Keltische Wapens

Omdat de Kelten zich al snel in de bronstijd en ijzertijd ontwikkelde tot een volk dat erg vaardig was met metaalbewerking, hadden ze op het gebied van wapentechnologie een voorsprong op andere volken. Daarnaast leerden de Keltische smeden eerder hoe ijzer te gieten in kleine vormen, waardoor ze al snel in staat waren malienkolders en borstkurassen te ontwikkelen. Het metalen oorlogstuig dat de Kelten maakten, was lichter en sterker dan andere wapens. Dit laatste is aangetoond doordat er veel meer Keltische wapens zijn opgegraven dan wapens van andere culturen. En doordat andere culturen de Keltische wapens en bepantsering in de loop der eeuwen begonnen over te nemen. Zo namen de Romeinen de Gallische helmen over en bepantserde hun legioenen ermee.

Er is veel discussie over het wapen dat de Kelten het meest gebruikten in gevechten. Sommige historici zeggen dat een Keltisch leger voornamelijk bestond uit speermannen; andere beweren dat het zwaard het meest gebruikte wapen was. Het meest waarschijnlijk is dat het gebruik van wapens varieerde van stam tot stam en afhankelijk was van de rijkdom en de bronnen die een groep had. Rijkere mensen gebruikten vaak zwaarden, deze stonden hoger in aanzien. Een afwijkend voorbeeld van Keltische oorlogvoering is de stam van de Helvetiërs uit Zwitserland, zij vochten volgens de geschiedschrijver Livius in de Griekse falanx-formatie.

Rond de Hallstatt en La Tène periode waren de Keltische stammen waarschijnlijk voornamelijk bewapend met (werp)speren, zwaarden, bogen en bijlen. De Keltische krijgers werden beschermd door hun met leer bedekte schilden die relatief veel op de Schotse targe lijken. De rijkere klasse droegen helmen, borstpantsers en maliënkolders. Uit geschiedschrijving blijkt echter dat de Kelten de voorkeur gaven aan vechten zonder veel bepantsering. Dit was waarschijnlijk door hun manoeuvreerbaarheid.

De Kelten maakten zowel gebruik van infanterie als van cavalerie, deze cavalerie bestond uit edelen te paard maar ook uit strijdwagens. Het waren zeer bekwame ruiters en konden onder andere zonder zadel rijden en op een helling opstijgen op een rennend paard. Het is daarom ook niet verwonderlijk dat de Romeinen de Gallische techniek van paardentraining overnam. Het grootste gedeelte van de Keltische legers bestond uit infanterie. Doordat de Keltische cultuur oorspronkelijk een krijgscultuur is, vormden de krijgers een aparte gewaardeerde klasse. Voor de Keltische krijger was het een schande om terug te keren van een veldslag die verloren was.

Op het slagveld maakte de Keltische legers gebruik van de carnyx, deze hoorn zag er afschrikwekkend uit en maakte een hard, iel geluid. Honderden horens vormde een deel van de Keltische psychologische oorlogvoering. De krijgers gingen waarschijnlijk zelf beschilderd naar het slagveld. Op het slagveld probeerden ze de vijand uit te dagen. Indien het tot een man tot man gevecht kwam was het verboden om hulp in te roepen van een derde persoon.

Wanneer het niet tot een klein gevecht kwam stormde de Keltische horde op de vijand af. Geschiedschrijvers beschrijven de blinde oorlogswoede die daarin bij de Kelten naar voren kwam. Vaak waren zij sterk in de meerderheid en gebruikten ze dit om de vijand omver te lopen. In de flanken waren cavalerie en strijdwagens gepositioneerd. In latere periodes ontwikkelden de Romeinse legers zich echter zodanig dat een dergelijk Keltisch leger geen effect meer had. Hierdoor waren ze genoodzaakt nieuwe tactieken te ontwikkelen.

