![]() |
![]() |
||||
|
|
Bonnie Dundee
In 1674 vocht hij voor Willem de 3de van Oranje en redde zelfs Willems leven tijdens een veldslag. Uit dank hiervoor promoveerde Willem heb tot kapitein. In hetzelfde jaar trouwde John met Jean Cochrane. Dit schaadde zijn reputatie, omdat zij van een familie van Covenanters was. Covenanters waren een groep presbyterianen die tegen de kerkelijke hervormingen van Charles waren. Twee jaar later nam John ontslag uit het Franse leger na een mislukte belegering van Maastricht. Hij keerde terug naar Schotland met een brief van Willem van Oranje, waarin deze zijn diensten aanbeveelde aan James, hertog van York, de latere James de 2de van Engeland en Ierland en 7de van Schotland, zijn schoonvader. John kreeg het bevel over een klein legertje cavalerie dat in de gebieden van Dumfries and Galloway was gestationeerd. In 1679 kwamen de Covenanters weer in opstand, maar met de kleine cavalerie-eenheid die hij had kon John weinig uitvoeren. Hij werd op 1 juni verslagen bij Drumclog, vluchtte naar Glasgow en verdedigde de stad totdat hij met zijn leger doortrok naar Stirling. Daar werd hij versterkt met een leger van de hertog van Monmouth, de onwettige zoon van James, en deze troepen versloegen de Covenanters op 22 juni.
In 1685 stierf Charles de 2de en hij werd opgevolgd door zijn katholieke broer, James. Dit zorgde voor veel protesten. James stelde in 1688 John aan als Burggraaf van Dundee.
Toen James
datzelfde jaar een katholieke,
mannelijke erfgenaam kreeg, kwamen de
anglicaanse parlementsleden in actie. Op aanvraag van James’ schoonzoon
Willem, nodigden ze hem uit om naar Groot-Brittannië te komen en hun
koning te worden. Dit accepteerde Willem en James moest vluchten.
Lochiel en de andere Hooglanders hebben regelmatig aangegeven dat ze niet in een open gevecht tegen de troepen van Willem van Oranje wilden vechten omdat dit nooit op de Hooglandersmanier zou hebben gewerkt. Dundee zelf stond erop dat hij samen met zijn mannen naast de MacDonalds aan de rechterkant in het gevecht zou staan. Dit deed hij bij elke slag die de Jacobites leverden.
Op 26 juli vertrok het 4.500 man sterke leger daarom uit Perth naar Atholl. In dit leger was slechts een kleine divisies cavalerie aanwezig, de vier divisies dragoons waren nog niet gearriveerd ter versterking. Op de nacht van 26 of 27 juli verbleven de Engelsen in Dunkeld. Daar ontving MacKay een boodschapper van de Hertog van Atholl dat Dundee zijn vlag had gehesen bij Bair Castle. Hij trok zo snel mogelijk richting Atholl, maar het leger moest over de smalle Pas van Killiecrankie. Hij stuurde een klein deel vooruit om de pas te bewaken tot het hoofdleger was gearriveerd. Kolonel Lauder vermeldde dat hij niemand in de pas had gezien.
Nadat hij het bericht van kolonel Lauder had ontvangen dat de pas vrij was en dat er geen spoor van Dundee te zien was, liet MacKay zijn troepen vooruit marcheren. De angst zat er bij de soldaten goed in, het leger marcheerde lange tijd voorwaarts en verloor één ruiter, die door Ian Ban Beg MacRan neergeschoten werd vanaf de andere oever van de rivier de Gerry, die door de pas loopt. Zodra het leger de pas uit was getrokken, hield het halt bij een maïsveld om te wachten op de bagagekaravaan. Kolonel Lauder werd er opnieuw opuit gestuurd en zag een klein legertje Jacobites arriveren. Een ander klein legertje arriveerde en de aanval werd bijna ingezet, toen het hoofdleger van Dundee zichtbaar werd. Dundee had zijn 2.500 troepen de vorige dag al boven Killiecrankie gepositioneerd. Hij kon precies de bewegingen van MacKay zien en wachtte op het geschikte moment om toe te slaan. Zijn Jacobite-leger bestond niet alleen uit Schotse katholieken, ook Ierse en Schotse protestanten hadden zich bij het leger aangesloten. In de eerste instantie verkozen de Hooglanders om Mackays leger aan te vallen voordat ze de pas hadden bereikt. Dit kwam door de eeuwenoude Schotse regel dat je nooit een vijand mag aanvallen, voordat hij zich op een gelijkwaardige manier kan verdedigen.
