Klederdracht aan de Ierse zee

Één van de dingen waar Schotland bekend om is, is de kilt of de belted plaid, die vaak voor kilt wordt aangezien. Opmerkelijk is dat een groot deel van de Schotse bevolking lange tijd geheel anders gekleed ging dan vaak door re-enactment en films wordt weergegeven. Deels komt dit door een geografisch misverstand, waarbij Schotland als natie tegenover Ierland en Engeland als buurlanden wordt gezien.

Culturele samenstelling
Wanneer we kijken naar Schotland, dan kunnen we het land opdelen tussen de Hooglanden, die tot Stirling lopen (vroeger tot net onder Stirling), de oostkust, laaglanden en borders, die vanaf de 12de eeuw Normandisch georiënteerd waren, en de eilanden aan de westkust van Schotland.

Ierland was cultureel gezien meer een eenheid dan Schotland. Politiek gezien was dit echter niet het geval, het eiland was verdeeld in verschillende territoria van dynastieke families en in túatha, kleine koninkrijkjes.

De oostkust van Ierland en de westkust van Schotland hadden veel contact met elkaar. Veel clans en families hadden ook een tak overzee. Deze twee gebieden hadden een gedeelde cultuur. Deze pagina zal ingaan op de klederdracht die in dit gebied gedragen werd.

De eerste bronnen
Het wordt gezegd dat toen koning Magnus van Noorwegen terugkeerde van zijn expeditie naar het westen, hij met een aantal volgelingen de kleedgewoontes van de westelijke landen over had genomen. Ze hadden blote benen en droegen korte tunieken (kyrtlu) en bovenkleding (yfir hafnir). Sindsdien stond Magnus bekend als Magnus Barrevoets of Blootbeens.

Ongeveer driehonderd jaar voor de invasie van koning Magnus van Noorwegen wordt er al melding gemaakt van deze klederdracht. Mogelijk is het Book of Kells de oudste bron waarin deze kleedgewoonte getoond wordt. In vrijwel het gehele boek, op slechts enkele uitzonderingen na, worden de figuren met een lange tuniek tot over de knieën en een groot “kleed” over het bovenlichaam afgebeeld. Deze kledij lijkt zowel door de mannen als door vrouwen te worden gedragen.

Naast de literatuur zijn er verder weinig bronnen die ons wat kunnen vertellen over kledij in deze vroege periode. Helaas kunnen deze bronnen niet worden onderbouwd met archeologisch bewijs, aangezien er geen kleding uit deze periode is teruggevonden. Ook zijn er vrij weinig 13de en 14de eeuwse bronnen die uitwijzen welke kleding er rond deze tijd in het gebied van de Ierse Zee werd gedragen.

Grafstenen
Aan de Schotse westkust en de Ierse oostkust ligt een groot aantal 14de en 15de eeuwse grafstenen. Deze laten de hoogste krijgerklasse van de Ierse Zee zien. Belangrijk is te onthouden dat dergelijke grafstenen rijkelijk versierd waren en dat slechts de adel zich dergelijke grafstenen kon permitteren. De lagere klassen, de adel in vredestijd en de vrouwen worden hier vrijwel nooit op afgebeeld.

Op de grafstenen staat over het algemeen een krijger afgebeeld, meestal gekleed in een lange wambuis die tot aan de knieën komt. Vaal wordt de wambuis verstevigd door bandjes bij de ellebogen. De meeste grafstenen tonen een maliënkap die de schouders deels bedekt. Daarboven dragen ze een typische vroege bascinet. Vaak zijn deze krijgers gewapend met een groot zwaard en een speer. Ze dragen een vliegerschild waarop de heraldiek van hun huis staat, waar meestal het schip van de Ierse Zee, de birlinn, in verwerkt is. Enkele keren wordt er en maliënkolder afgebeeld. Deze kwamen eveneens tot aan of over de knieën en hadden geen split, die kenmerkend is voor cavaleristen. Deze grafstenen geven een duidelijke indicatie van een 14de eeuwse krijger aan de Schotse westkust en Ierse oostkust. De kleding komt in grove lijnen overeen met wat er in de rest van Europa door soldaten werd gedragen.

Wales
Één van de weinige 14de eeuwse afbeeldingen van kledij die vergelijkbaar is met het Book of Kells en Magnus van Noorwegen, komt uit Wales. De tekening toont twee Welshe krijgers, mogelijk uit het gebied van Snowdonia. Één van hen gebruikt de boog, de ander is gewapend met (werp)speer en een lang mes. Beide personen dragen een tuniek tot op de knieën en geen hoofdbedekking. Opvallend is dat ze beide slechts één schoen dragen. Mogelijk was dit voor extra grip in bepaalde terreinen. De persoon met het mes en de speer draagt duidelijk een soort van kleed, dat rond zijn nek en rug is geslagen.

Tussen deze afbeeldingen en de informatie die we hebben over de Ierse en Schotse klederdracht zijn opvallend veel gelijkenissen, wat ons doet afvragen wat de maker van de schets is en hoe wijdverbreid de klederdracht rond de Ierse Zee was.

