|
|
|
||||
|
|
Druïden en archeologieHet lijkt erop dat de Europese bevolking in het grootste gedeelte van de Brons- en IJzertijd in een duidelijk hiërarchisch verband heeft geleefd. Hoge klassen in deze maatschappij waren de stamhoofden, edelen en priesters. Daaronder stonden de krijgers en mogelijk ambachtslieden. Grote ceremoniële monumenten zoals Stonehenge werden gebouwd en eeuwenlang gebruikt. Dit is slechts één voorbeeld van de duizenden stenen en houten constructies die in de vroege Bronstijd zijn gebouwd. De eerste fortificaties werden gebouwd en de kans is groot dat rond deze tijd ook de een gelaagdere vorm van priesterklasse ontstond.
Rituele hoofddeksels Er is archeologisch bewijs van een priesterklasse in Noord- en Midden-Europa tijdens de Bronstijd, die duidt op zonverering. Er zijn verschillende, duidelijk ceremoniële, gouden objecten teruggevonden uit de tijd rond 1200 v.Chr., waaronder mogelijke hoofddeksels, hoge, gouden, kegelvormige “hoeden”, die gedecoreerd zijn met verschillende motieven zoals het zonnesymbool van het gespaakte wiel en eeuwige knopen. Het best bewaarde exemplaar is teruggevonden in Etzelsdorf, Bavaria. Hij is 95 cm hoog en gedecoreerd met ciselering en graveringen.
Dit wordt ondersteund door een opgraving in de Britse plaats Hooks Cross. Hier vond men een hertengewei die waarschijnlijk op een hoofddeksel gemonteerd is geweest. Vermoedelijk stamt het gewei uit de vroege 4de eeuw n.Chr., maar eenzelfde soort exemplaar uit Star Carr, Yorkshire, stamt uit 7500 v.Chr.. Een ander opmerkelijk voorbeeld van een mogelijk ritueel hoofddeksel is gevonden in Deal, uit de 2de eeuw n.Chr., al in de Keltische periode dus. De man die daar begraven werd, droeg een zwaard, maar een soort kroon die zijn functie als strijder zou tegenspreken. Mogelijk konden mensen met een rituele positie daarom ook een militaire positie bekleden. Eenzelfde soort kroon is gevonden in Hounslow, bij Londen, gedecoreerd met een zonnewiel. Dit soort hoofddeksels zijn in Brittannië waarschijnlijk tot in de tijd van de Romeinen gebruikt. Bij een oorspronkelijk tempeltje in Cavenham, vond men drie bronzen diademen met vermoedelijk dezelfde ceremoniële doeleinden. Twee ervan hadden een hoge voorkant die waarschijnlijk was versierd met apart aangebrachte bronzen decoraties, een derde bestond uit kettingen die bronzen schijven verbonden, waarschijnlijk werd deze op een leren of stoffen kap bevestigd. In de Duitse plaats Pfalzfeld vond men een gedecoreerde stenen pilaar uit de 5de eeuw v.Chr.. Één afbeelding bestaat uit een mensenhoofd met een kroon van maretakken, dergelijke taferelen worden ook door andere afbeeldingen getoond. Plinius vertelt ons dat de maretak heilig was voor de Kelten en dat hij werd gebruikt bij druïdische rituelen.Ook het menselijk hoofd werd als heilig gezien en als bron van de menselijke kracht. Mogelijk moesten dergelijke hoofddeksels contact met de goden tot stand brengen of duidden ze de functie voor de drager aan. Hoe dan ook, het is zeer goed mogelijk dat tijdens veel Keltische rituelen druïden dergelijke hoofddeksels droegen.
Hoofden en schedels In de Zuid-Franse plaats Roquepertuese vond men een menselijke schedel, ingemetseld in een pilaar. De pilaar is gemaakt in de eerste eeuw v.Chr en was mogelijk het punt waar religieuze Keltische rituelen werden uitgevoerd. De schedel was niet als een offer, maar als trofee geplaatst en was vermoedelijk van een verslagen strijder. Verschillende voorbeelden wijzen uit dat dergelijke inmetselingen regelmatig werden gedaan.
