Lord of the Isles

In de 7de en 8ste eeuw trokken de Noorse Vikingen rovend langs de kusten van Europa. In Groot-Brittannië bezetten ze de eilanden tussen Schotland en Ierland, die bekend gingen staan als de Innse-Gall, de eilanden van de vreemdelingen. Dit was het begin van een periode van uitwisseling van cultuur, handel en verschillende oorlogen. Schotland worstelde met het vaststellen en bewaken van zijn eigen grenzen. Rond het jaar 1000 n.Chr kwam een groot gedeelte van het Schotse noordelijk en westelijk vasteland, samen met de westelijke eilanden en het eiland Man in het bezit van de Noren. De landeigenaren van deze gebieden waren in meer of mindere mate trouw verschuldigd aan de koning van Noorwegen. Het resultaat was veel geruzie en een constant wisselende grens tussen Schots en Noors gebied. Deze situatie werd verergerd toen Somerled, half Noors, half Keltisch en naar verluidt afstammeling van koning Conn van de Honderd Gevechten, op het toneel kwam. Hij trouwde in 1140 de dochter van Olaf de Rode, de Noorse koning van het eiland Man, die ook de Hebriden in zijn bezit had en Ri Innse Gall of Koning van de Eilanden werd genoemd. Olaf werd in 1153 vermoord en opgevolgd door zijn zoon, Godred de Zwarte. Godred was een strenge, wrede heerser en in 1158 leidde Somerled een opstand tegen hem. Zijn vloot, gebaseerd op een aangepast Viking langschip, bleek succes te hebben en Somerled kon zichzelf uitroepen tot koning van Man en de Eilanden. Zijn koninkrijk was een apart koninkrijk, dat geen trouw verschuldigd was aan Noorwegen of Schotland. Vanaf Somerleds tijd, ging het koningschap van de

eilanden langzaamaan over in het heerschap van de eilanden. Somerled sneuvelde in 1164 tijdens een veldslag tegen de Schotse koning Malcolm de 4de bij Renfrew. Na Somerleds dood werd zijn koninkrijk tussen zijn drie zoons verdeeld, die de stamvaders van drie clans zouden worden: Aonghus stichtte de clan McRuari of McRory, Dughall vormde clan MacDougall en de zoon van Somerleds zoon Ragnald, Donald, stichtte clan Donald – een van de machtigste clans van Schotland.

Angus MacDonald

De zoon van Donald, Angus, was de eerste die de naam MacDonald droeg. Hij kreeg de titel Heer van Islay van de Noorse koning Haakon de 4de en vocht met deze tegen de Schotten in de slag bij Largs in 1263. Haakon werd verslagen en Angus erkende Alexander de 3de als zijn heer, op voorwaarde van teruggave van zijn landerijen. Schotland nam officieelde Hebriden in met het verdrag van Perth in 1266. Vanaf dit punt ontstond er een tweestrijd met aan de ene kant de Schotse koning die controle over de Hebriden wilde krijgen en aan de andere kant de Noors-Keltische clan Donald, die de Schotse zeggenschap zo veel mogelijk wilde beperken en hun eigen controle op het Schotse vasteland wilde uitbreiden.

In 1284 werd Angus MacDonald, Alexander Macdougall en Alan MacRuari verzocht een raad van de koning bij te wonen als baronnen van het rijk van Schotland. Alexander had zijn zoon en erfgenaam verloren en daarom moest er worden besloten wat er na zijn dood zou gebeuren. De keuze voor Alexanders kleinkind, Margaret, maagd van Noorwegen, duidde erop dat de Keltische en Noorse leiders hun verschillen opzij hadden gezet ter wille van de toekomst van Schotland. Ook gaf het duidelijk aan dat het koninklijk bloed de voorrang kreeg, zodat een klein meisje zou regeren over een samenleving van krijgers.

Twee jaar later stierf Alexander en werd niet lang daarna gevolgd door Margaret, die onderweg naar Schotland stierf. Dit resulteerde in een politieke crisis, met als gevolg de verzwakking van de Schotse staat. Angus MacDonalds opvolgers waren zijn zoons, eerst Alexander en daarna Angus Óg van Islay. Angus steunde Robert the Bruce in de onafhankelijkheidsoorlog en vocht zelfs naast hem in Bannockburn. In ruil hiervoor kreeg hij land in Lochaber, Ardnamurchan, Morvern, Duror en Glencoe. Hij was echter teleurgesteld, omdat de landerijen in Kintyre niet aan hem, maar aan het kleinkind van de koning, ook Robert geheten, werden gegeven en de westelijke uitbreidingen van de Stewarts, wat begon in de tijd van Somerled, werden voltooid. Het lijkt erop dat Angus Óg en Robert the Bruce elkaar ondanks hun alliantie tegen Engeland niet vertrouwden. De landen om Angus landerijen werden goed bewaakt door trouwe bondgenoten van de koning.

