Robert the Bruce

Robert de 1ste van Schotland, beter bekend als Robert the Bruce, is een van de meest fascinerende figuren uit de Schotse geschiedenis. Robert the Bruce (in Gaelic Raibeart Bruis) regeerde van 1306 tot 1329. Robert had zowel Keltische als Normandische voorouders. Hij eiste de Schotse troon op als een achterachterkleinzoon van David de 1ste van Schotland.

Robert the Bruce was de oudste zoon van Robert de Brus, 6de lord van Annandale, en Marjorie hertogin van Carrick. Via zijn moeders kant kreeg Robert dan ook het Keltische Earldom van Carrick en via zijn vader de claim op de Schotse troon. Er is weinig bekend van zijn jeugd, waarschijnlijk is hijop een bepaalde leeftijd als leerling naar een andere familie gestuurd. Wat wel bekend is, is dat Bruce Gaelic, Frans en Latijn sprak, maar dat hij voornamelijk het Gaelic gebruikte. Het is niet zeker of Bruce ook Engels kende. 

De eerste keer dat Robert vermeld wordt, is op een getuigenlijst bij Alasdair MacDomhnail, lord van Islay. Bruces naam stond vermeld samen met de naam van de bisschop van Argyll, de graaf van Arran, een klerk uit Kintyre en zijn vader.

Bruces vader zag in 1292, na de dood van Margaret, Maid of Norway, de kans om een claim op de Schotse troon te doen. Zijn grootste rivaal was op dat moment John Balliol. Na de dood van zijn moeder in 1292 erfde Bruce de titel earl van Carrick. Zowel vader als zoon steunden Edward de 1ste van Engeland, in zijn oorlog tegen John Balliol. In april 1294 kreeg Robert the Bruce permissie om voor anderhalf jaar naar Ierland te gaan. Het volgende jaar trouwde Bruce met Isabella van Ma,r dochter van Donald, 10de earl van Mar. Isabella kreeg een kind van Robert, Marjorie Bruce, die met Walter Stewart, 6de high Steward of Scotland, trouwde. Isabella stierf al voor het jaar 1302 en Robert trouwde hierna Helen, volgens sommigen dochter van Liywelyn ap Lorwerthn prins van Noord-Wales en zijn vrouw, Joan, buitenechtelijke dochter van koning Joan van Engeland. Dit is onwaarschijnlijk, want zowel Llywelyn als Joan waren al dood in 1246. Veel logischer zou zijn dat Helen de dochter van Liywelyn’s zoon Dafydd zou zijn en zijn vrouw Isabella de Braose.

In augustus 1296 zworen Bruce en zijn vader trouw aan Edward de 1ste van Engeland bij Berwick-upon-Tweed. Een jaar later verbrak Robert deze eed echter en sloot zich aan bij de opstand tegen de Engelsen. Door de Schotse adel werd Bruce bevolen zich bij Edwards bevelhebber John de Warenne te voegen. In plaats van gehoor aan deze oproep te geven, gaf Bruce een deel van zijn landerijen aan de clans die zich tegen Edward verzetten. Op 7 juli waren Bruce en zijn vrienden genoodzaakt een wapenstilstand met Edward te sluiten na de capitulatie van Irvine. Kort na de slag bij Stirling Bridge, begon Bruce zijn campagne weer, Annandale werd aan de Schotten gegeven en het kasteel bij Ayr dat in Engelse handen was, werd plat gebrand. Kort na Edwards overwinning op Falkirk gaf Bruce Annandale en Carrick aan de Schotse verzetsstrijders.

