Llywelyn Fawr

Llywelyn Fawr, prins van Wales, was een van de belangrijkste en meest opbouwende Welshe staatsmannen en wist door constante oorlogvoering, buigen maar niet breken en daarna weer opstaan wanneer de druk was opgeheven, een groot deel van het tegenwoordige Wales onder zijn regering te brengen. Hij was beschermer van barden en abdijen en verfijnde het Welshe rechtssysteem. Net als zijn kleinzoon Llywelyn Ein Llyw Olaf bouwde hij op grote schaal kastelen met een typisch Welshe stijl en gaf hij kleine stadjes de kans uit te groeien tot steden.

Llywelyn werd naar men zegt in 1172 geboren in Dolwyddelan Castle in noord-Wales. Hij Zijn vader Iorwerth was de erfgenaam van Owain, prins van Gwynedd, die afstamde van koning Maelgwn van Gwynedd. Dit stelde Llywelyns machtspositie echter niet veilig, integendeel, het was waarschijnlijker dat hij een gewelddadige dood zou krijgen dan een kroon op zijn hoofd. Dit werd verhinderd door zijn oom Dafydd, die zijn beschermer werd. Ook hij aarzelde niet te doden voor zijn troon, hij had zijn broers Rhodri en Maelgwn gevangen gehouden en zijn andere broers, Hywel en Iorwerth, met de hulp van Rhodri gedood.

De dood van zijn vader vergat Llywelyn niet en in 1194 greep hij de macht van zijn oom en versloeg hem in de slag bij Aberconwy. In 1197 nam hij hem gevangen, maar een jaar later werd Dafydd vrijgelaten en verbannen naar Engeland, waar hij stierf. Llywelyn deelde toen Gwynedd op met zijn neefjes, Gruffudd en Maredudd ap Cynan, waarbij de twee broers de landerijen ten westen van de rivier de Conwy, hij het deel ten oosten van Conwy kreeg.

In 1200 stierf Gruffudd en nam Llywelyn controle over heel noord-Wales door Maredudd te verbannen en het kasteel bij Mold in te nemen. Hoewel hij besefte dat hij op deze manier een bedreiging zou gaan vormen voor de Engelse markgraven en koning, viel hij zuid-Powys, het gebied van Gwenwynwyn, in en veroverde het.

Tegen 1205 moest zelfs de Engelse koning John – Jan zonder Land – erkennen dat Llywelyn machtig was geworden, maar in plaats van hem zijn vijand te maken, sloot hij een alliantie door hem zijn dochter Joan aan te bieden als vrouw. Llywelyn ging zelfs mee in de Schotse campagnes van Engeland. In 1207 arresteerde John Gwenwynwyn, zodat zijn schoonzoon zuid-Powys en noord-Ceredigion kon innemen. Hij besefte te laat dat Gwynedd te machtig werd.

De earl van Chester, een van de machtige markgraven, herbouwde Deganwy castle in het centrum van Llywelyns land, maar Llywelyn viel hem aan en koning John had nu geen andere keus de tegenaanval in te zetten.

Het Engelse leger trok, met steun van Gwenwynwyn en de andere Welshe lords die vreesden voor Llywelyn, naar Deganwy. Daar bevond zich noch het leger, noch enig voedsel. De Welshmen waren in guerrillatactiek teruggetrokken naar de heuvels, hun voedsel met zich meenemend. Koning John had er niet op gerekend dat hij vanuit Engeland bevoorrading moest krijgen, dus hij moest de keuze maken tussen doodhongeren in Wales of terugtrekken naar Engeland.

Hij koos voor het laatste, maar gaf niet op. Binnen drie maanden trok hij opnieuw Wales binnen met een groter en beter bevoorraad leger dan de vorige keer. Hij nam de oude Romeinse weg door Abergwyngregyn en bezette kort het koninklijke paleis van Pen-y-Bryn. Hierna trok hij verder om Bangor plat te branden en liet hij Llywelyn geen andere keus dan zijn vrouw Joan naar haar vader te sturen om over vrede te onderhandelen.

