![]() |
![]() |
||||
|
|
Owain Glyndor
Glyndwr was lid van de dynastie van noord-Powys en, van zijn moeders kant, van die van Deheubarth in het zuiden. Zijn familie had gevochten voor Llywelyn ap Gruffyd, de laatste prins van Wales, in de oorlog en kreeg haar landerijen alleen maar terug vanwege een verbond met de machtige Marcher lords van Chirk, Bromfield en Yale en de minder belangrijke familie van Lestrange. Owain Glyndwr kwam goed terecht. Hij werd door de koning aangesteld als baron van Glyn Dyfrdwy en Cynllaith Owain in de buurt van de Dee. Hij was een echte, Engelssprekende heer die had gediend onder Henry van Lancaster en de earl van Arundel en tijdens de Schotse campagne van 1385.
De reactie op zijn aanval was verbluffend. Hij had met enkele honderden mannen Ruthin aangevallen en ging door met het bevrijden van alle steden van noordoost-Wales. Er kwam een onmiddellijk antwoord uit Oxford, waar Welshe geleerden hun boeken neerlegden en naar huis trokken. Ook ging een heel groot deel van de Welshe arbeiders in Engeland naar hun thuisland terug. Het Engelse parlement voerde meteen strenge anti-Welshe wetgeving in en Henry de 4de marcheerde met een groot leger dwars door noord-Wales, terwijl hij zijn soldaten liet plunderen zonder genade. Vele duizenden kropen door het stof om vrede te maken en Glyndwr vluchtte in de winter met slechts zeven man de heuvels in. Maar in de lente van 1401, toen de Tudors met een list Conwy Castle veroverden, trok Owains kleine groep naar het centrum en het zuiden van Wales. Opnieuw sloten honderden aan bij de rebellie en ook mannen van hogere rang waren hierbij. In zijn brieven naar zuid-Wales riep hij zichzelf uit tot bevrijder, aangesteld door God, die de onderdrukkers van het Welshe volk zou verdrijven. De Engelse koning, Henry de 4de, zond troepen en voerde snel verschillende strenge wetten tegen de Welshmen in, waarbij hij de Welshe taal, barden en zangers verbood. Verdere gevechten volgden, terwijl Glyndwr Edmund Mortimer, de earl van March, in Pilleth gevangen nam in juni 1402. Tegen het einde van 1403 had Glyndwr het grootste gedeelte van Wales in handen. In de twaalfjarige oorlog die volgde, was het voor de Engelsen vooral een zaak om hun kastelen te behouden. Expeditie na expeditie werd genadeloos teruggeslagen. Henry de 4de, die zowel uit Wales als uit Schotland, Frankrijk en van opstandige baronnen weerstand ondervond, zond leger na leger, sommige reusachtig, alle ineffectief. Hij had nooit grip op de rebellie, die zich uitbreidde in een land dat vernietigd, verbrand en uitgeput was tot buiten de grenzen van verdraagzaamheid. Voor de Welshmen was het een Marcher rebellie en een boerenopstand die uitgroeide tot een nationale guerrillaoorlog. De onverwacht lange duur ervan is verbazingwekkend. Weinig opstanden in het tegenwoordige Europa duurden meer dan een paar maanden; voor deze opstand had geen enkele Welshe opstand het langer uitgehouden. Deze raasde tien jaar onvermoeid door en eindigde in feite niet tot vijftien jaar na zijn begin. In 1404 riep Glyndwr een parlement van vier mannen uit elke cwmwd, een landsdeel van Wales, bijeen in Machynlleth, waar hij met Frankrijk en Spanje een verdrag van erkenning sloot. Ook werd hij in Machynlleth gekroond als koning van een vrij Wales. Een tweede parlementszitting vond het daarop volgende jaar plaats in Harlech, hier werden plannen gemaakt om Wales en Engeland in drieën te verdelen: Mortimer zou het zuiden en westen van Engeland nemen, Thomas Percy, earl van Northumberland, zou het midden en noorden krijgen en Glyndwr zelf Wales en de Marches van Engeland. Het Engelse leger had zich echter als hoofddoel gesteld om de Welshe opstand met kracht te onderdrukken en deze driedeling kwam er nooit van.
Wat opmerkelijker is dan de oorlog die de opstand onvermijdelijk werd, is de passie en de loyaliteit waarmee de oorlog werd gesteund. Glyndwrs mannen maakten een einde aan betalingen aan de lords en de kroon; ze konden genoeg geld verzamelen voor de parlementen die ze opriepen en die werden bijgewoond vanuit alle delen van Wales. Van duizenden gewone mensen kwam een loyaliteit die vaak ronduit hardvochtig genoemd kan worden die Owain Glyndwr in staat stelde een verdeeld volk, een twaalfde de grootte van de Engelsen, tegen twee koningen en een dozijn legers te leiden. Owain Glyndwr was een Welshe prins die nooit zijn eigen volk verraadde, zelfs niet in de donkerste dagen waarin velen van hen hun huid hadden kunnen redden door verraad te plegen. Er is vrijwel geen enkel iemand die op hem lijkt door de hele Welshe geschiedenis heen. De wrede anti-Welshe wetten bleven bestaan tot de troonbestijging van Henry de 7de, een Welshman, in 1485. Wales werd opgenomen in de Engelse wetten en Glyndwrs opstand werd een sterk symbool van verijdelde Welshe onafhankelijkheid, zelfs vandaag de dag nog. De organisatie die in de vroege 80er jaren van de vorige eeuw Engelse vakantiehuizen en Engelse makelaars die in Welshe grond handelden afbrandde, deed dit onder de naam Meibion Glyndwr, de Zonen van Glyndwr. Sinds 1410 hebben de meeste Welshe mensen meestal het idee van onafhankelijkheid afgedaan als ondenkbaar. Maar sinds 1410 hebben eveneens de meeste Welshmen af en toe de gedachte, hetzij openlijk, hetzij in een klein hoekje van hun geest, om Owain Glyndwr achterna te gaan. Want de Welshe geest wordt nog steeds bezocht door een visioen van een volk dat vrij was. |
||||
|
copyright © 2008 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden. Sitemap Contact |
|||||