Finlaggan castle
Tussen de 13de en 15de eeuw
regeerden leden van clan MacDonald als Lords of the Isles over de
Hebriden. Zij hadden hun connecties met Ierland, waaraan ze vaak
militaire diensten verleenden, en op het hoogtepunt van hun regering
hadden ze ongeveer één derde van Schotland onder hun bewind, een gebied
van het schiereiland van Kintyre tot het eiland Lewis in het noorden.
Dit gebied was grotendeels buiten de macht van de Schotse en Noorse
kroon en werd daarom tussen de 12de en 15de eeuw
de bakermat van de Keltische cultuur. De clans die het lordschap
steunden, waaronder de MacLeans, MacLeods, MacNeils, MacKays en
MacKinnons steunden dit lordschap en groeiden in deze periode uit tot de
grote clans met sociale en militaire macht.
In de middeleeuwen was dit
gebied één van de meest welvarende plekken op de Britse eilanden. Vanuit
hier werd gehandeld met Frankrijk, Ierland en Scandinavië. Er zijn zelfs
aanwijzingen dat de handelsverbindingen tot aan Tunesië liepen. In de
loop der geschiedenis heeft dit gebied meerdere malen een belangrijke
rol gespeeld in de Engelse, Schotse en Ierse politiek.
Een paar mijl van port Askaig
op het Schotse eiland Islay, liggen de vergeten restanten van het
centrum van de Lords of the Isles. De resten zijn gelegen op twee
eilanden in een loch, Eilean Mòr (het grote eiland) en Eilean na
Comhairle (het regeringseiland). Vanuit hier werd voor lange tijd de
Schotse westkust geregeerd en het was mogelijk hier dat Angus Óg
MacDonald de beslissing nam om Robert the Bruce te steunen in zijn
oorlog voor de Schotse kroon. De Lords of the Isles stamden af van de
12de eeuwse Keltische leider Somerled. Deze lords en chiefs van clan
Donald kozen Finlaggan als hun thuisbasis en centrum voor hun lordschap.
Op Finlaggan hield de lord
zijn privé parlement met zijn 16 man sterke kroonraad. Tijdens deze
parlementen werden politieke beslissingen genomen, werd land aan
verdienstelijke clans geschonken en werd recht gesproken.
Waarom Finlaggan?
Het is duidelijk dat de Lords
of the Isles vanwege verschillende strategische redenen Finlaggan als
hun zetel
kozen. Het gebied is rijk aan mineralen zoals zilver en lood.
Daarnaast ligt Finlaggan slechts vier mijl van de zee af. Boten konden
gemakkelijk de zandstranden aan de westkust van Islay worden
opgetrokken. In oostelijke richting is de gehele kustlijn bezaaid met
rotsen en was het onmogelijk om aan land te komen. De belangrijkste
natuurlijke haven is Loch Indaal, in de buurt van het tegenwoordige
Bridge End. Hier konden de schepen uit de wind op de zandstranden
blijven liggen.
Islay werd al vanaf de
steentijd bewoond. Enige tijd geleden werden op Finlaggan verschillende
objecten teruggevonden uit zowel Islay als het vasteland van Schotland.
Bij Finlaggan staat ook een staande steen die duidelijk in de richting
van het naburige eiland Jura wijst. Mogelijk was Finlaggan een
invloedrijke plaats toen sint Findlugan op Eilean Mòr zijn kapel
stichtte en zo zijn naam aan de plaats schonk. Het is waarschijnlijk dat
in de tijd van Somerled Finlaggan al een belangrijke politieke positie
in het gebied van de eilanden had ingenomen.
Kronieken over Finlaggan Islay was een plaats van
vrede, rijkdom en gerechtigheid door de Lord of the Isles en zijn raad,
volgens diaken Monro die Finlaggan in 1529 bezocht. Deze informatie werd
dertig jaar later wijd verspreid door de geschiedkundige George Buchanan.
Hij vermeldde dat de kroonraad uit 14 leden bestond en dat hun primaire
doel het bewaren van de vrede, zowel thuis als in de omliggende landen
was. Uiteraard berust dit mogelijk deels op propaganda.
De kroonraad De kroonraad was bedoeld om
op een relatief democratische manier het lordschap van de
eilanden en de
daartoe behorende gebieden (circa 1/3de deel van Schotland)
te regeren. Verschillende bronnen wijzen uit dat tijdens dergelijke
beslissingen de raadsleden evenveel stem hadden als de lord. Dergelijke
