|








|
De
slag bij Auldearn
De
slag bij Auldearn vond plaats tijdens de Britse burgeroorlog op 9 mei
1645. Hij werd uitgevochten tussen de loyalisten Montrose en Alasdair
MacColla en het rebellenleger van sir John Hurry.
Hurry’s veldtocht
Nadat Montrose gedwongen was om terug te trekken, splitste generaal
William Baillie zijn leger in tweeën. Sir John Hurry kreeg een deel van
het leger onder zijn bevel om de gebieden van de Schotse clan Gordon te
plunderen. Deze clan stond bekend als loyalistisch en leverde een groot
deel van Montroses cavaleriedivisie.
Ondertussen was Montrose met zijn leger vanuit de Trossachs vertrokken.
Nadat ze ongezien langs Baillie waren gekomen, marcheerden zijn mannen
in noordoostelijke richting. Baillie kreeg dit door, stopte zijn
plundertochten in Atholl en trok via de Grampians in noordelijke
richting Montrose achterna.
Sir Hurry was in Buckie toen hij het nieuws van de naderende vijand
vernam. Hij hield zijn leger daar lang genoeg om Montrose uit te dagen
verder noordwaards te trekken, vervolgens ging hij over de rivier de
Spey naar gebied dat hem vriendelijk gezind was. Hij marcheerde naar
Inverness en verzamelde daar de antiloyalistische clans. Drie
professionele regimenten steunden hem: van de Campbells of Lawers, de
Buchanans en de Loudouns. Dit maakte zijn leger 300 man cavalerie en
4000 man infanterie sterk.
Hurry ontdekte in de nacht van 8 op 9 mei dat de vijand zich 2 mijl ten
oosten van zijn positie in Auldearn bevond. Hij benaderde de stad vanuit
het zuidwesten, hopend het hoger gelegen gebied tussen Kinnudie en
Newmill te kunnen winnen. Zijn mannen waren moe en nat van de vorige
nacht, maar deden hun best het verrassingselement niet te verliezen.
De verkenners die MacColla, een loyalistische generaal, erop uit had
gestuurd, hadden de vijand echter al gezien. Toen de positie van de
vijand was doorgegeven, verzamelde MacColla al de beschikbare mannen en
plaatste ze in slagformatie. Vlak nadat dit was gedaan, kwamen Hurrys
soldaten aanmarcheren.
Het
gevecht
Om een zo groot mogleijk voordeel te winnen uit de geplande
verrassingsaanval, had Hurry besloten zijn mannen niet in slagorde te
laten marcheren. Elk regiment kwam op het slagveld in de samenstelling
als het die ochtend was vertrokken. De professionele eenheden vormden de
voorste linie, daarachter kwam de militie.
De eerste aanval werd gedaan door de Campbells of Lewers en de
detachementen van Loudoun en Buchanan, waaronder twee ruiterdivisies.
Het loyalistische leger wist ze al snel hard te raken, waardoor winnen
onmogelijk was en de detachementen zich terug moesten trekken richting
de stad. Daar zat echter MacColla in verdedigingspositie en was zo
beschermd tegen cavalerie. De rebellen formeerden zich in de tuinen
achter de huizen van het stadje. Hierdoor konden hun musketiers onder
dekking op de vijand schieten.
MacColla reageerde met een aanval, maar moest terugtrekken doordat de
rebellen bijna zijn flank doordrongen. Het optreden van enkele
clanchiefs spelede hierbij een belangrijke rol, zo verhinderde lord
Aboyne met zijn cavalerie de rebellen om het uitgeputte leger van
MacColla te verpletteren.
Door deze terugtrekking had de rest van het loyalistische leger de kans
Auldearn te naderen. Montrose arriveerde aan MacColla’s flank, net toen
clan Gordons cavalerie weer een charge deed. Hij dreef de earls van
Sutherland, Seafort en Hurry en de andere highland militie en cavalerie
van het veld af. Het was Hurry’s leger onmogelijk om te winnen. Zijn
besluitvorming was te traag, dit in tegenstelling tot MacColla, wiens
plannen en reacties snel waren. De rebellen verloren bij de slag van
Auldearn 1500 man, het loyalistische dodenaantal was laag.
|









|