|
Vikingstenen op het eiland Man
Het
eiland Man, vaak een vergeten kind in de Keltische familie, bezit een
enorme geschiedenis. Ooit was het Keltisch-Scandinavische koninkrijk dat
vanaf dit eiland werd geregeerd machtiger dan de Engelse buren. Deze
cultuur liet zijn sporen na die niet alleen belangrijk zijn voor de
geschiedenis van het eiland, maar ook om de gehele Gaelic cultuur en
samenleving te begrijpen. In dit artikel zullen we ons hoofdzakelijk
richten op de beeltenissen die de Vikingen op Man net als op veel van de
andere eilanden hebben achtergelaten. De graveringen in steen vertellen
ons veel over hoe de Vikingen eruit zagen, wat hun kunststijlen waren en
hoe zij zichzelf plaatsten in een wereld vol mythologie en religieuze
veranderingen.
In 793 werd het Noord-Engelse klooster van Lindisfarne geplunderd door
een opkomende cultuur, de Vikingen staken de zee over om de Britse
eilanden te plunderen. Al snel werd dit plunderen koloniseren en
daaropvolgend handel drijven. Al waren de Vikingen nooit één macht, er
ontstond een machtsblok zoals het tot aan de tijd van het Romeinse rijk
niet meer in Europa was gezien. Het eiland Man lag in het centrum van
dit nieuwe ''rijk''. Met kolonies in Wales en Ierland en op de Shetland
-, Orkney eilanden en de Hebriden was de Ierse zee tussen de 10de en
11de eeuw hoofdzakelijk een Viking-zee. Ook was deze zee de fundamentele
snelweg vanuit Scandinavië naar het vaste land van Europa. Wijnen en
olie werden langs Cornwall via Dublin en het eiland Man, langs de
Hebriden, Orkneys en Shetlands, langs de Faeröereilanden naar Noorwegen,
Zweden en IJsland getransporteerd. Voer men verder, dan kwam men in
Groenland of zelfs verder in Canada terecht, zo groot was het netwerk
van zeeroutes die de Vikingen beheersten. In ruil voor wijn en olie werd
veel bont, ivoor en slaven met de Franken verhandeld. Zo ontstond er een
netwerk dat tot aan de 16de eeuw een grote rol in de Europese
geschiedenis zou spelen. Het grote probleem was: Er was nooit één macht.
De vloten die soms uit meer dan 100 schepen konden bestaan waren van de
talloze koninkrijken zoals Dublin, Jorvik, of het koninkrijk van Man. De
meeste informatie die we van deze 10de eeuwse koninkrijken weten komt
uit archeologische opgravingen en het eiland Man geeft ons de grootste
variatie in Viking vondsten van geheel Groot-Brittannië.
Net als de Picten en Ieren lieten de Vikingen van de Ierse zee
tientallen inscripties en afbeeldingen achter die zijn vereeuwigd in
steen. Wat deze inscripties betekenen is vaak onbekend, maar duidelijk
is dat ze belangrijk genoeg waren om kosten nog moeite te besparen en ze
in steen te vereeuwigen. Ze bieden ons een beeld van de wereld waarin ze
leefden en hoe ze zichzelf zagen. Ondanks dat de Scandinaviërs in hun
thuisland veel gebruik maakten van gegraveerde houten palen die op
toppen van heuvels werden geplaatst is hier op het eiland Man geen
aanwijzing voor. De traditie van gegraveerde
stenen
is duidelijk niet Scandinavisch. In zijn totaliteit zijn er erg weinig
Scandinavische gegraveerde stenen van voor de Vikingperiode
teruggevonden, met als uitzondering die op het Zweedse eiland Gotland.
