Kelten en religie

Terwijl de Griekse en Romeinse culturen zich ontwikkelden door middel van verstedelijking, richtte de Keltische cultuur zich veel meer op een natuurlijke leefomgeving.  Uit onderzoek naar de eerste millennia voor en na Christus  blijkt dat de Kelten zich ondanks hun materialistische rijkdommen veel meer aangetrokken voelden tot de spiritualiteit van de natuur. Zoals bij veel natuurreligies aanbaden ze niet alleen de landschappelijke elementen maar ook de bewoners ervan. De religie richtte zich hierbij voornamelijk op de bossen, bronnen en dieren. Zij waren heilig voor de Kelten en werden teruggevonden in de mens zelf, haar vee, de landerijen en het territorium van de zee. Ook de bergen, de lucht en de grond waar uiteindelijk de doden in begraven werden werden vereerd.

Veel heilige plaatsen van de Kelten bevonden zich aan het water, water gaf leven en werd geassocieerd met het hiernamaals vanwege haar soms peilloze diepten. De zon en de donder werden aanbeden en in latere tijden, toen de Romeinen Gallië en grote delen van Britannië bezet hadden.

Oorspronkelijk aanbaden de Kelten hun goden niet als menselijke of dierlijke figuren, hun goden waren de bovennatuurlijke krachten die over de wereld regeerden, Taranis bijvoorbeeld was niet de god van de donder, hij was de donder zelf. Sequana was de rivier de Seine en Sulis was de warmwaterbron bij Bath. Dit was een groot verschil met andere religies waarbij de goden als de beschermer of veroorzaker van een verschijnsel werden gezien. De Keltische goden leken veel meer op dieren dan op mensen, zo is Artio de beergodin en Epona de paardengodin, de namen stammen af van de Gallische woorden voor beer en paard.

Het bewijs voor de Keltische religie
Het beschikbare bewijs van de Keltische natuurreligie komt deels uit literaire bronnen van klassieke schrijvers, deels uit de Keltische verhalen uit Ierland en Wales en deels uit archeologisch bewijs.  Vooral in de Romeinse periode werden veel Keltisch religieuze afbeeldingen gemaakt. Keltische geschriften uit deze tijd over religieuze activiteiten zijn vrijwel niet overgeleverd. Dit komt voornamelijk doordat de Kelten zelden schrift gebruikten en bij uitstek niet in verband met religie. 

Wanneer van deze drie bronnen wordt uitgegaan dient de betrouwbaarheid ervan in de gaten te worden gehouden, de klassieke historici hadden hun eigen agenda en waren bevooroordeeld door de tegenstelling van geciviliseerde Romein en barbaarse Kelt, de oude Welshe en Ierse geschriften en verhalen dienen nog kritischer bekeken te worden, aangezien ze vervuld zijn met romantiek en fantasie en daarnaast door monniken werden opgeschreven, die de voorchristelijke periode achterdochtig bekeken. De vroege mythische verhalen van de Mabinogion en de Táin Bó Cúailnge, de Runderroof van Cooley, zijn niet op schrift gesteld tot in de middeleeuwen. Hierdoor is het niet te zeggen in hoeverre deze teksten zijn beïnvloed door de middeleeuwse romantiek. Het is echter duidelijk dat er veel Keltisch culturele elementen in de teksten terug ge vinden zijn.

Bovennatuurlijke krachten
Binnen de Keltische religie speelden twee belangrijke natuurkrachten een prominente rol, de kracht van lucht en van water. Archeologisch onderzoek wijst uit dat de zon en de donder eveneens een belangrijke religieuze rol hadden, vanaf de vroege bronstijd beeldden Europese volkeren het zonnewiel met spaken af. Tot in de Romeinse periodes kwamen deze tekens voor. 

De Romeinen importeerden hun eigen goden, met name Jupiter, in de veroverde Keltische gebieden. In de Keltische cultuur werd deze de Keltische zonnegod, met het zonnewiel als zijn symbool. De Kelten hadden ook een dondergod, Taranis. Inscripties van hem zijn teruggevonden in Groot-Brittannië, Gallië, Duitsland en voormalig Joegoslavië. De Romeinse dichter Lucanus beschreef hem als een beschermgod die menselijke offers eiste.

