De kapel van
Rosslyn
De
kapel van Rosslyn is gebouwd door William Sinclair, 1ste earl
van Caithness en 3de earl van de Orkneys, die van 1410 tot
1484 leefde. Hij kijkt uit op de Rosslyn glen en het stadje zelf, dat in
de buurt van Edinburgh ligt en oefent al meer dan zes eeuwen de mystieke
aantrekkingskracht uit op pelgrims van over de hele wereld. De kapel van
Rosslyn werd oorspronkelijk vermoedelijk de kerk van St. Mattheus
genoemd. De kapel is naast het kasteel een van de belangrijke bouwwerken
die de Sinclair familie in Rosslyn heeft gebouwd. Na de Reformatie in
1560 werden de katholieke missen in de kapel beëindigd, maar desondanks
bleef de Sinclair familie katholiek tot de 18de eeuw.
De orde der
tempeliers
Op vrijdag 13 oktober 1307
werden op bevel van koning Philips de Schone van Frankrijk alle leden
van de orde van de
tempeliers in Frankrijk gevangen genomen op
beschuldiging van onzedelijkheid en ketterij. In vrijwel heel Europa,
behalve Portugal en
Schotland, werden ze daarna voor de inquisitie
geleid en bekenden zij onder vreselijke martelingen schuld. Op 18 maart
1314 werd de grootmeester van de tempeliers, Jacques de Molay, in Parijs
verbrand.
De
Schotse koning
Robert the Bruce werd tijdens de slag bij
Bannockburn
door gevluchte tempeliers gesteund, als dank voor een veilig onderkomen.
De orde werd geleid door
Henry of William Sinclair, die goed met de
koning bevriend waren. Het gerucht gaat dan ook dat the Bruce zelf een
tempelier was. Het is bekend dat hij altijd al op kruistocht had willen
gaan, maar dat hij door de conflicten in Schotland hier nooit tijd voor
heeft gehad. Na zijn dood liet hij daarom ook zijn hart meenemen naar
het heilige land. De nauwe banden met de tempeliers zorgden er
waarschijnlijk voor dat de Schotse onafhankelijkheidsverklaring, de
Declaration of Arbroath, zo vooruitstrevend was.
De tempelridders konden
vluchten doordat verschillende gilden hen onderdak en een veilige vlucht
verleenden. Een daarvan was het metselaarsgilde. Doordat de metselaars
vele ridders naar Schotland hielpen, begon de vrijmetselaardij. Bijna
alle belangrijke denkers tot aan de tijd van Newton maakten deel uit van
de vrijmetselaardij en geloofden waarschijnlijk dat in deze geheime
traditie geheimen over het menselijk bestaan en het heelal verborgen
waren.
De
katholieke kerk probeerde in de tijd van het ontstaan van de
vrijmetselaardij kennis te beperken en te beheersen. De ‘Rex Deus’, een
Joodse organisatie, de tempeliers en de middeleeuwse vrijmetselaars
hadden echter als devies ‘Ars sine scientia nihil est’ (kunst zonder
wetenschap is waardeloos). Historische geschriften en plaatselijke
tradities bewijzen dit, zodat we met een bepaalde mate van zekerheid
kunnen bepalen wanneer deze verborgen spirituele stromingen zijn
samengevloeid en waar ze voor het eerst in de openbaarheid kwamen in de
vorm van een duidelijke voorloper van de vrijmetselaardij: de kapel van
Rosslyn.
Hoewel de tempelorde al 150
jaar voor de bouw van Rosslyn was opgeheven, zijn er verschillende
subtiele verwijzingen naar. Zo is bij een zuil bij het derde venster aan
de noordkant een tempelierszegel met het agnus dei, lam gods, te vinden.