Toen de heidense Vikingen zich op de Britse eilanden begonnen te
vestigen en zich langzaamaan tot het Christendom bekeerden namen ze de
tradities van de Christelijke Kelten over. Veel van de Scandinavische
staande stenen zijn grafstenen en kruismotieven. Op het eiland Man werd
de voorkeur gegeven voor het zachte zandsteen dat veel op het eiland te
vinden is. Het kruis (krus) was het meest populair en kon zowel voor één
persoon als ook ter verering van een hele familie worden opgericht. Veel
van de kruismotieven die de Vikingen gebruikten zijn afgeleid van de
kruisbeelden die door de Ieren en bevolking van Man werden gebruikt.
Daarnaast bevatten veel stenen het runenschrift dat ons een indicatie
geeft dat de stenen hoofdzakelijk waren opgericht als grafmonumenten. De
ornementen op de meeste stenen zijn duidelijk in de stijl van de
nieuwkomers. Er zijn geen stenen teruggevonden in heidense
grafmonumenten en alle stenen die zijn teruggevonden lijken op
begraafplaatsen te hebben gestaan die ook voor de komst van de Vikingen
werden gebruikt. Waarschijnlijk zijn er ongeveer 70 van dit soort stenen
op het eiland Man. Vrijwel alle stenen zijn beschadigd door corrosie.
Tegenwoordig maken de stenen een grijze grimmige indruk, maar onderzoek
wijst uit dat sommige van de stenen mogelijk beschilderd waren. De
Vikingen gebruikten bij het beschilderen van hun monumenten
hoofdzakelijk de kleuren rood en zwart, maar ook wit lijkt te zijn
gebruikt. De meeste stenen kunnen naar aanleiding van hun ornamenten
worden gedateerd als 10de eeuws. De stenen die geen ornamenten bevatten
kunnen worden gedateerd door de manier waarop het kruis staat afgebeeld.
Bij voorbeeld kan de stijl van de steen bij Lonan worden herleid naar
dezelfde kunststijl als die op de steen van Kirk Braddan. Sterker nog,
de diameters van de bovenkanten van de kruizen zijn exact dezelfde.
Waarschijnlijk werden ze door dezelfde persoon gemaakt. De steen bij
Rushen is vier meter groot en is daarmee de grootste van de
Vikingstenen. Ook de ornamenten van deze steen zijn door corrosie
volledig weggevaagd. De kleinste van de stenen is nauwelijks een meter
groot.
Ornamenten
Net
als op de Ierse en Pictische stenen staan er op de Vikingstenen enorm
veel ornamenten afgebeeld. De knoopmotieven en dieren worden als
typerend in de Viking kunststijl gezien. In praktijk ontlenen deze
stijlen veel uit de La Téne periode waardoor de Germaanse cultuur sterk
werd beinvloed. Wat de ornamenten precies betekenen was waarschijnlijk
zelfs voor de maker van de stenen al onbekend. De ornamenten worden
veelal gebruikt om lege ruimtes op te vullen tussen de verschillende
figuren die op de steen staan afgebeeld. De op de Vikingstenen gebruikte
ornamenten worden beinvloed door de Ierse kunststijl die rond deze tijd
één van de meest dominante kunststijlen van de Britse eilanden was. De
ornamenten op de stenen wijzen naar vier verschillende
Vikingkunststijlen. De Borre stijl is de meest dominante kunststijl van
de eilanden. Deze stijl bevat o.a. de ringende motieven die over de hele
steen lopen. De steen bij Kirk Michael is een goed voorbeeld van deze
kunststijl. De tweede stijl is de Jellingen stijl, deze kan worden
teruggezien in het kruis van Malew maar komt vrij weinig voor op het
eiland. Hij is te herkennen aan zijn dierenmotieven met dubbele
contouren. Stenen in deze stijl komen uit 910 tot 960 n.Chr. De
Mammenstijl kan het best worden gezien op de steen van Bradden. Deze
stijl kan worden herkend aan de dieren en hun bladvormige contouren.
Rond het eind van de tiende eeuw werd de Mammenstijl opgevolgd door de
Ringerike en de Jellingenstijl. Slechts enkele elementen van deze
kunststijl kunnen in de kruizen van Man worden herleid.