Er is veel  bewijs dat de Kelten het bovennatuurlijke zagen in het water, in veel meren, rivieren en bronnen uit de Hallstatt en La Tène periode vonden archeologen offergaven zoals bronzen gebruiksvoorwerpen, sieraden, speren en zwaarden. Sommige van deze voorwerpen lijken speciaal gesmeed om te offeren en werden verbogen of kapot gemaakt voordat ze in het heilige water werden gegooid.  De namen van veel rivieren komen van de goden, zo is de oude naam van de rivier de Marne vernoemd naar de moedergod Matrona, de Seine is vernoemd naar Sequana en de Severn naar Sabrina. De namen van sommige van deze rivieren zijn vastgelegd in inscripties.  Deze rivieren hadden niet de god die de naam droeg, zij waren deze god. Net als bij het christendom zijn er veel voorbeelden van natuurlijke bronnen die door de Kelten als heilig of geneeskrachtig werden gezien.

Helaas zijn er weinig afbeeldingen van Keltische goden teruggevonden uit de tijd voor de Romeinse bezetting, enkele voorbeelden zijn de kruisbenige figuren uit de tempels van Roquepertuse en Entremont die waren gedecoreerd met  menselijke schedels. Deze figuren dragen bepantsering en hebben gegraveerde hoofden in hun handen. Mogelijk waren dit oorlogsgoden en hakten zij of hun aanhangers de hoofden van dverslagen vijanden af. Het bronzen beeld van Saint-Maur in Frankrijk toont een tot de tanden gewapende krijger, mogelijk een oorlogsgod maar door gebrek aan bewijs ook mogelijk een stamhoofd.

De Romeinen brachten grote verandering in de Keltische religie, vanaf dat moment schreven de Kelten de namen van hun goden op hun altaars en maakten veelvuldig afbeeldingen van hen. Hierbij namen ze de Grieks-Romeinse tradities over van hun bezetters en maakten vaak gebruik van symbolen die met een bepaalde god werden geassocieerd.

Communicatie met het bovennatuurlijke
De Kelten deelden hun wereld met onvoorstelbaar veel geesten en onzichtbare krachten. Logischerwijs probeerden ze daarom met de krachten te communiceren. Communicatie gebeurde door middel van offers, gezinnen konden bij de maaltijd een apart bord opdienen voor hun voorouders om bescherming te vragen.Bij de jacht, oogst, oorlog, huwelijken en geboortes ontvingen de goden hun offers.

Het is niet bekend of de geboorte- en sterfdata van de overleden familieleden onthouden werden. In sommige stammen werd er contact gehouden met de dode leden, een 3de eeuws gedicht uit Alexandria vermeldt dat ze hen om raad vroegen en soms nachten verbleven naast de graven van hun dode familieleden om zo tijdens hun slaap een teken te krijgen.

Professionele priesters
Binnen de Keltische wereld was er een sterke verbintenis tussen politiek en religie, deze is in latere perioden ook in de Romeinse wereld aan te treffen.  De verkiezing van Gallische magistraten ging gepaard met religieuze ceremonies die plaatsvonden in een heilige plaats, bijgewoond door stamhoofden en priesters.

We kunnen vergelijkbare beelden zien in Groot-Brittannië waarbij tot vandaag de dag de nieuwe vorstgekroond wordt in Westminster Abbey in aanwezigheid van hoogwaardigheidsbekleders van Ierland, Frankrijk, Schotland en Wales. De koning van Engeland is tevens het meest belangrijke religieuze persoon, net als de Galatische koning Ambigatus, Dio Cassius schrijft dat hij zowel krijgsheer als machtigste religieuze persoon was. De vriend van Caesar, Divitiacus was zowel afstammeling van het koninklijke huis van de Aedui, een Oost-Gallische stam, als druïde.

