Huwelijk en vrouwen in het Oud-Iers recht

Het huwelijk, vrouwen en kinderen vormt een uniek deel van de oud-Ierse samenleving. Tegenwoordig is het een geliefd onderwerp te bediscussiëren  over hoe vrouwen in de Keltische samenleving werden behandeld en welke plaats zij bekleedden in de maatschappij. In dit artikel zullen we ingaan op wat het Oud-Ierse recht over huwelijk, vrouwen en kinderen vermeldt.

Er zijn verschillende aanwijzingen van vrouwen die in zowel de vroegere Keltische als de latere Oud-Ierse samenleving hoge functies bekleedden. In de Ierse mythologie hebben vrouwen vaak een belangrijke en soms agressieve rol. In de Táin bó Cúailnge (de runderroof van Cooley), was koningin Medb de werkelijke leider van Connacht en niet haar man Ailill. In Serglige Con Culainn slaan twee in het groen geklede vrouwen de held Cú Chulainn bijna dood. In de praktijk lijkt het er echter op dat de werkelijke macht van de vrouw beperkter was dan in de verhalen. De kronieken vermelden geen vrouwelijke militaire leidsters en het lijkt onmogelijk in de erfwetten om een vrouw als koningin uit te roepen. Een stuk in het oud-Iers recht, Bretha Crólige vertelt over een aantal vrouwen die relatief hoge functies in de túath (stam) bekleedden. Het verwijst onder andere naar ‘de vrouw die de stroom der oorlog tegenhoudt.’ Dit kan verwijzen naar een militaire leidster of naar een vrouwelijke geestelijke, die door middel van bidden en offers de wandaden van de oorlog compenseert.

De triaden van Ierland bieden ons een betrouwbaarder beeld van de positie van de vrouw in Ierland. Huiselijk werk, deugden en dingen maken in huis waren typische goede eigenschappen van vrouwen. Triade 180 somt op dat zwijgzaamheid, deugdelijkheid en het goed onderhouden van het huis de dingen zijn die een vrouw sieren. Vreemdgaan, diefstal en illegale satire werd bij vrouwen als zware misdaden gezien. Aan de andere kant is de vrouwelijke schoonheid een onderwerp dat veelvuldig in de mythen wordt vernoemd. In praktijk kwam het er waarschijnlijk op neer dat de vrouwen de baas van het huis waren, net als een steward van de hofhouding van een heer. De vrouw organiseerde alles, verzorgde de kinderen, maakte het eten, bakte net als de man brood, verstelde kleding en o verder. Triade 88 vermeldt dat de drie meest glorieuze bezittingen een mooie vrouw, een goed paard en een snelle hond zijn. 

Soorten huwelijk

De meeste wetten over de vrouw hebben betrekking op het huwelijk. Dit was minder zwart-wit dan in veel andere culturen rond deze tijd. Het huwelijk was erg belangrijk en is het onderwerp van een geheel eigen wetstekst, Cáin Lánamna (de wet van de koppels). Er zijn negen vormen van ‘trouwen’, of eigenlijk eerder van seksuele gemeenschap, waarvan een aantal logisch zijn en een aantal erg onwaarschijnlijk.

-          Een gemeenschap van gedeelde bezittingen. Beide partners brachten ongeveer evenveel bezittingen in in het huwelijk. De vrouw in zo'n huwelijk werd een vrouw met gedeelde autoriteit genoemd. De man mocht geen contracten sluiten zonder toestemming van de vrouw.

-          Een gemeenschap op het bezit van de man. In dit huwelijk had de vrouw aanzienlijk minder of zelfs geen bezittingen die ze in het huwelijk meebracht.

-          Een gemeenschap op het bezit van de man, waarbij de man minder inbracht.

-          Een gemeenschap van een bezoekende man, waarbij de man de vrouw bezoekt met toestemming van haar voogd (meestal haar vader). Dit was een minder formele vorm van huwelijk en werd waarschijnlijk met name door armere mensen gedaan die te weinig geld hadden om een gezin te onderhouden.

-          Een gemeenschap van ontvoering. In dit geval had het samenzijn geen toestemming van de voogd van de vrouw en liet de vrouw zich door de man ontvoeren.

-          Een gemeenschap van geheim bezoeken.

-          Een gemeenschap van verkrachting – geen huwelijk, maar er hangen wel een aantal regelingen mee samen over de zorg voor het eventuele kind.

-          Een gemeenschap tussen twee krankzinnige mensen.

