Charles de 2de

Charles de 2de werd op 29 mei 1630 geboren in St. James Palace als zoon van Charles de 1ste en Henrietta Maria van Frankrijk. Charles had zijn donkere haar en donkerbruine ogen geërfd van zijn moeder en grootmoeder, Maria de Medici, en zijn uitzonderlijke lengte, 1 meter 90, van zijn grootmoeder van vaderskant, Anne van Denemarken.

Toen de burgeroorlog tussen zijn vader en het parlement uitbrak in 1642, moest zijn moeder met haar kinderen naar het veilige Frankrijk vluchten. Charles en zijn jongere broer James, graaf van York, bleven bij hun vader in de vroegste ontwikkelingen van de oorlog. Na de nederlaag bij Marston Moor in 1644 gingen de twee kinderen naar Bristol, waar Charles het bevel kreeg over het westen van Engeland en Cornwall.

In 1646, toen de situatie van de koning er steeds slechter uit begon te zien, ging Charles naar zijn moeder in Frankrijk. Van daaruit probeerde hij voor zijn vader te bemiddelen en stuurde aan Oliver Cromwell, leider van de opstandelingen, een brief, waarin hij vroeg om zijn vaders leven in ruil voor wat hij maar wenste. Cromwell negeerde hem en liet de koning executeren. Toen het bericht van de onthoofding Frankrijk bereikte, noemde een van zijn medebannelingen Charles ‘uwe majesteit’ en begreep deze dat zijn vader was gedood. Hij barstte in tranen uit en verliet de kamer.

Vanaf 1649 verbleef Charles in Den Haag, waar hij onderhandelingen voerde met het Schotse parlement over zijn terugkeer. In ruil voor hun steun moest hij zich bekeren tot het presbyteriaanse geloof en beloven dit als staatsgodsdienst in te voeren. Charles weigerde en probeerde Schotland met een leger tot gehoorzaamheid te brengen. Hij vroeg de markies van Montrose, die de troepen van zijn vader tegen de Schotten had geleid tijdens de burgeroorlog, om hulp en deze landde met 500 Scandinavische huurlingen in Orkney. Van daaruit ging hij naar Caithness en werd zijn legertje versterkt met Orkadische vrijwilligers. Op 25 april 1650 werd Montrose echter verslagen door een veel kleiner Schots leger bij Carbisdale. Montrose werd gevangengenomen en in Edinburgh geëxecuteerd, deels omdat Charles ontkende dat hij  iets met deze actie te maken had.

Omdat hij nu geen keus had, gaf Charles toe, reisde naar Schotland, waar hij op 23 juni in Garmouth, Moray, presbyteriaan werd vlak nadat hij aan land was gekomen. Als wraak viel Cromwell Schotland in juli binnen en nam een groot gedeelte van het zuiden in. Op 1 januari 1651 werd Charles in Scone tot koning van Schotland gekroond. Nu rekruteerde hij een leger, waarmee hij het opstandige leger langstrok en naar Engeland marcheerde. Op 22 augustus bereikte hij Worcester, hij hoopte dat de koningsgezinden hem daar zouden steunen maar kwam bedrogen uit. Op 3 september arriveerden Cromwells troepen en versloegen het koninklijke leger vernietigend. De graaf van Hamilton, de aanvoerder, werd gedood en Charles nam de leiding over. De helft van de Schotten weigerde echter ondanks zijn smeekbeden aan te vallen en toen Cromwell Worcester binnendrong, vluchtte hij. Tweeduizend van zijn soldaten waren gedood, drieduizend gevangen genomen.

Charles was zes weken lang op de vlucht voor de troepen van de regering. Hij liet zijn haar afknippen, wat duidde op een afkeer van het hof, kleedde zich als boer en mat zich een plattelandsaccent aan. In Shoreham ging hij uiteindelijk aan boord van een schip en keerde hij terug naar het vasteland. Daar bleef hij negen jaar, met niet genoeg invloed of geld om Frankrijk, Holland of Spanje over te halen hem te steunen. Een landing in februari 1654 in Dornoch, geleid door de 1ste earl van Middleton, liep uit op een fiasco doordat zijn troepen werden verslagen door Cromwells militaire gouverneur van Schotland, generaal George Monck.

Op 3 september 1658 stierf Oliver Cromwell. Hij liet het rijk na aan zijn zoon, Richard, die geen talent voor regeren had. Uiteindelijk stelde generaal Monck, hoe onwaarschijnlijk dat ook lijkt, voor de monarchie opnieuw te introduceren. Charles stelde in de declaratie van Breda dat hij de Anglicaanse kerk zou handhaven, gratie aan zijn vijanden zou schenken en moeilijke kwesties aan het parlement zou voorleggen. De regering nodigde hem uit om als koning terug te keren.

