John
of the Isles
Angus MacDonald
In 1284 werd Angus MacDonald,
Alexander MacDougall en Alan MacRuairi verzocht een raad van de koning
bij te wonen als baronnen van het rijk van Schotland. Alexander had zijn
zoon en erfgenaam verloren en daarom moest er worden besloten wat er na
zijn dood zou
gebeuren. De keuze voor Alexanders kleinkind, Margaret,
maagd van Noorwegen, duidde erop dat de Keltische en Noorse leiders hun
verschillen opzij hadden gezet ter wille van de toekomst van Schotland.
Ook gaf het duidelijk aan dat het koninklijk bloed de voorrang kreeg,
zodat een klein meisje zou regeren over een samenleving van krijgers.
Twee jaar later stierf Alexander en werd niet
lang daarna gevolgd door Margaret, die onderweg naar Schotland stierf.
Dit resulteerde in een politieke crisis, met als gevolg de verzwakking
van de Schotse staat. Angus MacDonalds opvolgers waren zijn zoons, eerst
Alexander Óg en daarna Angus Óg van Islay. Angus steunde
Robert the Bruce
in de onafhankelijkheidsoorlog en vocht zelfs naast hem in
Bannockburn.
In ruil hiervoor kreeg hij land in Lochaber, Ardnamurchan, Morvern,
Duror en
Glencoe. Hij was echter teleurgesteld, omdat de landerijen in Kintyre niet aan hem, maar aan het kleinkind van de koning, ook Robert
geheten, werden gegeven en de westelijke uitbreidingen van de Stewarts,
wat begon in de tijd van
Somerled, werden voltooid.
John van de Eilanden
Na
Robert the Bruces
dood in 1329 eiste Edward Balliol, de zoon van Roberts verdreven
voorganger
John Balliol, met Engelse steun de kroon op van Roberts
zoontje, David de 2de. Tegen die tijd was Angus ook gestorven en was hij
opgevolgd door zijn zoon John, eerste heer van de eilanden die vanwege zijn steun aan de kerk ook
wel de Goede wordt genoemd. John was duidelijk net als zijn voorgangers
meer een politicus en diplomaat dan een krijger en onder zijn leiding
kreeg hij het grootste gedeelte van Somerleds Koninkrijk van de Eilanden
terug. Hij liet zijn groeiende bezit besturen door de raad van de
eilanden, waarin ook andere clans als de MacLeans en de MacLeods een
plaats hadden. De raad kwam bijeen in Finlaggan, Islay, waar het besloot
over wetten en ambtenaren aanwees en contacten met Engeland, Schotland
maar met name Ierland onderhield. Terwijl John feitelijk alle rechten
van een koning kreeg, zorgde hij ervoor dat hij er nooit op leek. Door
zijn macht in het
westen was hij een machtige alliantie – en een
bedreigende vijand. Thomas Randolph, earl van Moray, bezocht John in 1335
om hem over te halen David te steunen, maar Edward Balliol bood hem een
veel aantrekkelijker aanbod. Hij beloofde hem landerijen in Kintyre en
Knapdale en de eilanden Skye en Lewis in ruil voor zijn steun. John
zegde toe, maar het is niet duidelijk of zijn steun concrete vorm heeft
aangenomen. Had een goede relatie met zowel Engeland als Schotland. Hij
was zich bewust van het risico dat de Heer van de Eilanden een grote
dreiging voor Schotland kon vormen. Deze les leerden zijn opvolgers
helaas niet. John stierf in 1387 en werd in Iona begraven.
Domhnall van de Eilanden
Domhnall
werd inderdaad de nieuwe heer van de eilanden. Hij was getrouwd met
Mariota Leslie, zus van Alexander Leslie, earl van Ross. Alexander had
een verminkte dochter, Euphemia Leslie, die zijn erfgenaam was. Koning
Robert de 3de had in 1390 zijn vader opgevolgd. Hij was een zwak he
Domhnall werd inderdaad de nieuwe heer van de eilanden. Hij was getrouwd
met Mariota Leslie, zus van Alexander Leslie, earl van Ross. Alexander
had een verminkte dochter, Euphemia Leslie, die zijn erfgenaam was.
