De Picten en de
Romeinen
Julius Caesar viel Engeland binnen in
55 v.Chr., maar het zou nog 135 jaar duren totdat de
Romeinen in 85 n.Chr. klaar waren
Schotland in te vallen.
De
reden voor de Romeinse invasie in Schotland was dat de keizer aanzien
bij de senaat en populariteit bij het volk wilde krijgen. Degene die
belast was met de onderwerping van Pictland, Gnaeus Julius Agricola,
gouverneur van de provincie Pretania (Brittannië), stak de rivier de
Tweed over en in het eerste jaar van de invasie bereikte hij de
riviermond van de Tay, voordat hij terugviel naar de lijn van forten
tussen de Forth en de Clyde. De volgende zomer leidde hij zijn leger
opnieuw noordwaarts en hij trok door naar het oostelijke deel van het
land, het hart van Pictavia. Hij bleef vrij dicht bij de kust om
voorraden voor zijn 20.000 legionairs te ontvangen van de Romeinse
vloot. Tacitus vertelt dat Agricola zijn vloot vooruit had gezonden om
te plunderen en hierdoor onzekerheid en terreur verspreidde.
Agricola trok langs de westkust van Schotland langs
Stirling, de Ochils heuvels en de rivier de Tay, langs de rand van de
Grampians en misschien wel zo ver als Inverness. Hij bouwde meer dan 60
forten en stationeerde garnizoenen om de gebieden te verdedigen. Hij
bracht zijn schoonzoon Tacitus mee, die uitgebreid rapporteerde over de
invasie.
De Picten antwoordden op de invasie
door aan te vallen, hun moed schokte de legioenen en het was zelfs zo
dat verschillende Romeinse bevelhebbers het leger aanraadden terug te
trekken naar het zuiden.
Agricola wilde aansturen op een veldslag op open
gebied, maar
de Picten voerden een guerrillaoorlog.
Uiteindelijk
waren de Picten genoodzaakt
een slag op het open veld (Mons
Graupius)te riskeren om zo hun bevoorraadingskamp veilig te
stellen.
Het
Romeinse leger was een professioneel, goed getraind en gedisciplineerd
die wreed werden gecommandeerd en vochten als een machine. Hun rijk was
gebaseerd op slavernij, de soldaten werden bruut behandeld en zo
behandelden zij de andere mensen. Als een aanvoerder vond dat zijn
legionairs niet hard genoeg vochten, stelde hij zijn soldaten op in
rijen van tien. Elke tiende man werd doodgeslagen – door de negen
anderen in zijn rij. De ‘barbaarse’
Picten kenden dit soort praktijken
niet. Hoewel
de Picten veel meer mensen hadden,
hadden ze nog nooit in een veldslag gevochten tegen Romeinse tactieken
en methodes. De Romeinen waren gewoon zich te laten aanvallen, zodat hun
lijn behouden werd en ze zich konden verschuilen achter hun grote
schilden. Hun korte zwaarden gebruikten ze om te steken naar de nek en
het gezicht van de tegenstanders – het liefst naar hun ogen. De voorste
legioenen waren zogenaamde auxilariae, waarvan de soldaten niet rond
Rome, maar in de gebieden die de Romeinen hadden veroverd, waren
gerekruteerd. Een Duits auxilaria die tegen
de Picten moest vechten, rebelleerde en
vermoordde haar Romeinse officieren, waarna ze drie schepen innamen van
de Romeinse vloot en terug naar Duitsland voeren.
De Picten hadden aanvankelijk succes
maar ze werden aan het eind van de dag verslagen, hoofdzakelijk door een
uitflankingsmanoeuvre door de Romeinse cavalerie. Hun leider echter, die
Tacitus
Calgacus
noemt, bleef leven en was in staat de guerrillaoorlog voort te zetten.
Als antwoord op de Romeinse tactieken. Misschien riepen
ze een krijgsraad bijeen en besloten dat hun heuvelforten niet tegen
Romeinse belegeringen opkonden. Ze realiseerden zich dat de koninkrijken
zich moesten verenigen en samen moesten werken om de Romeinen te
verslaan. Ook besloten ze door te gaan met de guerrillaoorlog en geen
veldslag met hun tegenstanders aan te gaan. Hun tactiek bleek effectief
te werken. Ze vielen niet aan als de Romeinen zwak waren – in de
heuvels en velden – maar waar ze op hun sterkst waren, in hun
versterkingen. De sterkte van het Romeinse leger lag in zijn
georganiseerde wendbaarheid en deze namen ze af door ze op een plaats te
houden.
Hoewel
de Romeinen grote delen van het land onder controle hadden, lukte hun
het maar niet het gehele land te veroveren. Agricola splitste zijn leger
in drie groepen om meer controle te krijgen en door het gerucht dat
de Picten meer dan een leger hadden om
mee aan te vallen. Dit laatste was valse informatie. Toen de legers
waren gesplitst, werd het IX (negende) legioen die op de een of andere
manier erg gehaat was door
de Picten, hun hoofddoel. In een nacht
vielen ze onverwacht het kamp van het negende legioen aan en
overweldigde het.
Een
boodschapper ontsnapte uit het fort en Agricola kwam zijn legionairs te
hulp met cavalerie en bij zonsopgang trokken
de Picten terug, na meer dan het halve
legioen te hebben gedood. In 85 n.Chr. werd Agricola teruggeroepen naar
Rome. Het IX
legioen werd uit Pictland teruggetrokken, bijgevuld met nieuwe rekruten
en naar verschillende plekken in Europa gestuurd om te trainen. Nadat ze
goed genoeg waren getraind, werd het legioen in het begin van de 2de
eeuw n.Chr. teruggestuurd naar Pictland – en verdween spoorloos. Geen
enkel spoor is teruggevonden van de soldaten of hun uitrusting.
Zie ook:
De slag bij Mons Graupius
De Picten
Pictische koninkrijken
Pictische kunst
Pictische religie
Pictische taal
Scotti en de Picten
Celtic Webmerchant:

Declaratie van Arbroath (canvas 60x60cm)
Basket hilted broadsword
€ 65,40
Schotse targe
€ 83,05
€ 57,95