 

Afkomst

Onderzoek heeft aangetoond dat de typerende kledingstijl door Groot-Brittannië van Ierland is overgenomen.Hij wordt getypeerd door de lange tuniek, de léine, en een grote wollen doek, de brat. Dit is de meest dominante kledingstijl van de Britse eilanden en werd tot in de 17de eeuw door verschillende groepen gedragen. Het is niet bekend hoe deze klederdracht precies is ontstaan.

Opvallend is, dat in de 15de eeuw in Italië een vergelijkbare klederdracht bestond, die ons veel informatie geeft over hoe de brat precies werd gedragen. Waarschijnlijk is deze Italische dracht afgeleid van de Romeinse tunica en toga. Het zou mogelijk zijn dat deze kledij na de Romeinse verovering in Brittannië is geïntroduceerd en via handel in Ierland is gekomen.

Een andere theorie is dat deze klederdracht al door de Kelten op de Britse eilanden werd gedragen voordat de Romeinen binnenvielen, in dat geval zou de klederdracht Brits en niet specifiek Iers hoeven te zijn en zou hij in alle delen van de Britse eilanden kunnen voorkomen.

Alleen de gebieden die gedurende de vroege middeleeuwen in contact stonden met Ierland lijken de klederdracht te hebben. Één van deze gebieden is Wales, waar de Scots diverse kolonies hebben gesticht, die echter geen van alle langdurige invloed hadden op Wales. Het is onwaarschijnlijk dat het land Wales geen handel dreef met haar Schotse buren in het noorden en haar Manxe en Ierse buren in het westen. Mogelijk verklaart dit de overname van de brat en de léine.

Op het eiland Man, centrum van het koninkrijk van Man en de eilanden, zijn diverse verwijzingen naar eenzelfde klederdracht. Tussen 500 en 1266 stond het eiland in een directer contact met Ierland en west-Schotland dan met Engeland.

Als rond de 4de eeuw n.Chr. de brat en de léine in Ierland werden gedragen, is het logisch dat de Scots deze meenamen naar hun nieuwe kolonie in Argyll, Schotland. De cultuur in dit nieuwe koninkrijk van Dál Riata was vrijwel hetzelfde als die in Ierland. Vanuit Dál Riata werden ook de Pictische hooglanden beïnvloed met deze klederdracht en naarmate de tijd vorderde en de Scots en Picten een werden, werd de klederdracht in geheel tegenwoordig Schotland gedragen.

De léine in de vroege middeleeuwen en de middeleeuwen
Mairead Dunlevy, conservator van het National Museum of Ireland, heeft beweerd  dat de vroege léine mouwloos was, tot aan de enkels kwam en door beide geslachten op deze manier gedragen werd. De illustraties in het Book van Kells en op het kruis van Muiredach geven echter beide een duidelijk beeld dat ook de vroege léine lange mouwen had. Mogelijk is de léine een doorontwikkeling van een simpele tunica die aan de bovenkanten door middel van broches of spelden aan elkaar werd vastgemaakt. Dit kledingstuk begon door te ontwikkelen rond de 6de eeuw, toen Ierland haar gouden eeuw beleefde. Hier ontwikkelde zich een opmerkelijk andere stijl dan in de rest van Europa.

Wanneer we naar andere culturen kijken, wordt de léine vaak als ondertuniek afgeschilderd. Dit is echter niet het geval, de léine komt meestal boven andere kleding uit en werd ook regelmatig zonder andere kleding erbij gedragen. De ionar en de brat waren eerder kleding die bij koud weer buiten werden gedragen.

Het is duidelijk dat de léine de vroegst bekendste vorm van Ierse en Schotse kledij is. Het woord léine kan vanuit het Gaelic worden vertaald als tuniek of shirt. Al werd de  léine in ieder geval tussen de 5de en 17de eeuw gedragen, de modetrend veranderde regelmatig. We weten het meeste over de 16de eeuwse léine en deze lijkt zeer op de léine uit vroegere tijden, aangezien hij lijkt op de kledij, die gedragen wordt in het Book of Kells.  Het is aannemelijk dat de léine die tussen de 13de en de 15de eeuw gedragen werd, een tussenstadium tussen de vroege léine van het Book of Kells en de late léine uit de 16de eeuw.

Het kruis van Muiredach toont drie mannen die een léine dragen van tunieklengte. Rijkere leden van de Ierse bevolking droegen een léine die tot aan de enkels komt. Er zijn verschillende voorbeelden van mannen die hun lange léine tot aan de knieën opschortten met behulp van een riem. Dit werd voornamelijk gedaan bij het werken of het vechten. Een andere afbeelding toont een 11de eeuwse priester in een léine tot aan de enkels of een priesterkleed.