Christelijke afbeeldingen
Het
is onbekend hoe de bekering van de Vikingen tot het Christendom in zijn
werk ging. Er is geen bewijs hoe de verhouding was tussen de heidense
Vikingen die zich op de eilanden vestigden en de kerk. De veranderingen
in de begrafenisrituelen rond de 2de helft van de 10de eeuw geven ons de
indruk dat rond deze tijd de Viking gemeenschap grotendeels moet zijn
overgegaan naar het Christendom. Uit deze tijd stammen ook een groot
aantal gegraveerde staande kruizen. Het eiland Man vertoont daarmee als
eerste de bekering van de Vikingen naar het Christendom. De kruizen
bevatten soms zowel heidense als Christelijke taferelen. Deze trend
bestond enkele eeuwen eerder ook al bij de Pictische stenen rond de tijd
dat zij zich tot het Christendom bekeerden. Anderzijds wordt van de
daarop volgende periode op de Britse eilanden nog veelvuldig bewijs
gevonden van nieuwe heidenen die zich op de eilanden vestigden. Dit
waren waarschijnlijk hoofdzakelijk Vikingen uit IJsland die ook hun
priesters meebrachten. Of dit ook op het eiland Man het geval was is
onbekend. Of de bekering tot het Christendom vreedzaam ging of gedaan
werd vanwege economische redenen voor de handel met Christelijke
gebieden is onbekend. Wat we wel weten is dat in de 2de helft van de
10de eeuw een grote verandering van de begrafenisrituelen plaatsvond en
dat de staande kruizen een duidelijke indicator zijn van het belang dat
de Vikinggemeenschap aan het Christendom hechtte. Sommige kruizen op het
eiland dateren van een late Vikingperiode en geven de indruk dat de
traditie van de staande kruizen net als in Ierland en Schotland doorging
tot na de Vikingperiode. De meeste van deze kruizen zijn rechter en
gedecoreerd met minder gecompliceerde motieven.
Mythologische afbeeldingen
Op de stenen word vaak verwezen naar de Vikingmythologie die ook tijdens
het Christendom een belangrijke rol bleef spelen. Ruiters kunnen
mogelijk de reis van de krijgers naar Valhalla symboliseren.
Dieren
Onopvallend zitten er zelfs Pictische trends in de stenen, zo worden de
losse dierenfiguren op een vrijwel Pictische manier afgebeeld. Er worden
jachttaferelen afgebeeld waarin herten worden opgejaagd door jagers met
honden. Veel andere dierlijke motieven zijn net als in andere voorwerpen
van de Vikingkunst in de knoopmotieven verwerkt.
Runen
In totaal zijn er 21 stenen met runen in het gebied van de Ierse zee
gevonden, 40 in Noorwegen en in totaal 30 op het eiland Man. Dit geeft
duidelijk weer hoe belangrijk het eiland voor de Vikingen moet zijn
geweest. De families op het eiland waren uitermate rijk en konden zich
ook dergelijke grafmonumenten veroorloven. De runen die op in stenen
staan gegraveerd zeggen ons veel over waarom de steen is opgericht en
door wie. Op enkele stenen uit ca 925-950 n.Chr staat in de inscriptie
aangetoond dat Gautr deze steen heeft gemaakt en alle andere stenen op
Man ook. Tegenwoordig gaan we er vanuit dat Gautr alleen de stenen heeft
gedecoreerd, maar niet de inscripties heeft gemaakt. Op een andere steen
met een vergelijkbare inscriptie worden de runen anders geëtst waaruit
we kunnen opmaken dat het hierbij om een andere persoon gaat die de
runen heeft geplaatst. Het is mogelijk dat dit de Zweedse kroniek daarin
bevestigt dat de runen etser en de runenmeester twee verschillende
personen waren. De steen van Maghold bevat aanwijzing in de inscriptie
dat een man die Heoinn heet de steen heeft opgericht ter herdenking aan
zijn dochter en dat Arni de runen heeft geëtst. De meeste van de stenen
bevatten een dergelijke inscriptie waarbij de voornaam van de opricher
wordt genoemd en zijn relatie met de persoon waarvoor de steen is
opgericht. In de runen kan een duidelijk Deense invloed worden gezien.
