Book of Kells

“Dit boek is het werk van engelen, niet van mensen,” schreeuw de 13de eeuwse historicus Giraldus Cambrensis. Het boek van Kells is een manuscript waarin het Nieuwe Testament in het Latijn is gekopieerd. Het boek is 33 x 25 cm groot en bevat de vier evangeliën van het nieuwe testament, gebaseerd op de Vulgaat van Hiëronymus, een fragment met Hebreeuwse namen uit de evangeliën en de canon van Eusebius, waarin de overeenkomende stukken van de evangeliën zijn gerangschikt. Het eerste evangelie is dat van Mattheüs, beginnend op folio 29. Het is het meest gedecoreerde gedeelte van het boek en werd tussen de zevende en negende eeuw n.Chr. gemaakt.

Rond deze tijd beleefde Ierland zijn gouden eeuw, niet alleen thuis maar ook in de religieuze centra aan de andere kant van de Ierse Zee, waar het Ierse koninkrijk van Dál Riata was gesticht. Het boek is in de insulaire stijl gemaakt, de stijl die toen gewoon was in de Britse eilanden en Ierland. De Iers-Keltische versieringen decoreren de tekst in een manier die veel kan vertellen over de vroegmiddeleeuwse cultuur rond de Ierse zee. Het boek is geschreven in vette letters, insulair majuscule genoemd.

Keltisch Christendom
Waarschijnlijk is het Christendom in de 4de eeuw n.Chr. in Ierland geïntroduceerd door contacten met de Britse christenen die na het vertrek van de Romeinen zich in Ierland vestigden. In 431 werd de eerste bisschop, Palladius, naar Ierland gestuurd en volgens de annalen volgde Patrick één jaar later – dit wordt betwijfeld. Door verschillende missionarissen werd het christendom in ieder geval verder verspreid. Om de nieuwe religie een vaste voet op Ierse bodem te laten zetten, waren altaars, kerkbellen, kerken, kloosters, kapellen en meer nodig. Boeken zoals het boek van Dimma en het boek van Mulling werden voornamelijk gebruikt om missionariswerk te verrichten, terwijl het materiaal dat gemaakt werd in Lindisfarne, Echternach en Iona voornamelijk bedoeld waren om dienst te doen tijdens missen.

Het rooms-katholicisme veranderde, maar de Ierse kloosters veranderden niet mee. Zo ontstond er al aan het eind van de 5de eeuw een verschil tussen de Ierse en Roomse kerk over het berekenen van de datum van Pasen, waardoor een bisschop aan de abt van Iona schreef dat “de hele wereld het fout had en dat alleen de Ieren en de Britten wisten welke datum juist was.” Op het moment dat de Ieren begonnen aan hun missies naar ''heidens'' gebied ontstonden door deze verschillen in de kerk problemen.

Op de Synode van Whitby in 664 werd bepaald dat de Britse eilanden en Ierland de Roomse berekening van Pasen zouden overnemen. Hierdoor ontstond er binnen de Ierse kerk een tweedeling: een deel hield vast aan de oude datumberekening, een ander deel nam de Roomse berekening over. De Synode kwam uit in het nadeel voor het Ierse Christendom en vanaf dit moment verloor deze religie zijn macht in Engeland. In Schotland en Ierland werd tot in de 12de eeuw nog wel veel aan de oude religie vastgehouden.

De geschiedenis van het boek

De datum en de plaats waar het boek van Kells is gemaakt is lang bediscussieerd. Aannemelijk is dat het boek op het eiland Iona, voor de kust van Mull, is gemaakt. De christelijke gemeenschap van Iona is door sint Columba of Colum Cille in 563 gesticht en waarschijnlijk is het boek van Kells net na deze tijd gemaakt als attribuut om op het altaar te dienen en om de grootsheid van God aan te duiden. Iona lag centraal in de Ierse zee en monikken van Iona stichtte in andere gebieden van Groot-Brittannië nieuwe kloosters zoals in Lindisfarne. In 807 werd de gemeenschap op Iona aangevallen door de Vikingen die vanuit Scandinavië de Ierse Zee en de rest van Europa plunderden. Er volgden een aantal plunderingen op Iona en veel leden van de gemeenschap zochten toevlucht in Kells. Zij namen het boek mee en voor vele jaren werkten de twee gemeenschappen van Kells en Iona nauw samen.