Vermoedelijk hadden léinte verschillende soorten halzen.McClintock, schrijver van “Old Irish and Highland Dress”, vermeld dat de hals dusdanig was uitgesneden, dat de léine aan de bovenkant uit kon worden getrokken gedaan en rond de middel kon worden gebonden. Mogelijk ging het hierbij om en speciaal arbeidersexemplaar. Het Book of Kells laat juist hoge halzen en V halzen zien.
Het is mogelijk dat sommige léinte een kap hadden die aan de léine was bevestigd. Deze kap wordt ook wel eens een cultpait genoemd en was noch kraag, noch hoed. Een léine met zo’n kap werd de culpatach of culpaideach genoemd. We weten niet hoe deze kap aan de léine was bevestigd, maar er wordt gedacht aan de moderne techniek voor de capuchon. Dunlevy verwijst hierover naar de kap die de maagd Maria in het Book of Kells draagt. De kap loopt via de nek en schouders tot aan de léine en zit daar mogelijk aan bevestigd. Mogelijk werden deze kappen alleen door vrouwen gebruikt.

Omdat er weinig afbeeldingen van vrouwen van rond deze tijd beschikbaar zijn, zijn we helaas gebonden aan het Book of Kells. Daarin staat de maagd Maria afgebeeld met een lange léine die tot aan de enkels komt. Verwacht wordt dat vrouwen vergelijkbare soorten van dit type léine droegen. In principe komt dat neer op een lange, eenvoudige jurk, of de verlengde versie van de mannenléine.

McClintock vermeld een boek dat “De rebus in Hibernia gestis”, over dingen die in Ierland worden gedaan, heet. Hierin wordt de Ierse vrouw beschreven als gekleed in een tuniek die tot de enkels reikt. Vaak heeft deze tuniek een gele kleur en lange mouwen.

De léine was gemaakt van linnen, gemaakt van hennep, netels en andere plantaardige vezels. Hij was meestal geel, gebroken wit of bruin, de kleuren waarin linnen het gemakkelijkst geverfd kan worden.Waarschijnlijk kon alleen de aristocratie zich rode, blauwe of lichtpaarse léinte veroorloven. Deze konden bovendien gedecoreerd en geborduurd worden. Het verhaal van de Táin Bó Cúailnge, de Runderroof van Cooley, beschrijft een aantal léinte zo glimmend als zijde. Mogelijk ging het hierbij deels om een lyrische beschrijving, omdat alles wijst op léinte van linnen. Het is echter belangrijk te beseffen dat het oude Ierland en Dál Riata al zijde via de handel tot hun beschikking hadden. De 10de eeuwse markten van Limmerick verkochten zijde en zijdesatijn in veel verschillende kleuren. Mogelijk werd zijde op de léine gebruikt ter decoratie.

Ook de lengte van de léine speelde een belangrijke rol om status aan te geven. In latere tijden werden de mouwen van de léine steeds langer tot ze op den duur tot over de knie reikten. Dit werd gezien als een teken van welvaart, het betekende dat je niet hoefde te werken.

Vrijwel alle geschreven bronnen en afbeeldingen wijzen aan dat er onder de léine geen schoeisel of beenbedekking werd gedragen. Mogelijk was de primaire reden hiervoor dat beenbedekking en schoeisels hinderlijk waren bij een beroep dat te maken had met de zee. Op deze manier kon de drager gemakkelijk in het water stappen zonder natte kleding te krijgen. Daarnaast werd de tunica ook met caligae (sandalen) gedragen, zonder dat daar extra beenbedekking bij werd gebruikt.

16de eeuwse léinte
Verschillende 16de eeuwse Engelse schrijvers beschrijven de kledij die in Schotland en Ierland wordt gedragen. Zowel de Schotse als Ierse bronnen lijken met de Engelse beschrijvingen te stroken. Er wordt gesproken over een lang, saffraankleurig shirt net als in de schets die de Duitse artiest Dürer in 1521 maakte. De kledij lijkt niet te zijn veranderd vanaf onze 11de eeuwse bronnen. Opvallend is dat op deze afbeelding de gallowglass en de kerns een split in de léine dragen. Deze zat er in de 14de en 15de eeuw nog niet in. Een andere afbeelding uit 1550 geeft een aantal Ieren weer, mogelijk krijgers of krijgsgevangen. Zij dragen een léine met wijde zakmouwen en over de léine een kort jack, de ionar, tot aan de heupen. Ze dragen een riem rond de middel, waarover de léine is opgeschort tot aan de knieën. Wanneer de léine wordt opgetrokken ontstaat er bij de buik een zak. Mogelijk was deze bedoeld voor praktische doeleinden. De mouwen zijn strak bij het lichaam en breed aan de uiteinden. Mogelijk hadden de modetrends uit Frankrijk en Engeland invloed op de mode van Schotland en Ierland. Deze afbeeldingen zijn vrijwel hetzelfde als die uit een Nederlands boek uit 1574, “Corte beschryvinghe van Engeland, Scotland ende Ireland”. De brat en de léine zijn geel en de ionar is rood. Mogelijk wijst dit op een elitaire familie.