Uiteraard waren er tussen beide families onderling overeenkomsten. Het huwelijk werd gezien als een contract tussen beide families en er werd geacht dat beide partijen goed met elkaar zouden omgaan. Het was belangrijk dat de vaders van beide partners achter het huwelijk stonden. Als dit niet het geval was en er werd een kind uit het huwelijk geboren, was de persoon die niet door de ouders erkend werd verantwoordelijk voor het kind. Accepteerde de vader van de dochter het huwelijk niet, dan was de man verantwoordelijk, accepteerde de vader van de zoon het niet, dan was de dochter verantwoordelijk. Wanneer de man al zelfvoorzienend was, hoefde hij uiteraard geen daadwerkelijke toestemming van zijn vader, maar zeker omdat de vrouw in zijn familie zou moeten worden opgenomen, was goedkeuring wel belangrijk.

Net als in veel andere culturen werd er van de Ierse man verwacht dat hij de hand zijn aanstaande aan haar vader vroeg. De man gaf daarnaast een coibche, een bruidsschat, aan de vader van de bruid. Als een huwelijk op de klippen liep door de schuld van de man, bleef de coibche bij de vader van de bruid, maar als het huwelijk misging door toedoen van de vrouw, zou de vader van de bruid het bedrag aan de man moeten terugbetalen.  In sommige gevallen werd er aan beide kanten een bruidsschat te geven en in andere situaties kwam een deel van of het gehele vermogen van de kant van de vrouw.

In sommige culturen werd en wordt veel waarde gehecht aan de maagdelijkheid van de bruid die, wanneer ze op de huwelijksnacht niet maagdelijk bleek, vernederd, mishandeld of vermoord kon worden. In het Oud-Ierse stelsel wordt dit onderwerp niet besproken. Waarschijnlijk werd er belang gehecht aan de maagdelijkheid van de bruid, maar indien dit niet het geval was, waren er geen consequenties aan verbonden. 

Het was de bedoeling dat zowel de man als de vrouw uit dezelfde sociale klasse kwamen. Indien dit niet het geval was, moest de familie met het minste geld de hoogste bruidschat betalen. Als een zoon van een bóaire (welvarende boer) met een dochter van een heer trouwde, leverde de familie van de zoon tweederde van het vee in het huwelijk. Als de dochter van een bóaire met de zoon van een heer trouwde, dan leverde haar familie tweederde van het vee.

Polygamie

Het Ierse huwelijk was erg gecompliceerd, zeker omdat in vroegere tijden polygamie voorkwam. In dit geval had de man vrouwen in verschillende typen huwelijk. Een man kon bijvoorbeeld een vrouw hebben uit het eerste soort huwelijk, zij werd dan de eerste vrouw (cétmuinter). Daarnaast kon hij ook een vrouw uit het vierde type huwelijk hebben, die hij regelmatig bezocht en onderhield. De zoons uit beide huwelijken hadden een gelijkwaardig erfrecht, maar de moeders waren niet gelijkwaardig. De vrouw uit het eerste type was de hoofdvrouw van de man. Deze vrouw viel volledig onder de verantwoordelijkheid van de man. Bij misdaden tegen de vrouw diende de dader de eerprijs van zowel de man als de vrouw te betalen. Bij de tweede vrouw, uit het vierde type huwelijk, moest de dader slechts de helft van de eerprijs van de man betalen. Ook kon de vrouw zelf kiezen onder wiens verantwoordelijkheid ze kwam te staan, van haar man, haar vader of haar zoon. De kerk was fel tegen polygamie, maar had in eerste instantie geen succes in het bestrijden ervan. De Ieren droegen aan dat ook de mensen uit het oude testament meerdere vrouwen hadden. Hierdoor was polygamie niet af te keuren, maar juist te prijzen. 

Scheiden

In veel gevallen was een echtscheiding toegestaan. De Cáin lánamna vermeldt uitgebreid hoe bij een scheiding de bezittingen dienen te worden verdeeld. Het aandeel was afhankelijk van de status van beide personen voordat ze met elkaar trouwden.

