![]() |
![]() |
||||
|
|
De slag bij Mons Graupius
Voor lange tijd ontweken de Caledonii en de Picten de fout die hun zuidelijke buren duur was komen te staan. In plaats van oorlog te voeren op een open slagveld, kozen ze voor een guerrillastrijd in de onbegaanbare Schotse gebieden. Toen het Romeinse leger optrok naar de belangrijkste bevoorradingsplaats van de stammen, moesten ze een open oorlog riskeren om uithongering te voorkomen. De slag bij Mons Graupius is vastgelegd door de Romeinse geschiedschrijver Publius Cornelius Tacitus. Deze had persoonlijke redenen had om zijn schoonvader Agricola in een goed licht te zetten, hierdoor verklaart hij delen van de veldslag niet die duidelijk rampzalig hadden kunnen aflopen. De stammen waren in de meerderheid van 30.000 tegen 20.000 Romeinse soldaten. De Picten wisten het hoger gelegen gebied van Mons Graupius te winnen waardoor ze tijdens de veldslag een extra voordeel hadden. De Picten werden tijdens de veldslag geleid door Calgacus. Tacitus noemde hem de meest waardige chieftain van allen. Hij beschreef hoe deze zijn troepen voor de veldslag toesprak: ‘Telkens wanneer ik de oorzaken van de oorlog en de hachelijke situatie overloop, heb ik er groot vertrouwen in dat de dag van vandaag en jullie eensgezindheid het begin van de vrijheid van geheel Britannië zal zijn: want ook jullie zijn samengekomen van overal, vrij van slavernij, en achter ons zijn er geen landen meer, en zelfs de zee is niet veilig, omdat de Romeinse vloot ons bedreigt. Zo zijn strijd en wapens, voor de dapperen eervol, reeds zeer veilig voor lafaards. Eerdere gevechten, waarin tegen de Romeinen met wisselend succes gestreden is, hielden nog hoop en hulp in onze handen, omdat wij, de nobelsten van geheel Britannië, daarom gevestigd in het binnenland zelf en geen enkele kusten van slavernij aanschouwend, ook de ogen niet geschonden hadden door aanraking met de tirannie. Tot op de dag van vandaag heeft de afgelegen ligging zelf en de uithoek van bekendheid ons, laatsten van de landen en van vrijheid, verdedigd. Nu staat de grens van Brittannië open en al het onbekende is tot ontzag. Maar er is reeds geen volk voorbij ons, niets behalve golven en rotsen, en de nog dreigendere Romeinen, wiens hoogmoed je tevergeefs zou proberen te ontvluchten door onderdanigheid en bescheidenheid. Rovers van de wereld onderzoeken ook al de zee, nadat landen voor hen die alle dingen verwoesten ontbreken. Als de vijand rijk is, zijn ze hebzuchtig, indien arm, heerszuchtig; hen zou noch het westen, noch het oosten kunnen verzadigen. Als enigen van allen begeren zij zowel rijkdom als armoede met gelijke drang. Roven, moorden en plunderen noemen ze met valse namen een rijk, en, waar ze een woestenij maken, noemen ze het vrede.’ Verder zijn er tijdens of na de veldslag geen meldingen van Calgacus gemaakt. Zijn naam kwam niet op de lijst met gevangen voor.
De Picten riepen nu hun hulptroepen in. De Romeinse generaal Agricola zag deze manoeuvre en stuurde zijn reserve-eenheid en vier eskadrons cavalerie ten aanval. De vier cavalerie-eenheden raakten achter de Pictische linies, Tacitus heeft de veldslag zodanig beschreven dat dit de hele veldslag leek. Door de vijandelijke cavalerie achter de Pictische linie moesten de stammen aan twee fronten vechten. Het aantal slachtoffers nam toe. Hierop beval de Pictische leider de aftocht. Onder de Picten vielen veel slachtoffers, vooral door de najagende cavalerie. De veldslag had desondanks nog nadeliger kunnen zijn voor de Picten wanneer ze hadden doorgevochten. Voor de veldslag beseften ze al dat het onmogelijk was een Romeins leger op het open veld te verslaan. De Picten plaatsten waarschijnlijk een hinderlaag in de dichtstbijzijnde bossen. Agricola zag dit gevaar en beval zijn soldaten niet verder door te trekken, wat hij later zou herroepen. Na de veldslag evacueerden de Picten de gehele omgeving rond Mons Graupius. De Romeinse bevelhebbers achtten de veldslag gewonnen, maar dit betekende niet dat de oorlog al voorbij was. Agricola beval toch om het bos in te trekken, Tacitus geeft de indruk dat ze dit net diep genoeg deden om er zeker van te zijn dat de Picten niet hun kans afwachtten totdat de Romeinen het slagveld zouden verlaten. Nadat het bos veilig was verklaard, liet Agricola onmiddellijk terugtrekken van het slagveld.