Het moreel van de Hooglanders was hoog. Zij dachten aan hun vaders, die veertig jaar geleden ook al voor de Stewarts vochten bij Tippermuir, Aldearn en Kilsyth. Ze riepen hun oorlogskreten in het Gaelic en stonden klaar de Williamieten te bevechten. Deze hielden het hoofd koel, velen waren veteranen uit Nederlandse oorlogen en dachten te weten wat ze konden verwachten. De avond viel en Dundee bleef wachten. Een half uur voor zonsondergang sprak hij zijn troepen toe: “U bent hier gekomen om te vechten en dit is voor een goede zaak. Deze veldslag vechten we voor uw koning, uw geloof en uw land! Ik twijfel niet aan uw moed en ik zal u volgen en met u samen vechten tegen deze rebellen. Onthoudt dat vandaag het lot van onze koning James, uw religie en uw land wordt bepaald. Gedraag uzelf daarom als ware Schotten en laten we met deze actie tonen dat dit land niet zwak is ondanks het feit dat er sommige lafaards uit dit land zich achter Willem van Oranje hebben geschaard. Ga en vecht voor onze koning zoals iedere goede man behoort te doen. In Gods naam, laat dit uw woorden zijn, voor koning James en de kerk van Schotland dat god het moge beschermen!”
Toen de Jacobites op een korte afstand waren, schoten zij hun pistolen leeg, trokken hun broadswords en stormden de linie in. Tijdens de impact van de aanval begon Dundee aan het hoofd van de ruiters een cavaleriecharge op de flank waar MacKay stond. Hij brak er doorheen en de ruiters vluchtten, zonder deel te hebben genomen aan de slag. Daarna reed Dundee naar de vijandelijke kannonen toe en nam deze in.
De morgen na de veldslag bleek dat de grond tussen de rivier de Gerrie en de heuvels compleet bezaaid met doden was. De Hooglanders hielden hun zwaarden meestal vlak boven hun hoofd en hakten de schedel van de vijand vlak boven de oren af. Het grootste gedeelte van de 2.000 Engelse doden was dan ook gescalpeerd. De Schotse verliezen waren relatief laag, geschat wordt 100 tot 400 Jacobites om zijn gekomen. Onder de Jacobiteslachtoffers bevond zich John Graham, Bonnie Dundee. Tijdens zijn charge was hij in zijn buik geraakt en de dag na zijn grootste overwinning ooit stierf hij. Er wordt gezegd dat hij grootmeester was van de Temple of Montrose, hij droeg het tempelierskruis onder zijn borstkuras en werd ook op de wijze van de Tempeliers begraven in de kapel van Blair Castle. Ondanks de vele negatieve teksten die op het internet en in Groot-Brittannië circuleren, leefde Dundee moedig. Hij was een Laaglander die een leger Hooglanders aanvoerde in één van de grootste overwinningen uit de Schotse geschiedenis.
Zi
Zie ook: Willem van Oranje en Mary Stewart Celtic Webmerchant: Huzarenhelm € 83,50 Rapier € 56,- Kattenhakker € 110,- |
||||
![]() |
|||||
|
copyright © 2008 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden. Sitemap Contact |
|||||