![]() |
![]() |
||||
|
|
Het zwaard
Het gevest bestaat uit een pommel, een grip en een pareerstang. De pommel was het contragewicht van het zwaard en kon ook in een gevecht gebruikt worden om slagen uit te delen. De grip was meestal van hout of metaal, met leren bedekking. Om het zwaard makkelijker vast te pakken werden er vaak groeven in de grip gemaakt. De pareerstang beschermde de zwaardhand tegen klappen van de vijand. Pas in de middeleeuwen werd de pareerstang ook werkelijk een stang, daarvoor was hij meestal veel kleiner en dus minder functioneel. Vanaf de 16de eeuw werd de pareerstang vervangen door een mand, die de gehele hand beschermde. Aan het begin van de kling zat vaak een ricasso, een onscherp gedeelte van het zwaard. Dit stelde de gebruiker in staat het zwaard vast te pakken om de pommel te gebruiken of ook op zijn schouder te laten rusten zonder zichzelf te verwonden. De rest van de kling was meestal aan beide kanten scherp, met een langere kant voor de rechte slagen en een kortere kant voor de achterhandse slagen. Over het algemeen werd de ‘korte’ en de ‘lange’ kant uitgemaakt door de manier waarop men het zwaard vasthield, in lengte verschilden ze bijna niet. Om het wapen lichter, maar tegelijkertijd ook sterk te maken, werd er in de kling vaak een bloedgoot gemaakt. Geschiedenis
Vanaf de 13de eeuw v.Chr. werd ijzer uitgevonden en voor het eerst gebruikt door onder andere de Kelten. In het begin van de IJzertijd waren deze zwaarden maar een beetje sterker dan bronzen zwaarden, omdat ze niet werden gehard door ze onder te dompelen in koud water. Doordat ijzer echter vrijwel overal te vinden was en gemakkelijker te bewerken, konden hele legers uitgerust worden met ijzeren wapens. Aan het einde van de Hallstatt-cultuur gaf men weer de voorkeur aan korte dolken in plaats van zwaarden, maar in de La Tène-periode, toen ijzer brons in geheel Europa had vervangen, deed het zwaard opnieuw zijn intrede en de meeste later modellen zijn van deze wapens afgeleid. De zwaarden uit die tijd hadden zowel gevesten van brons als van organisch materiaal (hout, bot). Van de spatha werd het Vikingzwaard afgeleid dat door de noordelijke volken werd gebruikt, maar in West-Europa was de spatha tot in de middeleeuwen het gewone wapen. In combinatie met een schild was dit een dodelijk effectieve combinatie. Het schild dat meestal werd gebruikt was de kleine, lichte beukelaar, een gemakkelijk te gebruiken rond schild. De punt van het zwaard was afgerond, dus niet erg effectief om te steken, maar door de twee scherpe kanten kon het wapen zeer goed gebruikt worden. De zwaarden werden sterker, doordat ze vaker werden gehard in koud water en met name Frankisch staal was in trek. Pas vanaf de 11de eeuw ontwikkelden de middeleeuwse zwaarden een pareerstang en tijdens de periode van de kruistochten bleef het ontwerp grotendeels hetzelfde: een kruisvorm met een slanke kling, waarbij de pommel verschillende vormen kon hebben. De zwaarden waren met name bedoeld om te hakken op de onbeschermde delen van de vijand en de punt kon worden gebruikt om in zwakke plekken van het pantser te steken. Vanaf 1300 veranderden de vorm en kracht van het zwaard snel, doordat door het groeiend gebruik van pantser een schild overbodig was. Het gevest en de kling werden langer, zodat het ook tweehandig gebruikt kon worden nu er geen schild meer nodig was. Deze lange zwaarden waren al snel een veelgebruikt wapen door het grote bereik en nu werd ook het gebruik van de ricasso regelmatiger, omdat de krijger meer kracht kon zetten met een hand op de ricasso en een hand op de grip. Daarnaast werd de punt van de kling gescherpt, waardoor ze geschikt werden