Er is nog een 16de eeuwse bron waarnaar gekeken dient te worden om een concreet beeld te schetsen. Het wordt Image of Ireland genoemd en is in 1581 gemaakt door een man die Derricke heet. Er zijn verschillende Ierse afbeeldingen te vinden in dit boek. Sommige zijn totaal anders als dat we tot nu toe hebben behandeld. De léine in het boek heeft nog steeds de wijde, hangende mouwen, maar die open aan de voorkant, net als de voorkant van de léine. Hij lijkt op een Japanse kimono of een moderne badjas. De rok van de léine is korter en komt tot het midden tussen de heup en de knie en is sterk geplooid. Dit zijn de enige afbeeldingen van dergelijke léinte, maar Engelse bronnen spreken over een vergelijkbaar exemplaar léine, dus waarschijnlijk kwamen deze regelmatig voor. Derricke schrijft: hun shirts zijn erg vreemd, ze komen niet tot aan de knie. Ze zijn geplooid in verschillende lagen en hun mouwen hangen tot aan hun voeten. Over het algemeen draagt de Ierse karne, of kern, een grote mantel mee.

Een andere afbeelding van Derricke toont een boodschapper. Hij is goed getekend, zijn benen zijn duidelijk bloot en hij draagt een léine en ionar. Dit is belangrijk bewijsmateriaal, aangezien een boodschapper in de open lucht leeft en van plaats naar plaats moet reizen, zo snel als hij kon. Hij zou altijd ligt bepakt hebben gereisd.

Het maken van een léine
Ondanks dat er geen historische patronen zijn teruggevonden, is het niet moeilijk om te zien hoe een léine is gemaakt. Wanneer we kijken naar bewijzen die omliggende landen leveren op het gebied van hun tunieken en klederdracht kan veel worden opgemaakt.  De basis van de léine is een tuniek met een vaak bredere nekopening. De mouwen zijn bevestigd aan de schouders en het middenstuk dat over e romp gaat loopt ver uit naar beneden. Des te langer hij was, des te rijker de drager. Mogelijk had de léine aan de zijkant van onder twee splitten voor een betere bewegingsvrijheid, al lijkt het idee van de léine over de riem ophijsen de splitten onnodig te maken. Na de komst van de Vikingen is het mogelijk dat de naden in het midden zijn vervangen voor de naden aan de zijkanten. Extra stof was bij de oksels toegevoegd voor extra bewegingsvrijheid. De léine had in ieder geval niet de sneeën van de T-Tuniek waaraan de mouwen naderhand zijn bevestigd.

Decoratie
Sculpturen, illustraties en literatuur geven allemaal aan dat de randen van de léinte gedecoreerd waren. Het was echter altijd de bovenklasse van de samenleving die geportretteerd werd. In het Book of Kells is vrijwel elke léine gedecoreerd aan de randen. Vaak, zoals in het Book of Kells en het kruis van Clonmacnois, had de léine een band met borduursels. Mogelijk waren deze direct op de léine gemaakt. Ook bij het verhaal van de Táin Bó Cúailnge komt de decoratie van de léine ter spraken. Er wordt vermeld dat de léine is gedecoreerd met goud. In de vroege middeleeuwen kon dit op twee verschillende manieren worden gedaan, via smalle stroken goud die rond een linnen draad was verwikkeld of, vaker nog, via een kaartweefsel van rood draad, wol of zijde en goudbrokaat.

In het Lebr na hUidre, het boek van de grijsbruine koe, staat een gedicht over hoge koning Conaire Mór. Hierin draagt hij een léine met een zijden rand rond de hals, die zodanig is gedecoreerd met metaaldraad dat het reflecteert als een spiegel. De Ulster cyclus, waarvan het verhaal van de Táin Bó Cúailnge deel uitmaakt, heeft verschillende van dit soort beschrijvingen van de léine.

Mogelijk werd er bij de versiering gebruik gemaakt van band- en kaartweven. Deze techniek werd vanaf de vroege middeleeuwen in geheel Noord-Europa gebruikt en was zeer populair onder de hoge aristocratie, omdat er banden met complexe patronen mee gemaakt konden worden. Er werden typisch Keltische knoopmotieven gemaakt maar ook motieven met Scandinavische en bijbelse invloeden.

De Keltische knoopmotieven die voornamelijk werden gebruikt zijn niet die uit de Hallstatt en La Téneperiode maar eerder een doorontwikkeling ervan. Mogelijke motieven kunnen worden teruggevonden in het Book of Kells en later in de Ionastijl die aan de Schotse westkust vanaf de vroege middeleeuwen ontwikkeld is.

De brat
De brat was een multifunctioneel kledingstuk, dat altijd hetzelfde gebleven is. Net als in de latere plaid kon in de brat worden geslapen. Hij werd zowel in de zomer als in de winter gedragen, mogelijk werd hij in de zomer op een andere manier gedragen waarbij hij minder warmte bood. In de winter werd hij om het gehele lichaam geslagen en diende hij als een warme jas. De brat was sneldrogend en relatief water afstotend, waardoor hij tijdens de regen over het hoofd kon worden gedragen. Hijwas ook essentieel bij elke zeevaart. De 16de eeuwse afbeelding van de Duitse schilder Dürer geeft ook alle kerns gekleed in een brat weer. De klederdracht wat dus gemaakt om goed te kunnen dienen aan zee. Hierdoor is het logisch dat deze klederdracht werd verkozen boven de Engelse mode die ook de Laaglanders in Schotland droegen.