Religie en de
zon In de Franse plaats Le Chatelet vond men een beeldje uit de eerste eeuw v.Chr. van een Keltische zonnegod. Hij lijkt veel op de Romeinse god Jupiter en houdt een bliksemschicht in zijn hand. Typisch Keltisch is het gespaakte wiel dat hij in zijn andere hand heeft. Een dergelijk zonnewiel is teruggevonden in Balkakra, Zweden, en dateert uit de 4de eeuw v.Chr.. Het zonnewiel wordt geïnterpreteerd als de overgang tussen dag en nacht en had mogelijk een ceremoniële betekenis in de Hallstatt-cultuur. De Keltische cultuur is niet tot in Scandinavië doorgedrongen, maar het zonnewiel wordt zeer vaak als Keltisch symbool teruggevonden. Dit duidt erop dat het zonnewiel mogelijk al uit de Indo-Europese tijd komt. De bekendste archeologische vondst die met astronomie en hemellichamen te maken heeft, is echter niet op de zon maar op de maan gebaseerd: de Coligny-kalender. Hij dateert uit de eerste eeuw v.Chr en bestaat uit verschillende bronzen tabletten waarop in het Gallisch vierenzestig maanden worden aangegeven plus de dagen die wel en niet geschikt zijn om bezigheden op uit te voeren. Mogelijk werd deze kalender gebruikt door de druïden om geschikte dagen uit te rekenen voor ceremonies en festivals. Helaas is de kalender maar in fragmenten overgebleven.
Kelten en Indo-Europese
rituelen Bij een opgraving in Bohemen werd een plaats blootgelegd waar in de 4de eeuw v.Chr. religieuze rituelen hadden plaatsgevonden. Deze plaats was meer dan 90 meter lang en de meeste rituelen vonden aan één kant plaats. Daar was een ondergelopen gedeelte waar twee houten steigers op waren geplaatst. De afbeeldingen van torques op het hout doen ons vermoeden dat de steigers gedecoreerd waren met menselijke figuren. Het ondergelopen gedeelte werd vermoedelijk gebruikt om in te offeren, aangezien er veel producten zoals sieraden, wapens en voedsel is aangetroffen.
In Val Camonica in Noord-Italië zijn een grote hoeveelheid steengraveringen teruggevonden, mogelijk uit de late IJzertijd. De afbeeldingen tonen over verschillende religieuze rituelen; bijvoorbeeld een jachtscène die eerder een gevecht tussen mens en dier is met beide evenveel kans, dus geen gewone jacht; een zonaanbiding, waarin de zon afgebeeld wordt met rechte stralen. Mogelijk kan de zon worden gezien als zonnegod. Verder tonen de inscripties een gekroond figuur, een stamhoofd, koning of misschien druïde. Ook staan er verschillende danstaferelen op met zowel naakte dansers als danseressen. Seks tussen man en vrouw maar ook tussen mens en dier worden in de afbeeldingen weergegeven. Deze afbeeldingen zijn één van de duidelijkste weergaven van mogelijke rituelen en geven mogelijk alle Keltische feesten weer.
Het druïdisch ei Daarnaast is in Neuvy-en-Sullias een bronzen druïdenbeeld gevonden uit de 1ste eeuw v.Chr.. De afgebeelde man draagt een rond voorwerp in zijn hand, wat mogelijk ook een dergelijk ei moet voorstellen.
De torque
Er zijn veel torques teruggevonden. Het is goed mogelijk dat bij sommige stammen de torque alleen gedragen mocht worden door mensen met een religieuze functie, zoals bij de Germaanse Suebi en op de afbeeldingen van de Gundestrupketel. Het feit dat er regelmatig torques in graven van strijders, prinsen en prinsessen, laat zien dat dit meestal niet het geval was. In de Franse plaats Chamalières is een houten figuur van een godin of priesteres teruggevonden. Ze draagt een sluier en een torque. Een andere, bronzen, priesteres, is gevonden in South Shield en dateert uit de tijd dat de Romeinen Brittannië bezet hielden. Ze draagt twee voorwerpen in haar hand, mogelijk delen van een offer, en draagt typerend Romeinse kledij.
Scepters
Muziek
Een trompet die lijkt op de Ierse trompet is afgebeeld in een rotsgravering uit de late Bronstijd in Zweden. De getoonde trompetspeler maakt vrijwel zeker deel uit van een religieus ritueel waarbij muziek een belangrijk onderdeel was.
