![]() |
![]() |
||||
|
|
Kelten, Saksen en Vikingen
De Saksen gebruikten tijdens hun oorlogen de zogenaamde dubbele bijl. Deze wapens waren bijzonder zwaar en sommigen waren ermee in staat een paard te onthoofden. Verder maakten de Saksen gebruik van speren, bijlen en zwaarden en ter verdediging hadden ze een rond schild. Deze schilden werden in verschillende kleuren beschilderd om de zwakke plekken in het hout te verbergen. Hiermee konden ze een muur van schilden maken waarbij iedere soldaat zijn schild voor of achter zijn wapenbroeder plaatste, waardoor ze een ondoordringbare muur bouwden. Hij riep de hulp van de Saksische leider Hengist en zijn broer Horsa in. Samen versloegen ze de binnendringers, maar Hengist gaf aan dat hij meer Saksische mensen nodig had om de vijand buiten te houden. Dit accepteerde Vortigern, waarop negentien extra Saksische schepen landden ter versterking. Op een van deze schepen bevond zich Hengists oudste dochter en algauw had Vortigern een zwak voor haar. Hij trouwde haar en als bruidsschat gaf hij de Saksen de streek Kent. Langzaamaan verloor hij de controle over de situatie en kregen de Saksen de touwtjes steviger in handen. Er kwamen steeds meer Saksen om zich in Brittannië te vestigen en Vortigern werd steeds minder populair onder het volk. De voormalige High King of Ireland die wettelijk gezien de koning was, maar was afgezet, keerde met een leger terug naar Engeland en won de steun van de bevolking. Hierdoor werd Vortigern gedwongen naar Wales te vluchten. Feitelijke informatie hierover is niet te vinden, maar hij wordt herhaaldelijk in verhalen over koning Arthur vermeld.
De Saksen vormden ook een bedreiging voor de Schotse borders en laaglanden. Ondanks verzet vanuit Edinburgh heeft de Saksische cultuur zijn invloeden gehouden op deze Schotse gebieden. Aan het einde van de zesde eeuw bereikte een nieuwe invloed de Germaanse binnendringers - het christendom. Hoewel de Romeins-Britse kerk bleef bestaan en de Anglo-Saksen contact hadden met verschillende christelijke stromingen, had de kerk tot dan toe slechts bestaan in de Germaanse nederzettingen, aangezien het heidense Keltische geloof nog steeds veel aanhang had. Hier bracht de zending van paus Gregorius de Grote verandering in, veel Saksische leiders werden bekeerd. Dit had ook invloed op het Schotse Iona, waar al een tijdje een christelijke kerk was gevestigd. Koning Oswald van Northumbria werd bekeerd terwijl hij in ballingschap bij de Picten verbleef. Hij beval Aidan hierop het geloof te verspreiden, wat resulteerde in de bouw van het bekende klooster van Lindisfarne in 635. Hier werden ook de zogenaamde Lindisfarne Gospels gemaakt. In de achtste eeuw werd het Saksische koninkrijk Mercia steeds machtiger en het versloeg verscheidene keren de Northumbriërs en de West-Saksen, waarop oost-Anglia en Kent werden ingelijfd bij het koninkrijk. De Mercische heerschappij was op zijn toppunt onder koning Offa. Deze koning scheidde de Kelten uit Wales met de rest van Groot-Brittannië door een grote wal als grens te laten bouwen. Deze dijk staat vandaag de dag bekend als Offa’s Dyke. De Saksen wilden niets meer te maken hebben met de Kelten, die te zwak waren om hun oude land te heroveren. Het jaar 793 was een belangrijk jaar in de Britse geschiedenis. In dit jaar vond namelijk de eerste grote inval van de vikingen plaats in Groot-Brittannië, op het klooster van Lindisfarne om precies te zijn. In het volgende decennium werden er nog meer grote overvallen gepleegd aan de zuidelijke en de oostelijke kust van Engeland. Het grootste gedeelte van de rovers waren Denen In het eerste deel van de negende eeuw verlegden de vikingen hun aandacht naar Ierland en het noorden en westen van Engeland en Schotland, totdat de Denen in 835 een serie van invallen begonnen door heel Engeland heen. Deze overvallen bereikten hun hoogtepunt met het ‘Grote leger’ van 865, dat in een twaalf jaar lange campagne van Exeter tot Dumbarton trok en plunderde. Dit eindigde in een verdrag met de West-Saksische koning die de leider van de Denen de controle gaf over de helft van het land.