Mogelijk is de brat wel het belangrijkste deel van de Keltische klederdracht. Hij bood bescherming en warmte en diende daarnaast als een statussymbool. Verschillende bronnen vermelden dat een Schot of een Ier nooit de deur uitging zonder zijn brat. De bekende belted plaid is een doorontwikkeling van de brat, die al eeuwen daarvoor werd gedragen. De brat veranderde in de loop der eeuwen, maar verloor nooit zijn typisch Keltische vormgeving.

In de literatuur is er veel over de brat geschreven. McClintock verwijst tijdens zijn studie naar het verhaal van de Táin bó Cúailnge, dat de brat in verschillende kleuren werd gedragen. Hij noemt groen, grijs, paars, zwart, rood, geel en de bekende ruitstofpatronen. Sommige van de brats worden beschreven als langharig en dik. Sommige van de brats die ook het het boek van Kells staan, zijn gespikkeld. De meeste brats die in de oude Ierse literatuur voorkomen, zijn gemaakt van één enkele kleur.

Het is moeilijk vast te stellen hoe de brat precies werd gedragen.Hij werd waarschijnlijk rond de schouder gedragen en werd in sommige gevallen op zijn plaats gehouden door een pin of broche. Sommige moderne bronnen vermelden dat de mannen de brat op de schouder vastspelden en vrouwen hem in het midden en over hun torso droegen. De maagd Maria in het Book of Kells lijkt het hier niet mee eens te zijn. Zij draagt haar broche op haar schouder, maar op het moment dat Christus gekruisigd wordt, draagt ze hem in het midden. De brat had dus verschillende manieren van dragen. De brat kan zo worden gedragen dat het uiteinde over de schouders naar beneden hangt. Deze kan dan worden opgepakt en als kap worden gebruikt bij slecht weer.

Naarmate de tijd vorderde, ontwikkelde de brat zich en werden er nieuwe manieren van dragen bedacht. In de middeleeuwen werd hij vaak over de schouder geslagen en rond het middel vastgezet. Ook de Normandiërs namen na de verovering van Ierland het dragen van de brat over. De brat werd naar andere landen als Engeland en Frankrijk geëxporteerd. 

De brat was zo belangrijk in de Keltische gemeenschap dat er verschillende wetten op het gebied van de brat zijn uitgevaardigd. Zijn waarde werd uitgedrukt in de waarde van vee en hij kreeg veel aandacht van de makers en de dragers.

Het maken van een brat is opvallend simpel. Hij bestaat uit een grove wollen deken die ongeveer 3 x 3 meter groot is. Rond de middeleeuwen werd de wol fijn geweven waardoor het geen zware deken was.

Net als de léine gaf de brat de rijkdom van de drager aan. Het was een statussymbool in de maatschappij. Hierdoor is het logisch dat hij rijkelijk gedecoreerd werd. In een paar Ierse literaire bronnen wordt de brat omschreven als rijk aan kleur. Mogelijk had hij verschillende bind en knoopwerken en had hij soms franjes. De brats van de lagere en middenklassen waren vermoedelijk minder rijkelijk gedecoreerd. Borduursels en toegevoegde decoratie werd vermoedelijk ook op de brat gedaan. Mogelijk werd daarbij ook gebruik gemaakt van metaaldraad.

Ionar
De ionar, of soms ook wel de inar genoemd, was een kort jack dat door zowel mannen als vrouwen over de léine gedragen werd. Mogelijk werd hij alleen aangedaan wanneer men naar buiten ging, net als de moderne jas. Er werd vroeger vaak gedacht dat de ionar juist door het werkvolk en de soldaten gedragen werd. McClintock bewijst echter in zijn studie naar de Schotse en Ierse klederdracht dat dit niet het geval was. Wanneer we naar sculpturen en afbeeldingen van mensen rond de Ierse Zee kijken, valt het duidelijk op dat de rijkeren langere kleding droegen dan het gewone volk. Dit was ook bij de ionar het geval, des te rijker je was, des te langer de ionar. In het Book of Kells draagt de maagd Maria een ionar over haar léine. Andere afbeeldingen uit het Book of Kells laten een vergelijkbaar beeld zien. De evangelist Johannes zit op een blauwe stoel en heeft een boek in zijn linker hand en een schrijfveer in zijn rechter. Zijn léine is donker en zijn brat bordeauxrood. Maar de mouwen die hij heeft zijn bijna lavendelkleurig. Over zijn léine draagt hij dus een luxe ionar.

Mogelijk werd de ionar gesloten door één of meerdere broches. In de vroege middeleeuwen was de ionar meer een korte tuniek die eenvoudigweg over het hoofd kon worden getrokken. Waarschijnlijk werd de voorkant van de ionar rond de 16de eeuw open en kon hij worden gesloten met zowel een riem als gespen. We weten vrij weinig over de ionar en kunnen dit voor komende tijd ook niet concreet zeggen. McClintock vermeldde dat de ionar open was, net als een badjas of een smoking jasje. Het enige bewijs hiervan komt uit Noorwegen en heeft een Vikingoorsprong. Dit jasje was omringd door vossenbont en kon aan de voorkant worden gesloten.

De ionar kon zowel korte als lange mouwen hebben. Verschillende bronnen wijzen uit dat er ionars bestonden waarbij de mouwen konden worden dichtgemaakt. Vermoedelijk werd dit gedaan met lussen of knopen.