Tijdens de middeleeuwen werd het boek in Kells gehouden als het boek van sint Columba. Deze naam werd ook gebruikt in de annalen van Ulster, die in 1007 melding maken van de diefstal van het boek. Na twee maanden en twintig uur werd het boek teruggevonden. De dieven waren slechts geïnteresseerd in de versierde schrijn waar het boek in bewaard werd. Waarschijnlijk is dit meer gebaseerd op middeleeuwse romantiek dan op de waarheid. Het boek werd het meest waardevolle object in de westerse wereld genoemd en was in de late elfde eeuw in ieder geval in Kells. In de Annalen van Tigernach staat dat in 1090 relikwieën, waaronder het boek, terug werden gebracht naar Kells. Mogelijk was het tussen 1007 en 1090 in het bezit van een van de vele Ierse koningen.

In 1655 wordt er melding gemaakt door Samuel O’Neill dat de mensen van Kells dachten dat het boek door sint Columba zelf was geschreven. In de 17de eeuw werd de reformatie in Ierland geïntroduceerd en kreeg de kerk waar het boek werd gehouden een andere bestemming – het werd een paardenstal. De stad Kells nam het boek over.

De gouverneur van Kells, Charles Lambert, earl van Cavan, stuurde het boek voor veiligheidsredenen naar Dublin. Een paar jaar later werd het één van de meest waardevolle objecten van Trinity College. Hier ligt het boek nog steeds in volle glorie. Tegenwoordig staat het boek symbool voor de Keltische cultuur met haar ongeëvenaarde kunstzinnige creativiteit.

Het schrijven van het boek
Recent onderzoek richt zich voornamelijk op de inhoud van het boek en de afbeeldingen die veel zeggen over de Oud-Ierse cultuur. Aangenomen wordt dat de motieven en afbeeldingen in het boek op verschillende manieren kunnen worden gelezen en dat ze verschillende betekenissen tegelijk kunnen weergeven. De monniken die het schreven moeten enorm creatief zijn geweest. Het boek biedt ons een mogelijkheid een blik te werpen op de spirituele wereld waarin de monniken van Columba leefden. Deze wereld was gericht op God en hun bestaan en had een unieke kunststijl die vandaag de dag nog wordt beoefend.

Door de verschillende schrijffouten in het boek en de rijkelijke decoratie, wordt er wel gedacht dat de afbeeldingen het belangrijkste waren voor de monniken die eraan werkten.

In het boek zijn zowel menselijke, abstracte als dierlijke figuren gebruikt. Veel van de dieren zijn af te leiden uit de voorchristelijk Keltische cultuur. Vaak staan de afbeeldingen in verbinding met elkaar via Keltische knoopmotieven.

De motieven en symbolen die in het boek van Kells worden gebruikt, verschillen van andere Keltische voorwerpen uit deze tijd, zoals sieraden en metaalwerk. Mogelijk heeft het boek ook Pictische invloeden, zo zijn er verschillende typisch Pictische dierenmotieven te zien. Wanneer het boek inderdaad op Iona is gemaakt, is deze Pictische invloed heel goed te verklaren. Hoewel het gebied van Iona in bezit van het Ierse Dál Riata was, betekent dat niet dat de Pictische cultuur geheel verdwenen was. Er zijn ook enkele Ierse kruizen van Iona gedecoreerd geweest met Pictische motieven. Mogelijk zijn de Ierse monniken geïnspireerd door dit Pictisch vakmanschap en namen ze het over.

