Skara Brae
In
de winter van 1850 woedde een grote storm over Orkney. De combinatie van
harde wind en hoge getijden verwijderde een deel van het gras van de
heuvel die Skara Brae (Skerrabra) wordt genoemd. Dit onthulde de vorm
van een paar stenen gebouwen. Door deze vormen geďntrigeerd, begon de
landeigenaar William Watt of Skaill opgravingen te doen op de plek. Toen
in 1868 de resten van vier huizen waren opgegraven, werd het werk bij
Skara Brae gestaakt. Verder onderzoek bleef uit tot aan 1925, toen een
andere storm enkele van de al eerder opgegraven huizen beschadigde. Een
dijk werd gebouwd om de resten te behouden, maar tijdens het werk
hieraan werden nog meer oude gebouwen ontdekt. Koolstofdatering uit 1970
wijst uit dat de nederzetting uit de Neolithische periode afstamt en
tussen de periode van 3200 v.Chr en 2200 v.Chr in gebruik is geweest.
In de
600 jaar dat Skara Brae werd bewoond, zijn er twee opeenvolgende
bouwstijlen te onderscheiden. De oudste huizen waren rond en bestonden
uit een ruimte met in het midden de haard. De bedden werden als een
bedstee in de muur gebouwd en tegenover de hoofdingang stond gewoonlijk
een stenen kast. De omtrek van deze huizen is nog steeds te zien. De
latere woningen hadden hetzelfde ontwerp als basis, maar waren groter en
rechthoekiger met ronde hoeken. Ook werden de bedden niet meer in de
muur gemaakt, maar staken ze uit in de leefruimte. Naast de bedden
stonden stenen boxen Hoewel het zeven opeenvolgende generaties werd
bewoond, groeide Skara Brae nooit groter dan acht gebouwen en er zullen
nooit meer dan 100 dorpelingen tegelijk hebben gewoond. Het best
bewaarde huis is huis nummer 7, helaas begon het huis te beschadigen
nadat het zand dat het 4000 jaar lang had beschermd verwijderd was.
Tegenwoordig is er een glazen dak over het huis gemonteerd.
Doordat
er zeer weinig bomen op Orkney groeien, waren de inwoners genoodzaakt
hun meubels van het enige aanwezige bouwmateriaal te maken – steen. De
steensoort die op Orkney voorkomt is vrij makkelijk te bewerken en is de
reden dat de nederzetting van Skara Brae zo goed bewaard is gebleven.
Van alle meubelen die in de huizen stonden, is de kast die tegenover de
hoofdingang stond waarschijnlijk het belangrijkst geweest. Het was het
eerste meubelstuk dat men zag als men binnenkwam en het diende mogelijk
een symbolisch doel. De haard nam een belangrijke plek in in het huis.
Hij bracht warmte en gezelligheid in winters die vaak lang en streng
waren. Daarnaast werd er eten op gekookt en kon er afval op worden
verbrand. Ook op het gebied van symboliek kan de haard een grote rol
hebben gespeeld. In sommige huizen stond tussen de kast en de haard een
stenen blok, wat waarschijnlijk als een stoel gebruikt werd. De meningen
hierover zijn verdeeld, misschien was dit wel de plaats voor de oudste
inwoner van het huis, of een plaats voor gasten, als die al vaak kwamen.
Het is opvallend dat het bed aan de rechterzijde van de haard altijd
groter was dan dat aan de linkerzijde. Dit heeft geleid tot de theorie
dat het huis bestond uit een deel voor de mannen – rechts – en een
vrouwendeel – links. Al kon deze indeling ook geheel van praktische aard
zijn. Het dak van de huizen was waarschijnlijk van drijfhout en
walvisbotten gemaakt. Onderzoek naar de houten restanten wijst uit dat
het hout in sommige gevallen zelfs vanuit Afrika kwam. Over het houten
frame waren plaggen van turf gelegd. Deze techniek werd tot in de 20ste
eeuw in de hooglanden gebruikt. In de huizen zijn kleine stenen
vierkanten van leisteen gemaakt. Mogelijk diende deze als bedden. In de
hoeken naast de kasten waren stenen bakken. Deze diende waarschijnlijk
als tanks om voor water etc.
