Overlevering van Ierse verhalen

Door de eeuwen heen zijn verhalen op verschillende manieren overgeleverd. Dit geldt niet alleen voor de Oud-Ierse mythologie, maar eigenlijk voor de hele wereldliteratuur.

Dichters

In voor-christelijk Ierland bestond geen schrift, behalve het ogham-schrift. Ogham werd met name op steen geschreven en duidde meestal belangrijke plaatsen of personen aan. Het werd dan ook niet gebruikt voor uitgebreide teksten, zoals verhalen. Verhalen werden in plaats daarvan doorverteld door dichters, in het Iers filid genaamd (enkelvoud: fili).  Zij zorgden voor de officiële overlevering en moesten van Samhain tot Bealtaine elke avond een nieuw verhaal kunnen vertellen. De laagste klasse filid kende 30 verschillende verhalen, de hoogste 350.

Naast het vertellen van bestaande verhalen was een belangrijke taak van de fili lofdichten te maken over zijn heer (en een treurzang als hij was gestorven), bijvoorbeeld over zijn gastvrijheid en zijn heldendaden. Het was natuurlijk de hoop dat deze gedichten bewaard en doorverteld zouden blijven, zodat de naam van de heer zou voortleven. Een deel van de gedichten bleef ook daadwerkelijk bewaard.

Een dichter kon ook een satire of een spotdicht maken, wanneer hij onrechtvaardig behandeld werd. Men geloofde dat zo’n satire de macht had mensen te verwonden of zelfs te doden. Hij zorgde er in ieder geval voor dat de eer van de besatireerde persoon werd aangetast. Daarom zorgde men er altijd voor dat een fili gastvrij behandeld werd, zodat de eer niet beschadigd raakte. Er was ook illegale satire, wanneer men iemand satireerde om een ongeldige reden.

Verteltechnieken van de filid

Doordat de filid de verhalen oraal overleverden, zijn waarschijnlijk de meeste verhalen in de loop van de jaren veranderd. Het is vaak echter moeilijk te zeggen hoe het originele verhaal eruit zag, omdat de meeste verhalen alleen in de modernere versie zijn overgeleverd. Ook zorgde de orale overlevering ervoor dat er geen vaste versies van verhalen bestonden. De verhaallijn lag natuurlijk grotendeels vast, maar de details konden altijd worden aangepast naar de situatie waarin het verhaal werd verteld. Waarschijnlijk verschilde de inhoud van het verhaal ook lichtelijk per regio. Door deze manier van overleveren zijn ook verschillende versies van verhalen opgeschreven. Een dergelijke versie wordt een recensie genoemd. Één recensie kan in meerdere manuscripten te vinden zijn, doordat bijvoorbeeld de eerste tekst gekopieerd is in andere manuscripten.

Omdat een goede fili veel verhalen kende, moest hij wel eens nadenken tijdens het vertellen hoe het verhaal ging. Daarom gebruikte de dichter veel formules, beschrijvingen die in bijna elke situatie hetzelfde waren: hoe mooi het meisje eruit zag en hoe bloederig zijn gevechten zijn. Terwijl hij de formule vertelde, kon hij denken aan het volgende gedeelte.

Ook kon de fili zijn verhaal, zoals gemeld, aanpassen naar de situatie. De gerechten van een denkbeeldig feestmaal konden uitstekend worden aangepast naar het banket van de gastheer. Sommige verhalen konden ook gemakkelijk ingekort of verlengd worden, bijvoorbeeld reisverhalen of verhalen waarin een held verschillende taken moest vervullen.

Monniken

Door de introductie van het christendom veranderde de situatie van orale overlevering.  Het Latijnse schrift werd geïntroduceerd en er werd met deze letters een systeem opgesteld om ook in het Iers te schrijven. De eerste Ierse “teksten” waren korte aantekeningen bij religieuze en grammaticale teksten, maar de monniken begonnen ook Ierse verhalen op te schrijven. Het is niet duidelijk hoe deze monniken aan de kennis van Ierse verhalen kwamen. De kunde waarmee de verhalen zijn opgeschreven, maakt het niet waarschijnlijk dat de schrijvers geen toegang hadden tot de kennis van de filid. Mogelijk waren de scriptoren dan ook oorspronkelijk filid die in het klooster waren getreden, of werden ze gedicteerd door een fili.

