Geschiedenis van Cornwall

Tijdens de vroege Steentijd was er weinig menselijke bewoning in Cornwall. Later in de steentijd kwamen jagers en verzamelaars zich vestigen langs de Cornishe kuststreken. Tussen 4.000 en 2.500 v.C., de nieuwe Steentijd, vond er grote ontwikkeling plaats in het sociale stelsel en de landbouw. Er werden nederzettingen gesticht.

In de vroege Bronstijd werd de metaalbewerking geïntroduceerd. Tin en koper werden ontdekt. Tijdens deze periode werden steencirkels, standing stones en menhirs uit steen gehouwen. Van 1.500 tot 600 v.C., tijdens de late Bronstijd, veroorzaakte klimaatverandering migratie van de nederzettingen naar het laagland. De landbouw werd vervangen door de veeteelt. Waarschijnlijk arriveerden aan het eind van de Bronstijd de Kelten, maar onderzoekers suggereren dat dat al in 2000 v.C. gebeurde.

IJzer nam geleidelijk de plaats in van brons voor wapens en werktuigen tijdens de IJzertijd vanaf 600 v.C.. Mensen begonnen in versterkte nederzettingen te wonen en economische en sociale centra voor handwerk en handel werden gesticht. Tegen het einde van de eerste eeuw AD begon de Romeinse verovering van Brittannië. Voor deze tijd was Cornwall verdeeld in verschillende gebieden van verschillende stammen. Het Zuidwesten werd bewoond door de Dumnonii, Kelten die al eeuwen in dat gebied, Dumnonia, woonden. Het landelijk leven veranderde nauwelijks onder Romeinse invloed. Handel in tin nam in de 3de en 4de eeuw toe, niet alleen voor brons, maar ook voor lood om dit en tin te combineren tot een legering, bekend als 'engeltjestin'.

In 577 werden de Cornish gescheiden van de Welshmen door de Saksen. Daarvoor werd Cornwall West-Wales genoemd. Rond deze tijd hadden de Saksen de resten van de Romeinse beschaving vernietigd, zodat deze bijna was vergeten in het westen. De Saksen hadden zich gevestigd en bekeerden de Cornish tot het christendom. Al snel werd de eerste christelijke kerk in Cornwall gesticht.  Sint Piran werd de beschermheilige van Cornwall en de mijnwerkers. Zijn vlag is de vlag van Cornwall geworden. In 664 werd er bij de Synode van Whitby besloten dat Engeland behoorde tot de kerk van Rome, met een basisstructuur van bisdommen en parochies. De Keltische kerk van Dumnonia was geen deel van deze beslissing en de Cornishe kerk bleef gegroepeerd rondom kloosters.

Tijdens de 6de en de 7de eeuw vond de Engelse invasie van Cornwall plaats. Dit was de tijd van koningen als Arthur en koning Mark (van Tristan en Isolde). Deze periode stond ook bekend als de tijd van de heiligen. Rond 710 probeerde Ina, koning van de West-Saksen, Dumnonia te veroveren. De volgende vijftig jaar werd een roerige tijd, waarin verscheidene veldslagen plaatsvonden, die de Saksen meestal wonnen. In 807 vormden de Deense Vikingen een alliantie met de Cornish tegen de Saksen. De Saksische koning Egbert van Wessex veroverde Cornwall in 814, maar het lukte hem niet het volk te onderwerpen, hoewel hij beslag had gelegd op het land. De Cornish kwamen uiteindelijk in opstand tegen Egbert, maar werden in Galford, West-Devon, verslagen. Een nieuwe alliantie met de Deense Vikingen deed in 838 de hoop herleven, ze behaalden overwinningen, maar werden in het einde verslagen bij Hingston Down, in de laatste slag tegenover de Saksen. Na de Normandische inval in 1066 werd Robert van Mortain graaf van Cornwall.

 

 

copyright © 2008 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden.           Sitemap  Contact