Nadat William Wallace afstand had gedaan van zijn titel beschermer van Schotland, werd hij opgevolgd door Robert Bruce en John Comyn, die samen beschermer werden. Comyn was de neef van de vroegere koning John Balliol en pretendent van de Schotse troon, dit maakte hem Bruces grootste vijand. In 1299 werd daarom een derde beschermer aangenomen, William Lamberton, bisschop van St. Andrews. Het jaar daarop trad Bruce af als beschermer en Gilbert, 1ste lord van Umfraville, nam zijn plaats over. In mei 1301 traden ook Comyn, de Umfraville en Lambarton af als beschermer van Schotland. Zij werden opgevolgd door Sir John de Soulis. Hij stond noch achter Comyn noch achter Bruce, hij wilde dat John Balliol weer op de troon kwam. In juli startte Edward de 1e zijn zesde campagne naar Schotland, nam Bothwell en Turnberry castle, maar deed verder weinig om de Schotten te verslaan. In januari 1302 ging hij akkoord met een negen maanden durende wapenstilstand. Rond deze tijd voegde Robert the Bruce zich bij Edward samen met de andere adel die voorheen achter de Schotse patriotten stonden. Er deden geruchten te ronde dat Balliol zou terugkeren om de Schotse troon op te eisen. De terugkeer van John zou ertoe hebben geleid dat Bruce zijn kans op de Schotse troon verloor.

In 1303 viel Edward Schotland nog eens binnen, hij nam daarbij Edinburgh en Perth in. In deze tijd was John Comyn opnieuw beschermer van Schotland, maar hij stond machteloos tegenover Edwards leger. Edward trok tot in juli niet verder dan Perth, maar in deze maand nam hij Dundee, Brechin, Montrose en Aberdeen in. Hij trok terug en Schotland was onderworpen aan zijn gezag. De gehele Schotse adel sloot een wapenstilstand met Edward, met uitzondering van William Wallace. De eisen van Schotland voor deze wapenstilstand waren opgemaakt door John Comyn zelf.

Op 11 juni 1304 waren zowel Bruce als William Lamberton getuige van de moed waarmee de Schotten vochten tegen de Engelse belegeraars van Stirling castle. Beide hadden een geheim pact gesloten als vriend en bondgenoot tegenover wie dan ook. Als een van beide het pact zou breken, zou hij genoodzaakt zijn 10.000 pond te betalen aan de ander. Dit pact bewijst hun diepe patriottisme en hun richtlijnen naar de toekomst van een vrij Schotland. Ze richtten zich  nu erop, om de tijd uit te zitten, totdat de oude koning Edward van Engeland zou sterven. Edward was intussen op weg naar Londen, waar het parlement bij elkaar werd geroepen. De Engelsen vergaderde over wie waar in Schotland het Engelse gezag zou handhaven, intussen werd William Wallace in de buurt van Glasgow gevangengenomen en door Edward op 23 Augustus 1305 geëxecuteerd. Hij werd te voorbeeld gesteld door Edward, die zijn ledenmaten door heel Groot-Brittannië liet verspreiden.

In september van 1305 beval Edward aan Robert the Bruce om zijn kasteel bij Kildrummy te geven aan een persoon die hem uiterst betrouwbaar leek. Edward vond Bruce waarschijnlijk toch niet betrouwbaar genoeg en verwachtte dat hij complotten tegen hem smeedde achter zijn rug om. Bruce had op dat moment veel macht, maar wat misschien nog gevaarlijker was, hij had clans achter zich en een grote familie om hem te beschermen. Bruce maakte aanspraak op de Schotse troon, maar zijn wisselende politiek doet zelfs vandaag de dag mensen twijfelen aan Bruces oprechte vaderlandsliefde. Waarschijnlijk wist Bruce, dat hij in de tijden van Edwards regime gaan kans had om Schotland te bevrijden, dit door de onbetrouwbare adel en de verschillende pretendenten voor de Schotse troon.