In sommige van de huizen zit zelfs een afgesloten ruimte, die mogelijk
als toilet diende.
De
huizen van Skara Brae waren met elkaar verbonden door middel van lage,
nauwe gangen. Dit betekende dat het mogelijk was van de ene woning naar
de ander te reizen, zonder een voet buiten de deur te hoeven zetten. De
gangen waren slechts een meter lang en bedekt met rechthoekige stenen.
Naast dat het praktisch was om in de winter niet naar buiten te hoeven
om van het ene huis naar het andere te gaan, kunnen de gangen ook een
puur defensieve functie hebben gehad – iedereen die een huis binnen
wilde dringen, moest kruipen of bukken om dat te kunnen doen. Een
hoofdgang leidde naar de ingang van de nederzetting. Twee holen aan
beide zijden van de gang wijzen erop dat hij kon worden afgesloten. Een
zelfde soort holen zijn zichtbaar door de gangen heen en voor de ingang
van de huizen. Maar twee van de gangen zijn nog steeds zichtbaar. De deur van de huizen bestond uit een grote steen die de lage
ingang sloot.
Het lijkt onwaarschijnlijk dat Skara Brae werd verlaten na een soort apocalyptische
ramp. In plaats van deze theorie
wordt nu gedacht dat de nederzetting werd verlaten, omdat de samenleving
op Orkney veranderde. Dit bracht andere waarden en ideeën over leefstijl
met zich mee. Aan de henges van Brodgar en Stenness is te zien dat er
een elite was ontstaan die de macht had om een groot aantal mensen te
controleren en te laten werken. Met deze ontwikkeling verdween de
behoefte aan kleine, besloten nederzettingen. De families die in de
hechte dorpen als Skara Brae woonden, werden deel van een grotere,
verspreide gemeenschap die werd geleid door stamhoofden of spirituele
leiders.
Het
is zonder twijfel vast te stellen dat Skara Brae een hechte
leefgemeenschap was. Dat de huizen volgens een standaard plattegrond
werden gebouwd en de meubelen op ongeveer dezelfde plek stonden, kan
erop wijzen dat dit van symbolische waarde was. Daarnaast zijn de
uniforme huizen een aanwijzing dat geen enkele inwoner belangrijker was
dan een ander. Natuurlijk bestond er een leiderspersoon, maar het is
mogelijk dat deze zijn titel kreeg door verdienste en niet door het
erfrecht. Het dagelijks leven in Skara Brae was waarschijnlijk vrij
comfortabel in vergelijking met het leven van mensen uit dezelfde tijd.
De dorpelingen waren boeren die geheel zelfvoorzienend waren door
bebouwing en veeteelt. Botten die in de afvalhoop bij de huizen werden
gevonden, wijzen erop dat schapen en geiten een deel van het dieet van
de inwoners vormde in combinatie met gerst, tarwe en vis, die in
overvloed kon worden gevangen. Op de herten en wilde zwijnen op het
eiland werd gejaagd voor vlees en bont. Zeehond werd gegeten en de keren
dat er een gestrande walvis werd gevonden, werd deze ook naar de
nederzetting genomen.
De religie
van de inwoners van Skara Brae laat naar zich gissen. De uniforme
plattegrond van de woningen en de dichtbij de nederzetting gevonden
tombes, laat zien dat rituelen een groot deel van het dagelijks leven
innamen. Omdat het enorm veel werk is geweest om de tombes op te zetten,
wijst dit erop dat de dodenwereld zeer belangrijk was voor de
neolitische mensen. Het lijkt hierdoor waarschijnlijk dat het vereren
van voorouders plaatsvond, maar wanneer dit overging in een
polytheďstische goddienst, is niet duidelijk. Echter het geloof van de
bewoners van Orkney in de late prehistorie doet vermoeden dat de
inwoners van Skara Brae verschillende godheden vereerden – wellicht
goden en krachten die het dagelijks leven symboliseerden. De zon en de
maan lijken ook belangrijk te zijn voor deze mensen, aangezien de
monumenten die door hen zijn gebouwd op een lijn liggen met de
belangrijke zonsop- en - ondergangen.
Zie ook:
Brochs
Roundhouses
Callanish
Bronnen:
-
Clarke, D.V.,
“Skara Brae: Northern Eur