Druïden in de Ierse mythologie

Het bewijs voor druïden in Ierland komt van twee verschillende typen oud-Ierse literatuur, de beschrijving van de Ierse heiligenlevens als van sint Patrick en sint Brigit  en de mythologische teksten als de Ulstercyclus en de Feniancyclus. Beide tekstsoorten zijn tussen de 11de en 12de  eeuw geschreven in Ierse kloosters en geven een vergelijkbaar beeld van de druïde als de geschriften van klassieke schrijvers. De monniken die ze schreven lieten hun overtuiging doorschemeren dat het voorchristelijk geloof werd voortgezet in hun tijd. Dit is erg opvallend, omdat Ierland zeer christelijk was en zeer snel overging van het oude Keltische geloof naar het christendom. De geschriften zijn sterk geromantiseerd en vaak aangepast aan het Keltische christendom, hierdoor kunnen ze grotendeels niet als realistisch worden beschouwd. Wel zijn er vormen van waarheid verweven met de fictie. Een groot deel van de vertellingen had waarschijnlijk zijn oorsprong in de voorchristelijke periode.

De levens van sint Brigit en sint Patrick beschrijven hun ontmoetingen met de druïden, Brigit verbleef een tijdje in het huis van een druïde, Patrick had een confrontatie met de druïden op Tara. Een interessant verhaal is ook het leven van sint Beurno, een abt die bij zijn dood in de hemel sint Peter, de apostelen én de druïden ontmoette.

De Ierse mythologie beschrijft een wetenschappelijke kaste  verdeeld in drie groepen, de druí, baird en filidh; druïden, barden en ovaten. Deze verdeling is precies dezelfde die Caesar ons vertelt. Elke groep had een eigen taak, die tot zekere hoogte met de taak van andere groepen overlapte.

De bard, die alleen door Caesar op het vasteland wordt vermeld, heeft als taak muziek te maken en poëzie en satiren op te stellen en voor te dragen. De laatste twee werden deels ook uitgevoerd door de ovaat. De taak van de bard binnen de Ierse samenleving was zeer belangrijk. Als je herinnerd bleef, verging je ziel niet en dit was precies wat de barden deden, door hun dicht- en zangkust bleven de heldendaden van de vorsten herinnerd. Een goed gedicht was een stuk land waard en de koningen van Ierland hielden altijd een bard aan hun hof. Daarentegen kon een bard ook een persoon veroordelen door er een spotgedicht te schrijven, hiermee kon deze persoon voor altijd worden onteerd. Er werd zelfs gedacht dat een spotdicht een persoon ziek kon maken of kon doden. Dat was de grote kracht van de bard.

Zowel de ovaat als de druïde trainde vele jaren voordat hij bekwaam genoeg was voor zijn functies. Een opleiding tot druïde duurde twintig jaar, een opleiding tot ovaat twaalf. Ook in Ierland blijkt de druïde politiek het belangrijkst te zijn geweest van de drie groepen. Hij handelde als adviseur voor de koning en was de spreekbuis tussen de koning en de bovennatuurlijke wereld. Waarschijnlijk veranderde deze machtsbalans met de introductie van het christendom. De druïde werd meer een leraar voor kinderen, zijn religieuze functie werd overgenomen door die van de monnik. Zijn lerende en geschiedkundige functie werd echter overgenomen door de bard. Dit is een zeer belangrijke overgang, die tot interessante vergelijkingen kan leiden. Hoe zat dit nieuwe stelsel in elkaar en hoeverre was dit vergelijkbaar met het oude? Het nieuwe stelsel en de nieuwe functies van de bard zijn zeer belangrijk voor de zogenoemde moderne druïden die terug willen grijpen op de oude cultuur. Een deel van de informatie van de oude druïden is overgeleverd via de mythologische en historische gedichten van de bard.

De barden en ovaten bleven daarentegen een belangrijke rol spelen in middeleeuws Ierland. Zij namen deels de oude druïdische functies over en hun macht nam pas af op het moment dat de Britten in de 17de eeuw Ierland onder de duim kregen.