praktijken waren gewoon bij verschillende Keltische volkeren. Het
hoofddoel was om het lordschap vrede en voorspoed te laten beleven.
Helaas is er vrij weinig documentatie van de deze raad bewaard gebleven.
Dit is deels de oorzaak van de oude orale traditie waarbij erg weinig
werd opgeschreven. De documentatie die er is stamt voornamelijk uit de
14de en 15de eeuw. De 17de eeuwse
geschiedkundige Hugh MacDonald meldt dat de raad uit 16 leden bestond,
maar sommige schrijvers beweren dat het er 14 waren.
Onder de leden bevonden zich
waarschijnlijk: vier thanes (een stand lager dan de earl), vier armins,
dat zijn lords of sub-thanes, vier bastaards van de Lord of the Isles,
landjonkers, of chiefs van clans met landen in de gebieden van het
lordschap. De machtigste van hen waren de MacGee van Islay, MacNicol
van Skye, MacEachern, MacKay, MacGillevray van Mull, Macillemhaoel of
MacMillan en verschillende takken van MacDonald, MacLean, MacKinnon en
MacRuari.
Vermoedelijk was er en stenen
tafel waaraan de raad op het regeringseiland vergaderde. De
steen waarop
de regerende MacDonald zat is met de kerkklokken in de 17de
eeuw door de Campbells van Argyll gestolen en mogelijk vernietigd. Er
was altijd een rechter aanwezig om toezicht te houden over de rechtsgang
tijdens deze beslissingen en toe te zien over de landen die de clans van
clan Donald bezaten. Mogelijk werd er gebruik gemaakt van een
rechtstelsel die is gerelateerd aan het Oud-Ierse recht. MacFinnon (MacKinnon)
was verantwoordelijk voor het handelsverkeer op de eilanden, hij hield
toezicht over een speciaal maat- en gewichtsstelsel dat werd gehanteerd.
MacDuffie en MacPhee van Colonsay hadden de functie als griffier en
notulist.
Clans van de eilanden
Veel van de clans die aan de
Schotse westkust leefden, vervulden een functie aan het hof van de Lord
of the Isles. Deze taak werd binnen de familie overgedragen, het is
echter niet bekend of dat van vader op zoon ging of dat de clan
verantwoordelijk was om een persoon uit te kiezen.
MacKay
uit Kintyre: Luitenanten van de Lord of the Isles.
MacPhee of MacDuffie van Colonsay: Luitenants van de lords en
bewakers van geschriften
en notulen.
Brehon:
Rechters
MacIndeor:
Aalmoezeniers
MacEachern of MacKechnie:
Stalmeesters en beroemde zwaardsmeden uit Kilchoman.
MacArthur: Doedelzakspelers van het eiland Skye kwamen en
met land in Proaig.
MacAffer: Wapendragers
MacKerrel: Harpisten en doedelzakspelers.
MacVurich van Currie: Genealogisten, dichters en barden.
Maclain, Johnson van Maclvor: Afstammeling van Ian Mòr (John Mor
Tanaisdear,
jongere broer van Donald, Lord of the Isles).
Clark: Klerken van Finlaggan
MacSporran: Beursdragers
MacCuaig: Bekerdragers
MacKintyre: Timmermannen
Fletcher: Bogenbouwers
Morrison en Lamont: Advocaten
Archeologie
Finlaggan is in handen van de
Finlaggan Trust. Er is gestart met archeologisch onderzoek, dat weinig
tot niets heeft uitgehaald - vaak wordt de gehele cultuur aan de Ierse
Zee vergeten en als achterland van Groot-Britannië bestempeld.
Eilean Mòr
Afgelopen jaren, is er
archeologisch onderzoek verricht onder leiding van dr. David Caldwell
van the National Museum of Scotland. Dit onderzoek heeft veel nieuwe
informatie opgeleverd met betrekking tot de gebouwen en de manier van
leven op het eiland. Er zijn restanten teruggevonden van een houten
fortificatie, een grote hal, verschillende woonhuizen, een kapel en
zelfs een verharde weg die beide eilanden aan elkaar verbonden. Dit
wijst op een ver ontwikkelde samenleving.
De verdedigingswerken rond
Eilean Mòr zijn nooit vervangen door stenen muren. Ze bestonden de
gehele tijd dat het eiland in gebruik was uit een aarden wal met een
houten omheining erop. Uiteraard bood het loch een goede bescherming
tegen indringers van buitenaf.
De kapel op het eiland is
gewijd aan St Findlugan die zich in de vroege middeleeuwen op het eiland