Opvallend is dat er ook motieven zijn met duidelijke Mediterrane invloeden. Zo zijn er dierenmotieven getekend die erg lijken op die van Byzantium, christelijk Egypte, Assyrië en Armenië. Dit zou kunnen wijzen op connecties tussen Iona en deze landen, of in ieder geval tussen Iona Italië. De blauwe kleur die in de decoratie werd gebruikt is lapis lazuli en kwam rond deze tijd alleen in Afghanistan voor. Interessant is ook dat deze banden waarschijnlijk al heel vroeg bestonden, het manuscript de Cathach, die door Columba zou zijn geschreven, toont ook een motief (een dolfijn met een kruis op zijn snuit) dat alleen in Koptisch Egypte voorkomt.

De kunststijl van Oud-Ierland
Op de folio's 34 en 124 zijn duidelijk motieven weergegeven die van metaalwerk en steengraveringen afkomen. De rode stippen die dicht op elkaar zijn gezet, komen ook voor in metaalwerk.

Er kunnen verschillende parallellen worden gezien tussen een museumstuk tegenwoordig in Musée des Antiquités Nationales in St Germain en Laye in Frankrijk ligt, zoals twee slangmotieven. Een menselijk hoofd op folio 114 tijdens Christus’ arrestatie, is van staal teruggevonden. Mogelijk was het een onderdeel van een sieraad. Sieraden als de Hunterston broche en de Londesborough broche uit dezelfde periode hebben ook duidelijk gelijkenissen.

Het boek heeft op sommige plaatsen motieven die soms wel dertig keer identiek worden herhaald. Het plan was waarschijnlijk dat iedere evangelie werd ingeleid met een gedecoreerde folio, dit voorkwam hinderlijke decoratie in de teksten en bood de mogelijkheid op bepaalde delen van het verhaal de nadruk te leggen. Het decoreren van een folio duurde langer dan het schrijven en later bij het inbinden werden de folio's samengevoegd. Hier ging het soms mis en dat is de reden waarom de evangeliën van Markus en Lukas niet worden ingeleid met een gedecoreerd folio.

Fouten
Mogelijk is het boek nooit afgemaakt. Op folio 123, nu blanco, zou waarschijnlijk een kruisigingscène horen te staan. Bij andere folio's zijn delen niet ingevuld en soms is er slechts de uitlijning van inkt zichtbaar.  Het plan voor folio 29 is meerdere malen aangepast. Geheel ronde cirkels staan als schets op de plaatsen waar de knoopmotieven zouden komen.  Het gezicht van een engel op folio 29 had nog geen uitdrukking. Het is niet bekend of dit fouten waren of dat het boek nooit afgemaakt is. Een theorie is dat de fouten expres zijn gemaakt omdat alleen god volmaakt is.

Het boek geeft op een uitzonderlijk gedecoreerde manier het leven van Christus weer en diende als medium om op een bijna bovennatuurlijke manier de fundamenten van het Christendom over te brengen.

Engelen
Het woord engel komt van het Grieks voor boodschapper. Engelen waren de boodschappers van God op de aarde. In het boek zijn op veel plaatsen engelen te zien. Christus wordt tijdens alle belangrijke gebeurtenissen in zijn leven door hen omringd. Het waren de engelen die hem probeerden te beschermen toen hij werd gearresteerd. Op folio 7, 32 en 202 worden de vier aartsengelen getoond, Michaël, Gabriël, Raphaël en Uriël. Zij dragen flabella en boeken, waarin het bericht van god staat. Het waren engelen die sint Columba vergezelden om de ''heidenen'' tot het Christendom te bekeren. Op in ieder geval één plek in het boek komt ook de duivel voor, op folio 202, tijdens de verzoeking van Christus.