In de Ierse mythologische literatuur worden druïden afgebeeld als mensen die op zowel politiek als religieus gebied veel macht en invloed uitoefenden. In deze context werden de druïden even machtig, zo niet machtiger als de heersende vorsten gezien. Wanneer we kijken naar de oude Ierse druïden, dan kunnen er gelijkenissen worden getrokken met de profeten van het oude testament, bijvoorbeeld Samuel en Nathan die er alles aan deden om te leren wat gods wil was. Ook zij oefenden daarbij invloed uit op hun vorsten, koning Saul en koning David.

Fionn en de druïden, goed en kwaad

De held van de twaalfde eeuwse Fenian cyclus, Fionn, was een leider van de fianna, een krijgselite die als taak had de koning te beschermen. Het verhaal van Fionn is interessant in de context van de druïden omdat de druïden in dit verhaal zowel voordelig als nadelig voor Fionn waren.

Fionns grootvader was de druïde Tadg, die het niet eens was met zijn moeders keuze voor de strijder Cumhal. Hierom zette hij de twee clans van de fianna tegen elkaar op, waardoor Cumhal omkwam. De zwangere Muirne vluchtte daarom het bos in en gaf haar zoon, Fionn, in bescherming bij twee andere vrouwen, een druïdes en een wijze vrouw. Daarna vluchtte zij alleen verder, bang dat haar vader haar zoon zou pakken. De twee vrouwen voedden hem op als hun pleegkind en figureerden als beschermers, adviseurs en leraressen van krijgskunst. Toen hij deze krachten bezat, ging hij in de leer bij de bard Finnegas om dichtkunst te leren. Zijn betaling zou zijn dat hij voor hem de zalm van de wijsheid zou vangen en bereiden. Toen hij de zalm had gevangen en hem bakte, drukte hij zijn duim op de vis om te voelen of hij al gaar was. De zalm was zo heet dat hij zijn duim verbrandde. In een reflex stopte hij zijn duim in zijn mond om hem af te koelen. Hierdoor nam hij de wijsheid van de zalm over. Finnegas begreep dat het niet aan hem was van de vis te eten en gaf hem aan Fionn. Hierna stuurde hij hem weg, want de jongen hoefde niets meer te leren. Dergelijke verhalen stammen vanuit de Indo-europese tijd, hieruit is het gezegde “iets uit je duim zuigen” ontstaan. Hoewel Finnegas is beschreven als een bard en geen druïde, is het duidelijk dat hij veel druïdische functies had.

In een ander verhaal uit de Feniancyclus komt nog een slechte druïde voor. Toen Fionn een dag aan het jagen was, kwam hij een prachtig hert tegen. Omdat zijn honden haar niet wilden jagen, nam hij haar mee naar zijn fort. Hier veranderde ze in een vrouw en ze vertelde dat ze Sadb heette en dat ze door zwarte magie in een hert veranderd was. Ze werden verliefd op elkaar, maar door een truc werd ze weer in een hert veranderd toen Fionn niet thuis was. Zeven jaar later vonden de Fianna een jongen, die vertelde dat hij door een hinde opgevoed was. Ze begrepen dat hij de zoon van Fionn moest zijn en noemden hem Oisin, klein hert.

CúChulainn

In het verhaal van CúChulainn  komt een druïde die Cathbad heet voor, de hofdruïde van koning Conchobar MacNessa. Hij had wel honderd leerlingen die de wetten der druïden bij hem leerden. Op een dag hoorde CúChulainn toevallig hem tegen een van zijn leerlingen zeggen dat de naam degene die op die dag voor het eerst zijn wapens op zou nemen, voor altijd herinnerd zou worden door zijn machtige daden. Hij zou een groot leven leiden, maar zijn leven zou kort zijn. Uiteraard was CúChulainn de persoon die dit deed.

Ook in het verhaal de Táin Bó Cuailnnge speelde Cathbad een belangrijke rol. Er wordt gezegd dat voordat hij druïde werd, een groep krijgers leidde, te vergelijken met de middeleeuwse Ierse en Schotse kerns. Opvallend is dat deze druïde sterk wordt geassocieerd met oorlogsvoering.