vestigde. In de vroeg-christelijke periode werd de kapel opgericht,
mogelijk door Ierse monniken, die mogelijk in houten hutten op het
eiland leefden.
Vroeger was het eiland
kleiner dan vandaag de dag, maar door het vele bouwen op het eiland is
de grond naar boven gekomen, hetgeen ook het geval is bij crannogs.
Tijdens het eerste jaar van de opgravingen werd de verharde weg ontdekt
die tussen de twee eilanden liep. Deze weg ligt ongeveer één tot
anderhalve meter onder het wateroppervlak en kan vandaag de dag nog
worden bewandeld.
Op het eiland zijn
verschillende grafstenen te vinden zoals die ook aan de Schotse westkust
en Ierse oostkust te vinden zijn. Een deel van deze stenen lagen op de
vloer van de kapel. Op het eiland werden volgens de tradities de vrouwen
en kinderen van de Lords of the Isles begraven. De lords zelf werden op
Iona begraven. Op Finlaggan is in ieder geval één kindergraf gevonden.
Een andere grafsteen, van een krijger die een wambuis, maliënkap en
bascinet draagt blijft de meest opvallende verschijning. De grafsteen is
mogelijk van MacGillaesbuig van Finlaggan. Na de ontbinding van het
lordschap werd hij hoofd van de leidende familie op Finlaggan. Mogelijk
komt deze steen uit de 16de eeuw.
In juli 1990, vrijwel direct
nadat de archeologische opgravingen in het kerkhof op het eiland
begonnen, werd er een stenen kruis blootgelegd. Het kruis is gegraveerd
in de Iona stijl die tussen de 14de en 15e eeuw overal aan de Schotse
westkust werd gebruikt. Waarschijnlijk was dit een staand kruis die net
als veel soortgelijke exemplaren tijdens de reformatie is vernietigd.
Tussen de 13de en
15de eeuw was de grote hal waarschijnlijk de grootste van
alle gebouwen op Eilean Mòr. Vandaag de dag is er erg weinig van
overgebleven. Het werd gebruikt voor feesten en bijeenkomsten, er was
entertainment (voornamelijk van de barden) en het gebouw stond daarom in
het centrum van de culturele overdracht. Het was een grote hal van
steen, mogelijk had hij meerdere verdiepingen en een aflopend dak. Er
was een grote open haard en archeologisch onderzoek wijst uit dat de
ingang was gebouwd van gedecoreerde zandsteen. Nadat de hal buiten
gebruik viel, werden de stenen eruit gehaald om andere gebouwen in de
omgeving te bouwen. Hierdoor is er vrij weinig overgebleven van de
structuur.
Eilean na
Comhairle
In 1993 ontdekten archeologen
op Eilean na Comhairle mogelijke fundamenten van een middeleeuws
kasteel. Op basis van het aardewerk dat op het eiland is teruggevonden
gaat men er vanuit dat het kasteel een torenhuis was met een eigen grote
hal. Het complex stamt uit de 13de eeuw en had mogelijk
verbindingswegen met andere gebouwen op het eiland. Dit was de
ontmoetingsplaats van de kroonraad van de eilanden. Hier werd mogelijk
vergaderd, zittingen gehouden en andere administratieve en diplomatische
activiteiten uitgevoerd. Archeologisch onderzoek wijst uit dat het
eiland tot in de 15de eeuw in gebruik was. De muren van het
kasteel staan op dikke, stenen muren die wijzen op restanten van een dun
of een broch. Hij besloeg het grootste gedeelte van het eiland.
Op het
eiland vond men ook een bijlblad dat uit de steentijd stamt. Alles wijst
erop dat het eiland door mensen is gemaakt en al 5000 jaar in gebruik
is.
Op het eiland zijn veel
verschillende gebouwen uit verschillende perioden over elkaar heen
gebouwd. Dit maakt archeologisch onderzoek lastig en het zal nog een
lange tijd duren totdat er een duidelijk beeld kan worden geschetst van
hoe het eiland er door de eeuwen heen uitzag. Op het eiland waren
vermoedelijk verschillende vertrekken gebouwd die voor de regering
bedoeld waren. Het kasteel was vermoedelijk de plaats waar de Lord of
the Isles woonde.
Archeologische vondsten Tijdens de archeologische
opgravingen zijn veel voorwerpen gevonden. Deze dateren uit een periode
tussen de steentijd en de 15de eeuw.
Riemstuk en gesp, 14de
– 15de eeuw