De letter E is aan het schrift toegevoegd terwijl deze pas rond 1000 in
het Noorse runenschrift werd geïntroduceerd. Deze Deense invloed kan
mogelijk verwijzen naar de groeiende macht die de Denen rond de 11de
eeuw in Engeland hadden. Op dezelfde steen staat een Vikingschip,
mogelijk is dit er later door graffiti bij gezet. Eén steen Maughold 145
is speciaal opvallend omdat hij zowel runenschrift als het Ierse ogham
schrift bevat. In runen staat op de steen: Juan priester heeft deze
runen opgericht, daarop volgt het runenalfabet. In het ogham staat
eronder BLFSNHDTCQ. Een andere opmerkelijke vermelding dat Gautr, de man
die alle stenen van Man zou hebben opgericht van Kuli komt. Een typisch
Keltische plaatsnaam die mogelijk wijst naar een eiland ergens bij de
Hebriden of aan de Ierse oostkust. Minstens zeven vrouwen worden in de
runen herdacht. En de runen wijzen uit dat huwelijke tussen de Viking en
Keltische gemeenschap veelvuldig voorkwamen. De Viking Malymkun richtte
een steen op voor zijn pleegdochter met een typisch Gaelic naam Dufgal.
Zij was getrouwd met een man die de Noorse naam Apisl droeg. De steen
van Braddan 135 vermeld een vader met een Gaelic naam en een zoon met
een Noorse naam. De smid Aqakan ( Aedhacán) en zijn zoon Melbrigte (
Máelbrigte) hebben beiden Gaelic namen.
Mensen
Of
het nu gaat over beeldtenissen van Christus of over een gewone soldaat
die op de stenen staat afgebeeld, allemaal vertellen ze een verhaal over
hoe de mensen uit de 10de tot 11de eeuw eruit zagen. De steen Rushen 61
geeft ons een beeltenis van Christus aan het kruis en een soldaat met
een speer naast hem. Beiden lijken ze een duidelijke klederdracht te
dragen die we ook op de Pictische en Ierse stenen waarnemen. De typisch
Keltische klederdracht lijkt al snel te zijn overgenomen door de
nieuwkomers. De lange tuniek (léine) en de grote mantel er overheen (brath)
staat op deze steen duidelijk afgebeeld in combinatie met een speer
waarvan de punt duidelijk Scandinavisch is. De mantels zijn gedecoreerd
met motieven, waarschijnlijk om hem extra rijk te doen lijken. Zowel
Christus als de soldaat hebben lang haar en een baard. Ook de steen
Michael 123 doet ons sterk vermoeden dat de figuren gekleed zijn zoals
de Keltische bevolking. Hierbij gaat het vermoedelijk om een vrouw die
een lange jurk draagt. Beide zeiden van Andreas 128 bevatten een
gestyleerde afbeelding van een persoon. Mogelijk wijst dit naar de oude
Scandinavische mythologie, een man met een raaf op zijn schouder en aan
de andere kant van de steen een smid. De smid draagt een broek die sterk
lijkt op de broek die in Thorsberg is teruggevonden. Een vergelijkbaar
16de eeuws exemplaar is ook in Ierland teruggevonden.
Zie ook:
Keltische kunststijlen
Pictische kunst
De gundestrup ketel
Dierensymbolen
Abstracte symbolen
Bronnen:
- D. Grifiths, Vikings of the Irish Sea, (Gloushestershire,
2010)
- D. M. Wilson, ''The Vikings in the Isle
of Man, (Aarhus 2008)
|