Menselijke figuren
Op folio 309 zijn er twee verschillende gezichten van Christus in de letters zichtbaar. De eerste is een jeugdig gezicht, de tweede is een gezicht met een donkere baard. Op dezelfde folio is een gezicht afgebeeld met een lange, donkere baard. Vermoedelijk is dat Johannes de Doper. Andere gezichten, zoals die op folio 182, zijn nog niet geïdentificeerd, mogelijk is het een monnik dien een hoofdkapje draagt.  Op folio 124 en 202 staan verschillende afbeeldingen van onbekende personen, een theorie luid dat dit de voorouders van Christus zijn. Dit verwijst terug naar de Ierse cultuur waarbij voorouders en familieverbanden een prominente rol spelen. Op folio 202 staan in totaal vierendertig gezichten, mogelijk zijn ook dat voorouders van Christus of zijn het de gelovigen die na de dood van Christus de kerk stichtten. In het boek worden op de maagd Maria na opvallend weinig vrouwen afgebeeld. Op folio 257 wordt een vrouw afgebeeld, mogelijk is dat Lots vrouw en op folio 258 staan de vrouwen die naar Christus kwamen in Galilea.

Op folio 114, 200, 99 en 4 staan soldaten of krijgers. Sommige met speren en rondschilden. De krijger van folio 99 staat klaar om zijn speer te werpen.

De artiesten
Vermoedelijk is het boek gemaakt door drie verschillende verluchters. De eerste wordt de Goudsmid genoemd, hij maakte de gele en verguld blauwe kleur op een zo pure manier dat het een hoog niveau van vakmanschap vereiste. Deze persoon heeft het achtcirkelige kruis op folio 33 gemaakt, de Chi Rho op folio 34, de bovenkant van folio 5, de openingszinnen van de evangeliën op folio 29, 130, 292 maar niet die van folio 188. De “Illustrator” schilderde de folio's 202, 114 en 7 mogelijk heeft hij op de folio van het evangelie van Johannes gemaakt.  De “Portretschilder” heeft de afbeeldingen van Christus, Matteus en Johannes gemaakt. Van veel andere folio's is het niet bekend wie ze precies heeft gemaakt. Mogelijk kan verder onderzoek dit aantonen.

In de eerste instantie werd verwacht dat het maken van het boek veel tijd in beslag had genomen. Tegenwoordig gaat men er echter vanuit dat dit niet het geval was. De manier van het maken is op dusdanig hoog niveau dat het moet zijn gemaakt door ervaren specialisten, die het relatief snel konden. De moderne deskundige Timothy O'Neill had voor het kopiëren van folio 28 ongeveer een half uur nodig. Het boek kan in zestig dagen worden gekopieerd, wanneer we rekenen van een werkdag van zes uur.

Dit is echter exclusief het maken van het vellum, de kalfshuid, waarvan het manuscript is vervaardigd en het mengen van kleuren die in het boek zijn gebruikt. De folio’s zijn gemaakt van kalfshuid en voor het boek waren ongeveer 185 kalveren nodig. De huiden werden op maat gesneden en opgespannen. Vervolgens werden ze met een sikkelvormig mes onthaard. Het schrijven van het boek ging met een stylus en pennen gemaakt van ganzenveren. Mogelijk werden er ook pennen gebruikt van riet waarin net als bij de ganzenveer de inkt kon doorlopen.  De abstracte symbolen zijn voornamelijk in de eerste instantie geschetst, deels met behulp van passers en sommige tekeningen zijn ingekleurd met erg fijn bont.

