|
|
|
||||
|
|
Druïden
In Groot-Brittannië waren de laatste hoofdkwartieren van de druïden, waarvan Mona de bekendste was. Hierdoor zijn de druïden en Groot-Brittannië onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het woord druïde komt mogelijk van het Griekse woord ‘derw’, dat eikenboom betekent en ‘wydd’, ziener. De eikenboom was een heilige boom en het symbool voor kennis. Derw komt dan ook van het woord ‘dru’, Gaelic voor kennis. Het Gaelic woord ‘druidh’ betekent ‘wijze man’ of ‘magiër’, De druïdische priesterklasse regeerde de Engelse en Britse Kelten tot ongeveer 61 n.Chr., Na deze periode bleven druïden actief in Ierland en Schotland, waar de Romeinen nooit zijn doorgedrongen. Deze laatste bolwerken zijn rond de 5de tot 8ste eeuw langzaamaan bekeerd tot het Christendom. Dit markeerde het eind van de druïde in de Keltische gemeenschap. Door archeologische vondsten is duidelijk geworden dat er al een priesterklasse bestonden voordat de Kelten naar Groot-Brittannië kwamen en dat zij een goed georganiseerde leer en religie hadden. De Kelten hebben hun leer grotendeels overgenomen en later verspreidt naar het vasteland van Europa. Deze vroege priesters kunnen in verband worden gesteld met de Neolitische monumenten van religieuze aard, die over de gehele wereld zijn te vinden. Niet alleen in Groot-Brittannië kwamen druïden voor, maar in de gehele Keltische wereld. Wel is aannemelijk dat de filosofie van de druïden oorspronkelijk uit Groot-Brittannië komt. Toen de Romeinen landden in Groot-Brittannië, begonnen zij een vastberaden campagne tegen de druïden, omdat zij de macht hadden meerdere stammen te verenigen onder hen. In 59 v.Chr., toen de legioenen van Claudius het eiland veroverden, werd Suetonius Paulinus met een legioen naar Mona gestuurd, om daar de druïden te vernietigen. Terwijl hij deze opdracht uitvoerde, begon in het oosten een revolutie onder leiding van de koningin en moelijk druïde Boudicca tegen de wreedheid van de veroveraars. Duizenden Romeinen waren afgeslacht en er zouden er nog duizenden volgen, als Suetonius niet terugtrok om de verenigde stammen te bevechten.
Suetonius
marcheerde de rebellen tegemoet en in een gevecht, waarbij hij tienmaal
minder man had dan de koningin, maar waarbij zijn troepen wel goed
uitgerust en getraind waren, versloeg hij
Boudicca. Omdat Suetonius
Wales
zo snel had verlaten, heeft hij de druïden nooit geheel vernietigd. Veel
leraren, priesters en priesteressen vluchtten naar het eiland Iona, de
bergen bij Snowdonia en verder. In de volgende 30 jaar veroverden de
Romeinen
de gehele gebieden
Veel druïden werden echter bekeerd tot het christendom en langzaamaan werden de Druïdische functies aan de Keltische hoven overgenomen door de Barden. Nadat het christendom zijn intrede had gedaan was het de druïden niet meer toegestaan hun godsdienst uit te oefenen. Zij gaven zich daarom vaak uit als zangers. Een vorm van druïdisme leefde weer op in de zeventiende eeuw in Londen. Ook vandaag de dag zijn er veel sporen van het oude Keltische geloof terug te vinden in wicca. De tempels van de druïden, waar het heilige vuur werd bewaard, werden meestal gebouwd op heuvel- en bergtoppen en in eikenbossen. Het adytum of de grot van de mysteriën werd de Cromlech genoemd. De Cromlech werd gebruikt als heilig altaar van wedergeboorte. Het bestond uit drie rechte stenen, waarop een platte steen rustte, zodat een kleine cel werd gecreëerd. Deze constructie werd gebruikt voor de initiatieriten van de leerlingen. De Caer Sidi, waar ook veel rituelen van de druïden werden uitgevoerd, bestond uit verschillende gebouwen. Bij de tempel waren appartementen, cellen, baden en lange gangen gebouwd. Zeer vaak bevonden deze plaatsen zich ondergronds. De leer van de druïden leek op die van volkeren uit India, Perzië en Egypte. Door deze gelijkenissen kunnen we een beeld schetsen van hoe hun religie er mogelijk uit heeft gezien. Net zoals hun hadden de druïden twee religieuze leren: een voor ingewijden en een voor niet-ingewijden. Het hart van het geloof was het eiland van Anglesey, of Mona. De basisregel van de druïden was het geloof in de hoogste kracht van het universum en het geloof in de onsterfelijkheid van de ziel. De ziel was onsterfelijk door reïncarnatie. Het druïdisme omhelsde een paar religieuze en filosofische ideeën die gebaseerd waren op astronomische berekeningen. Ze hadden twee belangrijke goden, een grote vader en een grote moeder, Beli Mawr en Donn. Deze twee werden gezien als de personificatie van het hele leven, maar naast hun werden in latere tijden meerdere goden vereerd.