Vrijmetselaardij
Omdat er zeer weinig bekend
is van de eerste drie eeuwen van de vrijmetselaardij, is het vrijwel
onmogelijk verbanden aan te wijzen tussen de vrijmetselaardij en de
andere
exoterische
stromingen die tijdens de renaissance voor het eerst aan het licht
kwamen. Niettemin duidt het reliëfwerk in de kapel van Rosslyn erop dat
er contacten zouden zijn geweest met de rozenkruiserbeweging. Tevens is
hier een rijkdom aan maçonnieke symbolen te zien, wat de officiële
theorie dat de vrijmetselaars pas uit de 17de eeuw ontstaan
zijn teniet doet. Zo is er de afbeelding van de gehoornde Mozes die de
stenen tafelen draagt in de zuidelijke zijbeuk, een duidelijke
verwijzing naar de Hebreeuwse riten van de vroege vrijmetselaardij,
terwijl met de afbeelding van het hoofd van Hermes Trismegistos aan de
oostelijke buitenmuur deze wegbereider van verschillende esoterische
bewegingen in Europa geëerd wordt.
Architectuur
De bouw van de kapel begon op
21 september 1456, maar in 1446 was William Sinclair de bouw van de
huizen voor de bouwvakkers begonnen te bouwen. Deze huizen hebben de
stad Rosslyn behoorlijk doen uitbreiden. Het is bekend dat Wiliam
Sinclair zijn bouwvakkers goed betaalde, een meestermetselaar verdiende
ongeveer 40 pond per jaar, wat voor die tijd een uitzonderlijk hoog
bedrag was.
De
originele bouwplannen zijn nooit teruggevonden, hierdoor is het niet
zeker of de kapel bedoeld was om op de manier te worden gebouwd zoals
hij nu is. Waarschijnlijk was het echter de bedoeling dat de constructie
veel uitgebreider was, aangezien in de 19de eeuw de
fundamenten voor een veel groter middenschip opgegraven. In dat geval
zou de huidige kapel het koor van een gigantische kerk vormen.
De kerk is naar oude traditie
van oost naar west georiënteerd, vastgesteld door de zonnestralen. De
basis wordt gevormd door een dubbele, gelijkbenige driehoek. Hij is 14
meter hoog, 12 meter breed en 21 meter lang. Er zijn bij de bouw 22
verschillende vormen van bogen gebruikt.
De kerk bestaat grofweg uit
een doopkapel die in de 18de eeuw is gebouwd, daarna het koor
met daarnaast een noordelijke en zuidelijke beuk en de Lady Chapel. Aan
de achterkant is een lagere, vroegere kapel of de crypte gebouwd. Er
staan twee altaars in de kapel: een gewijd aan de heilige maagd Maria en
een voor sint Andreas, beschermheilige van Schotland.
De
buitenkant van de kapel
Aan
de buitenkant van de kapel zijn om het gewicht van de muren af te leiden
verschillende luchtbogen aangebracht. Eén hiervan is gedecoreerd met
passers, symbolen van de vrijmetselaars. In één van de vernissen van de
noordelijke buitenmuur staat een beeld van Baphomet, de afgod die de
tempeliers volgens hun tegenstanders zouden hebben aanbeden. Op de
oostelijke buitenmuur wordt duidelijk op welke manier de vrijmetselaars
de geestelijkheid zagen: een vos, gekleed als priester, preekt voor een
groepje ganzen.
In het venster van de
zuidelijke muur is het verweerd reliëfwerk van een tempelier die een
geblinddoekte man aan een touw voort leidt te zien, ongeveer zoals bij
het huidige vrijmetselaarsritueel van inwijding in de eerste graad. Dit
is een van de zeldzame symbolische afbeeldingen waarin een duidelijk
verband te zien is tussen de vrijmetselaarsrituelen en de tempeliers.
De green Man
Een
ander opmerkelijk figuur in Rosslyns architectuur is de Green Man. Dit
figuur stamt uit de voorchristelijke, Keltische tijden maar komt in
verschillende Schotse kerken voor. De afbeeldingen hebben vaak
mensengezichten en zijn omgeven door begroeiing als uiting van de oude
betekenis van wedergeboorte en vruchtbaarheid. In de kapel zijn in
totaal 110 Green Men aanwezig in met name de Lady Chapel, tussen de twee
middelste altaren. Vermoedelijk symboliseren de figuren de maanden van
het jaar en lopen deze van oost naar west. In het oosten begint het met
jonge gezichten die de lente symboliseren en in het oosten wordt de
Green Man als een oude man afgebeeld.