Ondanks de weinige bronnen die we van de ionar hebben, kunnen we vaststellen dat het een kleurrijk kledingstuk moet zijn geweest. De maagd in het Book of Kells draagt een blauw type en de soldaat die in het Book of Kells een werpspeer gooit draagt een groene. Verder zijn er veel verschillende afbeeldingen van Schotse en Ierse kerns die bruine ionars dragen. Ook is het duidelijk dat de ionar werd gedecoreerd met borduursels.

Zowel McClintock als Dunlevy zijn het er over eens dat de ionar van wol was, al zijn er 16de eeuwse bewijzen dat er rond deze tijd ook leren ionars voorkwamen. Mogelijk werd hij gedecoreerd als statussymbool. De ionar werd altijd over een léine gedragen en kon voor formele activiteiten worden gedragen. Wanneer er boven de léine gebruik wordt gemaakt van zowel de ionar als de brat is het mogelijk om zelfs in het meest koude weer het goed warm te krijgen.

De trius (de broek)
Mogelijk het meest opvallende deel van dit onderzoek is de conclusies die getrokken kunnen worden over de beenbedekking. Verschillende 16de eeuwse bronnen wijzen uit dat er rond de Ierse zee geen beenbedekking werd gedragen. John Major beschreef in 1521 in zijn boek “History of Greater Britain” dat de hooglanders nooit beenbedekking hadden en dat ze slechts schoenen droegen wanneer het vroor of sneeuwde. De Fransman Guibert of Nogent beschrijft in 1110 de Schotten die met blote benen door Frankrijk trokken om als pelgrim naar Jeruzalem te reizen. Ze droegen een brat en hadden vaak een hangende beurs mee.

In het verhaal van de Táin bó Cúailnge word het haar, de brat, wapens, schoenen, léinte en zelfs de vorm van de broches beschreven. Toch wordt er niets gezegd over een mogelijke broek. Er zijn verschillende afbeeldingen van Ierse adel die blootvoets ging. Rond de Ierse zee werden wel degelijk schoenen gedragen, maar de broek blijft een punt op zich. Het was gebruikelijk voor de Keltische landen dat men blootbeens ging en deze trend lijkt  in ieder geval tussen de 11de en 16de eeuw te zijn gebleven.

Desondanks werd beenbedekking wel degelijk gebruikt. Het Ierse woord trius en het Gaelic woord triubhas, zijn verengelsd naar trews. Het woord komt waarschijnlijk uit het oude Frans trebus. Het woord trius kan dus niet ouder zijn dan de 12de eeuw. De term voor beenbedekking die daarvoor werd gebruikt was broc. Het zelfde woord, brog, wordt ook gebruikt voor schoenen. De broeken reikten tot de voet, al zijn er voorbeelden bekend van modellen die tot de knie kwamen. Beide woorden komen van het oud Noors (brok) dat ons direct verwijst richting de mensen die  mogelijk in ieder geval deze broeken in Ierland introduceerden.

In het Book of Kells is een krijger met een blauwe broek tot aan de knieën afgebeeld. Er zijn verschillende afbeeldingen bekend van mannen dit soort korte broeken dragen. De personen met een broek zijn meestal arm en hebben geen brat. Degenen die wel een brat hebben, dragen slechts een kort exemplaar. Het is echter gevaarlijk om altijd of nooit te zeggen.

In het boek van Durrow uit 650 n.Chr. wordt een persoon afgebeeld die wel degelijk van een hoge stand is. Onder zijn léine draagt hij een korte broek tot aan de knieën. Er is dus bewijs van dat ook de hogere klassen gebruik maakten van de broek, het wordt alleen vrijwel nooit afgebeeld waaruit kan worden opgemaakt dat de broek vrij zeldzaam gebruikt werd. Er is geen bewijs dat ook vrouwen de broek droegen. Mocht dit het geval zijn dan zou het onder de lange léinte gebeurd zijn en wat daaronder zit is nooit afgebeeld.

Mogelijk kwam beenbedekking zelden voor en werden ze voornamelijk door sommige mannen uit de lagere klassen gedragen. Dit is een reden waarom ze vrijwel nooit zijn afgebeeld in de middeleeuwse en 16de eeuwse afbeeldingen. Het type broek lijkt sterk op de Thorsbjergbroek die in Denenmarken is teruggevonden. Dergelijke modellen werden mogelijk door de Vikingen gebruikt tijdens hun invasies in geheel Europa. Rond deze tijd komen ook de eerste voorbeelden van de broek aan het licht.

Het is onbekend hoe deze broeken werden gemaakt. De enige twee broeken die zijn teruggevonden komt uit de 16de eeuw en bieden ons inzicht in hoe hij mogelijk tussen de 7de en 15de eeuw gemaakt heeft kunnen zijn. Beide exemplaren kwamen tot de enkel. Het paar dat in Kilcommon is teruggevonden had aan de onderkant bij de voet een band waarin gestapt kon worden, net als verschillende andere laat middeleeuwse broeken in Europa hadden. Mogelijk hadden de broeken een soort sokken aan de onderkant net als bij de Thorsbjergbroek het geval is. Het andere exemplaar, teruggevonden in Dungiven had vergelijkbare banden bij de voeten. Beide exemplaren hadden net als bij de Thorsbjergbroek een band rond de middel die mogelijk gevuld was met een soort elastiek van leer. Dit strookt met de 12de eeuwse vermelding van de Welsh-Normandische geschiedschrijver Giraldus Cambrensis in zijn Topographia Hiberniae. De broek werd vrijwel zeker van wol gemaakt.