Heptades 3 en 52 geven een aantal redenen voor de vrouw om van haar man te scheiden en daarbij haar bruidschat te behouden. Ze kon van haar man scheiden als haar man haar verliet voor een andere vrouw, maar kon ook in het huis blijven wonen. Ze kon scheiden als haar man leugens over haar vertelde of satire over haar sprak, als hij haar niet ondersteunde of haar met betovering had overgehaald met hem te trouwen. Een man mocht een vrouw slaan om haar te corrigeren, maar als ze er blauwe plekken aan overhield, mocht ze van hem scheiden. De vrouw mocht van haar man scheiden bij seksueel falen, impotentie, homoseksualiteit, of als hij zo dik was geworden dat hij niet meer in staat was tot het uitvoeren seksuele handelingen, of teveel details over hun seksleven aan anderen vertelde. Het was niet correct om te vertellen over dergelijke privéaangelegenheden. Een andere reden was als de man was aangesloten bij een heilige orde. In dat geval was het voor zowel de man als de vrouw erg lastig om te kiezen tussen de kerk of het huwelijk. De wet had zware straffen voor vrouwen die zonder gegronde reden bij hun man wegliepen. Deze vrouwen hadden geen rechten meer in de maatschappij en konden niet onder de bescherming van iemand vallen.

Rechtspositie van de vrouw

Uit de wetteksten blijkt dat vrouwen in het oude Ierland vrijwel geen gerechtelijke macht hadden. Ze konden geen contract tekenen zonder goedkeuring van hun man of vader. Op dit gebied komt het Oud-Iers recht overeen met de wetten van Manu in India. Tijdens de jeugd beschermde de vader de vrouw, tijdens haar volwassen leven haar man en tijdens haar oude dag haar zoons. Dit lijkt in het grootste gedeelte van Europa rond deze tijd het geval te zijn geweest. Het is echter niet zo dat de vrouw totaal geen rechten had, soms kon ze zelfs als getuige in een rechtszaak worden opgeroepen, hoewel dit door de kerk werd tegengegaan.

Ook kon een vrouw land erven indien haar vader geen zoons had. Dit wordt banchomarbae (vrouwelijke erfgenaam) genoemd. Indien de vrouw een man zonder land of een vreemde uit een andere túath trouwde, werden de rollen in het huwelijk omgewisseld. De vrouw maakte dan de beslissingen, sloot contracten en betaalde de rekeningen. Na haar dood ging haar bezit en het land naar de familie van haar vader, haar zoons en man erfden niets. Als haar man een beslissing nam, kon ze dit verhinderen en terugkeren.

Zelfs als een cétmuinter van een lagere rang was dan haar man, kon ze beslissingen van haar echtgenoot op het gebied van voedsel, kleding, vee en schapen tegenhouden. De mate van onafhankelijkheid en wettelijke vrijheid van de vrouw waren grotendeels gebaseerd op het bezit dat de vrouw aan het huwelijk bijdroeg. Als een vrouw niet onder voogdij van haar man stond, stond ze onder voogdij van haar dichtstbijzijnde mannelijk familielid. Hoewel een vrouw meestal onder voogdij van een ander stond, kon ze wel degelijk een belangrijke functie vervullen zoals banliaig, vrouwelijke arts, banfili, vrouwelijke dichter, of een andere centrale positie binnen de túath.

Nonnen

Het vroege christendom lijkt de positie van de vrouw te hebben verbeterd, hoewel deze houding later is veranderd. In de 5de eeuw hechtte sint Patrick bijzonder veel waarde aan het bekeren van vrouwen in alle rangen van de samenleving. In latere 7de eeuwse manuscripten wordt veelvuldig naar vrouwen verwezen. In Muirchú’s 7de eeuwse Leven van St Patrick wordt vermeld dat twee dochters van koning Loegaire van Tara bekeerd werden tot het christendom. Sommige van deze vrouwen werden nonnen.

De wetteksten erkennen de bijzondere positie van de non. Op een geschikte leeftijd (ca. 14 jaar) moet een vrouw kiezen tussen een man of god. De getuigenis van een non was net zo geaccepteerd als die van een andere geestelijke. Een koningin daarentegen had niet meer macht dan andere vrouwen van vrije mannen. De moeder van een koning, bisschop of fili (geleerde) had wel dezelfde eerprijs als haar zoon. Dit betekent dat ze volledig konden getuigen en aanklagen voor de wet.

