Sint David

David (Dewi, Dewid) leefde tijdens de periode die ook wel de gouden eeuw van het Keltisch christendom genoemd wordt, toen veel mannen van adel, zelfs koningen, prinsen en stamhoofden, ervoor kozen om hun privileges op te zeggen en het monastieke leven te gaan lijden, kapellen en kerken te bouwen en door het platteland te reizen om daar het evangelie te prediken. St. Cadoc stichtte het grote klooster van Llancarfan, st. Illtyd, eerst soldaat, werd mysticus en legde de grondvesten van de abdij van Llantwit, waar de traditie hem verbindt met sir Galahad. Maar de Welshe legenden zeggen dat de grootste van hen st. David was, de neef van Cadoc en de leerling van Illtyd, geboren bij Henfynw in Cardigan, geschoold in Carmarathen en degene die het klooster van Menevia stichtte in de plaats die zijn naam draagt.

Vrijwel alle informatie die we over David hebben is gebaseerd op de 11de eeuwse biografie die is geschreven door Rhygyfarch. Omdat er ongeveer 500 jaar tussen Davids leven en het schrijven van deze biografie zit en omdat Rhygyfarch de reputatie heeft controversiële kerkelijke motieven te bezitten, is het niet duidelijk wat van de geschiedenis van Davids leven feit of fictie is.

Er is geen zekerheid over de gegevens van het leven van st. David, behalve dat we weten dat hij inderdaad bestaan heeft. Zijn vader was koning Xantus, een prins van Cardigan in het uiterste westen van Wales. Het jaar van zijn geboorte is geschat tussen 454 en 520. Sommige bronnen vermelden dat zijn moeder, st. Non, of st. Nonna, een non van nobele geboorte was die door koning Xantus verkracht werd, nadat deze haar had gezien en verblind was door haar schoonheid en zijn lust. David werd tijdens zijn vroege kinderjaren in haar klooster opgevoed. Enkele versies van het verhaal vertellen dat Non en Xantus vlak voor of vlak na Davids geboorte trouwden, maar alle verslagen zijn het erover eens dat Non haar zoon met zorg liet opgroeien in het christelijke geloof vanaf zeer jonge leeftijd, en veel van zijn goede karaktertrekken die David ontplooide tijdens zijn leven worden toegewezen aan Nons vroege invloed. Verdere legenden gaan dat Non de nicht van koning Arthur was en dat ze de rest van haar leven doorbracht in een klooster in Bretagne.

Als een jongvolwassene werd David een paar jaar onderwezen door de blinde monnik st. Paulinus, de leerling van st. Germanus van Auxerre, in een klooster dat Hen Fynyw werd genoemd en op een onbekend eiland lag. David werkte als zendeling en grondvestte twaalf kerken en meer dan vijftig kerken van Croyland tot Pembrokeshire. Het laatste klooster daarvan is het beroemdst, op de eenzame plek van Mynyw (Menevia) in het zuidwesten van Wales. Davids orde bij Mynyw stond bekend om zijn extreme ascese, het onthouden van al het wereldlijke genot, dat deels was afgeleid van de leer van de Egyptische monniken. De regels waren streng: de broeders aten maar een maaltijd per dag van brood, groenten en zout en ze dronken alleen water, dat af en toe vermengd werd met een beetje melk. David en zijn monniken hielden ook verschillende keren per jaar vasten, die vaak meerdere dagen duurden. Hoewel ze eens stille orde waren, met lange uren van ononderbroken stilzwijgen, stopten ze nooit met hun gebeden, zelfs niet wanneer ze aan het werk waren. Hun dagen waren gevuld met hard handenarbeid en geen ploeg werd hiervoor gebruikt. ‘Elke man zijn eigen os,’ zei st. David vaak. Naast landbouw waren David en zijn broeders ook in andere praktische bezigheden bedreven, zoals het houden van bijen. De monniken zorgden ook voor gastvrijheid voor vele pelgrims en reizigers die onderdak nodig hadden en voor lokale armen, die ze voedden en kleedden.

