Keltisch christendom

Het Keltisch christendom is de vroegste vorm van christendom op Groot-Brittannië en Ierland, dat rond 400 n.Chr. werkelijk gegrondvest werd.  Het christendom bereikte Groot-Brittannië in de 2de eeuw - of wellicht vroeger, volgens de legende was het Joseph van Arimathea die na Jezus’ dood een kerk in Glastonbury stichtte - tijdens de Romeinse bezetting. Het duurde echter tot de tweede helft van de 4de eeuw dat de karakteristieke Keltische elementen geheel met de kerk vermengd waren. Nadat de Romeinen zich uit Groot-Brittannië hadden teruggetrokken, waren het Romeinse en het Keltische christendom bijna 200 jaar lang gescheiden van elkaar en hadden ze de kans apart van elkaar te ontwikkelen.

De 5de en 6de eeuw werden gekenmerkt door grootschalige bekeringen door de komst van vele missionarissen. In Ierland ontwikkelde zich een kerkstructuur die geheel gebaseerd was op kloosters. Omdat er geen centraal gezag van de Keltische kerk bestond, waren er veel variaties ontstaan in kloosterregels en de regeling van de liturgie. De roomse en de Keltische kerk ontmoetten elkaar weer in 597, toen Augustinus van Canterbury een delegatie geestelijken naar Groot-Brittannië leidde. Deze ontmoeting liet blijken dat er veel verschillen waren tussen de visies van de twee stromingen.

Het grote verschil tussen het rooms-katholieke en Keltische christendom leidde uiteindelijk tot de synode van Whitby in 664. De besluiten die daar werden genomen, waren in het nadeel van de Kelten, de kloosterregels in Ierland werden vervangen door de regels van de Benedictijnen en strikte navolging van de katholieke leer werd afgedwongen. Het decreet van Whitby had niet onmiddellijk effect, vooral in Devon, Cornwall en Schotland bleef er verzet tegen de nieuwe vorm van christendom. Zo bestond er tot de 13de eeuw op Iona een Keltisch klooster, dat hierna door een Benedictijner abdij werd vervangen. Echter in de loop van de tijd begon het christendom in Groot-Brittannië zich steeds meer aan te passen aan het rooms-katholicisme, hoewel het Keltische christendom honderden jaren voort bleef bestaan in mondelinge overlevering en er altijd elementen van het vroegere geloof in Britse en Ierse kerken zijn overgebleven.

Na de 16de eeuwse reformatie in Groot-Brittannië stuitte de Keltische traditie steeds meer op verzet. Het hardop uitspreken van gebeden werd afgeraden en zelfs verboden, omdat werd gedacht dat dit een heidense en polytheïstische oorsprong had. In Schotland leidde een combinatie van geloofsvervolging en de highland clearances tot de verzwakking van de Keltische cultuur, die nu weer herreist. Echter zelfs dit niet leidde tot het einde van het Keltische christendom. In de vroege 20ste eeuw werden Keltische gebeden in het Gaelic verzameld en opgeschreven als gevolg van een opleving van interesse in de Keltische litteratuur. Mede hierdoor groeide de belangstelling voor het Keltisch christendom, men protesteerde minder tegen de traditie van ‘heidense’ elementen en steeds meer mensen begonnen de religie te waarderen.

In plaats van de oude Keltische symbolen te bannen uit het religieuze leven, namen de christelijke missionarissen veel gebruiken uit het heidense geloof over. Sommige van deze tradities zijn nog steeds duidelijk te merken in het christelijke geloof, en niet alleen in Groot-Brittannië en Ierland. De oude goden werden grotendeels in ere gehouden, ze werden alleen afgebeeld als heiligen. Het bekendste voorbeeld hiervan is Brighid, die na de intrede van het christendom een heilige werd met dezelfde naam. Jezus, de zoon van God, nam de plaats in van de zonnegod Lugh. Zijn symbool, het kruis, werd toegevoegd aan de zonneschijf en vormde zo het symbool dat we vandaag de dag kennen als het Keltische Iona cross.

