Sint Petroc


Pedrog of Petroc werd rond 468 geboren als jongere zoon van koning Glywys Cernyw van Glywysing, een Zuid-Welsh koninkrijk, en is samen met st. Piran en st. Michael beschermheilige van Cornwall. Na zijn vaders dood vroegen de mensen van Glywysing aan Petroc om de troon van een van de delen van hun land te bestijgen net als zijn broers, maar Pedroc wilde een religieus leven leidde en verliet Cornwall om met een paar volgelingen in Ierland te gaan studeren.

Enige jaren later keerden zij weer terug in Brittannië en landden op de kust van de rivier Camel in Cerniw (Cornwall). Ze werden door st. Samson naar de kluis van st. Wethnoc die, toen hij Petrocs vroomheid zag, hem een cel wilde geven, als Petroc de plaats waar hij woonde naar zijn eigen naam wilde noemen. Dat deed Piran, hij noemde de plek Llanwethinoc, nu heet deze Padstow. Petroc stichtte een klooster daar en nadat hij dertig jaar er had gewoond, besloot hij via Bretagne een pelgrimage te maken naar Rome. Op de terugkeer van zijn reis begon het, net toen hij Newton St. Petrock, in Devon, bereikt had, te regenen. Petroc dacht dat de bui snel over zou gaan maar de regen hield drie dagen lang aan. Als boetedoening voor zo’n ijdele veronderstelling keerde Petroc terug naar Rome, reisde naar Jeruzalem en vestigde zich in India, waar hij zeven jaar lang op een eiland in de Indische Oceaan leefde.

Petroc keerde uiteindelijk terug naar Brittannië, maar is wellicht verder gegaan met een pilgrimage naar Ynys Enlii, het Welshe eiland Bardsey, terwijl hij ondertussen kerken stichtte in St. Petrox, Dyfed, en Llanbedrog, Lleyn. Toen hij terug was in Cerniw was, versloeg hij met de hulp van st. Wethnoc en st. Samson een machtige slang die koning Teudar van Penwith gebruikt had om zijn vijanden te verslinden. Nadat dit gedaan was, keerde hij terug naar zijn klooster bij Llanwethinoc om als een kluizenaar te leven in de bossen bij Nanceventon (Little Petherick). Sommige van zijn monniken volgden zijn voorbeeld bij Vallis Fontis (St. Petroc Minor). Het was tijdens zijn leven in de wildernis dat een opgejaagd hert zijn toevlucht zag in st. Petrocs cell. Petroc beschermde het dier tegen de jager, koning Constantijn van Dumnonia, en slaagde erin hem te bekeren.

Petroc trok later nog dieper het Cornishe platteland in, waar hij st. Guron vond die in een nederige cel leefde. Guron gaf zijn kluizenaarschap op en reisde zuidwaarts, waarbij hij Petroc toestond om een tweede klooster te stichten op de vraag van koning Constantijn, Bothmena (Bodmin – het verblijf van de monniken). Petroc stierf uiteindelijk in 564 in Treravel, terwijl hij op reis was tussen Nanceventon (Little Petherick) en Llanwethinoc. Hij werd in de laatste plaats begraven. De monniken trokken later met zijn overblijfselen naar Bothmena, waar zijn relikwieschrijn vandaag de dag nog steeds zichtbaar is.

Zie ook:
St. Patrick
St. Columba

St. David

Keltisch christendom

St. Patroc

Celtic Webmerchant:

 

Rianne Lampers - Het duistere pact € 15,70

 

Overkleed ‘Tempelier’
€ 43,65


Goden van Wales Snowdonia (canvas 40 x 60 cm)
€ 41,95

 

copyright © 2008 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden.           Sitemap  Contact