John van de Eilanden

Na Robert the Bruces dood in 1329 eiste Edward Balliol, de zoon van Roberts verdreven voorganger John Balliol, met Engelse steun de kroon op van Roberts zoontje, David de 2de. Tegen die tijd was Angus ook gestorven en was hij opgevolgd door zijn zoon John, die vanwege zijn steun aan de kerk ook wel de Goede wordt genoemd. John was duidelijk net als zijn voorgangers meer een politicus en diplomaat dan een krijger en onder zijn leiding kreeg hij het grootste gedeelte van Somerleds Koninkrijk van de Eilanden terug. Hij liet zijn groeiende bezit besturen door de raad van de eilanden, waarin ook andere clans als de MacLeans en de MacLeods een plaats hadden. De raad kwam bijeen in Finlaggan, Islay, waar het besloot over wetten, ambtenaren aanwees en contacten met Engeland, Schotland maar met name Ierland onderhield. Terwijl John feitelijk alle rechten van een koning kreeg, zorgde hij ervoor dat hij er nooit op leek. Door zijn macht in het westen was hij een machtige alliantie – en een bedregende vijand. Thomas Randolph, earl van Moray, bezocht John in 1335 om hem over te halen David te steunen, maar Edward Balliol bood hem een veel aantrekkelijker aanbod. Hij beloofde hem landerijen in Kintyre en Knapdale en de eilanden Skye en Lewis in ruil voor zijn steun. John zegde toe, maar het is niet duidelijk of zijn steun concrete vorm heeft aangenomen. Had een goede relatie met zowel Engeland als Schotland. Hij was zich bewust van het risico dat de Heer van de Eilanden een grote dreiging voor Schotland kon vormen. Deze les leerden zijn opvolgers helaas niet. John stierf in 1387 en werd in Iona begraven.

Domhnall van de Eilanden

Domhnall werd inderdaad de nieuwe heer van de eilanden. Hij was getrouwd met Mariota Leslie, zus van Alexander Leslie, earl van Ross. Alexander had een verminkte dochter, Euphemia Leslie, die zijn erfgenaam was. Koning Robert de 3de had in 1390 zijn vader opgevolgd. Hij was een zwak he Domhnall werd inderdaad de nieuwe heer van de eilanden. Hij was getrouwd met Mariota Leslie, zus van Alexander Leslie, earl van Ross. Alexander had een verminkte dochter, Euphemia Leslie, die zijn erfgenaam was. Koning Robert de 3de had in 1390 zijn vader opgevolgd. Hij was een zwak heerser en werd geregeerd door zijn broer Robert, hertog van Albany, grootvader van Euphemia Leslie. Zo gauw haar vader was overleden, trok Albany het beheer over zijn kleindochters bezittingen naar zich toe. Hierdoor joeg hij Domhnall tegen zich in het harnas. Albany had ten eerste de rechten van zijn vrouw, ook een Leslie, genegeerd. Ten tweede lag het graafschap Ross op een gevaarlijke positie ten noorden van het Heerschap van de eilanden. In 1406 verslechterde de situatie nog erger. Prins James, de enige overlevende zoon van de koning, werd gevangen genomen door de Engelsen terwijl hij de bemoeienis van zijn oom wilde ontvluchten. Dit werd snel daarna gevolgd door de dood van Robert de 3de en Albany nam rustig de heerschappij over Schotland over. Het was waarschijnlijk dat Albany Euphemia onder druk zou zetten om Ross geheel aan hem over te geven. Daarnaast had hij duidelijke plannen om zelf koning te worden. Domhnall maakte contact met de gevangen prins James in Engeland en later ook met de Engelse koning, Henry de 4de. Er is weinig bekend over deze contacten, maar het is waarschijnlijk dat Domhnall toestemming vroeg om de Schotse regent aan te vallen. James en Domhnall sloten en informele alliantie tegen de Stewarts van Albany, die na de terugkeer en kroning van James in 1424 doorging. In 1411 verzamelde Domhnall zijn troepen, naar schatting 6.000 man. Euphemia had haar rechten nog niet afgestaan, maar dit was slechts een kwestie van tijd. Hij nam een deel van Ross in en wilde waarschijnlijk naar Aberdeenshire door marcheren. Doordat het snel oogsttijd zou worden, moest het leger een snelle slag maken, zodat het snel weer terug kon keren. Albany rekruteerde zijn troepen langzaam en marcheerde door Moray met het gerucht dat Domhnall Aberdeen wilde plunderen. In Aberdeen werd als reactie hierop een leger klaargemaakt van ongeveer 2.000 man onder leiding van Alexander Stewart, earl van Mar. Het leger van Mar bestond met name uit gedisciplineerde lowlanders, met een aanzienlijke hoeveelheid edelen.