Book of invasions

Het Book of Invasions, een boek met verschillende mythen rond de kolonisatie van de Keltische Ieren op de Tuatha De Danann, vertelt dat de leider van de eerste invasiegolf vergezeld werd door drie druïden Fiss, Tath en Fochmarc, letterlijk: intelligentie, kennis en vragen, belangrijk bij elk leerproces. Op hun beurt werden de Tuatha De Danann, het volk van de godin Dana, ook weer geassocieerd met druïden en magie. Toen de laatste invasiegolf, die van de Galliërs, in Ierland arriveerde, riepen de druïden van de De Danann een enorme storm op in de hoop de binnendringers te kunnen verjagen.

Het is onwaarschijnlijk dat het Book of Invasions veel waarheid bevat, daar is het veel te laat voor geschreven. Opvallend is dat het regelmatig naar druïdische activiteiten van zowel invaller als verdediger verwijst.  Deze verwijzingen worden in de Ierse mythologie ontelbaar vaak gemaakt, het belang van de druïde in vroegmiddeleeuws Ierland was dan ook niet gering.

Het Ierse koningsschap

Wanneer een kandidaat voor High King werd geselecteerd, moest hij een aantal testen ondergaan om zeker te weten of hij de rechtmatige heerser was. De kandidaat moest een koninklijke mantel aantrekken, die niet zou passen als hij niet geschikt zou zijn. Zo moest hij op een koninklijke strijdwagen stappen, die weigerde een onrechtmatige persoon te dragen. Op de strijdwagen moest hij tussen twee stenen doorrijden, die alleen opzij zouden gaan wanneer de koning ertussen door wilde rijden. Uiteindelijk was er de Lía Fál, de Ierse kroningssteen. Deze was lang geleden naar Tara gebracht als een talisman door de Tuathe De Danann. Hou zou schreeuwen wanneer de juiste koning hem zou aanraken. Net als wordt vermeld bij Conn van de Honderd Gevechten was het Ierse koningsschap overerfelijk binnen de familie. Maar alle koningen moesten aan deze testen voldoen. Wanneer een nieuwe koning in Tara was geïnstalleerd moest hij daar een ritueel feest houden op Lughnasadh. 

De inwijding van een nieuwe high king werd vaak gezien als een trouwfeest, waarbij de nieuwe high king met Ierland trouwde, een symbolisch huwelijk tussen de sterfelijke koning en de godin van het land. Als de koning goed en rechtvaardig was, dan zou zijn land voorspoed kennen, als de koning slecht was, zouden er rampen plaatsvinden. Over een dergelijke trouwerij, van koning Bres, wordt verteld in het Book of Invasions. Cairbre, de bard of druïde van de Tuatha De Danann leidde een magisch ritueel.

Het verhaal van Cathbad van Ulster illustreert de hechte verhouding tussen de koning en de druïden uit de Ierse mythologie. De koninklijke druïde was de politiek en religieus adviseur van de koning. Daarnaast was hij verantwoordelijk voor het uitleggen van voortekens en het houden van rituelen. De macht van de druïde was erg groot, in een verhaal over koning Conchobar wordt vermeldt dat hij alleen mocht spreken in openbare gelegenheden, nadat hij op raad had gevraagd bij zijn drie druïden.

Ondanks dat veel van de Ierse mythologie gebaseerd is op fictie en een veranderde waarheid, kan veel van de oud-Ierse cultuur en religie worden weerlegd uit deze verhalen. Daarom vormen ze één van de sleutels tot de cultuur van de druïden. Wanneer we de Ierse mythologie en de klassieke geschriften met elkaar vergelijken stuiten we op een groot aantal gelijkenissen, die met archeologische opgravingen kunnen worden onderbouwd. Dit stelt ons in staat om de druïde en zijn invloeden deels te kunnen analyseren.

Zie ook:

Het eiland Mona
Keltische feestdagen
Goden van Wales
Goden van Ierland
De kracht van de natuur

Celtic Webmerchant:

 

Britse torque € 80,-

Ierse katten  € 16,-

Keltische La Tène torque  95,-

 

 

copyright © 2009 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden.           Sitemap  Contact