David volgde zelfs nog een rigoureuzere discipline dan zijn monniken. Tot ver na de vespers, wanneer de anderen naar bed waren gegaan, bleef hij vaak zitten om de hele nacht door te bidden. Er wordt gezegd dat David alleen brood en kruiden at – wellicht waterkers, dat vaak werd gebruikt in die tijden. Ondanks dit magere dieet was hij lang en fysiek sterk. Hij stond bekend om zijn lange vasten, waarbij hij niets dronk dan water voor verscheidene dagen, en hij werd David de Waterman of David de Waterdrinker genoemd. Soms ging hij tot aan zijn nek in het water staan als boetedoening en reciteerde hij de Bijbel. Deze associatie met water wordt ook genoemd in zijn functie als geestelijke, als zendeling wordt er gezegd dat hij ‘veel fonteinen opende in droge plaatsen.’ Ondanks zijn extreme zelfonthouding was hij liefhebbend en vrolijk en was hij een aantrekkelijke en overredende prediker. Hij werd zo bewonderd voor zijn sterke karakter en toegewijde aanbidding, dat het niet verwonderlijk is dat na de dood van de aartsbisschop van Wales, hij werd voorgedragen als zijn opvolger.

Wellicht de bekendste gebeurtenis in Davids leven heeft plaatsgevonden bij de synode van Llanddewi Brefi. Deze grote kerkvergadering, die rond 550 in Cardiganshire werd gehouden, werd bijgewoond door duizend leden van de katholieke kerk, maar David, die zich niet bezighield met tijdelijke zorgen, bleef in zijn klooster van Mynyw. De aanwezigen van de synode stonden er echter op dat hij zou komen. David weigerde eerst, maar kwam uiteindelijk met grote tegenzin toch. Zo groot was de menigte en hun opwinding, dat de stem van de oude aartsbisschop st. Dubricius nauwelijks gehoord kon worden toen hij David aanwees als zijn opvolger. Toen David opstond om te spreken, riep iemand: ‘We zullen hem niet kunnen zien of horen!’ Volgens de legende gebeurde er toen een wonder, en de grond rees op totdat iedereen David kon zien en horen, en een witte duif ging op zijn schouder zitten als teken van gods gratie en zegen. In de kunst wordt st. David dan ook vaak afgebeeld als bisschop, met lang haar en een baard, en een duif op zijn schouder.

Hij is de beschermheilige van Wales en van dichters. Omdat hij geboren is uit een verkrachtte en ongetrouwde moeder is hij voor sommigen belangrijk geworden in de antiabortusbeweging. Niemand lijkt te weten wat de associatie is tussen st. David’s day, dat op 1 maart wordt gevierd, en preien is, zoals die is genoemd in Shakespeares Henry V, maar het is vandaag de dag nog steeds in veel delen van Wales de gewoonte om op st. David’s day om preibouillon te drinken en prei en narcissen te dragen.

Er wordt gezegd dat David langer dan 100 jaar leefde. Zijn laatste woorden tegen zijn volgelingen waren tijdens een preek op de zondag voordat hij stierf: ‘Weest vrolijk en houdt jullie vertrouwen en jullie geloven. Doet de kleine dingen die jullie mij hebben zien doen en over gehoord hebben. Ik zal het pad lopen dat onze vaderen voor ons hebben betreden.’ ‘Doet de kleine dingen’ (‘Gwnewch y pethau bychain’)  is vandaag de dag een zeer bekende zin in het Welsh en een inspiratie voor velen. David stierf bij Mynyw en zijn lichaam werd begraven op de grond van zijn klooster in Pembrokeshire, waar tegenwoordig de kathedraal van st. David staat. Schattingen over het jaar van zijn dood variëren van 560 tot 601.

Zie ook:
Keltisch christendom
St. David

Book of Kells

St. Patrick

 

 

 



Gesponsord door Celtic Webmerchant:

                 
Keltische torque € 24,-                          Romeins schrijfgerei 28,90                           Keltische helm € 277,-


copyright © 2011 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden.           Sitemap  Contact