Keltische goden
De Kelten hadden wel degelijk godenfamilies. Hiervan is van voor de Romeinse periode geen bewijs, maar men gaat ervan uit dat deze godenfamilies teruggaan tot in de proto-Keltische periode. We hebben twee literaire bewijzen van de Keltische godenfamilies, we kunnen duidelijk vergelijkingen trekken tussen het archeologische bewijs en de informatie die de klassieke schrijvers geven. Caesar zegt dat Mercurius boven alle goden werd vereerd, als we kijken naar het bewijs van Mercurius tijdens de Romeinse periode in West-Europa dan is hij inderdaad de populairste god. De goden Apollo, Mars, Jupiter en Minerva werden eveneens door de Kelten aanbeden. Mogelijk zagen ze hun eigen goden hierin terug.

Bewijs uit de Romeinse periode toont aan dat er een grote hoeveelheid goden en godinnen waren voor verschillende doeleinden. Deze goden stonden in een soort van hiërarchie met elkaar en dat maakt het aanbidden van de goden niet altijd even makkelijk. Het Keltische godenrijk bestaat uit verschillende godenhuizen en benamingen voor goden. Sommige goden komen daarnaast echter in vrijwel de gehele Keltische wereld voor. Goden werden ook tussen de stammen overgenomen, mogelijk had dit te maken met de onderlinge contacten tussen de stammen. Het gebied waarin de god of godin bekend was, was geen maatstaf voor wie de belangrijkste god was. Zo werd de godin van de genezing, Sequana, door de bewoners van Burgondië mogelijk meer aanbeden dan de moedergodin die in Britannië, Gallië en het Rijngebied werd aanbeden.

Al kwamen sommige goden over vrijwel de gehele Keltische wereld voor, vaak werden ze op verschillende locaties op andere manieren aanbeden.  Zo werden er ook sterke vergelijkingen getrokken tussen het Keltische wiel met spaken en de door de Kelten overgenomen god Jupiter. Jupiter werd steeds meer geassocieerd met dit wiel, zo werden zijn altaars gedecoreerd met dit symbool. Dergelijke afbeeldingen komen ook voor bij de muur van Hadrianus, mogelijk aangebracht door Gallische troepen.

Sommige inscripties en afbeeldingen werden slechts op één plaats in de Keltische wereld gebruikt, zo had de Keltische stam de Remi uit Noordwest-Gallië een eigen typische manier van steengravering. Deze driedubbele golvende gravering komt ook terug op hun munten. Een andere regionale god was Lenus, hij werd vereerd bij de Treveri die in de omgeving van Trier woonden. Deze god had ook in andere gebieden waaronder Britannië en Zuid-Wales altaars. De Kelten moesten de bovennatuurlijke wereld en hun pantheon als geïntegreerd in hun eigen wereld zien, in het licht, de zon, de duisternis, elke berg, rivier, bron, moeras en boom. Dit was typerend voor de Keltische cultuur en werd over de gehele Keltische wereld gedaan. Deze religie is nog het meest verwant aan de Noord-Amerikaanse Indianen.

Jachtgoden
In Keltisch Europa zijn veel jachtgoden bekend, zij hadden een rol als beschermer van zowel de jager als zijn prooi. In Frankrijk is op de tempel van Le Donon een gewapende hert/jager teruggevonden, Arduinnes is de zwijngodin van de Ardennen en heeft een jagersmes in de hand. Deze op het eerste gezicht tweestrijdige uiting komt waarschijnlijk deels uit de proto-Keltische periode. De Kelten zagen de jacht als een rituele gebeurtenis, waarbij dier en mens met gelijke kracht tegen elkaar streden. In de tweede eeuw n.Chr gingen volgens de klassieke schrijvers Kelten nooit jagen zonder eerst de goden te hebben aanbeden. Ze aanbaden de bovennatuurlijke krachten van hun prooi en de natuur waarin ze leefden.  Bij de jacht was het noodzakelijk te beseffen dat bloed verspillen niet alleen tot de dood van het dier leidde, maar ook tot een voortplantingsprobleem voor dit diersoort.

Zie ook:

Het eiland Mona
Keltische feestdagen
Goden van Wales
Goden van Ierland
De kracht van de natuur

Celtic Webmerchant:

c      
       Gallische torque € 55,-                     Britse torque 51,80        
Keltische tuniek  maat M € 33,90 

 

 

 

 

copyright © 2009 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden.           Sitemap  Contact