De vredesvoorwaarden brachten Llywelyn terug naar waar hij was begonnen: alleen het stuk land ten westen van de Conwy mocht hij houden. Daarnaast moet hij 20.000 stuks vee en 40 paarden aan de Engelsen leveren.

John maakte echter duidelijk dat hij helemaal niet op vrede met Wales uit was, maar het juist geheel wilde innemen, door het kasteel van Aberystwyth in te nemen en er een garnizoen te stationeren. Dit leidde ertoe dat de Welshmen zich verenigden onder Llywelyns banier en optrokken tegen de Engelsen. Ze namen de Engelse forten in hun land in en uiteindelijk ook de kastelen van Deganwy en Rhuddlan. Ditmaal was het John die in serieuze problemen zat.

Naast zijn oorlog met de Welshmen zworen zijn baronnen tegen hem samen en hij moest zich naar Llywelyn wenden voor steun, die hem die niet gaf maar zich bij de Engelse baronnen aansloot. Hij viel Shrewsbury in en nam het in, daarna trok hij verder naar zuid-Wales. In 1215 had hij dit deel ingenomen en veroverde hij Cardigan en Cilgerran.

Het jaar hierna liet hij zijn dochter trouwen met een van de machtige Engelse markgraven, Reginald de Breos, waardoor hij zich ook door hen gesteund wist. De Breos’ vrouw en kinderen waren enkele jaren eerder wreed vermoord door koning John. Het huwelijk zorgde enige tijd voor vrede aan de grensgebieden en toen koning John in 1216 stierf, maakte Llywelyn een verdrag met de nieuwe koning Henry de 3de. In het verdrag van Worcester bevestigde de nieuwe koning Llywelyns status als machtigste persoon van Wales.

Llywelyn Fawr was nu, op 44-jarige leeftijd, de onbetwiste leider van Wales. Hij had door de jaren heen geleerd hoe belangrijk diplomatie was en zijn vaardigheden gebruikt om een regeringssysteem te vormen waardoor de vrede voor een tijd bloeide. Om ruzie tussen de verschillende voormalige heersers van Wales te voorkomen, verdeelde hij tijdens een parlementszitting in Aberdovy de districten onder de verschillende prinsen en heren die hem hadden gesteund, waarbij hij zelf de positie van opperheer kreeg.

De vrede duurde echter niet lang, want hij kreeg ruzie met de earl van Pembroke. Deze bracht in 1223 een leger vanuit Ierland over en nam Cardigan en Carmarthen in. Hierop stuurde Llywelyn zijn zoon Gruffud met een leger, dat geen succes had. De ruzie ging door tot de dood van de earl in 1231. Na diens overlijden, maakte Llywelyn een alliantie met de nieuwe earl tegen de Engelse koning. Henry de 3de moest een vredesverdrag maken die elke twee jaar vernieuwd werd en zo had Llywelyn een relatief vrediger periode achter de rug toen hij op 68-jarige leeftijd stierf in 1240. Hij werd opgevolgd door zijn zoon, Dafydd, hoewel hij al een oudere zoon, Gruffud, had bij een Welshe minnares, maar hij dacht dat de Engelse koning minder snel een familielid zou aanvallen.

De nieuwe koning Edward de 1ste liet de leider van Wales echter niet in vrede rusten, want nadat hij een groot deel van Wales had veroverd liet hij een kasteel bouwen op de plek van het spirituele hart van Gwynedd, de abdij van Aberconwy, waar Llywelyn was gestorven en begraven. De abdij werd vernietigd en de resten van Llywelyn werden overgebracht naar Maenan, 13 kilometer verderop. De monniken bleven voor de kist zorgen, maar ook de abdij van Maenan werd vernietigd tijdens de reformatie. De tombe van Llywelyn werd verloren, maar later weer gevonden en hij ligt vandaag de dag in de Wynn kapel van de kerk van Llanrwst. 

     
 

copyright © 2008 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden.           Sitemap  Contact