Aangezien bedreigingen van buitenaf nu tijdelijk waren uitgebannen, gebruikte koning Edgar na zijn troonbestijging in 959 de eerste achttien jaar van zijn regering om een staat proberen te vormen van de koninkrijken van Northumbria, Mercia, Oost-Anglia en Wessex. Hierbij kreeg hij vooral steun van zijn eoldermannen, de beheerders van de shires van zijn rijk. Uiteindelijk was de eenwording een feit en werd het huis van Wessex algemeen geaccepteerd als de koninklijke familie. Hoewel de heerschappij in sommige gebieden niet erg sterk was gevestigd, was die sterk genoeg om een overal geldend muntsysteem te maken. Aan het einde van de tiende eeuw, toen de vikingen weer aanvielen, was het koninkrijk van de Engelsen stevig gegrondvest. Deze nieuwe aanvallen begonnen onder de regering van Aethelred. Rond 980 hadden de viking-invasies van Wales zich uitgebreid naar zuidwest-Engeland. In dezelfde periode begonnen de aanvallen op Londen en het zuidoosten vanaf de Noordzee en Scandinavië. De jaren ’90 van de tiende eeuw werden gekenmerkt door de ondernemingen van grote legers onder leiding van Olaf, de latere Noorse koning, en Swein, koning van Denemarken. Aetheldreds antwoord op deze invallen was het benoemen van eoldermannen om strategisch belangrijke regio’s te besturen. Een aanval op Essex werd in 991 weerstaan door de lokale eolderman, Bryhtnoth, bij Maldon. Het jaar daarna verzamelde de Engelse vloot zich bij Londen en behaalde enkele successen tegen de Vikingen. Echter, de methodes van losgeld vragen, het betalen van Danegeld, geldsommen om niet geplunderd te worden, en bekering van de vikingleiders bleken in de loop van de tijd succesvoller te zijn. Er wordt geschat dat er tussen 990 en 1014 rond de 250.000 pond zilver als Danegeld aan de vikingen werd betaald, in combinatie met giften van voedsel, vee en andere rijkdommen om de vikingen ervan te weerhouden aan te vallen. Van 1003 tot 1006, en weer in 1013, leidde de Deense koning Swein verwoestende aanvallen op Engeland. Aetheldred probeerde de verdediging te regelen, maar dit was tevergeefs. Swein kwam in augustus 1013 naar Engeland en ontving de overgave van Northumbria, Lindsey en de vijf belangrijkste burchten in Derby, Leicester, Lincoln, Nottingham en Stamford. De capitulatie van Oxford, Winchester en zuiwest-Engeland volgde snel hierna. Uiteindelijk brak de laatste weerstaand tegen het einde van het jaar. Swein werd erkend als koning van Engeland en Aetheldred vluchtte naar Normandië.
Emma, de vrouw van Knut, werd regentes van Noorwegen voor hun oudste zoon, Swein. Haar regering was niet erg populair en nog voor Knuts dood werd ze uit het land gedreven en werd ze vervangen door Magnus, zoon van Olaf.. Aan de andere kant van de Noordzee bleven rond 1025 weinig van Knuts eorls over. Aan het einde van zijn regering waren het er nog maar drie, een oud-Engelse aristocraat, Leofric van Mercia, een Engelsman die Godwin van Wessex heette en getrouwd was met een Deense, en een Deen, Siward van Northumbria, die in het huwelijk was getreden met een Engelse vrouw. Knuts koninkrijk stortte na zijn dood in 1035 ineen. De rebellie van Magnus van Noorwegen leidde tot de lang verwachte oorlog tussen Noorwegen en Denemarken en zorgde ervoor dat Knuts erfgenaam Hardaknut de zee niet over kon steken. In zijn plaats ging zijn halfbroer Harold, eerst als regent en daarna als koning. Na Harolds dood in 1040 werden beide koninkrijke weer verenigd, om na twee jaar weer uiteen te vallen toen Hardaknut stierf. Nu keerde Engeland terug op het op het oude, west-Saksische spoor. Tijdens de korte regeringen van Knuts zonen waren machtige dynastieën opgestaan in Engeland en een daar van was de familie van earl Godwin.
Swein Godwinson werd, na de ontvoering en verkrachting van de abdis van Leomister en de moord op zijn neef Beorn, verbannen, maar later weer teruggeroepen. Ook Godwin zelf werd in 1051 met zijn familie verbannen, maar het jaar daarna ondernamen Godwin en zijn familie een geslaagde terugkeer, waarbij ze de koning dwongen hun landerijen en titels weer terug te geven. Godwin stierf in 1053 en werd opgevolgd door zijn zoon Harold als eorl van Wessex, die het eorldom van oost-Anglia dat hij eerder had ontvangen, doorgaf aan Leofric van Mercia. Toen in 1057 zowel Leofric van Mercia en eorl Ralph van Hereford stierven, voegde Harold Hereford bij het eorldom van Wessex, Gyrth Godwinson ging oost-Anglia leiden en Leofwine Godwinson ontving een eorldom in oostelijk Mercia. Vanaf die tijd was Harold de daadwerkelijke heerser van Engeland. Zijn campagnes tegen de Welshmen, waarbij noord-Wales veroverd werd, vergrootten zijn aanzien en door tijdgenoten werd hij beschreven als subregulus, onderkoning, en dux Anglorum, leider van de Engelsen.