Charles arriveerde op 23 mei 1660 in Dover en op 29 mei, zijn 30ste verjaardag, in Londen. Hij werd door ongeveer vijftigduizend mensen opgewacht en toen hij landde, knielde hij en dankte god. Op zijn welkom gaf hij het cynische commentaar dat het zijn eigen schuld was dat hij zo lang weg was gebleven, omdat iedereen die hij tegenkwam ‘altijd op zijn terugkeer had gehoopt’.

Charles werd traditioneel gekroond op 23 april 1661. Omdat de kroonjuwelen door Cromwell waren omgesmolten, werden er nieuwe gemaakt. Hij maakte duidelijk dat hij niet dezelfde fouten zou maken als zijn vader en liet alleen degenen die diens executiebevel hadden ondertekend terechtstellen. Op 30 januari 1661, precies twaalf jaar nadat Charles de 1ste terecht was gesteld, werden de lichamen van Cromwell en de andere ondertekenaars opgegraven uit de Westminster Abbey en na hun dood symbolisch geëxecuteerd. Cromwells lichaam werd opgehangen bij Tyburn. Daarna werd hij in een massagraf gegooid en werd zijn hoofd buiten de Westminster Abbey tentoongesteld tot 1685. Charles de 2de was echter niet vol wrok tegenover degenen die zijn vader hadden terechtgesteld, hij zei zelf: ‘Ik heb geen zin om op te hangen, behalve als het gaat om nieuwe misdrijven … Laat het slapen.’ Wel berechtte hij een aantal Schotse presbyterianen die hem hadden tegengewerkt de kroon terug te krijgen.

Ondanks dat het duidelijk was dat zijn regering niet op die van zijn vader leek, wilde het parlement zijn macht wel inbinden. Het militair toezicht van de kroon werd in 1661 beperkt en de koning kreeg maar £1.200.000 per jaar te besteden (wat een tekort betekende van zo’n £500.000 en leidde tot problemen met de buitenlandse politiek). De driejaarlijkse acte werd vernieuwd, waardoor ten minste eens in de drie jaar het parlement bijeen moest komen.

De nieuwe koning had grote interesse in wetenschap, had een eigen laboratorium en was gek op theater. In 1662 stichtte hij de Royal Society ter bevordering van de kennis van de natuurwetenschappen. Hij gaf bovendien koninklijke toestemming voor het spelen van voetbal in 1681.

Charles trouwde Catherine van Braganza, dochter van João de 4de, koning van Portugal, en Luísa de Guzmán op 21 mei 1662, eerst in het geheim in Portsmouth volgens de katholieke riten, op aanvraag van Catherine, en daarna in het openbaar op de Anglicaanse wijze door de bisschop van Londen. Zijn bruid bracht Bombay en Tanger mee als een deel van haar bruidsschat en had een vriendelijk karakter, hoewel ze niet mooi was. Ze was tot haar verdriet onvruchtbaar, maar hield van haar man, ondanks dat hij vele minnaressen had. Zelfs tijdens zijn leven stond hij bekend om zijn seksuele affaires. Hij had ten minste veertien buitenechtelijke kinderen bij minstens zeven vrouwen met verschillende achtergronden, van dochter van een graaf tot dochter van een bordeelhoudster.

In hetzelfde jaar als zijn huwelijk verkocht Charles Engelands laatste grondgebied in Frankrijk, Calais, aan zijn neef, Lodewijk de 14de, voor £40.000.

De koning was zeer populair, ondanks dat sommigen de uitbraak van de builenpest in 1665 en de grote brand in Londen in 1666 aanwezen als een goddelijke straf voor de losbandigheid van Charles en zijn hof. Charles deed er echter alles aan om de brand te blussen, die vier dagen en drie nachten doorwoedde en het grootste gedeelte van de stad in as legde. Samen met zijn broer, de graaf van York, hielp hij om de gebouwen te vernietigen om te voorkomen dat de ramp zich verder uitbreidde. Nadat de brand was gesust, deed hij veel om de heropbouw van Londen te bevorderen. Ook een nederlaag tegen de Nederlanders onder leiding van Michiel de Ruyter deed geen afbraak aan zijn populariteit.