Comyn vocht duidelijker dan Bruce tegen de Engelse bezetters, hij had daar ook de kans toe, omdat zijn familie de machtigste was van Schotland, met een machtige tak in Engeland. Hij had ook een duidelijkere aanspraak op de Schotse troon, omdat zijn beide ouders afstamden van de oude Keltische koningen. Om deze bedreiging uit te schakelen deed Bruce waarschijnlijk het meest verraderlijke in zijn leven. Hij nodigde Comyn uit voor een onderhandeling. Op 10 februari 1306 ontmoette Bruce Comyn in een kerk in Dumfries.  Bruce stak (of liet steken) Comyn dood voor het hoge altaar van de kerk en verliet hem. Bruce werd verteld dat Comyn de aanval had overleeft en twee van zijn aanhangers, Roger de Kirkpatrick en John Lindsay gingen de kerk terug in en maakte het werk af. Bruce werd voor deze misdaad door de paus geëxcommuniceerd samen met de baronnen die hem steunden. De paus reageerde later nog feller en excommuniceerde heel Schotland. Bij deze daad kunnen zijn vraagtekens worden gezet. Een andere reden om Robert the Bruce en zijn land te excommuniceren was het feit dat Schotland onderdak bood aan ontsnapte Tempeliers en dat veel van zijn aanhangers zelf lid waren van deze orde.

Na de moord op Comyn eiste Robert the Bruce de Schotse troon op. Hij werd op 25 maart gekroond in Scone als Robert de 1ste koning van Schotland. In juni werd Bruce verslagen in de slag bij Methven en in augustus bij Strathfillan overrompeld door de Engelsen, die in een hinderlaag hadden gelegen. De vrouwen die met het leger meereisden, werden naar Kildrummy castle gestuurd, waar ze veilig zouden zijn. Vervolgens vertrok Bruce met een zeer klein gezelschap naar Arran.

Edward de 1ste trok het volgende jaar weer naar Schotland. Op zijn weg naar het noorden nam hij de gebieden die aan Bruce behoorden in en moordde zijn steden uit. Bruces koningin, Elizabeth, zijn dochter Marjorie en zijn zus Christina werden gevangengenomen, en zijn broer Niall werd gedood. Op 7 juli stierf Edward en werd hij opgevolgd door zijn enige kind als Edward de 2de.

Bruce en zijn volgelingen keerde in twee groepen terug naar het Schotse vaste land en begonnen een oorlog in zuidwest Schotland. In April 1307 won Bruce de slag bij Glen Trool, hij trok verder en versloeg Aymer de Valence met zijn leger bij Loundoun Hill. Hij liet zijn broer Edward met een klein leger achter in Galloway. Bruce bevrijdde Aberdeenshire, trok naar Buchan en versloeg John Comyn, 3de graaf van Buchan, bij Inverurie. In 1308 trok Bruce naar Argyll en versloeg daar een ander stel legers in de slag bij Pass of Brander. Vervolgens veroverde hij Dunstafnage castle. In maart 1309 hield Bruce zijn eerste parlement in St. Andrews en tegen augustus had Bruce heel Schotland ten noorden van de Tay in handen. Het jaar daarop verklaarde de geestelijkheid van Schotland Bruce tot koning van Schotland bij het generale concilie. De kerk trok de excommunicatie in, dit was van groot politiek belang.

De volgende drie jaar werd het ene kasteel na het ander heringenomen door de Schotten. Bruce organiseerde ook plundertochten naar Noord-Engeland. Omdat Bruce in acht jaar tijd de Engelsen had bevochten maar amper op het open veld bracht hem dit de naam guerrilla generaal. In de lente van 1314 belegerde Edward Bruce Stirling Castle. In maart namen sir James Douglas Roxburg, en Randolph Moray Edinburg castle in. Bruce plunderde Engeland opnieuw en bevrijdde het eiland Man. Hij was de beste guerrilla generaal van zijn tijd. Uiteindelijk kwam de kans om de Engelsen op het open veld te bevechten. Bruce won op Bannockburn, in 1314, zowel de militaire als politieke onafhankelijkheid van Schotland. Bruces plannen waren

echter groter dan het veroveren van Schotland alleen, hij wilde alle Keltische gebieden die nu bezet waren door de Engelsen, bevrijden. De slag bij Bannockburn was zo verwoestend voor het Engelse leger dat na het gevecht Engeland open lag. Bruce zag zijn kans om Noord-Engeland binnen te vallen, joeg het Engelse leger in het noorden op de vlucht en plunderde Yorkshire en Lancashire.