Het verkrijgen van de grondstoffen voor en het mengen van de kleuren was een kunst op zichzelf. In het boek zijn verschillende mineralen gebruikt om kleuren mee te maken. Lood werd gebruikt voor matwit en rood, orpiment voor een roodtint en koper voor groen. Geel werd waarschijnlijk gemaakt met eidooier, een veelvoorkomende methode in de middeleeuwen. Opvallend is de lapis lazuli, die voor de blauwe kleur zorgde. In deze tijd was de dichtstbijzijnde vindplaats van lapis lazuli in Afghanistan. In de kleuren zijn verschillende planten- en dierlijke extracten gebruikt. Foliumzuur werd gebruikt om kleuren zoals blauw, roze en paars te vormen. Wede werd gebruikt voor een speciale blauwtint. De kermes, een insectsoort, werd gebruikt om een rode kleur te maken. Ultramarijn werd vaak gemengd met goud om de goudachtige kleur te maken. Deze kleur was de duurste van allemaal. Ook deze stof kon in de 8ste eeuw alleen uit Afghanistan worden gehaald, deze techniek werd pas in de 12de eeuw in Europa bekend.

De kleuren komen van over de hele wereld en moeten voor het boek op Iona terecht zijn gekomen. Dit geeft aan dat Iona een centraal punt moet zijn geweest en in ieder geval direct contact moet hebben gehad met Frankrijk. Dit lijkt te kloppen met bronnen uit de 13de en 14de eeuw, waarin wordt aangegeven dat het gebied rond Iona en de Ierse Zee zelfs handelsverbindingen met Tunesië onderhield. Mogelijk liepen deze verbindingen via Spanje of Frankrijk.

Book of Kells en de Ierse cultuur
Het boek is een absoluut meesterwerk en moet zijn gemaakt met een enorm fanatisme voor het christendom. Net als in de La Tène cultuur is er in het boek vrijwel geheel  gedecoreerd, dit gebeurde ook bij potten, kruiken en andere voorwerpen uit de IJzertijd

Wanneer we per afbeelding kijken naar het boek vallen twee dingen direct op.

Er worden ten eerste een grote hoeveelheid knoopmotieven gebruikt, vaak in combinatie met dierensymbolen. Deze motieven zijn zowel terug te vinden in de vroegere La Tène cultuur als in de latere Ionastijl. Wanneer we tegenwoordig terugkijken op de Keltische kunst, zijn de knoopmotieven en spiralen meestal de eerste onderdelen waar we aan denken.

Ten tweede kloppen de afbeeldingen van de mensen en hun kleding met de kleding die tot tenminste de 16de eeuw in het Ierse Zeegebied werd gedragen, de léine, brat en ionar. Deze kleding is zo duur uitziend en kleurig mogelijk gemaakt, aangezien de personen bijbelse figuren zijn. Dit is ook de reden voor de opvallende lengte van de léine die de mannen dragen. In het boek worden verschillende manieren getoond van het dragen van de brat. Opvallend is dat in ieder geval tussen de 9de eeuw en 15de eeuw de klederdracht van de Ierse en een groot deel van de Schotse bevolking vrijwel hetzelfde is gebleven als in het boek van Kells staat afgebeeld. Alleen van de in het boek afgebeelde broek is geen bewijs. Mogelijk is deze via de Vikingcultuur overgenomen en rond de 11de eeuw weer uit de cultuur verdwenen. We weten dat rond deze tijd de Vikingen de voorkeur gaven aan de léine.

Zowel Christus als andere heiligen worden blootsvoets afgebeeld, dit komt overeen met de afbeeldingen van 15de en 16de eeuwse Ierse koningen. Vermoedelijk gaven de Ieren er de voorkeur aan blootsvoets door het leven te gaan. De menselijke gezichten geven een indicatie van de Oud-Ierse haardracht, al zijn bij veel gezichten de baard en het hoofdhaar van twee verschillende kleuren afgebeeld.

Zie ook:
Keltische kunststijlen
Keltisch christendom
Sint Columba van Iona

 

 

 

Gesponsord door Celtic Webmerchant:

                 
Keltische torque € 25,-                      Keltisch sieraad € 12,50            Keltische helm € 295,-
 

copyright © 2011 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden.           Sitemap  Contact