Charles’ zus Henriette was getrouwd met de broer van de Franse koning, de graaf van Orléans. Door haar zwager werd ze in 1670 naar haar broer gestuurd voor onderhandelingen. Ze tekenden het verdrag van Dover, een bondgenootschap tussen Frankrijk en Engeland tegen de Nederlanden. Geheime toevoegingen waren echter dat Lodewijk de 14de Charles £200.000 per jaar zou betalen om hem financiële onafhankelijkheid van het parlement te geven, dat Charles katholiek zou worden in ruil voor een villa in Frankrijk en dat Frankrijk Engeland zou helpen katholiek te worden. Henriette stierf vlak na het bezoek en er ging het gerucht dat haar homoseksuele echtgenoot haar had vergiftigd.

Niet Charles, maar zijn broer en erfgenaam, James, graaf van York, bekeerde zich. Hij werd sterk beïnvloed door zijn vrouw, Anne Hyde, die daarvoor al katholiek was geworden. James werd dus katholiek, maar zijn twee dochters, Mary en Anne, bleven op bevel van hun oom anglicaans. De oudste zus, Mary, werd uitgehuwelijkt aan Willem van Oranje als deel van een alliantie met de Nederlanden.

De sfeer werd steeds vijandiger tegen katholieken en dit werd aangewakkerd door de geestelijke Titus Oates die het Paapse plot bedacht, een zogenaamd complot om de koning en vooraanstaande protestanten te vermoorden. Geleid door hysterie liet het parlement verschillende katholieken arresteren en executeren. Ook ontstond er onenigheid over wie de koning nu moest opvolgen, omdat zijn wettige erfgenaam, zijn broer, katholiek was geworden. Een gedeelte bleef James steunen, een ander gedeelte wilden Charles’ oudste, onwettige zoon, de graaf van Monmouth, op de troon zien. Elke keer als het parlement dit ter sprake bracht, ontbond de koning het, dit gebeurde in 1679, 1680 en 1681. Uiteindelijk bleef James Charles’ erfgenaam. Nadat bekend werd dat de graaf van Monmouth betrokken was bij een complot om zowel zijn vader als zijn oom James te vermoorden,  verbande de woedende koning hem voor het leven. Hij had zijn zoon veel vergeven, maar dit leidde ertoe dat hij hem nooit meer zou zien.

Op de morgen van 1 februari 1685 werd Charles onwel wakker en terwijl hij werd geschoren, kreeg hij een epileptische aanval, waardoor hij zijn spraakvermogen verloor. Toen hij dit weer terugkreeg, was iedereen opgelucht, maar het werd al snel duidelijk dat de koning stervende was. Er werd in de volgende dagen alles geprobeerd om hem beter te maken, maar Charles verontschuldigde zich cynisch dat hij op zo’n onredelijke tijd stierf.

Uiteindelijk liet hij zijn broer pater Huddlestone, een priester die zijn leven had gered na de slag bij Worcester, naar zijn slaapkamer halen en werd hij zoals overeengekomen met Louis de 14de katholiek. Hierna verzamelde hij zijn vrouw, minnaressen en kinderen om zich heen, zegende ze en gaf ze over aan de goede zorgen van James.

Tijdens de dageraad van 6 februari 1685 vroeg de koning om de gordijnen van St James’ Palace open te doen, zodat hij de rivier de Thames nog een laatste keer kon zien. Vlak hierna verloor hij zijn spraakvermogen, raakte in coma en stierf rond het middaguur, waarschijnlijk aan nierfalen. Als een van de populairste leden van het huis Stuart werd er veel om hem gerouwd. Nadat hij in de Painted Chamber in Whitehall opgebaard had gelegen, werd Charles de 2de op 14 februari begraven in een crypte in de Henry de 7de kapel van de Westminster Abbey. Zijn broer volgde hem op als James de 2de.

Koningin Catherine overleefde haar man twintig jaar. Ze bracht een tijd door in een klooster en leefde daarna in Somerset House. Ze probeerde met haar zwager te onderhandelen voor het leven van haar stiefzoon, de graaf van Monmouth. Daarna keerde ze in 1692 terug naar Portugal, waar ze als regent het land bestuurde in plaats van haar incapabele broer, koning Pedro. Catherine stierf uiteindelijk in 1705.

 

Zie ook:

Charles de 1ste
Executiebevel Charles de 1ste
Willem en Mary

Celtic Webmerchant:

c         Schots
Tweehandig zwaard
  € 98,10             Hellebaard  € 65,-              Kattenhakker € 110,-   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

     
 

copyright © 2008 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden.           Sitemap  Contact