Zelf geloofden de druïden dat de oorsprong van hun leer in Groot-Brittannië lag en verschillende moderne theorieën bevestigen dit. Het was dan ook de gewoonte om iemand die druïde wilde worden naar Groot-Brittannië te zenden om daar in de leer te gaan. De druïden voerden verschillende taken uit in de Keltische maatschappij. Deze verschilden per laag in de priesterklasse; barden en ovaten hadden andere taken dan de priesters en priesteressen, de daadwerkelijke druïden. Druïden hadden zich in zeer veel specialiteiten bekwaamd, zoals geneeskunde, kosmologie, astronomie en wiskunde. Ze waren op het gebied van wetenschap de andere volkeren ver vooruit. Ook waren er dichters, filosofen rechters en leraren. In het wit geklede priesteressen, die een metalen gordel droegen, voorspelden de toekomst aan de hand van natuurverschijnselen. Julius Caesar beschrijft ze echter ook als bloeddorstige beulen, die mensenoffers levend verbrandden, naast hun taken als leider en priester. De toekomstige druïde had een lange weg te gaan, want de opleiding tot druïde duurde 20 jaar en alle kennis werd mondeling overgebracht. Dit gebeurde vaak zingend. De leraar zong zijn kennis over naar de leerling en de leerling zong het in een hogere toon terug. Dit proces bleef, ook toen het schrift was ontwikkeld, voortbestaan. Dit was enerzijds om hun kunsten voor de Romeinse binnendringers geheim te houden, anderzijds omdat ze zo het geheugen scherp hielden. De leerweg van een druïde was in drie fasen verdeeld: academisch, kunstzinnig en spiritueel. De initiatieriten voor barden, ovaten en druïden werden om middernacht uitgevoerd. De kandidaat werd in een tombe gelegd. Zijn symbolische dood stond voor de dood van Beli Mawr, de zon; en zijn opstanding als druïde symboliseerde de terugkeer van de zon. Hij of zij moest beproevingen en testen ondergaan, voordat hij of zij de nieuwe functie op zich kon nemen. De barden waren druïden in hun eerste opleidingsfase, maar dat betekent niet dat ze een lagere positie ten opzichte van druïden innamen. Zij probeerden tijdens hun opleiding contact te leggen met het verleden en de natuur, werkten met de mythologie en met het erfgoed van hun stam. Ook waren zij zangers en dichters en voerden rituelen uit met visualisatie en meditatie. Daarnaast werkten ze veel met de seizoenen en de vier elementen. De bard was een diplomaat die onschendbaar was. Ook in andere culturen, zoals de Noorse cultuur, waren er soortgelijke functies als die van de bard, daar was echter de bard niet in opleiding tot een hogere laag, maar was hij al volleerd. Na de Romeinse invasie werden de barden vaak hofzangers. De Ovaten waren verder gevorderd in hun studie tot druïde dan barden. Hun taken bouwden voort op de kennis die ze hadden verworven tijdens de studie tot bard, de kennis die ze tijdens die studie hadden opgedaan, brachten ze in praktijk. Ovaten gebruikten hun uitgebreide kennis over de natuur, de elementen en de hemellichamen om mensen te genezen in zowel hun lichaam als hun geest. Daarnaast doken ze dieper in de geestenwereld en de wereld van de goden, die ze in de vorige fase hadden bestudeerd. Ze probeerden deze werelden te begrijpen, er contact mee te leggen en zich hierin te verplaatsen om zo hun creatieve krachten te kunnen sturen. Het begrip voor de geestenwereld en voor de tijd kon de vorm aannemen van profetie en waarzeggerij. Zie ook:
Het eiland Mona
|
|
|||
|
Gesponsord door Celtic Webmerchant:
|
|||||
|
copyright © 2011 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden. Sitemap Contact |
|||||