Guerrillatactieken boden een oplossing. De Kelten verrasten Romeinse legioenen door geheel Europa tot het eind van de Romeinse periodes. De Keltische volkeren die nooit zijn verslagen door de Romeinen bleven deze tactieken door de eeuwen heen verder gebruiken. 

http://www.celticbritain.net/speer-cb.jpgDe speer is een wapen dat door de Kelten voor het eerst systematisch in man tot mangevechten werd gebruikt naast het gebruik als werpspeer. Een Keltische speer had een kling in plaats van de gebruikelijke scherpe punt, wat de strijder in staat stelde het wapen efficiënter te gebruiken, terwijl hij afstand van zijn vijand kon behouden. Er bestonden twee soorten speren, een lange zware speer voor man tot man gevechten en een lichtere werpspeer. De zwaardere speren werden in de Schotse onafhankelijkheidsoorlogen effectief gebruikt tegen Engelse cavalerie in de schiltrom-formatie.

Een vereiste voor een Keltische edelman was het bezit van een zwaard. De Keltische zwaarden uit vroege periodes hadden zowel een  scherpe kling als een scherpe punt die hen in staat stelde te steken en te houwen, later verdween de punt. De lengte van een Keltisch zwaard varieerde nogal, er waren kleinere zwaarden voor eenhandig gebruik en grote, zware, tweehandige zwaarden.

De falcata was waarschijnlijk het oudste Keltische wapen. Mogelijk stamde dit zwaard samen met de Turkse Yataghan, de Nepalese Kukri en Kora en de Griekse kopsis af van de Egyptische Kopesh of werd hij geïntroduceerd door de Kelten en afgeleid van de rituele messen. De falcata heeft een kling die aan een kant scherp is, aan de punt hol en bij het gevest bol aflopend. Hierdoor kon het zwaard de impact van een bijl en het snijvermogen van een zwaard en kan hij zeer diepe sneeën maken. Een krijger kon dit in combinatie met een groot schild goed gebruiken voor korte, snelle houwen. Het vierkante gevest zorgt ervoor dat het zwaard makkelijk vast te houden is en ook bij de krachtigste slagen in de hand blijft liggen en was meestal met een gestileerde vogel- of paardenkop versierd.

 De claymore (van het Gaelic claisshin-more, wat groot zwaard betekent) was een tweehandig zwaard dat in de late middeleeuwen werd gebruikt. De gemiddelde  claymore had een klinglengte van 107 cm. Kinderen  begonnen al op vroege leeftijd te trainen om dit zwaard te gebruiken, aangezien het moeilijk was om het te hanteren. De claymore werd veel gebruikt door de Schotten, bijvoorbeeld in de eerste Jacobite-opstand, maar ook de Ieren gebruikten hem, vaak in combinatie met een fakkel. Deze fakkel kon brandwonden veroorzaken en de vijand hiermee afleiden.

De basket hilted claymore of het basket hilted broadsword is een zwaard met maar een scherpe rand en een rechte kling. Het is, in tegenstelling met de claymore, een eenhandig zwaard. De greep werd omhuld door een mand of basket,  die de hand van de soldaat beschermde. Dit zwaard werd soms gemaakt van de kling van een claymore als deze was afgebroken en komt daardoor aan zijn naam. Het werd rond de 17de eeuw het traditionele wapen van het highland clanlid.

De Schotse dirk ontstond uit de gewone, Europese dolk. Hij werd veel gebruikt in de periode van 1660 tot en met ongeveer 1745, na de nederlaag bij Culloden. Het blad van de dolk had maar een scherpe zijde en was bedoeld om linkshandig te gebruiken in combinatie met een schild en een zwaard. De schede van de dirk werd vaak aan de riem bevestigd.

De sgian achlais was de voorloper van de sgian dubh. Hij werd in de 17de en de 18de eeuw in de mouw gedragen en kon makkelijk getrokken worden. Mogelijk droegen ook vrouwen dit mes, om het eten aan te snijden en om zichzelf te verdedigen als iemand haar problemen bezorgde.