In de Engelse plaats Hamshire
vond men een stenen beeldje van een vrouw die fluit speelt. Haar kleding
is Romeins beïnvloed en het is dan ook waarschijnlijk dat ze in de
Zingende stenen komen vaak voor in de Keltische cultuur, de stenen hebben gaten vanbinnen waardoor geluid tegen de wanden word afgebroken, de mythe rond zingende, sprekende en schreeuwende stenen is dus deels gebaseerd op werkelijkheid. Op Tara, de plaats waar vanuit Ierland geregeerd werd staat de Lia Fáil, deze Ierse kroningssteen maakte onderdeel uit van verschillende ceremonies. Wanneer de rechtmatige koning de steen zou aanraken zou de steen schreeuwen, zodat heel Ierland het zou kunnen horen. In Schotland werd tot 1290 een vergelijkbaar ritueel gehouden, de rechtmatige koning moest op een steen gaan zitten, waar hij gekroond werd. Niemand anders mocht op deze steen gaan zitten. Het is niet bekend of deze steen ook geluid zou maken. Een vergelijkbare vorm van kroningen werd door de Scots van Dalriada in het fort van Dunadd gehouden. De koning moest zijn voet in een uitgeholde steen plaatsen en zweren zijn volk te beschermen en zijn land te dienen. Deze drie kroningsstenen bestaan tot op de dag van vandaag.
Keltische offergaven
Deze plaatsen waren in gebruik tussen 1200 v.Chr en 200 n.Chr., deze lange periode is deels ook de reden waardoor er zoveel objecten in het water zijn teruggevonden. In Llyn Cerrig Bach zijn voornamelijk statusvoorwerpen teruggevonden. De plaats werd ontdekt in 1943 tijdens de bouw van een militair vliegveld. Een vrachtwagen met zand kwam in de modder vast te zitten en werd er met een stalen ketting uit getrokken. Na de klus vonden de bouwvakkers dat het wel een heel ongewone ketting was en er werden archeologen bijgeroepen. Het bleek om een slavenketting te gaan uit de La Tène periode. Bij verder onderzoek in het gebied trof men er zwaarden, schilden, ketels en zelfs onderdelen van een strijdwagen aan. Veel van de objecten lijken wel te zijn gemaakt om te offeren. Ze komen vaak ook niet uit Wales zelf maar uit Ierland en Zuid-Engeland. Het is mogelijk om Llyn Cerrig Bach te verbinden met de druïden aangezien Tacitus in zijn analen beschreef hoe Paulinus de oorlog ondernam tegen de druïden die op het eiland geschoold werden. Opvallend is dat op het eiland Anglesey enorm veel Indo-Europese en Keltische religieuze monumenten zijn teruggevonden.
Religieuze ketels
Mogelijk werden de ketels gebruikt, zoals de Griekse schrijver Strabo beschreef, om bloed van geofferde mensen in op te slaan. Strabo schreef dat de Kelten tijdens hun offergaven de keel van het offer opensneden boven een ketel. Mogelijk werden de ketels ook gebruikt voor water, aangezien dat een heilige bron was. Door de gehele Keltische wereld zijn ketels teruggevonden, sommige zijn zelfs ver buiten de grenzen waar de Kelten vermoedelijk woonden gekomen. De bekendste Keltische ketel is die van Gundestrup, hij werd teruggevonden in de moerassen van Jutland. Andere bekende exemplaren zijn de ketels teruggevonden in Zuid-Schotland, vermoedelijk uit de tijd dat de Romeinen over Brittannië regeerden. Een groot deel van de teruggevonden ketels had daarnaast waarschijnlijk wel een seculiere functie.
Rituele beelden In de Moravische plaats Býcissála vond men in een grot een bronzen stierenbeeld uit de 6de eeuw v.Chr.. In de grot werden verschillende Keltische rituelen uitgeoefend, ook werden er veertig mensenoffers, voornamelijk vrouwen aangetroffen, samen met twee paarden. De Romeinse schrijver Plinius vertelt hoe druïden dergelijke offers uitvoerden. In de Schotse plaats Ballachulish vond men een houten beeldje van een vrouw, in de Engelse plaats Teigngrace trof men een vergelijkbaar mannelijk beeldje aan. Verwacht wordt dat dit beeltenissen van goden en godinnen zijn die in graven werden meegegeven. Deze gewoonte is bekend uit Gallië. In Engeland vond men een bronzen beeldje van een Keltische priester, hij draagt een lang wit gewaad dat over zijn hoofd getrokken is. Dit gebruik wijst duidelijk op Romeinse invloeden, de Romeinen bedekten hun hoofd ook voor bezoeken aan tempels en ceremonies. Mogelijk is deze priester een druïde en bereid hij een religieuze ceremonie voor.
Keltische bedevaartsoorden Zie ook:
Het eiland Mona Bronnen: -
Green,
Miranda, “The World of the druids” (London 1997)
|
|
|||
|
Gesponsord door Celtic Webmerchant:
|
|||||
|
copyright © 2011 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden. Sitemap Contact |
|||||