|
|
|
||||
|
|
Book of Kells
Rond deze tijd beleefde Ierland zijn gouden eeuw, niet alleen thuis maar ook in de religieuze centra aan de andere kant van de Ierse Zee, waar het Ierse koninkrijk van Dál Riata was gesticht. Het boek is in de insulaire stijl gemaakt, de stijl die toen gewoon was in de Britse eilanden en Ierland. De Iers-Keltische versieringen decoreren de tekst in een manier die veel kan vertellen over de vroegmiddeleeuwse cultuur rond de Ierse zee. Het boek is geschreven in vette letters, insulair majuscule genoemd.
Keltisch Christendom Het rooms-katholicisme veranderde, maar de Ierse kloosters veranderden niet mee. Zo ontstond er al aan het eind van de 5de eeuw een verschil tussen de Ierse en Roomse kerk over het berekenen van de datum van Pasen, waardoor een bisschop aan de abt van Iona schreef dat “de hele wereld het fout had en dat alleen de Ieren en de Britten wisten welke datum juist was.” Op het moment dat de Ieren begonnen aan hun missies naar ''heidens'' gebied ontstonden door deze verschillen in de kerk problemen. Op de Synode van Whitby in 664 werd bepaald dat de Britse eilanden en Ierland de Roomse berekening van Pasen zouden overnemen. Hierdoor ontstond er binnen de Ierse kerk een tweedeling: een deel hield vast aan de oude datumberekening, een ander deel nam de Roomse berekening over. De Synode kwam uit in het nadeel voor het Ierse Christendom en vanaf dit moment verloor deze religie zijn macht in Engeland. In Schotland en Ierland werd tot in de 12de eeuw nog wel veel aan de oude religie vastgehouden. De geschiedenis van het boek
Tijdens de middeleeuwen werd het boek in Kells gehouden als het boek van sint Columba. Deze naam werd ook gebruikt in de annalen van Ulster, die in 1007 melding maken van de diefstal van het boek. Na twee maanden en twintig uur werd het boek teruggevonden. De dieven waren slechts geïnteresseerd in de versierde schrijn waar het boek in bewaard werd. Waarschijnlijk is dit meer gebaseerd op middeleeuwse romantiek dan op de waarheid. Het boek werd het meest waardevolle object in de westerse wereld genoemd en was in de late elfde eeuw in ieder geval in Kells. In de Annalen van Tigernach staat dat in 1090 relikwieën, waaronder het boek, terug werden gebracht naar Kells. Mogelijk was het tussen 1007 en 1090 in het bezit van een van de vele Ierse koningen. In 1655 wordt er melding gemaakt door Samuel O’Neill dat de mensen van Kells dachten dat het boek door sint Columba zelf was geschreven. In de 17de eeuw werd de reformatie in Ierland geïntroduceerd en kreeg de kerk waar het boek werd gehouden een andere bestemming – het werd een paardenstal. De stad Kells nam het boek over. De gouverneur van Kells, Charles Lambert, earl van Cavan, stuurde het boek voor veiligheidsredenen naar Dublin. Een paar jaar later werd het één van de meest waardevolle objecten van Trinity College. Hier ligt het boek nog steeds in volle glorie. Tegenwoordig staat het boek symbool voor de Keltische cultuur met haar ongeëvenaarde kunstzinnige creativiteit.
Door de verschillende schrijffouten in het boek en de rijkelijke decoratie, wordt er wel gedacht dat de afbeeldingen het belangrijkste waren voor de monniken die eraan werkten. In het boek zijn zowel menselijke, abstracte als dierlijke figuren gebruikt. Veel van de dieren zijn af te leiden uit de voorchristelijk Keltische cultuur. Vaak staan de afbeeldingen in verbinding met elkaar via Keltische knoopmotieven.
Opvallend is dat er ook motieven zijn met duidelijke Mediterrane invloeden. Zo zijn er dierenmotieven getekend die erg lijken op die van Byzantium, christelijk Egypte, Assyrië en Armenië. Dit zou kunnen wijzen op connecties tussen Iona en deze landen, of in ieder geval tussen Iona Italië. De blauwe kleur die in de decoratie werd gebruikt is lapis lazuli en kwam rond deze tijd alleen in Afghanistan voor. Interessant is ook dat deze banden waarschijnlijk al heel vroeg bestonden, het manuscript de Cathach, die door Columba zou zijn geschreven, toont ook een motief (een dolfijn met een kruis op zijn snuit) dat alleen in Koptisch Egypte voorkomt.