Op 24 juli ontmoetten de twee partijen elkaar bij Harlaw, ten westen van Aberdeen. En deze dag werd niet voor niets herdacht als de ‘Red Harlaw. Beide partijen verloren ongeveer 1.000 man, waardoor gezegd zou kunnen worden dat Domhnall won. Maar in de nacht na het gevecht trokken zijn troepen terug, eerst naar Ross, daarna naar de eilanden. Albany liet nieuwe troepen rekruteren om Domhnall achterna te jagen en nam Ross en Dingwall castle in. In de zomer van 1412 maakte hij zich klaar om ook de eilanden aan te vallen, maar Domhnall kwam naar Lochgilphead voor onderhandelingen. Waarschijnlijk hebben de twee mannen een verdrag getekend, waarin Domhnall zijn landerijen mocht behouden en officieelzijnclaimop Ross introk. Hierna, en wellicht als gevolg van het verdrag van Lochgilphead, gaf Euphemia in 1415 uiteindelijk haar rechten op het earldom aan haar grootvader. Deze schonk het aan zijn tweede zoon, John, earl van Buchan. Buchan stierf in 1424, waarna het earldom zo goed als overging naar de kroon. Domhnall kon zijn verlies nooit verkroppen, hij bleef zichzelf heer van het earldom Ross noemen. Alexander van de Eilanden Door toedoen van de hertog van Albany werd prins James in 1424 vrijgelaten na lange gevangenschap in Engeland. Hij werd gekroont tot koning James de 1ste van Schotland. Domhnall was een jaar geleden opgevolgd door zijn zoon Alexander. Nadat James met Domhnalls hulp had afgerekend met de Albany-Stuarts,

Eilanden, die net als zijn vader het earldom van Ross had geclaimd.Daarom nodigde de koning Alexander uit om het parlement in Inverness bij te wonen maar arresteerde hij hem daar in 1427. Nadat de koning had geprobeerd de titel Heer van de Eilanden aan een oom van Alexander te schenken, moest hij zijn gevangenen weer vrijlaten. Als antwoord viel Alexander Inverness aan en werd weer gevangengezet. Nu probeerde James de eilanden in te nemen met een leger, maar hij werd in september 1431 verslagen door clan Donald in de slag bij Inverlochy. Hierna moest James Alexander weer vrijlaten, maar hij hield diens moeder als krijgsgevangene als garantie voor een goed gedrag. Toen James in 1437 werd vermoord, gebruikte Alexander de titel van earl van Ross, maar deze keer waarschijnlijk met de zegen van de koning.

Met de Hebriden, een groot deel van westelijk Schotland en Ross onder zijn controle, had Alexander macht over meer gebieden dan Somerled. Dit grote gebied droeg echter ook bij aan de verdeeldheid van de landerijen van de Heer van de Eilanden. Alexander verloor het contact met de eilandbewoners, die het hart van clan Donald vormden. John van de Eilanden Alexander stierf in 1449 en werd opgevolgd door zijn zoon John, die meestal John MacDonald de 2de wordt genoemd om hem te onderscheiden van John van Islay. Hij was de laatste die de werkelijke titel van de Heer van de Eilanden droeg en velen zien hem als degene die de macht van de Keltische Vikingen definitiefongedaanmaakte.

John werd hooggeacht door koning James de 2de, maar tijdens de regeringsperiode van James de 3de sloot hij het verdrag van Westminster-Ardtornish met Edward de 4de van Engeland en de verbannen earl of Douglas, waarin werd toegestemd dat Engeland zou helpen controle te krijgen over Schotland ten noorden van de Forth in ruil voor een eed van trouw aan de Engelse koning. Het andere gedeelte van Schotland zou tussen Edward en de earl van Douglas verdeeld worden. Deze hulp werd nooit geleverd en in 1476 onthulde Edward de overeenkomsten van het verdrag aan James de 3de.

Om zijn handelen te verklaren, riep James John naar het parlement en riep hem uit tot verrader, toen hij niet op kwam dagen. Deze straf werd verzacht toen John zich officieelovergafaandekoning.Hijbehielddeeilanden,maar verloor Kintyre, Knapdale en het earldom Ross. Hoewel John de titel Heer van de Eilanden mocht behouden, was hij niet langer erfelijk en werd zijn opvolger aangewezen door de Schotse kroon. John werd afgezet als hoofd van clan MacDonald in een coup van zijn onwettige zoon Angus Óg. Hij probeerde zijn macht opnieuw te verkrijgen na de moord op Angus in 1490, maar zijn poging het earldom van Ross terug te krijgen werd tegengehouden door de MacKenzies. In 1493 nam James hem daarom de titel van Heer van de Eilanden af. John eindigde zijn dagen in de Laaglanden in een koninklijk verblijf. De titel van Heer van de Eilanden ging over naar James de 4de, de kroonprins, en werd deel van een pakket titels dat het koningshuis in de loop der jaren had verzameld. Tegenwoordig is de Heer van de Eilanden ook de

hertog van Rothesay, Cornwall en de prins van Wales: Prins Charles.

Zie ook:

Clan MacDonald
Domhnall of Islay

Celtic Webmerchant:

c         Schots
Ierse bijl
  € 71,20                         Tweehandig zwaard  € 70,15           Rondschild € 66,50

     
 

copyright © 2008 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden.           Sitemap  Contact