Ook veel heilige plaatsen werden omgevormd tot christelijke plaatsen van betekenis. Lindisfarne was bijvoorbeeld een plaats waar de Kelten hun goden in de openlucht vereerden en op dit eiland werd een kerk gebouwd die in latere tijden belangrijk werd. Het geloof in de Andere Wereld - de plaats waar onze ziel vandaan komt en waar de elfen leven en de verering van voorouders, hebben ervoor gezorgd dat in vrijwel de hele christelijke wereld het contact tussen mensen niet ophield na de dood, maar doorging in de vorm van gebeden en gedachten.

Maar natuurlijk zijn er ook verschillen tussen het Keltische christendom en het rooms-katholicisme. De Keltisch christelijke religie is gebaseerd op kleinere groepen gelovigen dan het rooms-katholicisme, die hun eigen invulling geven aan hun religie. Dit komt deels door de verdeling van de Keltische samenleving, waarin de betekenis van een familie of een clan veel groter was dan de betekenis van een land of een koning. Ook een deel van de oorzaak is dat ze niet zoveel waarde hechten aan precieze regels maar, net als de oude Keltische religie, hun geloof op hun eigen manier willen belijden

Het feit dat het Keltisch christendom op verscheidene punten verschilt met het rooms-katholicisme, is grotendeels te danken aan de taalbarrière en de afgelegenheid van het gebied.

Een van de bekendste verschillen met het rooms-katholicisme is het bepalen van de datum van het Paasfeest. Er zijn verschillende manieren om dat te doen en deze manieren zijn door de eeuwen heen veranderd en verfijnd. Na de vestiging van de Keltische kerk is er een tijd vrij weinig contact geweest met Europa en toen dat contact werd vernieuwd, bleek dat de rooms-katholieke kerk een ander systeem had aangenomen. Verscheidene Keltische parochies namen dit systeem over, anderen handhaafden het oude systeem. Daarnaast is een opvallend verschil de opvatting van de erfzonde. De katholieke heilige Augustinus stelde dat de erfzonde was ontstaan doordat Adam en Eva van de verboden vrucht in het paradijs hadden gegeten en dat deze zonde werd overgedragen op hun nakomelingen en dus op alle mensen. Om van de erfzonde af te komen moest men leven volgens de bijbel en Gods wil vervullen. De Keltische monnik Pelagius echter beweerde dat deze erfzonde helemaal niet bestond en dat een goed en zondeloos leven al genoeg zou zijn om in de hemel te komen.

Een laatste verschil is de beleving van God door de Keltisch christenen. God is volgens hen niet gescheiden van zijn creatie en daarvan is Jezus het grote voorbeeld. De gelovigen zien het universum als een lichaam, waarvan god het hoofd is en de kosmos het lichaam. De kosmos kan de wil van god uitvoeren, net zoals het brein de vingers vertelt wat ze moeten doen. Het hoofd deelt mee in het verdriet en de vreugde van het lichaam. Daarnaast wordt god gezien als tweeslachtig: zowel mannelijk als vrouwelijk, terwijl het rooms-katholicisme god als mannelijk afschildert.

Dat de katholieke leer dit doet, kan worden verklaard door de opvatting over erfzonde: want Eva, Adams vrouw, was de eerste die van de appel proefde en zij was ook degene die hem aanmoedigde van de vrucht te eten. Omdat Adam niet uit zichzelf de appel plukte, maar hiertoe werd aangemoedigd door Eva, was zij dus ‘zondiger’ dan haar echtgenoot. Onder andere door deze opvatting werd de vrouw in de kerk klein gehouden, zo mocht ze geen gewijde taken als priester en bisschop vervullen. De houding van het Keltisch christendom tegenover vrouwen was veel milder, zo mochten Ierse vrouwen bijvoorbeeld priester worden en bestond er ook geen celibaat, maar vlak na de inname van Ierland in 1172 werd de Iers Keltische kerk onder de Romeinse kerk geplaatst en vanaf toen waren het alleen mannen die de geweide taken uitgevoerd. Ook werd het celibaat ingevoerd.

Zie ook:

Pictische religie
Book of Kells

St. Patrick

St. Columba

St. David

Celtic Webmerchant:

Jurk ‘Morrighan’ € 78,40

Overkleed ‘Tempelier’
€ 43,65


13de eeuwse helm
€ 87,40

 

 

copyright © 2008 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden.           Sitemap  Contact