Koning Robert de 3de had in 1390 zijn vader opgevolgd. Hij was een zwak
heerser en werd geregeerd door zijn broer Robert, hertog van Albany,
grootvader van Euphemia Leslie. Zo gauw haar vader was overleden, trok
Albany het beheer over zijn kleindochters bezittingen naar zich toe.
Hierdoor joeg hij
Domhnall tegen zich in het harnas. Albany had ten
eerste de rechten van zijn vrouw, ook een Leslie, genegeerd. Ten tweede
lag het graafschap Ross op een gevaarlijke positie ten noorden van het
Heerschap van de eilanden. In 1406 verslechterde de situatie nog erger.
Prins James, de enige overlevende zoon van de koning, werd gevangen
genomen door de Engelsen terwijl hij de bemoeienis van zijn oom wilde
ontvluchten. Dit werd snel daarna gevolgd door de dood van Robert de 3de
en Albany nam rustig de heerschappij over Schotland over. Het was
waarschijnlijk dat Albany Euphemia onder druk zou zetten om Ross geheel
aan hem over te geven. Daarnaast had hij duidelijke plannen om zelf
koning te worden. Domhnall maakte contact met de gevangen prins James in
Engeland en later ook met de Engelse koning, Henry de 4de. Er is weinig
bekend over deze contacten, maar het is waarschijnlijk dat Domhnall
toestemming vroeg om de Schotse regent aan te vallen. James en Domhnall
sloten en informele alliantie tegen de Stewarts van Albany, die na de
terugkeer en kroning van James in 1424 doorging. In 1411 verzamelde
Domhnall zijn troepen, naar schatting 6.000 man. Euphemia had haar
rechten nog niet afgestaan, maar dit was slechts een kwestie van tijd.
Hij nam een deel van Ross in en wilde waarschijnlijk naar Aberdeenshire
door marcheren. Doordat het snel oogsttijd zou worden, moest het leger
een snelle slag maken, zodat het snel weer terug kon keren. Albany
rekruteerde zijn troepen langzaam en marcheerde door Moray met het
gerucht dat Domhnall Aberdeen wilde plunderen. In Aberdeen werd als
reactie hierop een leger klaargemaakt van ongeveer 2.000 man onder
leiding van Alexander Stewart, earl van Mar. Het leger van Mar bestond
met name uit gedisciplineerde lowlanders, met een aanzienlijke
hoeveelheid edelen.
Op
24 juli ontmoetten de twee partijen elkaar bij Harlaw, ten westen van
Aberdeen. En deze dag werd niet voor niets herdacht als de ‘Red Harlaw‛.
Domhnall won de slag, maar Mar had de pen en veel geschiedenisboeken
vermelden dan ook dan Mar de slag bij Harlaw won. In de zomer van 1412 maakte hij zich klaar om ook de
eilanden aan te vallen, maar Domhnall kwam naar Lochgilphead voor
onderhandelingen. Waarschijnlijk hebben de twee mannen een verdrag
getekend, waarin Domhnall zijn landerijen mocht behouden en
officieel zijn claim op Ross introk. Hierna, en wellicht als gevolg van het
verdrag van Lochgilphead, gaf Euphemia in 1415 uiteindelijk haar rechten
op het earldom aan haar grootvader. Deze schonk het aan zijn tweede
zoon, John, earl van Buchan. Buchan stierf in 1424, waarna het earldom
zo goed als overging naar de kroon. Domhnall kon zijn verlies nooit
verkroppen, hij bleef zichzelf heer van het earldom Ross noemen.