De kilt?
De kilt is het symbool voor de Kelten in de middeleeuwen en werd oorspronkelijk door de edelen gedragen. Hij herinnert ons aan het Keltische ras van Caledonia en is onmisbaar tijdens Schotse festivals en Highland Games. Wanneer we het aan een Ier vragen, dan is de kilt uiteraard in Ierland ontwikkeld en met de Scots naar Schotland gekomen. Hetzelfde geldt voor wiskey, bagpipes en alles wat we kunnen bedenken. Vragen we het de Engelsman, dan is het een 18de eeuwse uitvinding die door de Engelsman Thomas Rawlinson is ontwikkeld. Vragen we het aan Hollywood, dan blijft het antwoord schuldig, aangezien men nooit weet wat zij vandaag weer bedenken. Eigenlijk is de kilt grotendeels opgehemeld door mythen en verhalen over mannen die rokken dragen. Hij is in ieder geval niet zo oud en dominant geweest als de léine en de brat.

De early kilt
Er is en wijdverspreid verhaal over dat de kilt oorspronkelijk uit Ierland kwam en later pas werd geïntroduceerd in Schotland.  Zowel afbeeldingen, archeologisch onderzoek als kronieken vermelden niets hierover. McClintock heeft voor zijn onderzoek alle historische afbeeldingen van de Ierse, Schotse, Manx en Welshe bevolking onderzocht en er is geen enkele early kilt gevonden. Sommige van de steengraveringen die uit een periode voor de 11de eeuw dateren, tonen Ieren gekleed in een léine met daar een ionar overheen. Vaak worden deze ten onrechte als dragers van de early kilt gezien, terwijl er verwezen wordt naar de licht geplooide onderkant van de léine.

Een andere bron van dit misverstand zijn de grafstenen waarop de Schotse en Ierse krijgers en wambuis tot aan de knie dragen. Deze wordt regelmatig aangezien voor een kilt. Vaak worden de lijnen die over de wambuis lopen gezien als de plooien van de kilt. Het is helaas een pijnlijk misverstand, aangezien de lijnen doorlopen over de armen en het bovenlichaam. De lijnen zijn naailijnen waarmee de voor en achterkant van de wambuis aan elkaar is bevestigd.

De kilt in Ierland
Wanneer we naar de 16de eeuw kijken, zijn er verschillende afbeeldingen bekend waarvan verteld wordt dat de mannen erop een kilt dragen. De bekendste ervan komt van Derricke’s Image of Ireland die in 1581 is gepubliceerd. Op de afbeelding staan verschillende figuren die rokvormige kleding dragen die mogelijk kunnen wijzen op een kilt. Wat men eigenlijk ziet zijn léinte die rond deze tijd modieus zijn veranderd met lange hangmouwen en een geplooide, rokvormige onderkant. Vreemd genoeg droegen ze geen broek onder deze “minirok”. Dat het hierbij niet om kilts gaat, komt duidelijk in Derrick’s eigen beschrijving naar voren.

“Their shirts be very strange.

Not reaching past the thigh.

With pleats on pleats they pleated are

As thick as pleats may lie.

Whose sleeves hang trailing down.

Almost unto the shoe ...”

Dit is een duidelijke beschrijving van de léine en niet van een kilt of plaid. In Ierland is tot aan de 19de eeuw geen enkel bewijs van de aanwezigheid van een kilt te vinden. Dit staat in schril contrast met wat door de meeste mensen wordt gedacht. Deze gedachte wordt voor het eerst in de tweede helft van de 19de eeuw uitgesproken door Schotse schrijvers die de afkomst van de hoogland kledij proberen vast te leggen.

De kilt in Schotland
Door de film Braveheart kent men over de hele wereld de Schotse situatie tijdens de onafhankelijkheidsoorlog tussen 1298 en 1314. Ook is men bekend met sir William Wallace en Wallace is deze bekendheid absoluut waardig. Het was echter niet de bedoeling dat sir William Wallace een plaid of kilt zou gaan dragen. Noch waren de Hooglanders de arme emigranten die gekleed in een kilt tijdens de 17de eeuw richting Amerika trokken. Ook schilderden de krijgers van Wallace hun gezichten niet blauw, zoals hun voorgangers 1100 jaar eerder deden. Op festivals en evenementen kom je mensen tegen die als middeleeuwse Schot gekleed in kilt gaan.

Hoe komt het dat mensen zo verward zijn geraakt over de Schotse kleding en gewoontes? Om een invulling te geven op waar de mythen vandaan komen is het noodzakelijk om te kijken wanneer ze zijn ontstaan. Uit bovenstaande tekst hebben we kunnen opmaken dat tot in de 16de eeuw in ieder geval aan de Schotse Westkust de léine en de brat nog volop gedragen werden. In feiten is er geen enkel bewijs uit Schotland dat in de 16de eeuw de kilt of de belted plaid werd gedragen.

