CúChulainn. Op dat moment viel het zwaard uit de hand van de dode en hakte Lugaids eigen zwaardhand af. Daarom hieuw Lugaid ook CúChulainns hand af. Hierna vertrokken de Connachtmen. Na hun vertrek kwam Conall aan op de plek van de strijd. Toen hij de gewonde Liath Macha vond, wist hij dat zijn vriend en pleegbroer dood was. Hij en het paard gingen naar de pilaarsteen en vonden het lichaam. Hierna stierf Liath Macha. Conall ging weg om CúChulainn te wreken, doodde Lugaid en nam het hoofd en de hand van CúChulainn mee terug. CúChulainn kreeg een grootse begrafenis. Siaburcharpat Con Culaind (de spookwagen van CúChulainn) Sint Patrick ging naar Tara om hoge koning Lóegaire te bekeren tot het christendom. Lóegaire beloofde dat hij gedoopt zou worden, wanneer Patrick CúChulainn op zou roepen en Lóegaire met hem kon spreken. God maakte dit mogelijk. Toen Lóegaire CúChulainn opwachtte, werd het ijzig koud en waaide er een kille wind, het waren de kou en de wind van de hel. Een strijdwagen met paarden, menner en strijder verscheen, maar verdween weer. Lóegaire weigerde bekeerd te worden, omdat hij niet met CúChulainn had kunnen spreken. CúChulainn werd nog een keer opgeroepen. Hij deed grootste daden in de lucht en kwam daarna naar Lóegaire en Patrick toe, aan wie hij zijn heldendaden vertelde. Daarna zei hij Lóegaire dat hij in god moest geloven, omdat hij anders net als hem in de hel zou belanden. CúChulainn smeekte Patrick om hem in de hemel op te nemen, omdat hij in god geloofde. Sindsdien geloofde Lóegaire in god en werd CúChulainn in de hemel opgenomen.
Type onderzoek:
Literair bronnenonderzoek Overlevering van Ierse verhalen
Ierse verhaalindeling Bronnen Cross, Tom Peete. & Slover, Clark Harris, "Ancient Irish tales" (New York 1996)
|
|
|||
|
Gesponsord door Celtic Webmerchant:
|
|||||
|
copyright © 2011 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden. Sitemap Contact |
|||||