Mons Graupius heeft nog vele open vragen nagelaten. Wat bedoelde Tacitus met de vermelding dat Agricola na de veldslag zijn leger naar het gebied van de Boresti leidde? De Boresti was de enige stam die Tacitus naast de Caledonii noemde. Op dit moment is niet bekend waar deze stam zich na de veldslag bevond, maar waarschijnlijk ergens in Aberdeenshire. De Romeinen hadden immers Boresti gevangen genomen tijdens de veldslag. Tacitus schreef: nu de zomer voorbij is, is het onmogelijk om de oorlog verder uit te vechten. Het leger ging terug naar hun winterkwartier, wellicht lag dit aan de rivier de Tay. Tacitus maakte duidelijk melding van het feit dat Agricola het leger langzaam liet marcheren. Hij noemde het zelfs de traagheid van het leger. Waarom deed Agricola dit? Tacitus vermeldde dat het was om indruk te maken op de lokale stammen die ze voorbij trokken. Maar niemand zou onder de indruk zijn geraakt van langzaam lopende Romeinen in plaats van snel marcherende.
Ondanks Tacitus’ vermelding van de overwinning bij de veldslag leek alles erop dat Agricola zich er bewust van was dat het Pictische leger nog bestond. Agricola heeft het Romeinse leger zodoende van een ramp gered. Een ander generaal zou er vanuit zijn gegaan dat na de slag de barbaren op de vlucht sloegen. Hij zou het leger laten bijkomen en terug laten trekken naar het winterkwartier, niet oplettend voor hinderlagen. Wat er enige jaren later gebeurde bewijst nogmaals dat de nederlaag op Mons Graupius helemaal niet zo groot was als beschreven. De Romeinen verloren het totale 9de legioen, waar tot vandaag de dag nog steeds geen spoor van terug is gevonden. Ze zagen zich genoodzaakt de forten die ze hadden gebouwd te verlaten en terug te trekken. Ze trokken zelfs tot aan Newcastle in het hedendaagse Engeland. Vervolgens bouwden ze een enorme muur over de breedte van het hele land. Dit alles om de Pictische bedreiging tegen te houden. De Romeinen voerden later nog twee andere expedities, beide mislukten. Na de laatste expeditie betaalden de Romeinen de Picten zelfs in ruil voor vrede. Velen beweren dat de Romeinen uit Caledonia terugtrokken omdat ze troepen nodig hadden bij de Rijn. Als dat de reden was, dan blijft de vraag waarom de Romeinen niet uit geheel Brittannië terugtrokken, hierdoor zouden veel meer troepen vrij komen om vervolgens weer gebieden bij de Rijn in te nemen. Een logischere reden is dat de Romeinen simpelweg de Picten niet konden verslaan. De strijd die de Romeinen vochten tegen de Picten komt overeen met de oorlog die de Amerikanen tegen de Vietnamezen verloren. Agricola werd tien jaar na de slag bij Mons Graupius vergiftigd. Volgens sommigen gebeurde dit op bevel van de keizer, tijdens een griep werd hij behandeld door de keizers eigen dokter die waarschijnlijk het gif toediende. Mogelijk werd dit bevel gegeven om de generaal die Rome een enorme nederlaag had bezorgd uit te schakelen en zodoende de populariteit van het volk te winnen. Zie ook:
De Picten en de Romeinen Celtic Webmerchant:
|
||||
![]() |
|||||
|
copyright © 2008 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden. Sitemap Contact |
|||||