Het zwaard,
meer dan een wapen alleen

Oakeshott type XIV
1275-1340 n.Chr Type XIV is het laatste
zwaard in Oakeshotts typering die valt onder de groep die is bedoeld om
maliën te doorboren. Hij heeft een korte, brede en puntige kling die
vanaf de pareerstang sterk taps toeloopt. De doorsnee is vrij plat en
heeft soms een kleine middenrib. De bloedgoot loopt ongeveer tot de
helft van de kling en is redelijk breed, maar bij meerdere bloedgoten
zijn ze smal. De grip is 9,5 tot 11,5 cm lang en een dik gedeelte van de
kling loopt door tot de pommel, waarbij de bloedgoot ook nog voor een
deel doorgaat. De pommel is altijd rond, soms breed en plat. De
pareerstang is vrij breed en vaak gebogen. De kling meet 66 tot 84 cm. Type XIV heeft een
functionele punt en is door zijn brede kling zowel geschikt om te slaan
als om te steken.
Zwaarden van type XIV waren populair tussen 1270 en 1340, maar er zijn
weinig overblijfselen van gevonden. Rond de 80% van de graftombes van de
Engelse ridders die in deze tijd zijn begraven, tonen een zwaard van dit
type. Ook zijn er afbeeldingen te vinden op graftombes in de rest van
Europa en in de Maciejowski bijbel. Het zwaardtype is ontwikkeld door de
vooruitgang in de leren en stalen bepantsering.
Terug naar
zwaardtyperingen
|
|