James de 2de

James de 2de van Engeland en Ierland en 7de van Schotland werd in St James Palace geboren op 14 oktober 1633. Hij was de derde zoon van Charles de 1ste en Henrietta Maria van Frankrijk, de oudste broer was vlak na de geboorte gestorven.

Toen de burgeroorlog uitbrak, vluchtte Henrietta Maria met haar kinderen naar Frankrijk, maar James en zijn broer Charles bleven bij hun vader.  Na de nederlaag bij Marston Moor in 1644 gingen de twee kinderen naar Bristol, waar Charles het bevel kreeg over het westen van Engeland en Cornwall. Bij de val van Oxford in 1646 werd hij gevangengenomen en naar St James Palace, Londen, gevoerd. Van daaruit wist hij twee jaar later te ontsnappen en naar Den Haag te vluchten. Net zoals zijn broer ging hij hierna naar Frankrijk, waar hij vanaf 1652 in het leger diende onder burggraaf Turenne. In 1656 sloot Charles als koning van Schotland en Ierland een alliantie met Spanje, de vijand van Frankrijk. Nu voegde James zich bij het Spaanse leger van Lodewijk, prins van Condé.

In 1559 ontmoette James een hofdame van zijn zuster Mary, genaamd Anne. Zij was de dochter van sir Edward Hyde, die eerste earl van Clarendon zou worden, en Frances, dochter van sir Thomas Aylesbury. James verleidde haar en ze raakte zwanger. Daarom dwong Charles zijn broer met haar te trouwen. De huwelijksceremonie werd in het geheim voltrokken in Breda, maar het kind werd twee maanden later dood geboren. Anne was de laatste Engelse die een Britse kroonprins trouwde tot lady Diana Spencer.

In 1660 stierf Oliver Cromwell en werd Charles de 2de uitgenodigd koning van Groot-Brittannië te worden. James keerde met hem terug en mocht zijn titel hertog van York weer in het openbaar dragen. Bij deze titel werd ook de Schotse titel hertog van Albany gevoegd. Hoewel hij zijn broers erfgenaam was, was het onwaarschijnlijk dat hij ooit koning zou worden, want Charles was nog jong en er was geen enkele reden om te twijfelen dat hij naast zijn al geboren buitenechtelijke kinderen ook nog een wettige erfgenaam kon verwekken.

De hertog van York kreeg promotie tot Lord High Admiral en voerde bevel over de koninklijke vloot tijdens de tweede en derde Anglo-Nederlandse oorlog (1665-1667 en 1672-1674). Nadat in 1664 Nieuw Nederland en Nieuw Amsterdam door de Engelsen werden ingenomen, werden ze hernoemd tot New York om de hertog van York te eren. Naast de koninklijke vloot stond James ook aan het hoofd van de Royal African Company, waar hij betroken was bij slavenhandel. Duizenden slaven werden op hun voorhoofd gebrandmerkt met ‘DY’ (Duke of York, hertog van York).

In 1668 of 1669 bekeerde James zich tot het rooms-katholicisme. Het antikatholieke, anglicaanse parlement van Engeland voerde echter de Testwet in, waardoor elke burgerlijke en militaire officieren een eed moesten afleggen, waarin ze verschillende rooms-katholieke praktijken moesten afzweren. James weigerde dit te doen en trad terug als admiraal van de koninklijke vloot.

Charles de 2de stond erop dat zijn twee nichtjes Mary en Anne, dochters van James en Anne, een anglicaanse opvoeding zouden krijgen. Hij huwelijkte Mary uit aan de protestantse Willem van Oranje, zodat hij er zeker van was dat James’ opvolging protestants zou zijn. Toen James’ vrouw Anne was gestorven, stond hij in 1673 wel toe dat James een katholieke vrouw trouwde, de Italiaanse Maria van Modena.

Antikatholicisme was wijdverspreid en werd nog groter toen een anglicaanse geestelijke, Titus Oates, beweerde het ‘paapse plot’ om Charles de 2de te vermoorden en zijn broer James op de troon te zetten, te hebben ontdekt. James vertrok naar Brussel om in 1680 weer terug te keren naar Groot-Brittannië als vertegenwoordiger van de koning in Schotland.

In Engeland probeerden parlementsleden ondertussen James uit te sluiten van erfopvolging en in plaats daarvan de onwettige zoon van de koning, James Scott, de 1ste hertog van Monmouth, als kroonprins te benoemen. Telkens wanneer het parlement dit voorstelde, in 1679, 1680 en 1681, ontbond Charles het. Op deze manier is trouwens het Britse tweepartijenstelsel ontstaan, de ‘Whigs’ waren voor de uitsluiting en de ‘Tories’ tegen.

Na 1681 werden geen parlementen meer bijeengeroepen. James keerde op verzoek van zijn broer in het volgende jaar terug en dat jaar daarna bleek dat de hertog van Monmouth, Charles’ zoon, in een complot betrokken was geweest zijn vader en zijn oom te vermoorden en zelf koning te worden.

Toen Charles in 1685 stierf, werd de hertog van York zonder veel problemen de 2de koning James van Engeland en Ierland en de 7de van Schotland. Hij werd op 23 april 1685 gekroond in de Westminster Abbey, maar legde nooit de Schotse kroningseed af. Zijn positie was sterk, hij had een leger van ongeveer 20.000 man onder zich en een jaarlijks inkomen van 2 miljoen pond. Hij riep in mei een parlement bijeen, maar waarschuwde het al: de beste manier om mij te ontmoeten, is door mij goed te behandelen.