In 1315 stak het Schotse leger onder leiding van Edward Bruce, de Ierse Zee over om Ierland van de Engelsen te bevrijden. Zijn achterliggende gedachte was ook om een tweede front tegen Engeland te openen. De Ieren verwelkomden het leger hartelijk en in 1316 werd Edward Bruce zelfs tot High King of Ireland gekroond. Edward stuitte vooral op verzet in Zuid-Ierland en zijn broer stak met een 2de leger de Ierse Zee over, om zijn Broer te hulp te schieten.

Bruce propageerde voor een grote Keltische natie. Dit wordt bevestigd door een brief die Bruce aan de Ierse leiders heeft gestuurd waarin hij vermeldt dat ‘nostra nacio’ (onze natie) dezelfde taal, cultuur, gewoontes en geschiedenis had. Tot op zekere hoogte stonden de Ieren achter Bruces plannen, deze kreeg vooral steun vanuit Ulster. Het leger van Bruce behaalde de eerste jaren van de campagne succes na succes, maar bij de slag van Faughart werd Edward gedood. Dit bleek het einde van een vrij Ierland te zijn.

Tijdens Bruces regering vonden er ook politieke verschuivingen plaats, zo schreef hij in 1320 de Declaratie van Arbroath, waarin hij paus Johannes de 22e vroeg Schotland’s onafhankelijkheid te erkennen. In mei 1328 tekende Edward de 3de van Engeland pas het verdrag van Edinburgh-Northampton waarmee hij Schotland als onafhankelijke natie erkende met Robert the Bruce als koning.

Bruce stierf op 7 juni 1329 in Dunbarton. Het traditionele verhaal zegt dat hij aan melaatsheid stierf, maar dit is foutief, hij leed vermoedelijk aan een ingewandenziekte. Zijn lichaam is begraven in de abdij van Dunfermline. Bruces laatste wens was, dat zijn hart uit zijn lichaam zou worden gehaald en door James Douglas mee op kruistocht zou worden genomen, om in het Heilige Land begraven te worden. James Douglas gaf er gehoor aan, maar stierf in de oorlog tegen de Mooren. Het hart en James Douglas zijn beide terug gebracht naar Schotland en daar begraven.

Robert the Bruce had een grote familie. Naast zijn vrouw en kinderen had hij vier broers, Edward, Alexander, Thomas en Niall, vijf zussen, Christina, Isabel (koningin van Noorwegen) Margaret, Matilda en Mary. Zijn directe neven waren Donald, earl van Mar en Thomas Randolph 1ste earl van Moray. Naast zijn officiële familie had Bruce ook bastaards bij onbekende vrouwen. Onder zijn zonen bevonden zich sir Robert, Walter van Odistoun en Naill van Carrick. Zijn dochters waren Elizabeth, Margaret en Christina. Bruce werd opgevolgd door zijn enige erkende zoon David, als David de 2de van Schotland. Bruces dochter Marjorie trouwde Walter Stewart, 6de high Steward of Scotland, en kreeg een zoon, Robert. Deze werd na de dood van David als Robert de 2de de eerste Stewart koning van Schotland.

Zie ook:

John Balliol
Edward Bruce

Elizabeth de Burgh

De slag bij Bannockburn

 

 

 



Gesponsord door Celtic Webmerchant:

                   
    Jurk Morrigan
€ 58,20                 Keltische helm € 277,-      Ierse torque plat €18,90



copyright © 2011 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden.           Sitemap  Contact