Hoewel de eerste Ierse woorden al in de 8ste eeuw in het Latijnse alfabet werden geschreven, dateert het vroegste boek met Ierse verhalen, het Lebor na hUidre, uit de vroege 12de eeuw. Er werden wel al voor deze tijd verhalen opgeschreven, maar deze zijn waarschijnlijk allemaal verloren gegaan. Aanwijzingen van deze vroegere teksten vinden we onder andere in het taalgebruik van de manuscripten.

De Ierse verhalen waren heidens en dit zorgde voor een obstakel voor de monniken. Dit werd op verschillende manieren omzeild. Ten eerste werd de rol van de heidense goden vermoedelijk verkleind en werden ze ook niet meer als zodanig bestempeld. Ten tweede werd vaak wat opgeschreven was aan het einde herroepen met verklaringen als “deze tekst moet men niet geloven, want in die tijd woonden er alleen demonen in Ierland.” Ten derde was het opschrijven van heidense verhalen naar verluidt aangemoedigd door een engel van God om zo tot vermaak van de adel te dienen. In Acallam na Senórach vraagt sint Patrick zich af of hij de verhalen die de held Cáilte aan hem vertelt wel op moet schrijven, maar een engel van God komt tot hem en vertelt hem dit wel te doen. En wanneer Patrick dat mocht, waarom zouden de monniken het dan niet mogen?

Met de komst van het christendom verdween de functie van de fili niet geheel. Veel filid bleven hofdichters en bleven de heren vermaken met verhalen en eigen gedichten. Zelfs in de 20ste eeuw was de functie van dichter nog altijd belangrijk in de samenleving.

Folklore

Uiteraard werden verhalen niet alleen via filid en monniken overgeleverd. Er waren bijvoorbeeld ook barden, verhalenvertellers die niet geschoold waren in de vertelkunst. Daarnaast werden verhalen ongetwijfeld ook bij het haardvuur overgeleverd van vader op zoon, van moeder op dochter. Dit is onder andere terug te vinden in de huidige ‘volksverhalen’ van Ierland, waarbij de helden CúChulainn en Fionn vaak reuzen zijn geworden en die bevolkt worden door elfen. Onder andere Augusta Gregory en William Butler Yeats hebben in de 19de en 20ste eeuw veel van dergelijke verhalen verzameld.

De waarde van Ierse verhalen

Verhalen werden dus overal in Ierland overgeleverd, door filid en barden, door monniken en door familie, terwijl sommige elementen, zoals strijdwagens, allang niet meer recent waren, zelfs niet toen ze voor het eerst werden opgeschreven. Desondanks bleven ze hun relevantie behouden. Ze gaven normen en waarden aan die nog steeds belangrijk waren, zoals heldendom. Deze konden door de toehoorders als voorbeeld worden genomen voor het inrichten van hun eigen leven. Een deel van de levensstijl  in de verhalen was hetzelfde gebleven, zoals veeroven en de wetten van gasvrijheid. Daarom was een deel van de verhalen erg herkenbaar en kon de held zo je eigen vader of grootvader zijn geweest.

Zie ook

CuChulainn
Gaelic clanstelsel
Oud-Iers recht

Bronnen:

- Bhrolcháin, Muireann, "An Introduction to Early Irish Literature" (Dublin 2009)

- Green, Miranda J., "Dictionary of Celtic myth and legend " (London 1992)

 

 

Gesponsord door Celtic Webmerchant:

          
Keltisch kookstel € 109,90                       Keltisch sieraad € 12,50            Keltische helm € 295,-
 

copyright © 2011 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden.           Sitemap  Contact