 De naam sgian dubh betekend ‘zwart mes’  Dit mes werd in de 17de en 18de eeuw voornamelijk in de mouw gedragen. Het was een oud gebruik dat wanneer de hooglander een huis binnenging hij geen zwaarden mee naar binnen mocht nemen. Om toch zichzelf te kunnen verdedigen deed de hooglander dan de sgian dubh in zijn sok. Wanneer er in het huis ruzie zou ontstaan kon hij zich met het mes een weg banen naar buiten. Na Culloden droegen de soldaten van het Black watch regiment deze dolk altijd in hun sok.

De warhammer of oorlogshamer was een laatmiddeleeuws wapen dat zowel op het slagveld als als executiewapen werd gebruikt. Op het slagveld werd hij vaak in combinatie met een zwaard gebruikt, de hamer diende er dan voor om door bepantsering heen te breken. Kleine oorlogshamers waren ongeveer zo groot als een morgenster, grotere konden even lang zijn als een hellebaard en waren bedoeld om cavalerie te bevechten.

De strijdbijl was een standaardwapen in de middeleeuwen. Hij was niet alleen effectief tegen infanterie, veel Kelten gebruikten hem ook in het dagelijks leven. Door de multifunctionaliteit van dit wapen werd hij door heel Europa gebruikt.

De bekendste Keltische boog is de Welshe longbow. Hij was ongeveer 2 meter lang en werd gewoonlijk gemaakt van coniferenhout. Niet alleen werd hij gebruikt voor oorlogvoering, maar ook voor de jacht. In vergelijking met andere bogen had de Welshe longbow een groot bereik, er wordt geschat dat hij tussen de 165 en de 220 meter lag. Een ervaren longbowman kon twintig gerichte schoten per minuut lossen.

De Keltische soldaat trok ten strijde in een verscheidenheid van kleding en wapenrusting. De meeste strijders droegen een simpele, traditioneel geruite broek zonder hemd. Vaak waren op hun borst en gezicht vloeiende, cirkelvormige patronen getatoeëerd. Velen zetten hun haar rechtop door een combinatie van water en  kalk. Anderen, vooral de Picten, verfden hun gehele lichaam blauw met wede. De krijgers die wat meer in aanzien stonden of rijker waren, hadden bescherming door schilden, helmen of harnassen. In latere tijden konden steeds meer soldaten zich een wapenrusting veroorloven.

Het schild was de meest gebruikelijke verdedigingsuitrusting. Schilden waren meestal rond een meter lang en gemaakt van hout, al dan niet verstevigd met metaal. Ze hadden een ronde of ovalen vorm.

De targe was een klein rond schild dat bedekt was met leer. Hij had over het algemeen een stalen punt in het midden en ook delen van de rest van het oppervlak was beslagen met ijzeren punten, wat ter versiering was maar het schild ook stevigheid gaf. De targe is een van de symbolen geworden van de laatste Jacobite-opstand, toen de Schotten hem gebruikten om de bajonetten van de Engelsen af te weren, terwijl ze ondertussen gelegenheid kregen om uit te halen met hun zwaard.

Helmen waren duur om te maken en men denkt dat alleen de rijkere strijders ze konden veroorloven. Hun helmen varieerden enorm in stijl, sommige waren eenvoudig en rond, anderen hadden zware wangbeschermers en waren versierd met metaal.  De minder rijken waren blootshoofds of lieten een helm van leer maken. De Kelten hadden weliswaar de maliënkolder uitgevonden, maar zowel de maliënkolder als enig ander harnas werd vrij weinig gebruikt, behalve door de rijkste edelen.

Zie ook:

Keltische oorlogen
Keltische cavalerie

Celtic Webmerchant:

        
Schots zwaard € 79,10                Basket hilted broadsword€ 65,40      Enkelhandig Vikingzwaard € 70,15

 
 

copyright © 2008 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden.           Sitemap  Contact