Twee maanden later landde de hertog van Monmouth in Cornwall en riep zichzelf uit tot koning. Hij werd op 5 juli verslagen in de slag bij Sedgemoor en een paar dagen later in de Tower van Londen geëxecuteerd, ondanks dat Charles’ weduwe, Catherine van Braganza, dit probeerde te verhinderen.

Als reactie op de opstand begon de koning plannen te maken een eigen leger op te richten en verschillende katholieken op belangrijke posities aan te stellen in met name Ierland. Dit leidde tot een conflict met het parlement, dat huiverde bij het idee van een rooms-katholieke koning met katholieke officieren in een eigen leger. Als resultaat verdaagde James het parlement en regeerde alleen zonder.

James probeerde zijn religie te promoten door rechters en vertegenwoordigers te ontslaan die weigerden de wetten tegen katholieken in te trekken, katholieken belangrijke posities te geven in universiteiten, het leger en de politiek. Na drie jaar was zijn bevolking totaal van hem vervreemd.

In april 1688 vulde James de Declaratie van Gunst, een stap richting vrijheid van godsdienst aan, die door alle geestelijken voorgelezen moest worden. Toen de aartsbisschop van Canterbury en zes andere bisschoppen in reactie hierop een petitie indienden waarin ze de koning vroegen zijn religieuze beleid te herzien, werden ze gearresteerd en berecht voor het creëren van oproer, maar vrijgesproken.

De geboorte van prins James Francis Edward, zoon van James en Maria, in juni dat jaar, vergrootte de publieke onrust. Daarom nodigden zeven parlementsleden Willem, man van James’ dochter Mary, op 30 juni op zijn aanvraag uit om naar Engeland te komen. In september was het duidelijk dat hij een enorm leger klaar had liggen, maar James weigerde de aangeboden steun van Lodewijk de 14de, omdat hij vreesde dat Engeland in opstand zou komen en dacht dat zijn eigen leger groot genoeg zou zijn om tegenstand te bieden.

Willem landde op 5 november 1688 in Brixham, Devon, met de zegen van de paus en de steun van Spanje. Tussen zijn leger van 15.000 soldaten en Londen lag nog een leger van 25.000 man dat trouw was aan James. Vlak na de landing begonnen echter al protestantse officieren naar Willem over te lopen. James zag dat zijn verzet vruchteloos was, gooide zijn zegel in de Thames en probeerde op 11 september naar Frankrijk te vluchten. Hij werd in Kent in de kraag gegrepen, maar Willem wilde geen martelaar van hem maken, zoals bij zijn vader Charles de 1ste wel was gebeurd. Op 23 december ontving Lodewijk de 14de James, zijn vrouw en hun pasgeboren zoon in Frankrijk. Hiervandaan hoopte hij terug te kunnen vechten.

Hoewel er geen parlement in zitting was toen James vluchtte, en alleen een koning het recht had een parlement bijeen te roepen, organiseerde Willem een noodparlement. Een maand later, op 28 januari 1689, stelde de regering een verklaring op, waarin werd gesteld dat James was afgetreden. Schotland volgde deze beslissing op 11 april. Willem van Oranje en Mary, James’ dochter, werden de nieuwe vorsten van Engeland en Schotland. Ze verklaarden dat de troon naar hun nakomelingen zou gaan en niet naar die van James.

James probeerde de kroon waar hij recht op had terug te krijgen met een Frans leger. Hij landde in maart 1689 in Ierland, dat onmiddellijk verklaarde dat James nog steeds hun koning was. Willem reageerde door een leger te sturen, dat hem bij de slag bij de Boyne op 1 juli 1690 versloeg. James vluchtte vanuit Kinsale en liet de Ierse Jacobites aan hun lot over – Jacobus is Latijn voor James, Jacobites zijn degenen die James weer terug op de troon wilden hebben. Ook probeerden Schotse Jacobites hun koning opnieuw aan de macht te laten komen, maar nadat hun leider, John Graham of Claverhouse, werd gedood bij Killiecrankie op 27 juli 1689, was deze opstand snel de kop ingedrukt.

James kreeg het koninklijke kasteel van Saint-Germain-en-Laye, vlakbij Parijs, om in te wonen. Hoewel hij niet officieel was afgetreden en nog steeds aanspraak probeerde te maken op de troon van Engeland, Schotland en Ierland, was hij niet meer geworden dan een pion in de machtsstrijd tussen Lodewijk en Willem. Een poging om Willem te vermoorden in 1696, mislukte. Lodewijk de 14de bood hem in datzelfde jaar nog aan om hem tot koning van Polen te benomen, maar James weigerde, omdat hij bang was dat de Britten dan zouden denken dat hij niet geschikt was om hun te regeren. Lodewijk bood nu geen hulp meer aan en tekende het verdrag van Rijswijk in 1697, waarin hij Willem de 3de officieel als koning van Groot-Brittannië erkende.

James stierf op 16 september 1701 aan een hersenbloeding. Hij ligt begraven in de kerk van sint Germaine. Zijn zoon James de 3de en 7de bleef doorvechten voor zijn recht op de troon van Groot-Brittannië.

Zie ook:

Charles de 1ste
Executiebevel Charles de 1ste
Willem en Mary

Celtic Webmerchant:

c         Schots
Tweehandig zwaard
  € 98,10            
Hellebaard  € 65,-              Kattenhakker € 110,-   

 

 

copyright © 2008 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden.           Sitemap  Contact