Alexander van de Eilanden door toedoen van de hertog van Albany werd
prins James in 1424 vrijgelaten na lange gevangenschap in Engeland. Hij
werd gekroont tot koning James de 1ste van Schotland. Domhnall was een
jaar geleden opgevolgd door zijn zoon Alexander. Nadat James met
Domhnalls hulp had afgerekend met de Albany-Stewarts,
Eilanden,
die net als zijn vader het earldom van Ross had geclaimd. Daarom nodigde
de koning Alexander uit om het parlement in Inverness bij te wonen maar
arresteerde hij hem daar in 1427. Nadat de koning had geprobeerd de
titel Heer van de Eilanden aan een oom van Alexander te schenken, moest
hij zijn gevangenen weer vrijlaten. Als antwoord viel Alexander
Inverness aan en werd weer gevangengezet. Nu probeerde James de eilanden
in te nemen met een leger, maar hij werd in september 1431 verslagen
door clan Donald in de slag bij Inverlochy. Hierna moest James Alexander
weer vrijlaten maar hij hield diens moeder als krijgsgevangene als
garantie voor een goed gedrag. Toen James in 1437 werd vermoord,
gebruikte Alexander de titel van earl van Ross, maar deze keer
waarschijnlijk met de zegen van de koning.
Met de Hebriden, een groot
deel van westelijk Schotland en Ross onder zijn controle, had Alexander
macht over meer gebieden dan Somerled. Dit grote gebied droeg echter ook
bij aan de verdeeldheid van de landerijen van de Heer van de Eilanden.
Alexander verloor het contact met de eilandbewoners, die het hart van
clan Donald vormden. John van de Eilanden Alexander stierf in 1449 en
werd opgevolgd door zijn zoon John, die meestal John MacDonald de 2de
wordt genoemd om hem te onderscheiden van John van Islay. Hij was de
laatste die de werkelijke titel van de Heer van de Eilanden droeg en
velen zien hem als degene die de macht van de Keltische Vikingen
definitiefongedaanmaakte.
John
werd hooggeacht door koning James de 2de, maar tijdens de
regeringsperiode van James de 3de sloot hij het verdrag van
Westminster-Ardtornish met Edward de 4de van Engeland en de verbannen
earl of Douglas, waarin werd toegestemd dat Engeland zou helpen controle
te krijgen over Schotland ten noorden van de Forth in ruil voor een eed
van trouw aan de Engelse koning. Het andere gedeelte van Schotland zou
tussen Edward en de earl van Douglas verdeeld worden. Deze hulp werd
nooit geleverd en in 1476 onthulde Edward de overeenkomsten van het
verdrag aan James de 3de.
Om zijn handelen te
verklaren, riep James John naar het parlement en riep hem uit tot
verrader, toen hij niet op kwam dagen. Deze straf werd verzacht toen
John zich officieelovergafaandekoning.Hijbehielddeeilanden,maar verloor
Kintyre, Knapdale en het earldom Ross. Hoewel John de titel Heer van de
Eilanden mocht behouden, was hij niet langer erfelijk en werd zijn
opvolger aangewezen door de Schotse kroon. John werd afgezet als hoofd
van clan MacDonald in een coup van zijn onwettige zoon Angus Óg. Hij
probeerde zijn macht opnieuw te verkrijgen na de moord op Angus in 1490,
maar zijn poging het earldom van Ross terug te krijgen werd
tegengehouden door de MacKenzies. In 1493 nam James hem daarom de titel
van Heer van de Eilanden af. John eindigde zijn dagen in de Laaglanden
in een koninklijk verblijf. De titel van Heer van de Eilanden ging over
naar James de 4de, de kroonprins, en werd deel van een pakket titels dat
het koningshuis in de loop der jaren had verzameld. Tegenwoordig is de
Heer van de Eilanden ook de
hertog van Rothesay, Cornwall
en de prins van Wales: Prins Charles.
Zie ook:
Clan MacDonald
Domhnall of Islay