Harold wachtte bij het Kanaal van mei tot september. Als William zou landen waar Harold hoopte, dan zou hij een warm ontvangst krijgen en zou zijn invasie herinnerd worden als een van de vele veldslagen die waren gevoerd in dat jaar. Maar William had geluk: de richting van de wind dwong zijn vloot in de haven te blijven, totdat de voorraden van het Engelse leger uitgeput waren. In september ontbond Harold zijn leger en ging naar Londen, waar hij hoorde dat de Noren waren geland in Yorkshire. Binnen twee weken richtte hij een nieuw leger op en hij marcheerde van Londen naar York. Voor zijn aankomst daar ontmoetten de legers van Edwin en Morcar de troepen van Harald Hardrada elkaar in een veldslag ongeveer
Toen Harold het traditionele overwinningsfeest vierde, arriveerde het nieuws dat Willem was geland bij Pevensey in de morgen van 28 september. Opnieuw was Harold vol energie; binnen 13 dagen herstelde hij de rust in het noorden, marcheerde hij de 305 kilometer terug naar Londen, ronselde daar een nieuw leger en trok nog 80 kilometer op naar een punt dat vlakbij Hastings ligt, waar de Normandiërs hun kamp hadden opgeslagen. Harold werd hierdoor beschuldigd van roekeloze en impulsieve haast, en de meeste geschiedschrijvers zijn het erover eens dat hij met een kleiner leger dan nodig was, vocht. Het is niet zeker waarom hij ervoor koos te vechten. Het is mogelijk dat hij zo snel mogelijk een gevecht wilde aangaan, voordat het onder zijn mannen bekend werd dat Willem een pauselijke banier droeg en dat het vechten tegen hem excommunicatie betekende. Hij zou ook geprobeerd kunnen hebben om Willem bij verrassing aan te vallen, wat drie weken daarvoor had gewerkt. Wat de reden ook was, de Normandische verkenners waarschuwden op 14 oktober 1066 over de Engelse opmars en het waren de Engelsen die bij verrassing werden genomen. Er wordt algemeen aangenomen dat elk leger bestond uit ongeveer 7.000 man, maar het aantal kan lager geweest zijn. In het Engelse leger marcheerden mogelijk rond de 4.000 Thengs en Húskarls, Saksische infanterietroepen, en 2.500 rekruten die waren geronseld tijdens de mars door de graafschappen. De Normandiërs hadden misschien 5.000 man infanterie, inclusief boogschutters, en rond de 2.000 ridders te paard op het veld staan. Deze cavalerietroepen waren nieuw voor de Saksen, die alleen infanterie kenden. De Engelsen sloegen positie op bij een heuvel vlakbij Hastings en wachtten op de Normandiërs om hun eerste beweging te maken. De Húskarls vormden met hun lange bijlen mogelijk de eerste lijn, met de lichter bewapende rekruten achter hen. De Normandiërs deden verschillende aanvallen die allemaal teruggeslagen werden. Willem probeerde de boogschutters te gebruiken om de muur van schilden te breken, maar dat bleek ineffectief. De doorbraak van de Normandiërs kwam toen de Bretonse cavalerie vluchtte, terwijl op hetzelfde moment het gerucht over Willems dood de ronde deed in beide kampen. De Saksische rechterflank brak en jaagde de cavalerie na, in de gedachte dat ze hadden gewonnen. Willem was echter niet dood, verzamelde zijn troepen en sneed de optrekkende Saksen de pas af, waarna deze werden afgeslacht. Daardoor werd de mogelijkheid geboden om wat van zijn cavalerie op de heuveltop te plaatsen en zo de vijand op gelijke hoogte te bevechten. De Engelse schildenmuur bleef bestand tegen de herhaaldelijke aanvallen van de Normandische ridders en de boogschutters tot de dood van Harold bij zonsondergang. De Engelse overlevenden vluchtten de bossen in en de dag behoorde Willem toe. Zo eindigde het koninkrijk van de Engelsen, nog steeds stamt echter de Engelse bevolking voor een groot deel af van de Saksen. Zie ook:
Het koninkrijk Dublin Celtic Webmerchant:
|
||||
![]() |
|||||
|
copyright © 2008 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden. Sitemap Contact |
|||||