voor het breken door pantser. In de hoge middeleeuwen ontstond er een heroriëntatie op de eenhandige wapens en in de renaissance werd de rapier ontwikkeld. De renaissance-zwaarden waren echter meer en meer bedoeld voor zelfverdediging of duelleren en niet voor oorlogvoering, met name door de ontwikkeling van vuurwapens. Soorten zwaarden Spatha De spatha was oorspronkelijk een cavaleriezwaard dat door zowel ruiters als wagenstrijders werd gebruikt. Hij was langer dan een infanteriezwaard en had daarom het bereik en de kracht die nodig waren. Men denkt vaak dat spathae alleen door de Romeinen werd gebruikt, maar ook Kelten en Germanen steden met dit wapen. Langzamerhand werd de spatha ook overgenomen door de infanterie-eenheden. Gladius
Falcata
Vikingzwaard
Claymore
Langzwaard
Het bastaardzwaard of de anderhalfhander werd waarschijnlijk zo genoemd omdat hij noch eenhander, noch tweehander was. Hij kon op beide manieren gebruikt worden, waarbij een tweede hand op de pommel en half op de grip gelegd kon worden om extra kracht op de slagen te geven. De grote zwaarden waren langzwaarden die alleen met twee handen te gebruiken waren. Ze waren de voorgangers van de latere, nog grotere tweehanders. Grote zwaarden werden alleen door infanterie gebruikt. De klingvorm was eerst breed en plat, daarna slanker en meer gepunt en ook de latere punt was dunner om beter door pantser te kunnen boren. De estoc was een tweehandig zwaard dat bedoeld was voor het steken en daarom vaak geen scherpe randen had. Het ene hand lag op de grip en het andere op de kling. Daarom ontstond een soort tweede pareerstang om de hand op de kling te beschermen. Tweehander
Een typische tweehander is de flamberge, dat zijn naam heeft gekregen door de golvende kling die op een vlam doet denken. De functie was dezelfde als de tweehander en de aparte kling was niet beter in staat te hakken dan een recht zwaard. Wanneer het op een man to man gevecht aankwam, kon de flamberge het vijandelijke zwaard wel verlangzamen en doen trillen. Het broadsword en het basket hilted broadsword
Een speciale vorm van broadsword is de basket hilted broadsword dat met name door de Schotten werd gebruikt. Deze worden soms ook basket hilted claymores genoemd, omdat de kling vaak was gemaakt van een afgebroken claymorekling. De grip was omgeven door een grote mand, die niet alleen de hand beschermde maar ook voor een betere balans zorgde. De slanke klingen waren soms aan een kant scherp, dat waren backswords die ook in Duitsland vaak werden gebruikt, maar meestal had de kling twee snijkanten en kon hij zowel steken als houwen. De basket hilted broadsword werd vaak in combinatie met de dirk gebruikt. Renaissancezwaarden
De sabel was een evolutie van het Europese backswoard. Hij had vaak maar een snijkant, een licht gebogen kling en een middelmatig grote, halve mand. Cavaleriesabels waren echter recht en hadden twee scherpe zijden. Oorspronkelijk een 10de eeuws, Hongaars cavaleriewapen, beleefde de sabel zijn hoogtepunt tijdens de 19de eeuw bij de Napoleontische oorlogen en de Amerikaanse burgeroorlog.
Een speciale vorm van renaissancezwaard was de kattenhakker, die met name door piekeniers en landsknechten werd gebruikt. Dit relatief korte zwaard had een opmerkelijk, s-vormig pareergedeelte en was bedoeld om tussen de linies van piekeniers in zijden te hakken. De naam van de kattenhakker komt mogelijk doordat het gevest was bedekt met kattenleer Zie ook:
Zwaardvechten Celtic Webmerchant: Tweehandig zwaard € 70,15 Enkelhandig zwaard € 49,65 Trainingszwaard € 88,10 |
||||
![]() |
|||||
|
copyright © 2008 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden. Sitemap Contact |
|||||