De slag bij Bannockburn

 

Het begin van de slag
Op 23 Juni 1314 trok Robert the Bruce, koning van Schotland, met zijn troepen op over de oude weg van Stirling naar Falkirk. Ten zuiden van hun lag de rivier de Bannockburn, waar ongeveer 12.000 soldaten wachtten op het bevel van hun commandanten: Thomas Randolpf, de neef van Bruce en Graaf van Moray, Edward Bruce, broer van de koning en later koning van Ierland, James Douglas en Robert Keith. Deze mannen zouden Schotland de komende dagen op het slagveld leiden om de Schotse vrijheid terug te winnen.

De Engelsen trokken op over de oude Romeinse weg vanuit Falkirk naar Bannockburn. Hun koning, Edward II, stuurde een detachement van 3000 ruiters onder leiding van de Graaf van Gloucester naar voren om de Schotten aan te vallen op de heuvel waar deze stonden. Daarna stuurde hij een kleine hoeveelheid ruiters naar het noorden van de heuvel om af te handelen met de vluchtende Schotten.

De eerste dag
Geleid door Gloucester en de graaf van Hereford, viel de zware cavalerie van de Engelsen met grote dapperheid (of stompzinnigheid) de Schotse rechtervleugel die werd aangevoerd door Edward Bruce, aan. De Schotten hielden deze aanval tegen met hun vier meter lange speren die een ondoordringbare muur bleken te vormen. Op het moment dat de paarden op de infanterie inreden was er een grote klap waardoor de ridders werden doorboord en hun paarden gewond op de grond vielen.

Toen de Graaf van Moray dit zag gebeuren bij de rechtervleugel draaide hij zijn troepen, aan de linkerkant, zo, dat de Engelse ruiters vast kwamen te zitten in een muur van speren. De kleinere divisie die op stond te wachten tot de Schotten zouden vluchten, merkte dat ze het gat niet konden dichten en trok zich terug. De leider van de Engelse cavalerie viel twee wachtende soldaten aan en werd onmiddellijk door deze overmeesterd en gedood. De paar overlevenden van het 3000 man sterke leger trokken zich terug naar het Engelse hoofdleger. Deze dag heeft Randolph van Moray maar één soldaat gekost 

Eward II gaf het bevel om oostwaarts te trekken en zo Bruce leger uit te flanken en om Philip van Mowbray rugdekking te geven voor zijn terugtocht naar Stirling castle. Voordat deze met zijn leger het kasteel kon bereiken, kwam Moray dreigend met zijn divisie vanuit New Park.  Toen Philip uiteindelijk de langzaam naderende speerdragers aanviel werden zijn soldaten op dezelfde manier ingemaakt als Gloucester en Hereford eerder die dag.

De Engelsen schrokken er van dat de immobiele Schiltron-eenheden (speermannen met ieder een 4 meter lange speer, ontwikkeld door William Wallace) onder leiding van Robert the Bruce een zeer mobiel en wendbaar leger vormden. Dit leger naderde langzaam en onstopbaar. De Engelsen waren hier totaal niet op voorbereid en konden hier dan ook niet mee overweg.

kaart van Bannockburn 

Een donkere, natte nacht
De acties van afgelopen dag waren uiteindelijk nog niet veelzeggend, omdat het Engelse hoofdleger nog steeds uit zo’n 30.000 soldaten bestond. Deze soldaten waren overdags de Bannockburn overgetrokken en hadden hun kamp op geslagen bij de daar aangrenzende rivier (zijarm van The Forth). Edward had water nodig voor zijn paarden en soldaten, maar hij had hier nooit zijn kamp op mogen slaan. In deze positie was het niet mogelijk terug te trekken en de grond was modderig, wat het de cavalerie onmogelijk maakte om harde charges uit te kunnen oefenen.  Tijdens deze korte nacht overlegden de ridders wat de beste positie zou zijn op de Bannockburn. De infanterie en boogschutters brachten op het modderige gedeelte naast de Bannockburn de nacht door, hun zwaard naast zich. Verschillende soldaten zijn die nacht verdronken. De ridders sliepen naast hun paarden, niet in tenten. De Schotten hadden een goede, rustige positie achter het bos van New Park, waar ze onmogelijk onverwacht konden worden aangevallen.

De tweede dag
Die ochtend vroeg bespraken de Schotse leiders hun positie en besloten ze niet, zoals gepland was, terug te trekken naar Lennox. Tijdens deze bespreking werden de bekende woorden gesproken: ‘Nu is de dag en nu is het uur, dat Schotland vrij zal zijn.’

Als ze op deze morgen nog zouden aanvallen dan zouden ze zonder verliezen bij het Engelse leger in de buurt kunnen komen. Nadat Bruce zijn kamerheer had geridderd met de naam Steward (vader van het Steward koningshuis), gaf hij het bevel om vooruit te trekken. Edward Bruce’s divisie leidde de tocht naar het slagveld. Aan zijn linkerkant Randolph en Stewart, met Robert the Bruce en zijn hooglanders vlak achter hem. Ze vormden een lijn zodat de Engelsen tussen de Forth en de Bannockburn in zouden komen te zitten.

