Cunobelinus
Cunobelinus staat bekend als
koning van zuid
pre-Romeins
Brittannië. Hij wordt beschreven door
Suetonius en Dio Cassius, staat op diverse verschillende munten vermeld
en zijn naam kent veel variaties. Cunobelinus, staat in de legenden
bekend als Cynfelyn, Kymbelinus en Cymbeline dat hond van de god Belenus
of zonnenhond betekend. Zijn naam was bekend tot in Griekenland waar ze
hem Kynobellinus, Κυνοβελλίνος noemden.
Uit historische bronnen blijkt dat dat Cunobelinus aan de macht kwam
rond ongeveer 9 v.Chr. Dit bewijs wordt onderbouwd door de munten die
voor hem zijn geslagen in de periode. Dit was niet de eerste koning
waarvoor de
Catuvellauni munten sloegen, Cunobelinus vader Tasciovanus
liet deze al langere tijd maken.
Door de problemen die optraden tijdens Caesar’s eerste expeditie in
Brittannië was hij kort na zijn aankomst genoodzaakt terug te keren naar
Gallië. Gallië was door Caesar ingenomen maar hij wilde meer, hij wilde
Brittannië, dit was de aanleiding tot zijn experditie. Gallie was niet
gemakkelijk in de hand te houden, de Gallische krijgsheren kwamen
regelmatig in opstand en Brittannië steunden hun broeders op
verschillende manieren. Caesar zag daarom de noodzaak om bondgenoten te
zoeken in Zuid-Brittannië.
Dit zou de weg open laten voor toekomstige expedities. De Kelten in
Brittannië dreven al eeuwen handel met Gallië onder andere in tin brons
en slaven. Dit ging door tot na de
Romeinse verovering. Vanuit
Brittannië werden goud, zilver, graan, wol en huiden geruild tegen
Romeinse goederen zoals glas,
wijn
en andere luxe producten. Gedurende deze periode werden de Keltische
leiders steeds machtiger en sommige werden zelfs pro
Romeins.
In deze tijd kwam Cunobelinus aan de macht. Hij was de zoon van
Tasciovanus en de kleinzoon van Cassivellaunus die de
Romeinen tijdens
Caesar’s invasie bevocht. Cunobelinus zag zijn mogelijkheden om een
bondgenoot van Romen te worden en zo eventueel tegen zijn naburige stam
de
Trinovantes op te trekken. In 54 n.Chr werd een groot
Romeins leger
echter verslagen door de Germanen bij Teutoburg, dit zorgde ervoor dat
Rome geen legers kon missen om Cunobelin te hulp te komen.
Opvallend aan Cunobelinus is dat hij de titel REX (koning) gebruikte.
Tijdens zijn heerschappij nam zijn volk dan ook veel
Romeinse gewoontes
over, zo werden er munten geslagen om handel mee te drijven in Gallië.
Er werden steeds meer luxe goederen zoals bekers, glaswerk, wijn en
olijven geïmporteerd uit gebieden zoals Italië en Spanje.
Cunobelinus had drie zonen, Adminius, Togodumnus en
Caratacus. Zijn
eigen broer heette Epaticcus. Epaticcus nam de macht over in de gebieden
van de
Atrebates en breidde zijn gebied verder uit tot aan zijn dood in
35 n.Chr. Het gebied van de
Atrebates viel zo in handen van
Caratacus.
Cunobelinus stierf rond 43 n.Chr. Na zijn dood veroverde
Caratacus het
complete rijk van de
Atrebates en hun koning Verica was genoodzaakt om
naar Rome toe te vluchten.
De regeringsperiode van Cunofelinus
wordt gekarakteriseerd door de Romeinse invloeden die veelal na de
invasie van Julius Caesar in 55 v.Chr ontstonden. Tijdens deze invasie
werd ook de alliantie tussen de Romeinen en de Trinovantes gesloten. In
het Zuid-Oosten van Engeland maakten de Kelten geen gebruik van
heuvelforten, maar van oppida zoals Camulodunum (Colchester) en Calleva
(Silchester). Oppida zijn kleine steden die de oorspronkelijke
heuvelforten vervingen. Het woord is echter pas later door Julius Caesar
bedacht. Oppida is een duidelijk voorbeeld van verstedelijking binnen de
Keltische gemeenschap, die vrijwel altijd veroorzaakt werd door handel.
Dankzij deze Oppida hebben we archeologisch bewijs van koning
Cunobelinus. Zo zijn er veel munten met zijn afbeelding teruggevonden,
allemaal duidelijk geïnspireerd op Romeinse munten. Daarnaast zijn er
een groot aantal Romeinse voorwerpen die waarschijnlijk uit de tijd van
Cunobelinus stammen teruggevonden.
Zie ook:
Maiden castle
Boudicca
De Kelten en de Romeinen