De kunststijl van Oud-Ierland Er kunnen verschillende parallellen worden gezien tussen een museumstuk tegenwoordig in Musée des Antiquités Nationales in St Germain en Laye in Frankrijk ligt, zoals twee slangmotieven. Een menselijk hoofd op folio 114 tijdens Christus’ arrestatie, is van staal teruggevonden. Mogelijk was het een onderdeel van een sieraad. Sieraden als de Hunterston broche en de Londesborough broche uit dezelfde periode hebben ook duidelijk gelijkenissen. Het boek heeft op sommige plaatsen motieven die soms wel dertig keer identiek worden herhaald. Het plan was waarschijnlijk dat iedere evangelie werd ingeleid met een gedecoreerde folio, dit voorkwam hinderlijke decoratie in de teksten en bood de mogelijkheid op bepaalde delen van het verhaal de nadruk te leggen. Het decoreren van een folio duurde langer dan het schrijven en later bij het inbinden werden de folio's samengevoegd. Hier ging het soms mis en dat is de reden waarom de evangeliën van Markus en Lukas niet worden ingeleid met een gedecoreerd folio.
Fouten
Het boek geeft op een uitzonderlijk gedecoreerde manier het leven van Christus weer en diende als medium om op een bijna bovennatuurlijke manier de fundamenten van het Christendom over te brengen.
Menselijke figuren Op folio 114, 200, 99 en 4 staan soldaten of krijgers. Sommige met speren en rondschilden. De krijger van folio 99 staat klaar om zijn speer te werpen.
De artiesten
In de eerste instantie werd verwacht dat het maken van het boek veel tijd in beslag had genomen. Tegenwoordig gaat men er echter vanuit dat dit niet het geval was. De manier van het maken is op dusdanig hoog niveau dat het moet zijn gemaakt door ervaren specialisten, die het relatief snel konden. De moderne deskundige Timothy O'Neill had voor het kopiëren van folio 28 ongeveer een half uur nodig. Het boek kan in zestig dagen worden gekopieerd, wanneer we rekenen van een werkdag van zes uur. Dit is echter exclusief het maken van het vellum, de kalfshuid, waarvan het manuscript is vervaardigd en het mengen van kleuren die in het boek zijn gebruikt. De folio’s zijn gemaakt van kalfshuid en voor het boek waren ongeveer 185 kalveren nodig. De huiden werden op maat gesneden en opgespannen. Vervolgens werden ze met een sikkelvormig mes onthaard. Het schrijven van het boek ging met een stylus en pennen gemaakt van ganzenveren. Mogelijk werden er ook pennen gebruikt van riet waarin net als bij de ganzenveer de inkt kon doorlopen. De abstracte symbolen zijn voornamelijk in de eerste instantie geschetst, deels met behulp van passers en sommige tekeningen zijn ingekleurd met erg fijn bont.
Het verkrijgen van de
grondstoffen voor en het mengen van de kleuren was een kunst op
zichzelf. In het boek zijn verschillende mineralen
De kleuren komen van over de hele wereld en moeten voor het boek op Iona terecht zijn gekomen. Dit geeft aan dat Iona een centraal punt moet zijn geweest en in ieder geval direct contact moet hebben gehad met Frankrijk. Dit lijkt te kloppen met bronnen uit de 13de en 14de eeuw, waarin wordt aangegeven dat het gebied rond Iona en de Ierse Zee zelfs handelsverbindingen met Tunesië onderhield. Mogelijk liepen deze verbindingen via Spanje of Frankrijk.
Book of Kells en de Ierse
cultuur Wanneer we per afbeelding kijken naar het boek vallen twee dingen direct op.
Ten tweede kloppen de afbeeldingen van de mensen en hun kleding met de kleding die tot tenminste de 16de eeuw in het Ierse Zeegebied werd gedragen, de léine, brat en ionar. Deze kleding is zo duur uitziend en kleurig mogelijk gemaakt, aangezien de personen bijbelse figuren zijn. Dit is ook de reden voor de opvallende lengte van de léine die de mannen dragen. In het boek worden verschillende manieren getoond van het dragen van de brat. Opvallend is dat in ieder geval tussen de 9de eeuw en 15de eeuw de klederdracht van de Ierse en een groot deel van de Schotse bevolking vrijwel hetzelfde is gebleven als in het boek van Kells staat afgebeeld. Alleen van de in het boek afgebeelde broek is geen bewijs. Mogelijk is deze via de Vikingcultuur overgenomen en rond de 11de eeuw weer uit de cultuur verdwenen. We weten dat rond deze tijd de Vikingen de voorkeur gaven aan de léine. Zowel Christus als andere heiligen worden blootsvoets afgebeeld, dit komt overeen met de afbeeldingen van 15de en 16de eeuwse Ierse koningen. Vermoedelijk gaven de Ieren er de voorkeur aan blootsvoets door het leven te gaan. De menselijke gezichten geven een indicatie van de Oud-Ierse haardracht, al zijn bij veel gezichten de baard en het hoofdhaar van twee verschillende kleuren afgebeeld.
Zie ook:
|
|
|||
|
Gesponsord door Celtic Webmerchant:
|
|||||
|
copyright © 2011 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden. Sitemap Contact |
|||||