Bij het Engelse leger heerste een verslagen sfeer, hun moreel was laag. Het hele Engelse leger kwam naar Schotland, alle ridders waren aanwezig, en ze waren de eerste dag letterlijk terug geduwd. Moe van de koude nacht ging het leger op deze zondag van 24 juni bidden, net zoals de Schotten in hun kamp deden. De Engelse ridders waren ervan overtuigd dat Bruce op zijn veilige positie zou blijven zitten, wachtend op de Engelsen om aan te vallen. Ze zagen echter tot hun verbazing de Schotten naderen in een goed gevormde lijn. Zonder leider als Robert the Bruce was dat ondenkbaar. Op een flinke afstand van de Engelsen hielden ze halt, staken ze hun speren in de grond en gingen op hun knieën

“Ze knielen!” zei Koning Edward, “ze smeken om genade!”

Een Engelse lord vertelde hem: “Ja dat doen ze, maar niet voor uw genade, maar die van god. Voor hun is het een overwinning of zich dood vechten.”

“Zo zal het zijn,” antwoordde Edward en liet zijn trompetten spelen.

De Engelsen verwachtten dat de Schotten zouden stilhouden en met hun speren een verdedigingspositie zouden innemen, Bruce echter had zijn soldaten getraind om met hun speren niet alleen wendbaar te zijn, maar ook aan te kunnen vallen. Hij naderde met drie dicht op elkaar gepakte formaties schiltron. Robert Keith stond boven aan de heuvel met 500 lichte cavalerie te wachtend op bevel van Bruce. Voetsoldaten die ruiters aanvielen! Hiervoor in de geschiedenis was dit nog nooit gebeurd. De Engelsen dachten daarom, dat ze in de beste positie waren die er maar denkbaar was omdat ze zelf de vijand niet hoefden uit te lokken.

De Graaf van Gloucester was een van de eerste ridders die de aanval tegen de Schotten in durfde te zetten. Speren versplinterden door de klap en veroorzaakten een regen van dodelijke splinters. De Schotten hielden hun lijn, ongeacht hoeveel ridders er op hun muur van speren terechtkwamen. De Engelsen waren totaal niet op de Schotse wendbaarheid voorbereid. Het was in hun ogen onmogelijk om voetsoldaten zover te krijgen dat ze een leger van geharnaste ruiters aanvielen zonder hun formatie te verliezen.

Edward was roekeloos genoeg om de Graaf van Gloucester een aanval met zijn cavalerie uit te laten voeren. Dit was zinloos. De Schotten hielden stand en al gauw hingen de beste ridders die er in Engeland te vinden waren, aan hun speren.

De boogschutters uit Wales en Engeland die Edwards vader gebruikte om de dodelijke regen van pijlen af te vuren op Falkirk waren nog steeds in hun nachtpositie.  Ze konden alleen maar over de hoofden van de aanvallende Engelse ridders schieten, waarbij ze in het slechtste geval ze de voorste linie in de rug raakten, wat vaak het geval was.

Gloucester sneuvelde bij de eerste charge, zijn ridders braken met hun lichaam de Schotse speren, hun harnassen werden doorboord. Op het slagveld werden de oorlogskreten en geluid van staal tegen staal overstemd door de schreeuwen van de stervenden.

Randolph en Stewart kwamen te hulp aan de linkerkant om Edward Bruce te ondersteunen terwijl deze, die verschillende clans zoals Buchanan en MacDonald leidde, in de rechter flank van the Bruce hardnekkig stand bleef houden. De Schotse lijn brak niet in twee stukken maar bleef als een geheel doorstoten.

De Schotten naderden de modderige velden tussen de Burn en de rivier. Edward II had nog steeds meer dan 20.000 infanteriesoldaten in reserve staan maar hij kon ze door het te kleine veld niet fatsoenlijk positioneren, waardoor ze achter de vechtende lijn van de cavalerie moesten blijven staan. De grond waar de Schotten nu over trokken was te modderig voor een cavalerie charge en de Engelse ridders die naderden gooiden hun lansen als speren naar de Schotse lijn en trokken hun zwaarden.

Vervolgens trok de linkervleugel van Stewart en sir James Douglas op en veroorzaakte gevechten van man tot man, maar steeds opnieuw bleef de Engelse cavalerie op de natte grond pogingen doen om een charge te ondernemen. Dit was onmogelijk.