Misdaden door vrouwen

In het Oud-Ierse recht werden misdaden altijd in geldboetes betaald. Deze boetes werden niet alleen door de misdadiger, maar ook door de aanverwante familie betaald. Hierdoor ontstond er een sociale controle en werden misdaden gereduceerd. Als een ongetrouwde vrouw een misdaad beging, werd deze normaalgesproken door de vader betaald.  Indien de vader was overleden, werd deze door haar mannelijke voogd betaald. Indien de vrouw getrouwd was, werd de helft van een boete door de man en de andere helft door haar eigen familie betaald. Wanneer ze zoons had, werd het bedrag opgedeeld in drieën en betaalde haar familie, de man en haar zoons alle één derde deel. Als een vrouw met een lagere status dan haar man een misdaad pleegde, hoefde de man niet aan de boete mee te betalen, het bedrag werd dan op haar familie en haar zoons behaald. Deze regeling gold ook andersom. In sommige gevallen mocht een vrouw een andere vrouw wat aandoen zonder strafrechtelijke vervolging. De eerste vrouw van een man mocht de tweede vrouw uit jaloezie verwonden. De wet maakt het niet duidelijk gedurende welke periode ze dit recht had. De tweede vrouw was echter alleen gerechtigd om haar rivale aan haar haren te trekken, te krabben of andere kleine verwondingen toebrengen.

Misdaden tegen vrouwen

In het Iers recht werd een misdaad tegen een vrouw gezien als een misdaad tegenover haar mannelijk beschermer. Hierdoor moest de misdadiger de eerprijs of een deel van de eerprijs van de man betalen. De 7de eeuwse kerk zag moord op een vrouw zelfs als een zwaardere misdaad als moord op een man. De kerkelijke wettekst Cáin Adomnáin noemt zware straffen voor het vermoorden van een vrouw. De misdadiger werd hierbij een hand of voet afgehakt en vervolgens ter dood veroordeeld. Zijn verwanten dienen een bedrag van 7 cumals, vrouwelijke slaven, te betalen. De misdadiger kon in plaats daarvan het bedrag van 14 cumals te betalen en 14 jaar boete te doen in de kerk. Deze straffen zijn duidelijk gewelddadiger dan in het Oud-Ierse recht en of deze kerkelijke wetten later ook in het algemeen waren geaccepteerd, is onduidelijk.

Een andere zware misdaad tegen een vrouw was verkrachting. In het Oud-Ierse recht werd onderscheid gemaakt tussen forcor en sleth, hoewel de boete voor beide misdaden even hoog was. Forcor was daadwerkelijke verkrachting onder dwang en sleth was alle andere vormen van seksueel contact tegen de wil van de vrouw en wordt vaak in verband gebracht met dronkenschap. De verkrachter moest de eerprijs van de mannelijk voogd of echtgenoot van de vrouw betalen. Daarnaast moest er een extra boete worden betaald als de vrouw nog niet getrouwd was en 14 jaar of ouder was. Indien het slachtoffer door de verkrachting zwanger raakte, diende de man het kind in zijn gehele levensonderhoud te voorzien.

In sommige gevallen is er sprake van uitlokking. In dat geval wordt de dader geen echte verkrachting ten laste gelegd.  Bijvoorbeeld als een vrouw in haar eentje naar een taveerne ging en daar werd verkracht, dan werd de verkrachter niet strafrechtelijk vervolgd. Het is namelijk verkeerd voor een vrouw alleen om naar een taveerne te gaan, dit wordt als uitlokken gezien.  Daarnaast zijn er acht vormen van verkrachting die niet strafrechtelijk konden worden vervolgd. Hierbij denken we aan het verkrachten van een prostituee, een vrouw die zelf seks wilde hebben of een vrouw die vreemdging. Triade 100 geeft drie vormen van duisternis waar een vrouw niet alleen in mocht gaan, de duisternis van de mist, van het bos en van de nacht. Deze werden als een goed advies gezien. Een vrouw die dit wel deed verloor uiteraard niet haar recht indien ze verkracht werd.

Zie ook:

De Ierse samenleving
Gaelic clanstelsel

Oud-Iers recht
Land & Economie in het Iers recht

Bronnen:

- Binchy DA ,''Corpus Iuris Hibernici ed''. (Dublin 1978)
- R. Thurneysen, ''Irisches Recht'',  Aus den Abhandlungen der preussischen Akademie der Wissenschaften, 1931
- Bieler L., ''The Iish Penitentials ed.'', Scriptores Latini Hiberniae , (Dublin 1963).
- Kelly F., ''A guide to Early Irish law'', (Dublin, 2009)

 

 

 

Gesponsord door Celtic Webmerchant:

          
Keltisch kookstel € 109,90                       Keltisch sieraad € 12,50            Keltische helm € 295,-
 

copyright © 2011 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden.           Sitemap  Contact