14de eeuws stenen
hoofd, mogelijk uit de grote hal van Eilean Mòr.
Aardewerken fragment
12de en 13de eeuwse leren
schoenzolen

14de eeuwse
aardewerken pot
13de eeuwse
aardewerken pot Onderdeel van een 14de
of 15de eeuwse ploeg.
14de eeuwse loden
pelgrimsbadge. Deze is teruggevonden op het regeringseiland, op de badge
staat ST Peter. Deze badge is meegenomen uit Rome door een 14de eeuwse
pelgrim.

Onderdeel van een 14de eeuws
Frans paardenhoofdstel. Het schild is gegraveerd met het koninklijke
wapen van Frankrijk, de Fleur de Lys.

14de of 15de eeuws slot 15de eeuwse decoratie van een
doos
Laat 14de eeuwse
halfgros uit Schotland, gevonden in de kapel.
15de eeuwse
mondharp

14de of 15de
eeuwse vishaak
13de eeuwse
hondenketting
Munt van James de 3de van
Schotland. Hij is geslagen in 1485 in Edinburgh.
14de of 15de eeuwse sleutel.
Gesp 14de eeuws
14de of 15de eeuwse bronzen
broche
4de eeuwse bronzen Keltische broche.

14de of 15de eeuwse pijlpunt
2 benen spelstukken. Één stuk
is gegraveerd met een hert.
Onderdeel van een 14e of 15de
eeuwse grafsteen. Deze steen was vermoedelijk van een kindergraf.

2 14de of 15de eeuwse gespen
Onderdeel van een 13de of
14de eeuwse harp
13de of 14de eeuwse crucifix
teruggevonden op de bodem van het loch. Het kruis is vermoedelijk van
Ierse of Schotse makelij.

Deze pagina is mede mogelijk
gemaakt door de
Finlaggan Trust
en de heer Roger McWee
Zie ook:
Het eiland Mona
Keltische
feestdagen
Goden van
Wales
Goden van
Ierland
De kracht van
de natuur
Celtic Webmerchant:
|