Bruce gaf het bevel aan zijn rechtervleugel op te trekken, waardoor de Engelsen vast kwamen te zitten.  Engelse boogschutters begonnen op de rechtervleugel te schieten en dit had effect. De vleugel werd verzwakt, waarop  Bruce Robert Keith en zijn 500 man sterke lichte cavalerie beval de Engelse boogschutters aan te vallen. Keith manoeuvreerde door de lijnen van vechtende Engelse cavalerie en viel de Engelse boogschutters in de zijkant aan. Omdat de Engelse ridders allemaal in gevecht waren, hadden de Wales en Engelse boogschutters geen kans, en werden bijna allemaal gedood. De slag ging nu over in gevechten van man tot man. Bijl raakte zwaard, speren werden neergegooid en andere wapens getrokken. De licht gewapende Schotten maakten de gewonde Engelse ridders af.

De Schotse koning beval de hooglanders die hij als reserve op Coxet Hill had laten staan, om aan te vallen. De wilde hooglanders deden dit op hun typische manier, hard en snel op de vijand in rennend.  Vechtend naast de laaglanders en de andere hooglanders, zag het slagveld er weer uit zoals je van een Keltische veldslag verwacht. Ze braken de Engelse lijn. ‘De wilde Ieren’ noemden de Engelsen deze hooglanders ook wel eens.

Engelse ridders trapten hun wapenbroeders in de modder bij wanhopige pogingen om te ontsnappen. Omdat ze wisten dat de slag verloren was, hielpen de ridders die naast de koning stonden hem te ontsnappen. Edward won met deze actie 15 minuten voorsprong op zijn achtervolgers.

De Schotten duwden de Engelsen verder naar achter, hun bevelhebbers schreeuwend ‘on them! on them!’ De hooglanders die zich net in de veldslag hadden gestort, dreven de Engelse lijn steeds verder naar de rivier, waar ze met hun harnas zeker zouden verdrinken. De hooglanders waren ongeëvenaarde vechters, door de Furor (oorlogswoede) en de stormloop op hun vijand. Maar ze waren ongedisciplineerd en dit had de Galliërs in het verleden veel overwinningen geschonken.

Deze dag was er geen Engelsman die niet gebroken van het veld af kwam. Op Bannockburn konden de hooglanders hun geweldige stormloop tot hun grote plezier meerdere malen herhalen. Bij de Engelsen was de altijd zo hoge discipline totaal weg en het enige wat ze konden doen, was vechten voor hun leven. De hooglanders sloegen grote gaten in het vijandelijke leger. Bruce zag dit en plaatste zichzelf aan het hoofd van hen, zijn oorlogskreet schreeuwend. De vijand vluchtte alle richtingen uit en op dat moment veranderde de veldslag in een slachtpartij. Veel Engelsen verdronken in de rivier, andere probeerden nog een lijn te vormen om weerstand te bieden. Toen koning Edward vertrok, zei Sir Giles: ‘Ik bid u vaarwel, want ik wil niet vluchten.’ Hij riep zijn oorlogskreet, viel de Schotten aan en stierf.

Resultaat
De Graaf van Gloucester, vierendertig baronnen, meer dan tweehonderd van Engelands beste ridders en zevenhonderd mannen die de meest adellijke namen in Engeland droegen, lagen met 20.000 soldaten dood op het slagveld en bij de vlucht terug naar Engeland zouden er nog meer volgen. De Graaf van Hereford en Angus waren, samen met ongeveer 85 ridders gevangen genomen.  De onderhandelingen over hun losgeld liepen door tot een jaar na de veldslag. Dit losgeld werd verdeeld onder alle Schotse steden en was genoeg om deze steden een stuk op weg te helpen met het herstellen van de door oorlogen geleden schade.

De Bannockburn kon na de slag met droge voeten worden overgestoken, zoveel dode lichamen lagen er. De Schotse verliezen waren opmerkelijk laag, zoals bij de meeste van de Schotse overwinningen in de geschiedenis. Robert the Bruce werd een jaar later door de paus officieel tot koning van Schotland benoemd, waarbij Robert hem de woorden schreef: “Wij vochten hier niet voor glorie, macht, eer of rijkdom, maar voor het belangrijkste dat er in een mensenleven is, vrijheid.”

Als hiernaast de woorden William Wallace worden gelegd, is er te zien dat hij en The Bruce zich op ongeveer dezelfde manier uiten.

Bij The battle of the Pools zoals de Engelen hem noemen, lag een compleet verwoeste Engelse claim op de Schotse troon. De twee landen zouden voor geen vierhonderd jaar meer worden verenigd en het was op dit veld dat de eerste Keltische natie zijn onafhankelijkheid terugwon tegenover tirannen die totaal geen recht hebben op de Schotse, Welshe of de Ierse troon.

Zie ook:

Tempeliers op Bannockburn?
Robert the Bruce

Thomas Randolph

James Douglas

Celtic Webmerchant:

        
  Tweehandig zwaard   €
75,35            Wallace claymore € 91,85                       Claymore  € 92,05     

     
 

copyright © 2008 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden.           Sitemap  Contact