Keltische cavalerie in de La Tène periode

Het paard was vanaf het begin der tijden een heilig dier voor de Kelten en had ook een eigen godin, Epona die in de meeste Keltische gebieden werd vereerd. Het paard betekende meer dan mobiliteit in de Keltische cultuur. Het was vermoedelijk ook een statussymbool. Veel munten uit verschillende delen van de Keltische wereld tonen afbeeldingen van paarden, soms in krijgstaferelen. Vermoedelijk bestond het grootste gedeelte van de Keltische cavalerie uit de elite van de stammen. Er werden vaak paardenraces gehouden en degenen die hierin uitblonken, genoten veel aanzien binnen de stam, deze races waren niet alleen ter vermaak, het was voor een man ook een mogelijkheid zichzelf en zijn bekwaamheid te bewijzen. Wanneer we kijken naar de Ierse hobilars, lichte cavalerie is het mogelijk dat de Kelten zonder zadel of stijgbeugels reden. Archeologische vondsten tonen aan dat ze wel net als andere volkeren rond deze tijd gebruik maakten van sporen. In tijd van oorlog werd de ruiter vaak beschermd door een nieuwe Keltische uitvinding, de maliënkolder. Deze malienkolders bestonden uit duizenden ringen die meestal aan elkaar waren geklonken. Op zijn hoofd droeg de ruiter een helm, vaak waren deze helmen gedecoreerd met Keltische motieven. Sommige helmen waren gedecoreerd met patronen van prooidieren om zo schrik bij de vijand aan te jagen. Wanneer we uitgaan van de oud-Ierse oorlogvoering diende deze ruiters niet alleen als stoottroepen op het slagveld. Ze vormde verkenningseenheden en hadden de mogelijkheid op afstand hun vijand te bestoken met werpsperen. Al is het belangrijk te onthouden dat lang niet overal in de Keltische wereld de ruiters voor dezelfde doelenden werden gebruikt.

Het is niet verwonderlijk dat de Keltische cavalerie in latere tijden door de Romeinen als auxiliae werden gehuurd. Deze huursoldaten maakten deel uit van de Romeinse legers maar vielen buiten de legioensstructuur. Deze regimenten vochten in ander gebieden van het Romeinse rijk als waar ze werden gerecruteerd.

De strijdwagen
De strijdwagen of chariot was een typisch voorbeeld van Keltische oorlogvoering. De Keltische versie was licht, had twee wielen en werd getrokken door twee paarden. Hij was minder dan vier meter lang en smaller dan twee meter. Wat deze strijdwagen zo speciaal maakte was dat de bodem van de chariot niet vast zat, maar met touwen waren bevestigd aan het frame van de strijdwagen. Dit maakte het een stuk comfortabeler om in te rijden en makkelijker om vanaf te vechten. Daarnaast zaten er lange messen aan de assen van de wielen, wat het mogelijk maakte op de vijand in te rijden en zo veel verwondingen aan te brengen.

Over het algemeen werd de strijdwagen door twee personen bereden. De menner zat bij de open voorkant van de wagen en bestuurde de paarden. De strijder stond achter hem en wierp zijn speren op de vijand of beschoot hem met zijn boog op een afstand. Ook kwam het voor dat de oorlogsleider in de chariot werd gemend. Zijn taak was dan zijn leger te bevelen, daarnaast reed de menner vaak op de vijand in en kreeg de krijger de kans om grote hoeveelheden vijanden neer te slaan. Hierbij was het wel belangrijk dat er niet al te veel vijanden in een groep waren, omdat anders de strijdwagen tot stilstand zou komen. Dit had meestal de dood tot gevolg. Ook in veel Ierse verhalen die in de vroege middeleeuwen zijn opgeschreven, komen strijdwagens voor. In de verhalen zijn deze wagens een toonbeeld van heldendom. Zo vocht de Ierse held CuChulainn op een strijdwagen. Voor hem zat zijn wagenmenner Loeg. Mede door vakkundige manier waarop Loeg de strijdwagen mende, kon CuChulainn enorme daden verrichten.

Zie ook:

Keltische wapens
Keltische oorlogen

Celtic Webmerchant:

                
             Vikingzwaard  68,-                  Anderhalfhandig ridderzwaard  € 92,15          Middeleeuws zwaard € 55,85

 

copyright © 2008 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden.           Sitemap  Contact