De
leerlingenpilaar
Deze
pilaar is volgens sommigen het indrukwekkendste meesterstuk uit de
kapel. Het verhaal gaat dat er een metselaar aan werkte maar hem niet
afkreeg en dat hij daarom naar Rome reisde om daar inspiratie op te
doen. Toen hij terugkeerde, bleek dat zijn leerling hem al had afgemaakt
en dat hij vele malen mooier was dan hij hem had kunnen maken. In zijn
woede doodde de meestermetselaar de leerling, waardoor de pilaar deze
naam heeft gekregen. Het hoofd van deze leerling zou tegenover de plek
van het orgel, vlakbij de ingang van de doopkapel te zien zijn, verwerkt
in een pilaar. Hij heeft een litteken op zijn rechterslaap, waar de
meestermetselaar hem geslagen zou hebben. Op een pilaar links van hem is
zijn rouwende moeder te zien.
Ook gaat de legende dat de
heilige graal in deze pilaar verborgen zit, röntgenonderzoek heeft
echter uitgewezen dat dit niet het geval is.
Het is vrijwel onmogelijk dat
een metselaar uit de regio van Schotland de vaardigheid had om een
dergelijke pilaar te maken. Het is echter wel mogelijk dat een lokale
metselaar naar andere landen van Europa afreisde om deze kennis op te
doen. Een andere theorie is dat er werklieden uit Frankrijk over zijn
gekomen voor het bouwen van de kapel, dit wordt ondersteund door het
voorkomen van veel fleur-de-lys op de leerlingenpilaar. De fleur-de-lys
was niet alleen het symbool voor Frankrijk, maar ook voor de maagd
Maria.
Op de architraaf van de
pilaar staat de tekst: Forte est vinum fortior est rex fortiores sunt
mulieres super omnia vincit veritas (Wijn is sterk, een koning is
sterken, vrouwen zijn sterker, maar boven allen overwint de waarheid).
Dit is een citaat uit 1 Ezra, hoofdstuk 3 en 4, dit bijbelboek komt voor
in de Septuagint, een uitgebreid Oud Testament dat waarschijnlijk in 250
tot 100 v.Chr. gemaakt werd.
Muziekkubussen
Onder
Rosslyns vele graveringen bevinden zich 213 kubussen die uit de pilaren
en bogen steken met verschillende patronen. Het is niet duidelijk of
deze patronen een betekenis hebben, geen enkele interpretatie van de
symbolen is tot nu toe logisch. Een recente theorie is dat de kubussen
een muziekstuk vormen, aangezien de motieven lijken op de geometrische
patronen die terug te vinden zijn in de studie van cymatics,
klankenstudie. De patronen worden gemaakt door poeder op een plat
oppervlak te leggen en dit oppervlak op verschillende frequenties te
doen bewegen. De patronen die hieruit ontstaan, kunnen worden gekoppeld
aan de muzieknoten met dezelfde frequentie.
Maïskolven
Als toevoeging aan de
kubussen zijn er beeldhouwwerken op de bogen aangebracht, die volgens
sommigen maïs voorstellen. Deze plant was in Europa echter onbekend tot
de reis van Columbus in 1492. Als het maïs zou voorstellen, zou dit een
bewijs kunnen zijn dat Henry Sinclair, de 1ste earl van
Orkney, naar Amerika is gereisd. Andere wetenschappers gaan er echter
vanuit dat het hier gaat om reliëfs van aardbeien of lelies.
Het
dodenmasker van Robert the Bruce
Aan de voorkant van het
gebouw is een gezicht in de oksel van een pilaar geïntegreerd, waarvan
sinds de 20ste eeuw wordt gezegd dat dit het dodenmasker van
Robert the Bruce is. Het is mogelijk dat dit inderdaad een kopie is van
het masker. De afbeelding toont echter wel een jonger gezicht dan dat
van de koning bij zijn dood.
De zeven
zonden en deugden
In
de zuidelijke beuk zijn twee series van zeven beeldhouwwerken gemaakt,
die de zeven zonden en de zeven deugden tonen. De gierigheid en
vrijgevigheid zijn echter omgewisseld – misschien expres, misschien per
ongeluk.
Zie ook:
Tempeliers op
Bannockburn
Robert the
Bruce
Sir Henry
Sinclair
Celtic Webmerchant:

Declaratie van Arbroath (canvas 60x60cm)
Middeleeuws zwaard €
88,10
Schotse targe
€ 83,05
€ 57,95