Het eerste voorbeeld van een 16de eeuws kledingstuk dat op een plaid of kilt lijkt is de feilidh-mor (grote doek), deze werd ook wel de breacan-feile ofterwel tartandoek genoemd. Tegenwoordig staat hij bekend als een belted plaid.

Een plaid is te vergelijken met de brat, het is een grote doek die is gemaakt van dik wol. De plaid is alleen een stuk smaller dan de brat. Hij werd over het lichaam gedragen als een mantel of een brat en rond het middel vastgemaakt door een leren riem. Deze plaid heeft niets te maken met de moderne Amerikaanse plaid, behalve dat er regelmatig tartanpatronen in de stof voorkwamen. Het eerste bewijs van de belted plaid komt in 1578 van bisschop Lesly. Hij schrijft aan Rome dat de Schotten in de hooglanden kleding droegen die uitermate geschikt waren om oorlog in te voeren. Zowel de adel als het volk droegen dezelfde mantels, alleen de adel prefereerde mantels met verschillende kleurpatronen. Deze waren lang, maar konden gemakkelijk bij elkaar worden gehouden. De mantel kan doorgaan voor en plaid maar kan net zo goed een brat zijn. Lesly vermeldde dat de mantel in vouwen kan worden gedragen. Wat hiermee bedoeld wordt, is onduidelijk. Mogelijk bedoeld hij hiermee het plooien en rond de riem dragen van de plaid of brat. Maar dat blijft een gevaarlijke beredenering, want Lesley heeft ondanks dat hij de rest van de Highland dress beschreef, niets over een riem vermeld.

We kunnen deze vermelding open laten als een mogelijke verwijzing naar een belted plaid, maar de kans dat het hierbij een brat betreft is net zo groot.

De 16de eeuwse historicus George Buchanan publiceerde in 1581 zijn boek history of Scotland. Hij beschrijft de kledij van de Hooglander. Hun voorouders droegen mantels met veel verschillende kleuren (de tartan), maar zelf verkozen de moderne Hooglanders om donkerbruine mantels te dragen die zo bruin zijn als de herfstbladeren. Op een veld zou je een met deze mantel bedekte hooglander niet meer herkennen en de mantel diende als een vorm van camouflage. Met deze mantels trotseerden zij de stormen en de open lucht. Soms sliepen ze er zelfs in midden tussen de sneeuw.

Dit document beschrijft het harde leven van de Hooglander en het feit dat Hooglanders de mantels gebruikten tegen de elementen en ter camouflage. Al verwijst Buchanan naar de plaid, deze plaid heeft nog niets te maken met de plaid zoals wij die kennen. Mogelijk was deze mantel gewoon een brat.

De eerste concrete aanwijzing van een belted plaid is een Ierse bron die in het Gaelic is geschreven. In de Life of red Hugh O’ Donnell, dat in 1594 is geschreven door Lughaidh O’Clery, wordt een groep huursoldaten van de Schotse Hebriden genoemd. O’Clery vertelde dat ze duidelijk anders waren dan de Ieren, in zowel gewoontes als in taal. Ze kleedden zich anders, droegen hun mantels tot het midden van hun benen en bonden hem rond hun middel vast met een riem. O’Clery geeft het eerste bewijs van de belted plaid en geeft meteen aan dat het een typisch Schotse klederdracht en geen Ierse was. Wanneer de belted plaid eerder was voorgekomen, zouden er waarschijnlijk meer vermeldingen in de Engelse en Ierse geschriften moeten zijn geweest, aangezien er rond de 16de eeuw veel vermeldingen waren vanuit Ierland.

De eerste afbeelding van een belted plaid komt vermoedelijk uit de vroege 17de eeuw. Daarnaast zijn er ook een aantal 17de eeuwse verwijzingen naar de belted plaid. Deze klederdracht lijkt langzaamaan de léine en de brat in Schotland te hebben vervangen. Vermoedelijk nam de belted plaid vanaf de late 17de eeuw de plaats van de oude klederdracht in Schotland in. Wanneer we naar de plaid kijken, lijkt hij sterk op de brat, de tuniek die als bovenkleding dient, lijkt daarnaast op een korte léine, hierdoor is het een duidelijk voorbeeld van de evolutie in de kledij. Aan het eind van de 17de eeuw kwamen de lange kousen aan de schenen van de Hooglanders, deze kousen maken tegenwoordig standaard deel uit van de Schotse klederdracht.

Desondanks blijven de brat en de léine een kledingstijl die vele eeuwen of misschien wel een duizend jaar langer is gedragen dan de belted plaid of Schotse kilt.

Zie ook:

Het eiland Mona
Keltische feestdagen
Goden van Wales
Goden van Ierland
De kracht van de natuur

Celtic Webmerchant:

 

Gundestrupkrijger  € 18,-

Keltisch hoofd € 57,-

Keltische torque 85,-

 

 

copyright © 2009 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden.           Sitemap  Contact