Kelten in Italië
Op
de rand van het Keltisch gebied van Zwitserland en het Etruskisch gebied
van Noord-Italië ontstond er rond 900 v.Chr. een Keltisch-Etruskische
mengcultuur: de Golaseccacultuur. Zij begroeven hun doden in cists, een
soort stenen bakken, zoals de Kelten, maar ordenden de graven in
necropoleis, zoals de Etrusken. Daarnaast maakten ze steencirkels en
spraken ze een Keltische taal, Lepontisch genoemd. Deze
Golasecca-cultuur bestond tot ca. de 3de eeuw v.Chr., toen de
Galliërs Italië binnenvielen.
In deze tijd beleefde Gallië
namelijk een grote economische bloei met als gevolg dat er een
bevolkingsoverschot was. Deze bevolking begon te zwerven, groepeerde
zich en trok over de Alpen naar Italië. Ze vielen Noord-Italië binnen en
bezette de Po-vallei, die bekend kwam te staan als Gallia Cisalpina
(Gallië aan deze kant van de Alpen). In deze gebieden behielden ze hun
La Tènecultuur, maar vermengden deze ook met Italische elementen.
In het gebied van Mediolanum,
het hedendaagse Milaan, gingen de Insubres wonen. De Cenomani stichtten
Brixia (Brescia) en de Boii, volgens Cato verdeeld in 112 substammen,
namen het gebied van de Etruskische stad Felsina (Bologna) in. De
Senones leefden na het verslaan van de Umbriërs tussen Ariminum en
Acona, de ager Gallicus genoemd.
De
Galliërs kwamen vanzelfsprekend in contact en conflict met de daar
wonende bevolking, de Etrusken. Tijdens de Keltische belegering van
Clusium, in 390 of 387 v.Chr., riepen de Etrusken daarom de diplomatieke
hulp in van hun opkomende buur: Rome. De Romeinse diplomaten vochten
echter mee met het Etruskische leger, waardoor de Galliërs zo woedend
werden, dat ze de belegering opbraken en de diplomaten mee naar huis
volgden. Het Romeinse leger werd bij Allia verslagen en het Gallische
leger kon min of meer ongehinderd doortrekken naar Rome, waar ze verward
constateerden dat er geen vijand meer was overgebleven. De Galliërs
trokken de stad binnen, met alleen het Capitool dat moeilijk
toegankelijk was, en hadden de kans de Romeinse cultuur de kop in te
drukken, nog voordat hij werkelijk was ontstaan. Deze kans is niet
genomen. Mogelijk kochten de Romeinen zich na de verwoesting van hun
stad vrij, waarbij de beroemde woorden ‘Vae victis’ (wee de
overwonnenen) zouden zijn gesproken door de hoofdman Brennus.
Rome herstelde zich snel van
haar vernedering, hoewel de schrik voor de Galliërs er sterk in bleef
zitten. Hun houding tegenover hen wordt omschreven als de ‘terror
Gallicus’, de Gallische doodsangst, zelfs na de verovering van bijna de
hele Keltische wereld.
Na de verwoesting van Rome
trokken de Galliërs zich waarschijnlijk terug naar hun nieuw veroverde
gebieden en mengden ze zich in de politiek van Italië. Ze sloten een
bondgenootschap met Dionysius van Syracuse en ze werden regelmatig
ingehuurd voor oorlogen in Italië. Ze vervulden hiermee eenzelfde
functie als de Galaten in Klein-Azië.
Rond
332 sloot Rome een verdrag met de Senones na een periode van onrust,
maar door de groeiende stad sloot de stam een bondgenootschap met de
Etrusken en de andere Italische volkeren. Ze werden echter in 295 v.Chr.
verslagen bij Sentinum. In 284 vielen de Senones enkele legioenen aan en
doodden ze een consul, maar het volgende jaar namen de Romeinen wraak,
zij versloegen de Senones, de Boii en de Etrusken in een klap en zo
verdwenen de Senones uit de geschiedenis. Rome richtte nu militaire
koloniën bij de Gallische gebieden op en sloot een ongemakkelijke vrede
tijdens de Punische oorlog. Hierna veroverde Rome het Gallische gedeelte
van Italië alsnog.
Zie ook:
De Kelten
Hallstatt en La Tène periode
Keltische nederzettingen
Celtic Webmerchant:
c
Keltische munten
€ 20,79 Goudkleurige
broche
€ 9,20 Keltische
helm €
82,93 |